Category Archives: Uncategorized

De Varkensfabriek – "Het Spreekuur"

De Varkensfabriek bestaat uit Karim El Guennouni en Mohammed Azaay.

Dit seizoen speelt De Varkensfabriek hun nieuwe voorstelling Spreekuur. Het uitgangspunt van Spreekuur is, volgens Theaterbureau Grunfeld, de wijze waarop verschillende culturen met problemen omgaan. Het geheel speelt in een Marokkaans koffiehuis De eigenaar van het koffiehuis is overleden en zijn drie zoons vechten om de erfenis. Tarik, de oudste, wil geld verdienen door in het koffiehuis alcohol te gaan schenken en paaldansen te organiseren. Chackir wil gewoon koffie blijven schenken in de traditie van zijn vader. De gehandicapte zoon Rachid wil het geld gebruiken voor zijn heupoperatie. De drie broers zijn het over alles oneens en nemen zelfs geen beslissing over de begrafenis van hun vader, waarvoor trouwens ineens geen geld blijkt te zijn.

Tussen de bedrijven door spelen ook de tweelingzusjes een rol. En de moeder. Is vader een natuurlijke dood gestorven? Drie honden vechten om een been, maar wie gaat er mee heen? Allerlei klanten van allochtone en autochtone komaf vallen geregeld binnen, evenals, niet zichtbaar, een heuse Surinamer, die “ook gediscrimineerd wil worden, want hij ws hier eerder dan de Marokkanen”.

Alle rollen (volgens het programma 16, maar ik heb ze niet geteld) worden gespeeld door El Guennouni en Azaay. Soms nemen ze ook razendsnel elkaars rol over, waarna de ander weer in een andere rol kan kruipen. Dit alles gespeeld in een schaars decor. Een beetje te schaars, misschien, want ik was blij dat op 2 maart de zaal van het Westlandtheater niet al te zruk bezet was, zodat ik “zwart” op een betere plaats kon gaan zitten. Vanaf de mij toegewezen plaats had ik een groot deel van de voorstelling niet kunnen zien.

Karim El Guennouni en Mohammed Azaay zijn zelf Marokkaan, maar, naar ik aanneem, volledig ingeburgerd. Het was verfrissend ze alle vooroordelen die autochtone Nederlanders over Marokkanen hebben, inclusief ongeneerd discriminerend taalgebruik, zelf te horen uitspreken. Hoogtepunt was de Rap, bijna op het eind van de voorstelling. Terwijl de ene acteur de rol van doofstomme rapper speelde, verzorgde de ander al rappend de ondertiteling, hetgeen een hilarisch effect gaf.

The Fish Fall in Love

De film “The Fish Fall in Love” (‘Mahiha ashegh mishavand’) is het regiedebuut van de bijna zeventigjarige Ali Raffi. Op het Franse Aubagne International Film Festival van 2006 werd de film bekroond met de prijs voor Beste Film. Raffi bouwde zijn ervaring op in film- en televisieproducties in Frankrijk en Groot-Brittannië. Het was zijn bedoeling in deze film Iraanse vrouwen te portretteren als assertief en competent. Of dat gelukt is met het meisjesachtige gegiechel van de vrouwen in de keuken over het verschil tussen Iraanse en buitenlandse mannen weet ik niet; op mij maakte dat niet zo’n sterke indruk.

Het op zich magere verhaal ontwikkelt zich traag. Dit wordt ruimschoots goedgemaakt door de prachtige beelden, vooral overigens van het eten, zodat je zin krijgt om gelijk na de film een Iraans kookboek te kopen. Het verhaal gaat over Aziz, een man van middelbare leeftijd, die na 22 jaar terugkeert naar zijn geboorteplaats om zijn eigendommen en zijn familiehuis te verkopen. Het huis blijkt bewoond door Attieh, de vrouw waar hij in zijn jeugd verliefd op was. Aziz moest indertijd om onduidelijke redenen het land ontvluchten, uit tekeningen die hij gemaakt heeft en waarop Che Guevara, Karl Marx en Lincoln te zien zijn kunnen we afleiden dat hij waarschijnlijk om politieke redenen moest uitwijken.Attieh runt in het huis een voortreffelijk restaurant met dezelfde naam. Tooka, de dochter van Attieh (uit een ander huwelijk), is niet van plan het huis op te geven. Ze besluit het heft in eigen handen te nemen. Geïnspireerd door de Sprookjes van 1001 Nacht (waarin Sheherazade door het vertellen van verhalen uitstel en uiteindelijk afstel van executie weet te krijgen), schotelt Tooka haar moeders voormalige verloofde de meest lekkere gerechten voor om hem over te halen te blijven.Attieh denkt dat Aziz haar indertijd vrijwillig verlaten heeft en weet niet dat Aziz om politieke redenen gearresteerd is en het land moest ontvluchten, net als Touka die denkt dat haar geliefde verdwenen is en niet weet dat hij om politieke redenen in de gevangenis zit. Het onbegrijpelijke voor mij is dat dergelijke zaken toch eenvoudig uit te praten zijn – en zeker had Aziz Touka snel van haar onzekerheid af kunnen helpen – maar dan zou er waarschijnlijk weinig van de film over gebleven zijn. De onzekerheid over de bedoelingen van Aziz drijft de film voort, in stand gehouden door de geheimzinnige telefoontjes van de advocaat van Aziz.

Het beeld van de wilde forel als metafoor van mensen die tegen de stroom inzwemmen en de spiegeling tussen de arrestatie van de geliefde van Touka, de man die Aziz een lift gaf naar zijn dorp en die om onduidelijke politieke redenen wordt opgepakt, net als Aziz twintig jaar eerder zijn de kunstgrepen die de film misschien niet nodig had. The Fish Fall in Love is gewoon een melancholiek liefdesverhaal – hoe onzinnig ook – met fraaie beelden. Eigenlijk is dat meer dan genoeg.

Recensies: 

Raden naar onuitgesproken zaken

“Het zijn geen spannende verhaalontwikkelingen, maar kleine onthullingen uit het verleden waarmee Raffi stap voor stap de spanning vast wil houden. (…) Mensen die tegen de stroom inzwemmen: het is een boeiend eigentijds thema dat desalniettemin niet vaak expliciet in een Iraanse film centraal staat. Jammer dat hun geheimen net niet spannend genoeg of te voorspelbaar zijn om de hele film te kunnen dragen.”

Floortje Smit – De Volkskrant

Hoogst haalbare onder Iraanse repressie

“De film is het regiedebuut van de bijna zeventigjarige Ali Raffi (…). De oude rot had vast een prikkelender film kunnen maken, maar in de huidige Iraanse omstandigheden is The fish fall in love het hoogst haalbare. We moeten het doen met een goedmoedige film, waarin de schitterende gerechten en het schilderachtige landschap meer indruk maken dan het drama.”

Jos van der Burg – Het Parool

Ode aan sterke vrouwen

“Raffi is goed in het suggereren van al deze politieke bijbetekenissen, voor de rest drijft zijn film op de charme van de eetfilm. De gerechten zien er heerlijk uit en de liefde gaat inderdaad door de maag.”

Andr̩ Waardenburg РNRC Handelsblad

Engelstalige recensie.

 

 

 

Cats.

Cats speelt weer! Dus ik ernaar toe. Ik had vorig jaar in Hannover al een Duitstalige voorstelling gezien; nu dus een Nederlandse. Ik hoor het liever in het Engels, maar het is absoluut weer prachtig gedaan. Zo prachtig dat het eerste deel zelfs een beetje saai was, bij alle perfectie. Na de pauze werd dat een stuk beter.

Cats is eigenlijk een merkwaardig soort musical: het is gewoon een toonzetting van de gedichtenbundel “Old Possum’s Book of Practical Cats” van T.S. Eliot uit 1939. Gerrit Komrij vertaalde in 1985 de Engelstalige gedichtenbundel in ‘Kobus Kruls Parmantige Kattenboek’. Deze vertaling is ook gebruikt bij de Nederlandstalige musicaluitvoering.

Vera Mann zong een dramatisch sterke Grisabella, beetje veel vibrato in de hoogte, maar dat is een kwestie van smaak, zullen we maar zeggen. Marco Bakker, de man die van zichzelf beweert dat hij net zo makkelijk een Mattheus Passie als een operette zingt zette, vooral in de slotscene, een absoluut mooie Oom Deuteromium neer; al was zijn bewegen wat potsierlijk naast de andere zangers/dansers. Dat zal wel zo bedoeld zijn – zo jong is Deuteromium tenslotte niet meer. Gino Emnes was als Rum Tum Tugger (Tuk-stuk-rukker in de vertaling) opvallend aanwezig tijdens de hele voorstelling en Mark John Richardson was werkelijk fenomenaal als Dr. Diavolo.

Ik heb het van Cats altijd merkwaardig gevonden dat de hoofdrollen weggelegd zijn voor de losers: Grisabella en, in iets mindere mate, Oom Deuteromium zijn nou niet bepaald de rollen waar ik me mee zou willen identificeren. En de song “Memory” (in de Volkskrantrecensie vertaald als “Herinnering”) kan ik zeker niet de showstopper van het geheel noemen. De andere songs waren heel wat spectaculairder, niet in het minst door de schitterende dans en zang, die in het algemeen woordelijk te verstaan was.

 

To Sail Beyond The Sunset

Heinlein’s boek “To sail beyond the sunset” met als ondertitel “the life and loves of Maureen Johnson (being the memoirs of a somewhat irregular lady” is het laatste deel uit de “History of the Future”-serie bestaande uit “Methusalah’s Children”, “Time enough For Love”, “The Number Of The Beast”, “The Cat Who Walks Through Walls” en als laatste dus “To Sail Beyond The Sunset”.

Eigenlijk is dit boek een herschrijving van een passage uit “Time Enough For Love”, maar dan vanuit het perspectief van Maureen Johnson in plaats van Lazarus Long. De titel van het boek is ontleend aan het gedicht Ulysses van Alfred Lord Tennyson (1809-1892) waarvan een deel het motto van het boek vormt:

Come, my friends,

T is not too late to seek a newer world.

Push off, and sitting well in order smite

The sounding furrows; for my purpose holds

To sail beyond the sunset, and the baths Of all the western stars, until I die.

Heinlein’s boeken zijn als sciencefiction wellicht een beetje passé. De libertarische ideeën zijn hier en daar wel interessant, maar eigenlijk hoef je daar alleen “The Moon Is A Harsh Mistress” voor te lezen. In de History of the future-serie gaat Heinlein vooral uit van een groep mensen die genetisch zo bevoorrecht zijn dat ze extreem lang kunnen leven, zo’n honderd jaar. Deze groep is georganiseerd in de “Howard Foundation” en stimuleert dan ook de genetische zuiverheid van de familie. Trouwen en kinderen verwekken buiten de eigen clan is wel toegestaan, maar volbloed “Howard-kinderen” kunnen rekenen op een forse subsidie. Een ander interessant fenomeen in de serie boeken is het tijdreizen. De techniek hierachter wordt uitgelegd in “The Number Of The Beast”. Het leidt tot merkwaardige paradoxen, zoals wanneer Lazarus terugkeert naar de tijd van zijn eigen jeugd, verliefd wordt op zijn eigen moeder, maar deze liefde niet lichamelijk kan consumeren omdat, op het moment dat dee gelegenheid zich voordoet, hij zelf als klein jongetje op de achterbank van de auto zit! Dat hij ook de afloop van de oorlog en de beurscrash kan voor spellen is duidelijk.

Sowieso is “To Sail Beyond The Sunset” niet echt een verhaal, maar meer een gigantische flashback van Maureen Johnson op haar leven, waarin Heinlein zich eigenlijk afzet tegen een aantal normen uit de traditionele burgermaatschappij. Dat is hier en daar even schrikken, want Heinlein preekt openlijk over partnerruil, polygamie en zelfs incest. Tegelijkertijd toont hij zich conservatief door bijvoorbeeld vaderlandsliefde en de plicht om voor het vaderland te vechten in tijden van oorlog te adverteren. Ook de wekelijkse kerkgang schijnt Heinlein de normaalste zaak van de wereld te vinden.

Wat ik eigenlijk mis in vooral dit boek is wat Lazarus Long en zijn clan in de toekomst op de planeet Tertius nou eigenlijk de hele dag uitvoeren. Zoals gezegd: het hele verhaal is eigenlijk flinterdun en dialogen in het algemeen veel te lang, hoewel niet zonder humor en citaten die de moeite van het onthouden waar zijn. Zoals deze:

Free will is a fact, while you are living it. and predestination is a fact, when you look at any sequence from outside.

In dit verband schreef Heinlein in “The Number of the Beast”:

Random numbers are to a computer what free will is to a human being.

In dit soort observaties is Heinlein sterk en dat maakt het de moeite waard hem te lezen.

 

 

LibraryThing

Als jongetje was ik al zo gek op mijn boeken dat ik er zelf bibliotheekkaartjes in stak om ze te classificeren. Niet dat iemand er naar keek, en zelf wist ik natuurlijk verdomd goed wat voor vlees ik in de kuip had, maar toch. Een heel enkele keer kom ik zo’n kaartje nog wel eens tegen. Toen de computer zijn intrede deed ging ik natuurlijk mijn zaken in een bestandje bijhouden, op zijn minst wat ik gelezen had. Het aantal boeken dat ik bezit is helaas vele malen groter dan wat ik gelezen heb. Dankzij Yvette’s Inner Geek Blog ontdekte ik vandaag LibraryThing! Wow! Nu kan ik mijn hele bibliotheek online zetten. En van alles bijhouden, plus zien welke gekken er wereldwijd nog meer geïnteresseerd zijn in het soort boeken dat ik lees. Dat houdt me wel weer even van de straat!

Requiem.

Requiem is een verfilming van de geschiedenis van Anneliese Michel, een 23 jarig Duits meisje dat in 1976 in Miltenberg aan uitputting overleed na twee duivelsuitdrijvingen te hebben ondergaan. Het verhaal was al eerder goed voor een verfilming: de Amerikaan Scott Derrickson maakte in 2005 de horrorfilm “The Exorcism of Emily Rose”. In de versie van Hans-Christian Schmid is de film nauwelijks een horrorfilm te noemen, maar meer een psychologisch drama. Sandra Hüller, die de rol van Michaela Klingler speelt, kreeg voor haar hoofdrol een Zilveren Beer op het filmfestival van Berlijn.

Michaela is opgegroeid in een diep religieus gezin in het zuiden van Duitsland in de jaren zeventig. Ondanks haar zware epilepsie smacht ze ernaar haar ouderlijk huis te verlaten en te gaan studeren. Maar op de universiteit heersen andere normen dan thuis en door de vrijheid en vriendschap die ze daar tegenkomt, gaat Michaela twijfelen aan haar geloof in God, haar familie en zichzelf. Ondertussen worden haar epileptische aanvallen frequenter en heftiger, hoewel de oorzaken hiervan onduidelijk zijn. Michaela zoekt hulp bij een priester, die haar vertelt dat ze bezeten is door de duivel. Haar nieuwe schoolvrienden willen liever dat Michaela psychiatrische hulp zoekt, maar hebben uiteindelijk geen keus dan haar aan haar lot over te laten. (Plot van Filmfocus website.)
Het is een hartverscheurende film geworden, waarbij je medelijden moet hebben met Michaela die het – helaas – niet redt.
Intens goed duivels meisje. “Requiem is een kleine, intense film met een ijzersterke rol voor actrice Sandra Hüller als de breekbare Michaela die er ondanks verwoede pogingen niet in slaagt zich te ontworstelen aan de kerk en haar familie.” Bron: Annet de Jong – De Telegraaf

Je gunt haar, met haar vader en de oudere priester, die wellicht wat ruimdenkender zijn, zo dat zij haar vrijheid durft te pakken, maar is het haar epilepsie, haar strenge opvoeding of haar bewust kiezen voor een martelaarschap zoals haar voorbeeld de H. Katharina waardoor zij zich uiteindelijk overgeeft aan de exorcist? Blijft over de vraag: waarom heet de film Requiem?

Paulo Coelho – De Zahir

Laat ik maar met de deur in huis vallen: de lovende kritieken op dit boek snap ik niet. Het is, na “De Celestijnse belofte” het saaiste boek dat ik ooit gelezen heb. Het zal wel te maken hebben met de spirituele zoektocht die in het boek beschreven wordt.

Een internationaal beroemde schrijver is zo druk doende met zijn literaire werk en de plichtplegingen die dat met zich meebrengt, dat hij niet in de gaten heeft dat hij zich langzaam van zijn vrouw, Esther, verwijdert. Zij was de vrouw die hem zover gekregen had datgene te doen wat hij werkelijk wilde: een boek schrijven.

Dat boek, over een pelgrimstocht naar Santiago, beleefde een stille triomf over de wereld en werd gevolgd door een mondiale bestseller over eenjongen die op zoek gaat naar een schat. Op het toppunt van zijn roem, wanneer zij in Parijs bij hem is ingetrokken, neemt Esther het besluit oorlogscorrespondente te worden. Ze wil weten waarom de mensen niet gelukkig zijn en denkt daar achter te komen in een oorlogssituatie.

Het laatst wordt zij in Parijs gezien met een man met Mongoolse trekken. Dan is ze ineens verdwenen en verdenkt men in eerste instantie de schrijver hiermee iets van doen te hebben. Wat volgt is een lange tocht waarin hij naar zijn verdwenen geliefde op zoek is – een odyssee die hem de ruimte geeft na te denken over zijn relatie met Esther, over de liefde en over verdwijnende culturen waarin liefde een centrale plaats heeft.

Overgenomen van de website van de Noord Nederlandse Boekhandel.

Die Odyssee wordt eigenlijk al afdoende beschreven in het prachtige gedicht “Ithaka” van Kavafis, een gedicht dat ik  jaren geleden eens las, maar toen niet begreep. Nu wel en eigenlijk was het daarmee wel voldoende. Ik hoef daar niet ook nog eens zo’n 300 zweverige pagina’s voor te lezen.

Zo vraag ik mij bijvoorbeeld af: Wat is het nu dat de verteller geleerd heeft waardoor hij zijn vrouw Esther weer waardig is geworden? En waarom is het eigenlijk al goed genoeg voor haar dat hij haar achterna is gereist? Moet er niet gepraat worden ofzo? ( de reden dat ze wegging was dat er bijna niet meer gepraat werd). En de Italiaanse actrice waarmee de verteller in de tussentijd samenwoont en die toch al die tijd een geweldige partner voor hem is geweest? Wat is haar rol? Ze nemen gewoon afscheid, zonder emoties lijkt het wel. Hoeveel ze van hem houdt, ze begrijpt hem dat hij zijn “Zahir” achterna blijft jagen. Bestaan zulke onbaatzuchtige relaties? En wat is het nut van het diner waar iedereen openhartig is over zijn inkomen?

Irritant in boeken die dergelijke new-agerige filosofieën verkondigen vind ik het vage gebruik van woorden als “energie” en “liefde”.  We hebben het hierbij niet over liefde tussen man en vrouw of ouders en kinderen, maar een soort alomvattende en allesvergevende wereldliefde; we moeten van iedereen evenveel houden. De “energie” is in ieder geval niet meetbaar, alleen uitverkorenen kunnen het voelen. Dat maakt het ook zo moeilijk je er negatief over uit te spreken – je verklaart er immers mee dat je niet uitverkoren bent.  Je moet dus gewoon geloven dat er meer is tussen hemel en aarde dan wij kunnen waarnemen. Maar het is Coelho’s geloof, niet het mijne. Helaas geloof ik  maar tot op zeer zekere hoogte. 🙂

Opvallend bij dergelijke blabla – maar misschien is hier sprake van een oorzaak en gevolg-verhouding –  is het gemak waarmee dergelijke schrijvers  verzuimen zich een beetje behoorlijk te documenteren. Zo wordt de “vrouwe” vergeleken met de verschijning van een “meisje” (in plaats van Maria) aan Bernadette in Lourdes. Vervolgens wordt op pag 177 een link gelegd met de onbevlekte ontvangenis van Maria – de “zwangerschap zonder seks” volgens velen en Coelho schrijft het ze na. Dit dogma uit 1854 stelt dat Maria als enige mens (na Adam en Eva) zonder erfzonde ter wereld is gekomen (het zou anders moeilijk hebben gelegen dat zij de moeder van de verlosser was). Over dit dogma zelf geen woord; men moet op zijn minst katholiek zijn geweest om gegrepen te worden door de haarkloverijen die ermee gepaard zijn gegaan. Maar een schrijver die zich uitspreekt over de spiritualiteit van de kerk en vervolgens de faut ingaat met iets wat zonder al te veel moeite te verifiëren is, is voor mij per definitie verdacht.

Het verhaal zelf kabbelt vrolijk door. Ik heb geen structuur kunnen herkennen en me met geen der personages kunnen identificeren. Maar tot nu toe hoor en lees ik alleen maar enthousiaste geluiden dus het zal wel aan mij liggen.

Kazuo Ishiguro – Never let me go

 

Ishiguro’s roman “Never Let Me Go” (genomineerd voor de Man Booker Prize 2005, vertaald in het Nederlands door Bartho Kriek als “Laat me nooit alleen”) lijkt een roman te zijn over klonen. Kathy H., Tommy D. en Ruth zijn drie leerlingen van de elite kostschool Hailsham. Tijdens hun opleiding worden ze gestimuleerd zoveel mogelijk aan kunst (poezie en tekenen) te doen. Hun producten worden onderling verhandeld, maar ook worden jaarlijks de “topstukken” weggehaald door “Madame” (Marie-Claude) die ze, naar de leerlingen denken, verzamelt voor haar Gallerie. Dat is maar een deel van de waarheid: de leerlingen zijn kloenen, voorbestemd om in doorgaans vier ronden hun organen af te staan tot ze uitgedoneerd (“completed”) zijn. De kunstwerken moeten de “echte” mensen eraan herinneren dat de klonen ook een ziel hebben.

In een hartverscheurend relaas probeert Ishiguro hiermee wellicht een bijdrage te leveren aan de discussie over klonen, maar alszodanig is de roman wat mij betreft mislukt: Ishiguro houdt zich nauwelijks bezig met de technologie achter (therapeutisch) klonen en details over welke organen er precies gedoneerd worden (en hoe de donors daarna verder kunnen leven) worden niet verstrekt.

Wel is de roman een prachtig verhaal over vriendschap, liefde, het langzamerhand ontdekken van je lotsbestemming en vragen over het doel van je/het leven. Zoals M John Harrison het in The Guardian uitdrukt:

By the final, grotesque revelation of what really lies ahead for Kathy and Tommy and Ruth, readers may find themselves full of an energy they don’t understand and aren’t quite sure how to deploy. Never Let Me Go makes you want to have sex, take drugs, run a marathon, dance – anything to convince yourself that you’re more alive, more determined, more conscious, more dangerous than any of these characters.

This extraordinary and, in the end, rather frighteningly clever novel isn’t about cloning, or being a clone, at all. It’s about why we don’t explode, why we don’t just wake up one day and go sobbing and crying down the street, kicking everything to pieces out of the raw, infuriating, completely personal sense of our lives never having been what they could have been.

Links:

Billy Joel in Ahoy

Voor het eerst sinds 1994 weer in Nederland, dus daar moesten we naartoe! Ahoy zat vol met MijnSoortMensen (vooral qua leeftijd) en dat was terecht: Billy bood ouderwetse kwaliteit. De 57-jarige zanger-pianist-songwriter begon min of meer op tijd, zonder voorprogramma en speelde en zong ruim twee uur non-stop. Pianospelend alsof het hem geen enkele moeite kost en met een stem waarin geen moment een spoor van vermoeidheid te horen was. Na afloop nog drie toegiften. Klasse, daar kan de nieuwe generatie popsterren een voorbeeld aan nemen!

Nu even niet / wel – Maria Goos

Het stuk Nu even niet” is een eenakter over mannenvriendschap van Maria Goos uit 2001. Van de website van Theater de Veste

Vier vrienden, veertigers, ontmoeten elkaar al vijftien jaar iedere maand in hetzelfde restaurant. Ze brengen de avond gemoedelijk door met eten, drinken, praten en roken in een sfeer van ouwe jongens onder elkaar. Er geldt één belangrijke, ongeschreven regel: ze bevinden zich in de ‘zeurvrije zone’.

Dat vind ik niet echt. Er wordt hier en daar nogal melancholisch gepraat over vrouwen en over de tijd waarin hun vriendschap ontstond. Dat levert een stuk op waarin frustratie over het ouder worden het hoofdthema lijkt.

Nu even niet, fotografie © Ben van Duin

Bij binnenkomst in de zaal heb je het gevoel in het restaurant binnen te komen. Drie van de vier acteurs zitten al aan het tafeltje op een reusachtige draaischijf met elkaar te praten. De vierde komt binnen, mobiel telefonerend met zijn zich afhankelijk opstellende vrouw. Dit is gelijk de opmaat tot veelvuldig klagen over de respectieve vrouwen, die consequent als “dinges” worden aangeduid. Nu heerst onder vrouwen de mythe dat mannen onder elkaar nogal oppervlakkig kunnen lullen en in dit stuk van Maria Goos, waaraan de vier acteurs Nico de Vries, Bart Klever, Arie Kant en Har Smeets hebben meegeschreven wordt dit dan ook helaas tot in het overdrevene uitgebeeld. Gevolg: in tegenstelling tot andere stukken die ik ken van de koninging van de dialogen – Cloaca, Leef – verveelt dit stuk na tien minuten al mateloos, niet in het minst door de hier en daar wat gekunsteld aandoende tijdsvorm waarin de acteurs herinneringen uit hun verleden moeten oproepen. Het tweede deel van de double-bill is het stuk “Nu even wel”; Goos schreef dit werk als vervolg op “Nu even niet” en werd o.a. geïnspireerd door door de dood van de man van een vriendin.

Dit deel beviel mij een stuk beter. Een van de vrouwen is de weduwe van de man die in “Nu even niet” was doodgegaan; ze is erachter gekomen dat haar man de laatste twee jaar van zijn leven een minnares had en wil haar ontmoeten in het restaurant waar haar man zijn vrienden iedere maand ontmoette. Met haar zus en de vrouw van een andere man uit het vriendengroepje. Het voornemen is om de minnares te “vergeven”, maar er wordt aangestuurd op vernedering, of op zijn minst: oproepen van schuldgevoel. Niets van dit alles wordt waargemaakt en wat overblijft is de frustratie van de drie vrouwen, die zeker tien jaar ouder zijn dan Marieke, de minnares.