De wet van Spengler

Tijdens mijn geregelde strooptocht door boekhandels zag ik enige tijd geleden alweer “De wet van Spengler” liggen. Het trok onmiddelijk mijn aandacht vanwege de naam “Spengler”, ik associeerde onmiddelijk met Oswald Spengler, de schrijver van het grootse “Der Untergang des Abendlandes”. Dit boek heeft mij geïnspireerd om, als daarom gevraagd wordt, de naam “Spengler” als 2e naam achter mijn internet-alias “Kuehleborn” te plaatsen, bijvoorbeeld in Second Life.
De naam trok mij dus – ja er moet toch iets zijn waarom je naar een boek grijpt. Helaas, er was geen verband, dus ik legde het terug; het boek leek mij niets.

Enige tijd later kreeg ik het voor mijn verjaardag, van vrienden die weten wat goede literatuur is. Inmiddels heb ik het gelezen en het is prachtig.

Voor de inhoud maak ik graag schaamteloos gebruik van het voortreffelijke boekverslag van docent Kees van der Pol op scholieren.com.

Samenvatting van de inhoud
Proloog
In de proloog reist de ik-verteller vanuit Roemenië naar Twente: (per vliegtuig en per trein)
Eigenlijk hoort de proloog achter deel 2. Hij eindigt met een brief van zijn nichtje Louise die graag met de verteller naar Parijs wil: zie deel II.

Deel I Masray, 1970
Dit deel geeft een aantal fragmenten uit het leven van de jonge Frederik Spengler. Hij is nog maar een jongetje van zes/zeven jaar en hij begrijpt een heleboel zaken nog niet. Zo wordt hij van school gehaald om een nieuw broertje of zusje te kunnen begroeten, maar ineens wordt er niet meer over gesproken. Ook wordt verteld over zijn zieke vader Pol (die mogelijk een echte Stradivarius had bezeten) maar hij mag niet in de kamer komen waar hij ligt. Wanneer hij toch een keer in de kamer gaat, ziet hij dat hij leeg is. Dan worden de vier broers door hun moeder op de trein gezet naar Twente, waar de grootouders Dupont hen van de trein halen. Ze hoeven niet naar school en beleven een prachtige tijd bij de steenrijke grootouders. Opnieuw zijn de hoofdstukken wat fragmentarisch: zo voert Frederik de kippen met zijn opa wat hem een leuke herinnering bezorgt ; de gewoonten van de familie Dupont zijn die van de rijke industriëlen met een flinke borrel op zijn tijd.
Opa en oma waren van de generatie die de gewoonte had vanaf vier uur ’s middags whisky’s, gin-tonics of portjes te drinken. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat werd er gerookt, opa sigaren en pijp, oma Lucky Strikes, en de asbak in de auto stond bol van de peuken en as.’
Frederik mag op jonge leeftijd ook al golfen en wanneer hij een keer met zijn bal een ruit inslaat, vindt zijn opa dat een “nice shot.” Ook is opa enigszins bezeten van de oorlog en hij laat de broers de onderduikkamer zien, waarin alles heel goed georganiseerd was en je de oorlog gemakkelijk ondergedoken kon doorbrengen.
Frederik beseft ook dat je het bloed van de Spenglers altijd in je genen blijft houden, waar je ook over de wereld heentrekt: ‘Ik kon naar de andere kant van de wereld verhuizen, in een holle boom bij de Papoea’s gaan wonen en de rest van mijn leven eiwitrijke wurmen op mijn tong laten smelten, mijn genen en ingesleten hebbelijkheden bleven me verraden’.

Na een tijdje moeten de broers weer naar huis en dan komt er toch een nieuwe baby, het broertje Boris. Daarna wordt vader weer opgenomen in een inrichting en mag Frederik een keer met zijn moeder op bezoek. Ze zijn nauwelijks thuis of vader is dood: hij is formeel van een brancard gevallen, maar gezien het aantal toespelingen van Frederik in deel II op het fenomeen zelfmoord, lijkt het waarschijnlijk aan te nemen dat vader Pol zelfmoord heeft gepleegd, omdat hij depressief was. Frederik krijgt via zijn opa Dupont tekenles van tante Eliane. Hij heeft een leuke tijd met haar en met zijn opa, die op een zeker moment ook dood gaat als gevolg van een auto-ongeluk. Na de begrafenis is de toch wat afstandelijker oma Dupont vol lof over opa. Frederik heeft behalve verdriet om het verlies van zijn opa ook verdriet over het verdwijnen van zijn vriendje Tijn. Het was zijn eerste vriendschap en Tijn moet meeverhuizen met zijn ouders. Een derde groot verdriet is het sterven van een duif van Frederik. Daarmee wordt deel I afgesloten.

Deel II begint in 2006 in Roemenië, waarnaar Frederik met zijn vrouw Gabriella is verhuisd. Julius de oudste broer komt op bezoek en alles staat in het teken van de jacht, een hobby en een tijdverdrijf waar de Spenglers zich met gretigheid aan over geven. Maar Julius voelt zich niet lekker: hij heeft steeds koppijn en van de afgesproken jachtpartij bij één van zijn zakenrelaties komt weinig terecht.
Gabriella is de dochter van een rijke, maar door het regime verdreven familie. Waar in Nederland de verhoudingen tussen baas en knecht zijn verdwenen, is die relatie in Roemenië nog steeds geldig.
Julius is bang voor een hersentumor en die vrees wordt bewaarheid. Hij wordt snel na het ontdekken ervan geopereerd en wil weer alles gaan doen. Maar de hersentumor lijkt niet de primaire tumor en die moet natuurlijk ook worden opgespoord. Frederik en Balthazar bezoeken Julius ’s nachts in het ziekenhuis: hij zegt dat hij niet bang is voor de dood en dat hij een mooi leven heeft gehad. Hij heeft een vrouw en drie kinderen. Acht weken na de operatie bezoekt
Frederik opnieuw zijn oudste broer: hij nodigt hem uit voor een jachtpartij in Roemenië, maar Julius heeft er niet meer de energie voor. Er komen steeds meer uitzaaiingen (nieren,lever, longen en hersenen) en Julius voert een ongelijke strijd tegen de kanker. Frederik wordt ook de man die moet doorgeven wie er wel en wie niet op visite mogen komen. In maart 2007 wordt Julius 50 jaar en de broers steken paasvuren af. Hij vraagt Frederik om de hoofdspeech op de begrafenis te houden. Verder wil hij wat zaken regelen rondom de erfenis en hij vraagt Frederik met zijn dochters mee te gaan naar Parijs om hen het duurste hotel en de duurste winkels te laten zien. Als teken van afscheid geeft hij zijn broer een kus en Julius doet hetzelfde. Dat was heel ongebruikelijk in de familie van de Spenglers. De mannen moeten zich altijd heel stoer gedragen. Zo is er een flashback waarin het verblijf van de broers op het Schotse eiland Kintra wordt beschreven: hier bedrijven de mannen de hertenjacht.
Frederik gaat terug naar Roemenië en wacht op een telefoontje van zijn moeder. Na haar noodoproep wil hij meteen terug naar Nederland, maar onderweg naar het vliegveld hoort hij dat zijn broer al overleden is. Wanner hij met Tine naar het mortuarium gaat om het lijk te bekijken, beseft hij pas goed dat zijn broer dood is. Hij gaat zijn speech voorbreiden, waarin hij vooral moet gedenken dat Julius heel gelukkig is geweest met zijn vrouw en kinderen. Op de dag van de crematie brengen de vier broers een eresaluut aan het lijk van Julius, waneer de lijkauto de familie komt ophalen. In moeilijke tijden staan de vier broers pal achter hun familie: de wet van Spengler.

Voorin het boek staan twee motto’s, die iets toelichten over de wet van Spengler, die aangeven dat het boek nog een diepere, filosofische laag heeft dan alleen de psychologie tussen twee broers waarvan er één aan kanker sterft. Daarvan spreekt vooral de tweede mij aan: het is vrij lang, dus ik citeer alleen het stuk waar het mij om gaat:

The Dadaïst should be a man who has fully understood that one is entitled to have ideas only if one can transform them into life – the completely active type, who lives only through action because it holds the possibility of his achieving knowledge. (Richard Huelsenbeck, En avant Dada

De filosofie zit ook in het boekje van Epiktetus waaruit Fredrik voorleest aan Tine, inmiddels de weduwe van Julius:

Niet de dingen zelf maken de mensen van streek, maar hun denkbeelden daarover. (…) Daarom moeten we wanneer we gedwarsboomd, verontrust of gekwetst worden, nooit anderen de schuld geven maar alleen onszelf, dat wil zeggen: onze opvattingen daarover. (p. 242)

De wet van Spengler lijkt te zijn dat een familie in moeilijke tijden als één blok achter elkaar staat. Dat blijkt bijvoorbeeld heel mooi bij de crematie van Julius als de overgebleven broers een eresaluut brengen aan het lijk van Julius – schitterend en ontroerend beschreven. Maar wellicht is er ook een wet van Dupont: de familienaam van de moeder die met haar wilskracht de jongens een sterk karakter heeft meegegeven:

Oma Dupont had haar zonen to hockeyen en tennissen aangespoord, mama had vechtsporten geëntameerd. (…)Mama vertrouwde niet al te veel op de medemens, zij had ervaren hoe weinig ruggengraat aanwezig was bij al die gezellige sherrydrinkers. Verder denk ik dat zij het, bij afwezigheid van een vader, wel praktisch vond dat de manlijke agressie gedisciplineerd raakte.
(…)
Iedereen die gehockeyd heeft weet dat je positie voornamelijk wordt bepaald door de moeders die op zaterdag bardienst draaien of op dinsdagavond het clubblaadje nieten.(p. 147)

Hoe zwaarder de tijden, hoe rechter mama liep. Mama had zelf altijd nadrukkelijk op eigen benen gestaan en verwachtte van ons hetzelfde. Ze zou eerder een plee schrobben dan haar ziel verkopen. Haar trots verbood haar bij wie dan ook voor hulp aan te kloppen. Wat niet wegnam dat zij ons leerde hoe we een mes en vork moesten vasthouden. Als we in het weekend of in de vakantie bij onze grootouders in de afbrokkelende wereld der grootindustriëlen belandden, hoefden we haar niet te schande te maken. (p. 150)

Toen Balthazar op het atheneum eens iets had uitgevroten, werd mama bij de rector geroepen. Ze werd binnengelaten, maar kreeg geen stoel aangeboden. De rector zat achter z’n bureau en deed uit de doeken hoe Balthazar zich had misdragen. Mama was gedwongen als een schoolmeisje voor het bureau te staan. Ze was ziedend. Een school die door zo’n ongelikte beer werd geleid kon niks zijn. De volgende dag nam ze al haar zonen van school.
Met de wilskracht van mama en de koppigheid van de Spenglers meenden wij dat wij ons lot enigszins konden vormen. (p. 152-53)

De wet van Spengler gaat daarmee ook over levensstijl, integriteit, trots, volharding. En dat alles in een boek dat heerlijk wegleest en je naar de strot grijpt door de zuivere manier waarop emoties beschreven worden.

One thought on “De wet van Spengler

  1. Pingback: Kuehleborn’s Cultural Corner of The Web » Contrapunt

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *