Bach's Weihnachtsoratorium

De Nederlandse Bachvereniging voerde olv Jos van veldhoven de eerste drie cantates uit van het Weihnachtsoratorium (BWV 248), de verzameling van zes afzonderlijke cantates die Bach als cantor van de Thomaskirche in Leipzig schreef voor de kerstdagen van 1734/1735.

Alle zes cantates in één concert uitvoeren is een vrijwel onmogelijke opgave, al wordt het ongetwijfeld wel eens gedaan. Ooit hoorde ik er vier op één avond – een hele zit. Tenslotte wordt Bach’s muziek buiten de oorspronkelijke context uitgevoerd – er werd immers één cantate per dag tijdens de liturgie gezongen.

Niet alleen had de Bachvereniging een verstandig besluit genomen door er slechts drie te doen, een goede vondst was het om de cantates af te wisselen met andere (kerst-)muziek, in dit geval “Fröhlich soll mein Herze springen” van Johann Crüger (1598-1662) en “Pastorale” in A gr.t. van Johann David Heinichen (1683-1729). Het laatste vond ik persoonlijk nogal een onbenullig werkje, maar des te imponerender kwam daarna de opening van de derde cantate weer tot zijn recht: hier sprak de meester zelf! Dit effect zou bij achter elkaar uitvoeren van de drie (of meerdere!) delen ongetwijfeld verloren zijn gegaan; er treedt toch een soort gewenning op.

Onder leiding van Van Veldhoven werd alles met vuur uitgevoerd. Soms vond ik de tempi aan de ietwat hoge kant, maar dat zal wel komen omdat ik deze muziek toch hoofdzakelijk van enigszins verouderde opnamen ken. De zeer kleine bezetting en de authentieke instrumenten gaven een prachtige rustige klank en alles klonk loepzuiver – een merkwaardig onzuivere laatste toon bij de fluiten, vlak voor de pauze, niet meegerekend. Dit mochten we ook nog eens constateren bij het toegiftje, “Es ist ein Ros entsprungen” van Praetorius: schitterend!

Bij dit alles past natuurlijk ook nog wat kritisch gezeur: had er nou niet een wat sfeervollere omgeving geregeld kunnen worden dan de akoestisch goede maar qua inrichting uiterst kille Anton Philipszaal? Aan de overkant van het Spui is de Nieuwe Kerk; voordat de Philipszaal gebouwd was speelde het Residentieorkest daar zijn concerten, om maar niet in de vreselijke Willem-Alexanderzaal van het voormalige Congresgebouw te hoeven spelen. Het geaarzel van het publiek of er nu wel of niet geapplaudiseerd mocht worden na een cantate was wat mij betreft dan ook vreselijk misplaatst: we zaten – helaas! – niet in een kerk!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *