Category Archives: Uncategorized

Famous Poems Rewritten as Limericks.

Wie kent ‘um niet: “Er was eens een meisje in Londen”? Kun je wellicht ook maar beter niet kennen, want zo leuk is-ie nou ook weer niet. Maar het blijft een populair genre, de Limerick. Al is het maar omdat ze meestal een beetje schunnig zijn, vooral het meisje uit Epe (had van het voltooid deelwoord niets begrepen)  en de “Young Fellow named Dave”, waarvan ik alleen de eerste zin citeer, de rest is meer voor in de kroeg dan voor op mijn blog.

Erg leuk, ook omdat hij bestaat als een canon met een geraffineerd chromatisch loopje in de derde en vierde zin, vind ik zelf The Young Woman of Ryde:

There was a young woman of Ryde,
who ate too many apples and died,
the apples fermented
inside the lamented
and made cider inside her inside.

Let ook nog even op de laatste zin, echt een toppertje (om mij ook maar eens op het modieuze taalgebruik te storten).

De volgende link geeft een aantal beroemde gedichten, herschreven als limerick:

Famous Poems Rewritten as Limericks:
Niet allemaal echte limericks, als de regel dat de eerste zin moet eindigen op een plaatsnaam of een persoonsnaam letterlijk genomen wordt, maar toch leuk.

En daar gaat het om…

De volgende link is voor een dagelijks verse limerick.

Reprise

Eén dag na “Les Temoins” ging ik dus toch naar “Reprise”, een film van Joachim Trier (een verre neef van Lars von Trier die in Denemarken werd geboren maar in Noorwegen woont en werkt, volgens de cinema recensie van Jan Pieter Ekker). Ik moet toegeven dat de naam Van Trier mij nieuwsgierig had gemaakt en ik werd niet teleurgesteld.

In het begin moest ik echt alle zeilen bijzetten om het verhaal te kunnen vatten, want met snelle shots en een afstandelijke voice-over werd het verhaal geïntroduceerd:

Erik en Phillip zijn twee bevriende, jonge schrijvers. Ze sturen gelijktijdig hun manuscript voor een roman naar een uitgever en stellen zich voor dat beide boeken uitgegeven zullen worden en cultstatus zullen krijgen.

Helaas: het pakt anders uit. Erik’s boek wordt afgewezen, Philip’s boek wordt uitgegeven en met enorm succes. Een half jaar later stort Philip in en kunnen zijn vrienden hem uit een psychiatrisch ziekenhuis ophalen. Volgens de artsen is zijn grote liefde voor zijn vriendin Kari de oorzaak van zijn psychose; als hij thuiskomt heeft zijn moeder alles wat aan haar doet denken uit zijn huis verwijdert. Waarschijnlijker is overigens dat Philip iets overgehouden heeft van een aanrijding door een auto tijdens het oversteken.

Schrijven is ineens niet zo belangrijk meer voor Philip; het kost hem trouwens ook teveel moeite. Wel ontmoet hij Kari weer.

Erik krijgt een tweede kans: zijn boek wordt nu uitgegeven en hij krijgt een uitnodiging voor een literair programma op TV. Helaas veegt de kritiek de vloer aan met zijn roman – “meer vorm dan inhoud”. Als hij helemaal aan de grond zit, krijgt hij een onverwachte opsteker van de door hem (en Philip) aanbeden schrijver Sten Egil Dahl (een fictieve schrijver, volgens de Internet Movie Database gebaseerd op de Noorse schrijver Tor Ulven, volgens Slant Magzine op Sigmund Sæverud). Hij gaat naar Parijs en besluit verder te gaan met schrijven.

De film zit vol met grapjes, zoals wanneer Philip zich op een bankje naast Sten Egil Dahl wil laten fotograferen door Erik – zonder dat Dahl het doorheeft overigens. Erik vergeet het kapje van de lens te halen, waardoor de foto helemaal zwart is. Deze foto prijkt later prominent aan de muur in Philips kamer. Maar deze foto blijkt later ook de cover te worden van Erik’s boek

Een andere grap is dat Erik het op een gegeven moment naar zijn vriendin Lilian gaat om het uit te maken, maar plotseling door een opkomende herinnering aan zijn moeder die hem berispt voor het kijken van porno op de computer wordt afgeleid en de relatie nog maar een tijdje voortzet.

Ronduit spannend is het als Philip terugtellend vanaf tien door de straten fietst, het verkeer razend op de achtergrond. Je verwacht dat hij overhoop gereden wordt, maar het is de aanleiding om toch weer een schrijfpoging te ondenemen.

REPRISE is a playful film about friendship, madness and creativity, about love and sorrow, great ambitions and the often unpleasant clash between youthful presumptions and reality. With its somewhat un-Norwegian structure, REPRISE has a distinct style and narrative technique which moves the story forward in a rich and enthusiastic manner. (Van de officiele filmsite)

Dromen worden vermengd met de wrange werkelijkheid, drama met poëzie, droge humor met tragiek. Reprise bevat kritiek op het (Noorse) literaire wereldje en jongemannenromantiek; verwijzingen naar het existentialisme en naar de punk- en de popcultuur. (Jan Pieter Ekker).

Wie is eigenlijk de hoofdpersoon? En waarom heet de film Reprise? Misschien moet je dat soort vragen helemaal niet stellen, maar ik geloof nu eenmaal dat er meerdere lagen in zo’n film (en in het algemeen in een kunstwerk) zitten. Voor wat het waard is: ik denk dat de film reprise heet omdat Philip, na zijn ontslag uit het psychiatrich ziekenhuis zijn vriendin Kari weer opzoekt en met haar opnieuw naar Parijs gaat, waar hij alles wat hij een aantal jaren daarvoor met haar heeft gedaan nog eens zo exact mogelijk overdoet en fotografeert – dit laatste omdat zijn moeder alle foto’s heeft weggegooid. Ik denk dan ook dat Philip de hoofdpersoon is; ik vind hem in ieder geval het meest ineressante karakter.

Les Temoins

Eigenlijk wilde ik helemaal niet naar “Les Temoins”. Ik wilde naar “Reprise”, maar toen ik bij de kassa van het Haagse Filmhuis stond, bleek die niet te draaien op het moment dat ik naar de film wilde. Dan “maar” “Les Temoins”. Achteraf geen slecht alternatief.

Sarah is schrijfster van kinderboeken. Ze heeft een open huwelijk met Mehdi, een agent die bij de zedenpolitie werkt. Hij vindt het geen probleem dat zij het af en toe met haar uitgever doet, zolang ze hem zijn pleziertjes buiten de deur gunt. De film bestaat uit drie delen: ‘Mooie dagen’, ‘Oorlog’ & ‘Terugkeer van de zomer’. In deel 1 wordt het losbandige leven in Parijs anno 1984 getoont; onbezorgd, hoewel Sarah lijdt aan postnatale depressie en zich geen raad weet met haar voortdurend huilende baby. Via hun gezamenlijke vriend, de arts/wetenschapper Adrien, ontmoeten Sarah en Mehdi de jonge Manu, die net in Parijs is komen wonen. Adrien is stapelgek op Manu, maar Manu wil zich niet laten binden. Tot hij, tijdens een uitje met Sarah en Mehdi, door Mehdi van de verdrinkingsdood wordt gered; dan ontwikkelt zich een onstuimige relatie tussen de twee, die eindigt als bij Manu Aids wordt geconstateerd.

Dat is deel 2 van de film, de strijd tegen de op dat moment nog onbekende ziekte. Ook is het uit met de onbezorgdheid: terwijl Manu steeds verder achteruit gaat strijden de overige personages tegen zichzelf en elkaar: Mehdi verwijt Sarah dat ze geen goede moeder is, Adrien verwijt Mehdi dat hij Manu van hem heeft afgepakt, Mehdi verwijt Adrien dat hij hem niet gewaarschuwd toen hij wist dat Manu Aids had.

In deel 3 is Manu dood, Adrien ontmoet een nieuwe liefde, Mehdi gaat terug naar Sarah en leg zijn ruzie met Adrien bij. De film eindigt min of meer zoals die begonnen is: Sarah schrijft weer en de vier vrienden gaan een dagje varen, net zoals ze deden toen Manu nog met Adrien was.

Waarom heet de film “Les Temoins”? Zijn Sarah, Mehdi en Adrien (en Manu’s zus Julie) getuigen van het drama dat zich voltrekt? Of getuigt het drietal tegen elkaar? Manu is de enige die volledig oprecht en onschuldig is – en uitgerekend hij is het slachtoffer – de hypocriete Mehdi gaat vrij-uit.

En waarom begint en eindigt de film met de – overigens schitterende – onstuimige muziek van Vivaldi?

Tot slot nog een fautje, gepikt van de Internet Movie Database:

Anachronisms: In a hospital scene towards the end of the film, the pillow behind the actor’s head reads “HOPITAUX DE PARIS 2006” on the design in numerous places, though the film was supposed to be shot in the 80s.

Het was mij ontgaan, maar leuk dat ik er even op gewezen wordt.

Midzomernachtdroom in het Amsterdamse Bos

Een theater dat de hemel als dak heeft roept om grote wensen en dromen.

Sinds 1985 speelt Theater Het Amsterdamse Bos tijdens de zomermaanden voorstellingen in een open plek in, je raadt het al, het Amsterdamse Bos. Meestal Shakespeare en dit keer was Midzomernachtdroom aan de beurt.

Het openluchttheater is wel bijzonder geschikt voor dit stuk dat immers in een bos speelt. Daarmee liep het decor bijna naadloos in het omliggende natuurlijke bos over. De mogelijkheden die dit bood werden door regisseur France Sanders uitgebreid benut.

Het leuke van een voostelling van het Bostheater is natuurlijk dat het allemaal net wat ongedwongener is dan bij een “echt” theater. Met stokbrood, kaas en Franse wijn is het allemaal best uit te houden, al zou het dat toch wel zijn want hoewel Shakespeare natuurlijk veel moois geschreven heeft is de “Midsummer Night’s ‘Dream” toch een van zijn meest toegankelijke stukken en het Bostheater wist er een van begin tot eind boeiende uitvoering van te geven.

Daaraan droeg zeker ook de muziek bij, door Alberto Klein Goldewijk fantasievol bij elkaar geciteerd uit Purcell’s “Fairy Queen” uit 1692 en eigentijds pop-werk en in het algemeen heel goed uitgevoerd door de acteurs zelf.

Voor het eerst sinds 21 jaar moest het Bostheater dit jaar entree gaan heffen. Het zal toch hopelijk niet waar zijn dat dát de reden is dat het theater niet uitverkocht was? De voorstelling loopt nog tot en met 8 september.

Albert Lortzing in Detmold

Het is de regelmatige lezer van mijn webschrijfsels waarschijnlijk wel duidelijk dat ik een ongelooflijke fan ben van Albert Lortzing, de Duitse operacomponist waarvan we hier in Nederland alleen “Zar und Zimmermann” schijnen te kennen (omdat de plaats van handeling Zaandam is), maar die nog zoveel meer moois geschreven heeft.

Behalve mijn grote, Engelstalige, Albert Lortzingwebsite, waarop vooral biografische details staan, heb ik ook nog een Nederlandstalige website “De Opera’s van Albert Lortzing“, waar op ik al een tijdje vruchteloos probeer Lortzing’s opera’s één voor één te bespreken, MIDI-files te plaatsen en complete libretti te publiceren. Maar ja, tijd is prioriteit, dus voorlopig staan er alleen Theaterzettel en rolverdelingen op. Dan nog mijn hopeloos verwaarloosde project “Biedermeier en muziek“, waarop ik Lortzing als componist van het Biedermeier onderzoek – of in ieder geval wil onderzoeken. Een mailinglist, waar ik als moderator vooral spam mag verwijderen completeert de boel.

Afgelopen weekend zat ik in Detmold voor een ledenvergadering van de Albert-Lortzing Gesellschaft. Daarin zijn alle 64 Lortzing fans wereldwijd, behalve ondergetekende allen Duitsers, verzameld.

Detmold

(…)eine schöne Stadt, die weit mehr Dreck als Häuser hat. (brief Lortzing aan zijn ouders dd 5 november 1826)

is de stad waar Lortzing van 1826 to 1833 als acteur werkte in het Hertogelijk Hoftheater olv A. Pichler. De ongelofelijke hoeveelheid toneelwerken die Lorzing hier moest spelen is goed gedocumenteerd door de musicoloog Willie Schramm. Als componist maakte Lortzing in deze tijd alleen wat vingeroefeningen, kleine werken vooral gebaseerd op het bewerken van muziek van andere componisten en zijn theatermuziek bij J.Chr. Grabbes “Don Juan und Faust“. Detmold is een lieflijk plaatsje, waar alles goed te belopen is en waar mijn auto voor € 5,60 het hele weekend in de parkeergarage in het historische centrum heeft mogen staan. Kom daar hier nog eens om!

Er zijn verschillende monumenten die nog aan Lortzing’s aanwezigheid herinneren, o.a. twee huizen, een Denkmal, tegenover het inmiddels herbouwde Hoftheater, daar een brand in 1912 het oorspronkelijke theater verwoest heeft en, natuurlijk, een Lortzingstraße, zoals iedere zichzelf respecterende stad in Duitsland er één heeft.

Maar goed, ik draaf door over zaken die hier niet thuis horen. Ik heb namelijk twee uitvoeringen van Lortzing-opera’s meegemaakt, waarover ik hier graag iets wil meedelen.

Vrijdag 22 juni was de meest bijzondere: een papiertheatervoorstelling van Regina – Lortzing’s Vrijheidsopera, of, zoals hij ook vaak genoemd wordt: Revolutionsoper. Lortzing schreef dit werk tijdens de Maartrevolutie van 1848 (het officiele einde van het Biedermeier-tijdperk) in Wenen. Aangezien de revolutie ten einde was (en daarmee de censuur weer ingevoerd), voor de opera voltooid was kreeg Lortzing het werk nooit bij leven uitgevoerd. Vele kenners vinden Regina Lortzing’s absolute meesterwerk; zelf denk ik dat Lortzing met Regina iets te ambitieus was: zijn sterke kant was nu eenmaal de komische opera. Hoe het ook zij: een interessant werk is het zeker. Het wordt alleen hoogst zelden uitgevoerd.

Het was daarom absoluut een gouden greep van het bestuur van de Albert Lortzing Gesellschaft e.V. om Peter Schauerte-Lüke te vragen zijn Papiertheater-voorstelling van Regina in de Detmolder Hochschule für Musik nog eens te komen uitvoeren.

Een papiertheater is een soort poppenkast, maar dan met papieren modellen. Er zijn meerdere papiertheaters werkzaam in Europa, en zelfs in Nederland, maar het Burgtheater van Peter Schauerte-Lüke is de enige die opera’s doet. Dhr. Schauert-Lüke deed alles alleen, het bewegen van de modellen, het verzorgen van de stemmen, hij zong alle partijen, slechts begeleid door een van te voren ingespeelde pianopartij, die hij vanaf een laptop tot klinken liet komen. Zelfs de koren zong hij in zijn eentje – en, zoals hij na afloop vertelde, dat schijnt zo te horen bij het papiertheater. Interessant was dat hij ook de persoon van Lortzing opvoerde en met hem een gesprek voerde over de receptie van Regina.

 

Al met al een gedurfde onderneming, waarvoor de kritiek op de kwaliteit van de zang en vooral op de maatvastheid van de uitvoering graag plaats maakt, ook al omdat uitvoeringen van Regina schaars zijn. Voor mij persoonlijk was het een eerste kennismaking met het fenomeen papiertheater.

Voor zaterdag 23 juni stond “Der Waffenschmied” op het programma.

 

Heerlijke muziek in een werkelijk prachtig theater. Ik zag er in het Lortzing-jaar 2001 de “Zar und Zimmermann” in een erg leuke enscenering. Ik keek dus erg naar deze voorstelling uit, maar kreeg de kous op de kop. Als Lortzing-Gesellschaft kregen we eerder op de dag al een kijkje achter de schermen, verzorgd door dramaturge Elisabeth Wirtz. Het werd me daar al duidelijk dat regisseur Marcus Everding het stuk gewoon als een burgerlijke komedie geïnterpreteerd had en daarmee komen zelfs de Duitsers anno 2007 niet meer weg.

Daarbij gerekend dat de solisten in Nederland blij zouden mogen zijn in het koor aan het werk te mogen komen, en dat het het koor maar niet lukte om met ca 10 man min of meer gelijktijdig een hamer op een aambeeld in de vorm van een reusachtig zwaard te laten neerkomen, maakte dat de voorstelling nogal amateuristisch overkwam. Jammer, want Lortzing schrijft zulke prachtige muziek, maar hij heeft de geest van de tijd niet mee. De man verdient goede uitvoeringen, alleen de muziek van Bach is zo sterk dat hij zelfs op een mondharmonika nog overeind kan blijven.

Markus Gruber als Georg wist als enige met zijn komisch talent zijn rol nog iets mee te geven, maar ook hij had af en toe wat moeite de hoge noten zeker te treffen.

Goed, het moet gezegd dat de plaatselijke opera in Duitsland een veel zwaardere taak heeft dan onze Nederlandse opera. Er worden veel meer stukken, en vooral, meer stukken tegelijk, op het programma gezet en er wordt niet met buitenlandse A-zangers gewerkt, maar uitsluitend uit de “eigen” cast gerecruteerd. Dat maakt een kaartje ook stukken goedkoper: ik betaalde nu voor een geweldige plaats in een sfeervol theater € 23,50, voor “Die Gezeichneten” bij De Nederlandse Opera was ik vorig maand voor een tweede rang € 63 kwijt. Dan heb je ook wat – een toporkest en topzangers – alle waar naar zijn geld.

Het zou wat zijn als De Nederlandse Opera een keertje “Regina” op het repertoire zou nemen. Met Ingo Metzmacher als dirigent (die het stuk al eens gedaan schijnt te hebben) moet dat geweldig worden. Kom meneer Audi, waag eens een gokje!

Zodiac

Zodiac is David Fincher’s verfilming van het verhaal van de seriemoordenaar die vanaf 4 juli 1969, als hij zijn eerste moord gepleegd heeft, de politie met allerlei brieven – in code geschreven – bezighoudt. De film belooft een film te worden over het ontrafelen van codes, maar behalve het tonen van wat boeken speelt dit verder nauwelijks een rol – helaas wat mij betreft. De film gaat meer overhet vinden van de identiteit van de “Zodiac”. Die identiteit is nooit vastgesteld, hoewel Fincher wel een suggestie doet: aangezien de gesuggereerde dader al jaren dood is, is dat kennelijk geen probleem.

Volgens de recensie van Jan Pieter Ekker op Cinema.nl is het verhaal al eerder verfilmd: dezelfde moordzaak diende eerder als inspiratiebron voor The Limbic Region van Michael Pattinson, The Zodiac van Alexander Bulkley en Dirty Harry van Don Siegel.

Drie mannen houden zich vanuit hun verschillende vaardigheden bezig met het vinden van de identiteit van de “Zodiac”: Dave Toschi (Mark Ruffalo), belast met het politieonderzoek; Paul Avery (Robert Downey jr.) misdaadverslaggever bij de San Francisco Chronicle, en Robert Graysmith (Jake Gyllenhaal – eerder gezien in “Brokeback Mountain“) is politiek cartoonist bij dezelfde krant, die met nog twee andere kranten aanwijzingen kreeg opgestuurd van Zodiac. Bij alledrie mannen leidt dat ertoe dat hun carrières en levens erdoor geruïneerd worden – nog het minst bij Robert Graysmith, naar wiens boeken “Zodiac” en “Zodiac Unmasked” de film gemaakt is.  

 

Verrassend is dat hij het geheim uiteindelijk lijkt te ontrafelen – althans binnen zijn eigen theorie. Daarvoor moet hij een hoop tegenwerking van politiemensen overwinnen. Ronduit spannend is het moment als hij in het huis staat van de ontwerper van de poster voor “The most dangerous game” (1932), een film die een verband legt met de daden van de Zodiac.

Ruim twee-en-een-half uur duurt de film – die mij gaandeweg steeds meer in de greep kreeg. En toen ik dacht dat Graysmith de dader gevonden had, kwam voor de aftiteling de droge mededeling dat de verdachte was overleden voor hij verhoord kon worden – uiterst frustrerend, waarvoor Bart van der Put van het Parool als verklaring heeft:

Maar waarschijnlijk wilde Fincher zijn publiek laten delen in de verlammende en gekmakende frustraties van de mannen die hun leven lang zochten en met lege handen achterbleven.

Het wat mij betreft mooiste citaat uit de vele recensies:

A brilliantly sustained aria of obsession and failure, Zodiac is an absurdly entertaining, two-and-a-half-hour, $75 million shriek of alpha-male OCD (= obsessive-compulsive disorder – kb) impotence.  (Sean Burns in Philadelphia Weekly).

Diana Ross in Ahoy

Diana Ross trad afgelopen zaterdag 19 mei op in Ahoy. Gesuggereerd werd dat ze haar laatste CD “I Love You” zou promoten. Gelukkig voor de vele fans zong ze hoofdzakelijk haar oude nummers. Zelf zit ik niet zo goed in mijn Diana Ross en ken eigenlijk maar drie nummers: Chain Reaction, Theme from Mahogany en Brand New Day uit “The Wiz”. Maar ze heeft duidelijk meer gedaan – zeker gemist. Ik vond overigens dat ze het best tot haar recht kwam in de twee mooie jazzy-nummers die ze zong. Wat mij betreft had meer van dit repertoire en dan in een intiemere zaal een hele mooie avond kunnen opleveren.

Gesuggereerd was ook dat ze niet meer zo goed kan zingen. Als dat zo is, is het knap gemaskeerd. In de eerste nummers zong ze niet altijd even zuiver, maar het concert als geheel stond als een huis. Snoei-hard, dat wel. Die geluidstechnicus mogen ze van mij gelijk ontslaan. Ik zag bijvoorbeeld de bassist hard werken voor zijn geld, maar op het gehoor leek het of hij maar één toon speelde – één doffe dreun. En het gelijkmatig mixen van de strijkers en blazers op de half-playbacktape met de live-spelende musici ging hem ook niet al te best af.

Desondanks: het was een leuke avond; een klein – niet al te best – videootje (zonder geluid, helaas) voor een impressie:

[display_podcast]

Jacob van Eyck bij het Kruidvat

Sinds twee jaar mijd ik “Het Kruidvat”. De reden is dat er iedere keer weer de mooiste klassieke CD’s zijn uitgebracht, voor een prijs waarvoor je ze zelf niet kunt kopiëren. Een oefening in zelfbeheersing.

Via het Kruidvat heb ik mijn Bach-collectie compleet en een jaar later Mozart. Daarna de Puccini-opera’s, Schubert’s pianomuziek, Chopin’s pianomuziek, Mahler’s symphonieën en nog wat los spul van Mendelssohn, Dvorak, Brahms en Beethoven. Gemist, ik geef het ongaarne toe, heb ik de pianosonates van Beethoven, de symphonieën van Haydn en de complete werken van Händel en Vivaldi. -dat laatste is misschien niet zo erg.

Kortom: ik ga helemaal los voor dat CD-rek; ik moet eigenlijk onder curatele. Deze week ging het toch weer een klein beetje fout. Ik liep in Egmond, en tja, wat moet je daar eigenlijk? Gelukkig was er een Kruidvat-filiaal, dus ik naar binnen. Zie ik daar een 3 CD-set met Jhr Jacob van Eyck’s “Der Fluyten Lust-hof”.

 

Daar zijn natuurlijk nauwelijks liefhebbers voor; wie kan er nu 3 CD’s muziek voor blokfluit aanhoren? Ik niet!

Maar aan de andere kant: ik heb die muziek ooit gespeeld toen ik nog jong en mooi was en de ambitie had Neerlands tweede Frans Brüggen te worden. De drie bij muziekuitgeverij XYZ in 1965 door Gerrit Vellekoop uitgegeven delen bladmuziek prijken nog goed geconserveerd in mijn bladmuziekkast. En die geweldige toelichting (bijna een boekwerk) bij de CD’s zijn alleen al die € 5,99 waard. Heb nog even geaarzeld – heel even maar – en ze toen gewoon gekocht. Dat was eigenlijk helemaal niet moeilijk – wel contant betaald, moet er niet aan denken dat de Belastingdienst erachter komt. :-)Thuisgekomen gelijk afgespeeld: geweldig. Erik Bosgraaf – tot voor kort nooit van gehoord – speelt de stukken ongelooflijk helder en zo zuiver als maar mogelijk is op een blokfluit.

Ik heb inmiddels begrepen dat ik niet de enige liefhebber ben (zie de bespreking van Kees Smit), maar echt commercieel kan zoiets toch niet werken. Het Kruidvat zou een prijs moeten krijgen voor de durf om zo’n project uit te brengen.

Pan's Labyrinth – El laberinto del fauno

Het komt niet vaak voor dat ik zin heb om zomaar een film te gaan zien zonder iets speciaals op het oog te hebben. Ik liet mij leiden door de filmladder en maakte een negatieve keuze: Pan’s Labyrinth. Dat pakte achteraf nog niet zo slecht uit!

Na het zien van de trailer dacht ik een Harry Potter-achtige Fantasyfilm te gaan kijken, maar Pan’s Labyrinth speelt zich af in Spanje vlak na de burgeroorlog, tijdens het regime van Francisco Franco. Ofélia is een jong meisje. Haar bio-vader, die kleermaker was, is overleden en haar moeder is hertrouwd met ( en zwanger van) de fascistische kapitein Vidal. Ofélia (haar naam verwijst naar de geliefde van Hamlet, die uiteindelijk waanzinnig werd en verdronk) reist met haar moeder naar het bos waar Vidal probeert af te rekenen met het republikeinse verzet. Dat levert o.a. een gruwelijke martelscene op, niet iets wat je onmiddelijk in een sprookjesfilm zou verwachten. Tegelijk levert dit ook de mooiste tekstregel op. Als dokter Ferreiro te hulp wordt geroepen om de gemartelde nog even op te lappen voor verder verhoor, besluit hij aan het verzoek van het slachtoffer te voldoen en hem een snelle en pijnloze dood te geven. Daarop zegt Vidal:

Capitain Vidal: You could have obeyed me!
Doctor: [his last words] But captain, to obey – just like that – for obedience’s sake… without questioning… That’s something only people like you do. 

Vervolgens schiet Vidal hem dood. Dat had hij overigens beter niet kunnen doen: even later zal hij hem hard nodig hebben.

In haar nieuwe omgeving ontdekt Ofélia al snel een andere wereld in het labyrint dat achter het huis is gelegen. Daar ontmoet ze een faun die haar vertelt dat ze een prinses uit de onderwereld is. Ze moet drie gevaarlijke tests afleggen om te bewijzen dat ze niet door haar omgang met mensen, sterfelijk is geworden.

De eerste proef – het verslaan van een gigantische pad die onder een oude boom woont – doorstaat ze glansrijk, maar bij de tweede gaat het al mis. Toch krijgt ze nog een kans: ze moet, zonder vragen te stellen, haar pas geboren broertje naar de faun brengen zodat het bloed van een onschuldige kan worden gebruikt om de poort naar de onderwereld te openen. Dit weigert ze – ook Ofelia gehoorzaamt niet om te gehoorzamen. Vidal, die haar achterna is gekomen, neemt haar haar broertje af en schiet Ofelia dood. Gelukkig is ook haar bloed onschuldig genoeg om de onderwereld te openen en terwijl de achtergeblevenen om haar rouwen, zien we Ofelia opgenomen worden in het rijk van de onderwereld.

Pan: And it is said that the Princess returned to her father’s kingdom. That she reigned there with justice and a kind heart for many centuries. That she was loved by her people. And that she left behind small traces of her time on Earth, visible only to those who know where to look.

Is de faun werkelijkheid of bestaat hij slechts in de fantasie van Ofélia? Als Vidal haar in het labyrint betrapt ziet hij de faun, die met Ofélia staat te praten, niet. Daar staat tegenover dat hij wel het krijtje vindt waarmee Ofelia haar eigen mystieke deuren kan tekenen en openen. De aluinwortel, die door de faun aan Ofélia wordt gegeven om haar moeder te genezen, wordt ook gevonden en lijkt echt te werken.

Vergelijkingen met Tolkien, Narnia  en Alice in Wonderland zijn al gemaakt. Zelf moet ik bij Ofélia’s terugkeer in het rijk van haar vader denken aan “Undine” van De la Motte Fouqué, maar dat zal wel met mijn preoccupatie met Albert Lortzing (die een opera van het sprookje maakte) te maken hebben.

Pan’s Labyrinth werd bekroond met drie Oscars, voor het camerawerk, de artdirection en de make- up. Tevens drong de film door tot de Gouden Palm-competitie van het festival van Cannes. De titel “El Laberinto del Fauno ” is in het Engels vertaald als “Pan’s Labyrinth” Waarom?

El Laberinto del Fauno literally translated means The Labyrinth of the Faun. Since in English faun (a satyr) and fawn (a baby deer) are both pronounced the same, it was believed that there would be some confusion so the English title is Pan’s Labyrinth even though the faun is not the god Pan.

Nick Hornby: High Fidelity

Nick Hornby’s “High Fidelity” is het derde boek dat ik van deze Britse schrijver heb gelezen. Eerder las ik “A Long Way Down” en “About a Boy”.

Al Hornby’s boeken zijn in een vlotte stijl geschreven en wat dat betreft lezen ze heerlijk weg, maar je vraagt je op een gegeven moment wel af waar ze nou eigenlijk over gaan. Okay, ze beschrijven typisch mannelijke obsessies en zwakke plekken, maar qua verhaallijn gebeurt er niet zoveel en dat laat me, ondanks een aantal grappige scenes, toch wat onbevredigd achter.

Hornby zelf overigens geeft dit eerlijk toe:

“Nothing happens in the books… I’m creating a person who’s a lot like the person who’s reading the books.” (Guardian Unlimited Special Report)

“High Fidelity” gaat over Rob Fleming, eigenaar van een niet al te best lopende platenzaak “Championship Vinyl”, die zojuist verlaten is door zijn grote liefde Laura. Hij probeert er wanhopig achter te komen waarom al zijn vriendinnen hem uiteindelijk verlaten en begint een zoektocht langs zijn ex-en. Dat levert hem niet veel op. Beter is het te zoeken bij zijn grote obsessie: muziek. Rob, die eerst DJ is geweest, heeft de neiging iedereen te beoordelen op zijn muzikale smaak. Zijn twee werknemers, Barry en Dick, steunen hem hierin:

(…)Dick and Barry and I agreed that what really matters is what you like, not what you are like. (p.90)

De collega’s zijn het erover eens dat je eigenlijk een potentiele nieuwe relatie een vragenlijst zou moeten voorleggen met vragen over voorkeuren op het gebied van muziek, film, boeken en TV-programma’s!

It was intended a) to dispense with awkward conversation, and b) to prevent a chap from leaping into bed with someone who might, at a later date, turn out to have every Julio Iglesias record ever made.

Het plan werd nooit uitgevoerd, maar ondertussen deinst Barry er niet voor terug om een klant die het lef heeft te vagen naar “I Just Called To Say I Love You” van Stevie Wonder de winkel uit te jagen.

(…). “Because it’s sentimental, tacky crap, (…). Now, be of with you and don’t waste our time”.

Vervolgens, als Rob vindt dat Barry te ver is gegaan:

“What harm has he ever done you?” – “You know what harm he’s done me. He offended me with his terrible taste”. – “It wasn’t even his terrible taste. It was his daughter’s”. – You’re going soft in your old age, Rob. There was a time when you’d chased him out the shop and up the road”.(p.43)

Daar zit dan ook het keerpuntje. Als Dick een vriendin krijgt die een fan is van de Simple Minds, de

(…)number one in our Top Five Bands Or Musicians Who Will Have To Be Shot Come The Musical Revolution. (Michael Bolton, U2, Bryan Adams, and, surprise surprise, Genesis were tucked in behind them) (…) (p. 124)

houdt Rob zijn commentaar voor zich en gunt Dick zijn geluk.

Alles komt goed tussen Rob en Laura, en wel op een heel onverwachte manier. En als ze samen bij vrienden van Laura op bezoek zijn komt de test: Rob mag een kijkje nemen in de platencollectie van het stel.

(…) sure enough, it’s a disaster area, the sort of CD collection that is so poisonously awful that it should be put in a steel case and shipped off to some Third World waste dump. They’re all there: Tina Turner, Billy Joel, Kate Bush, Pink Floyd, Simply Red, the Beatles, of course, Mike Oldfield (Tubular Bells I and II)….(p. 214)

Er blijft niet veel over wat je met enig zelfrespect in je platencollectie mag hebben 🙂 Dat geeft Paul, de man van het stel, ook toe en stelt dat Rob hem maar eens moet bijpraten. Rob doorstaat de test echter glansrijk:

“Each to his own, I say”.

en, achteraf,

(…)it’s not what you like, but what you’re like that’s important. (p.214)

Met een zetje van Laura kan Rob nu ook zijn carrière als DJ weer oppakken en regelt ze een fraaie promotie voor zijn winkel, die daardoor voor het eerst sinds tijden weer een behoorlijke omzet draait. Eind goed, al goed, zoals ook hoort in een  “Feel-Good” boek. Absoluut prettig leesvoer, niet meer en niet minder.