Contrapunt

Gelijk na het lezen van “De wet van Spengler” begon ik in Anna Enquist‘s “Contrapunt””. Een zelfde soort boek vanwege de psychologie van het verwerken van het overlijden van een geliefd familielid (in het geval van “Contrapunt” Enquist’s dochter die in 2001 bij een verkeersongeval om het leven kwam), maar heel anders vormgegeven. Enquist beschrijft herinneringen aan haar dochter aan de hand van Bach’s “Goldbergvariaties”. Bach zelf schijnt die variaties te hebben gecomponeerd om het verlies van zijn zoon Bernhard te kunnen verwerken. Daar had ik nog nooit van gehoord, maar ik neem het op gezag van Anna Enquist graag aan.

Het boek leek mij interessant, niet in de laatste plaats omdat ik zelf musicus ben en erg van Bach’s werk houd. Ik werd niet teleurgesteld.

Enquist heeft ieder hoofdstuk steeds uit drie delen opgebouwd: als eerste beschrijft ze de variatie, waarvan het begin ook in noten staat afgedrukt. Die beschrijvingen zijn soms behoorlijk technisch, o.a. door het gebruik van vaktermen – het schijnt echter dat dat voor de muzikaal ongeschoolde lezer geen bezwaar is; althans dat vond mijn literaire vraagbaak Kees van der Pol op scholieren.com, die schrijft:

De samensteller van dit leesverslag is geen expert op het gebied van muziek, maar dat hinderde niet om van de gehele compositie te genieten.

Hoewel er natuurlijk ook andere meningen zijn, bij voorbeeld die van Janet Luis in de NRC:

(…) het is jammer dat het hoofdstukjes apart blijven met een notenbalk erboven (de eerste drie maten van elk van de 32 onderdelen van de Goldbergvariaties) en soms net iets te veel theorie: de halve secunden, de neerdalende sequensen, de gepuncteerde ritmes, dubbelslagen en voorhoudingen halen de vaart uit het verhaal, zeker als je, om het wat concreter en hoorbaarder te maken, een cd met Goldbergvariaties erbij opzet.

Ja, misschien moet je die CD er niet bij opzetten, maar lekker achteraf beluisteren. Als getraind notenlezer heb ik natuurlijk makkelijk praten, maar ik had voldoende aan die eerste drie maten om mij een voorstelling te maken van de variatie (die ik als luisteraar niet heel erg goed kende) en de bijpassende beschrijving.

Daarna beschrijft Enquist een gebeurtenis uit het gezinsleven met daarin overwegend de dochter als centrale persoon. Niet zelden wordt er een parallel getrokken met de betreffende variatie, waardoor Bach’s werk bijna iets programmatisch krijgt. Laat ik wat citeren uit de NRC recensie:

Een vierstemmige fuga herinnert haar aan de vroegere vierkoppigheid van het gezin. De heldere lijnen van de derde canon doen haar denken aan haar dochter toen ze twaalf was en nog net niet in de puberteit. De onrustige noten in variatie 17 voeren haar naar de Zweedse hooiberg met ritselende muizen, waarin haar dochter ooit sliep met een vriendje.

En tenslotte volgt er vaak een bespreking van Enquist eigen gevecht met Bach’s noten, hoe studeer je zo’n werk in, wat gebeurt er allemaal met je als musicus, zelfs als je een afgestudeerd pianist bent, voor je zo’n stuk kan spelen? Een groot fragment, waarin de pianiste en de psychologe Enquist samenkomen:,

Pianospelen was biologie, fysiologie, neurologie. Je had maar een oppervlakkig idee van wat er in je hersenen gebeurde als je aan het spelen was. Je was aan het inprenten, onthouden, anticiperen. Je was aan het voelen en vormgeven. Dat wist je wel. Onder het schild van cognitieve en emotionele bedrijvigheid vonden andere, geheime processen plaats. Gebeurtenissen, met hun concrete verloop in tijd en ruimte, kon je vatten in taal, omkleden met gedachten en gevoelens. De chemische vertaling ontging je, al speelde die zich af in het centrum van je brein. De vrouw had zich verdiept in de neurochemie van het trauma. Wat zich in het leven voordeed als een ramp, luidde in de hersenen een bombardement in dat geheugencircuits, synapsen en verbindingen voorgoed vernielde. Een catastrofe luxeerde een cortisolwaterval die een destructie zonder weerga teweegbracht. Je voelde dáár niets van. Beetje trillerig misschien. Van slag. Niet alsof iemand met fileermessen in je hoofd tekeerging.

Wat kon je doen? Hoe moest je beginnen om de losgeraakte verbindingen te herstellen? Was het mogelijk om enige orde in de aangerichte chaos te bewerkstelligen?

Spelen. Pianospelen hielp. Door het moeizame, zo oplettend mogelijke, repetitieve studeren weefde de gewonde pianist geduldig aan de verbinding tussen beide hersenhelften. Elke dag weer werden er vezels toegevoegd, diep onder in de hersenen, en groeide de hippocampus, de verborgen brug die door de vloed was weggeslagen. Volledige restauratie was niet haalbaar, was misschien ook niet gewenst. De vernielingen die het trauma had aangericht bleven zichtbaar, als stille getuigen. Door het pianospelen bouwde je een loopbrug, een wankel plankier dat je in elk geval in staat stelde te midden van de verwoestingen rond te lopen en het verkrachte gebied in zicht te krijgen.

Ik heb zelf het meest van deze passages genoten, gek genoeg lees ik daar in de recensies niets over terug. Ik ben het dan ook volstrekt oneens met Alle Lansu, de recensent van Het Parool, die schrijft:

Het is op zichzelf een verdienste dat Enquist de op de loer liggende pathetiek heeft weten te omzeilen.
Maar de manier waarop ze afstand houdt door te spreken van ‘de vrouw’, ‘de moeder’ en ‘de dochter’, komt nogal krampachtig over, en is op den duur irritant afstandelijk.
Vermoedelijk uit angst voor melodrama is Enquist hier in het andere uiterste verzeild. Het levensverhaal van haar dochter blijft steken in een braaf verslag. De beschrijving van haar gevecht met de muziek verzandt in saaie technische verhandelingen.

Deze passages zijn juist ongekend persoonlijk, want Enquist geeft ons hier ruimhartig een blik in de keuken van de pianist, die ze zelf is. Dát, meer dan de muziektheorie, is wellicht voor een buitenstaander (die waarschijnlijk denkt dat musici altijd alles “zomaar” kunnen) niet te begrijpen, en moet de reden zijn dat Lansu er zo negatief over doet.

“Contrapunt” is een prachtig boek; het is trouwens ook prachtig uitgegeven. De voorkant met de hand  en de weerspiegeling daarvan in de vleugel alleen kan al aanleiding zijn tot eindeloos gemijmer over de betekenis. Het symboliseert zeker de titel van het boek (Contrapunt betekent “noot tegen noot”, het is de oude techniek van de polyfonie, waarvan Bach de laatste representant en het absolute hoogtepunt was); het symboliseert ook de weerspiegeling van de moeder in de dochter (of de band tussen die twee?). Het symboliseert wellicht ook (volgens Kees van der Pol) de relatie tussen leven en dood. Het boek zelf is niet eenvoudig samen te vatten, omdat het nogal kaleidoscopisch geschreven is; er is geen chronologie. Ook hier gaat Kees van der Pol mij weer uit de brand helpen met zijn voortreffelijk samenvatting op scholieren.com (die man moet docent van het decennium worden):

Hoofdstuk 1: Aria
De vrouw speelt de Goldbergvariaties van Bach: dit stad had ze ook al ingestudeerd toen ze kleine kinderen had. Dat is bijna dertig jaar geleden. Ze neemt nu het stuk opnieuw ter hand. Het spelen van het stuk heeft ook te maken met het oeroude motief van de relatie tussen heden en toekomst. In de Griekse mythologie komt het voor dat je met de rug naar de toekomst staat.
Zo denkt ze de aria van Bach. De eerste en de laatste aria lijken dezelfde te zijn, maar omdat er 30 variaties tussen zitten, is er toch iets met de componist en de vertolker en de luisteraar gebeurt. Het is zo als met het leven: ook iets wat hetzelfde lijkt, is het niet meer omdat de mens in de tussentijd veranderd is.

Ze heeft gelezen dat alles in het leven twee keer gebeurt: eerst als tragedie dan als klucht. Zo heeft ook de pianist Glen Gould de Goldbergvariaties twee keer uitgebracht: aan het begin en het einde van zijn leven, maar in die tussentijd is er veel gebeurd. (1955 en 1982) Hij wordt in zijn laatste optreden bijna een met Bach en daarnaast spelet wanhoop een rol. De aria van de Goldbergvariaties was ook het “liedje van haar en haar dochter” geweest. De wijze Bach had het lied ooit gemaakt voor zijn volwassen zoon Bernard die ook overleden was. Het stuk is dus een mooie schakel tussen hem, de vrouw en haar dochter, die verongelukt is.

Daarna volgen de hoofdstukken met de 30 variaties.
In elk hoofdstuk worden de muziekvariaties doorgenomen en gekoppeld aan herinneringen van de vrouw aan vooral “de dochter.”
Zo beschrijft ze o.a.:
– in variatie 1 : haar 6 jarige dochter die met een volksdansgroepje gaat meedansen
– in variatie 2 : haar 27-jarige dochter die met een vriend door de stad fietst
– in variatie 3 : d e geboorte van haar dochter die met behulp van een verlostang ter wereld moet komen en de ervaring van de vader die negen maanden later zijn kind leert kennen
– in variatie 4 : de moeite die ouders hebben dat hun afgestudeerde kind met een vriendin alleen op vakantie gaat
– in variatie 5: het gezin wordt uitgebreid met een broertje, voor wie het meisje zich ook verantwoordelijk voelt
– in variatie 6 : hoe de kinderen samen goed kunnen spelen
– in variatie 7: de kinderen wonen een concert van hun vader bij en zijn erg trots: ze roepen naar hem
– in variatie 8: in dit stuk bezoekt de dochter een therapeute die haar moet duidelijk maken hoe ze de taken in haar leven moet ordenen
– in variatie 9: de 12-jarige dochter kiest voor een heel andere school dan haar ouders willen en ze blijkt snel te wennen en vriendinnen te maken
– in variatie 10: de vakanties die ze met vrienden die ook twee kinderen (een jongen en een meisje hebben) de vier kinderen kunnen goed met elkaar opschieten
– in variatie 11: een variatie waar de moeder tegen opziet loopt parallel met een hoofdstuk waarin over sporten wordt gesproken: de zoon gaat voetballen en de dochter wil op roeien, maar vermaak en lok staan boven een gerichte prestatie
– in variatie 12: gaat over de puberteitshouding van de dochter die op school geen Latijn en Grieks maar wiskunde wil, die in d e vrije tijd niet in een verpleeghuis werkt, maar in een restaurant. Kortom, de dochter die haar vrijheid wil bevechten
– in variatie 13 wordt een bezoek aan de specialist beschreven die onderzoekt wat de toestand van de dochters stembanden is. De dochter is dan 24 jaar. Ze heeft een genetische afwijking, waardoor ze beter geen professionele zangeres kan worden; als amateur kan ze best in een band blijven zingen, maar z e moet oppassen voor knobbels op haar stembanden. Na twee jaar legt de dochter zich neer bij de situatie.
– Variatie 14: in deze passage ontmoet de moeder een vriendin van haar dochter die in retrospectief opzicht vertelt hoe populair de dochter op school was. In de voorlaatste klas was ze uit op de knapste jongen van de school en ze wist hem te versieren. Het was aanvankelijk een droompaar, dat later uit elkaar ging.
– Variatie 15 is de eerste Goldbergvariatie in mineur in het stuk. Mooi is dan de parallel te zien die in de inhoud van het leven van de dochter komt. Ze komt voor het eerst met de wrede wereld in aanraking: haar relatie raakt uit; ze hoort van slechts nieuws in haar omgeving van vrienden en vriendinnen, wil iedereen helpen, maar weet niet hoe ze het moet aanpakken. Radeloos is ook de moeder die haar dochter niet kan leren hoe je met dit soort verdriet om moet gaan.
– In Variatie 16 wordt de eerste ouverture in de variaties gegeven. Dan is er ook weer een vergelijking met de inhoud: ouverture is iets nieuws en er komt dan een nieuwe episode in het leven van de dochter: ze gaat het huis uit en gaat het huis met een paar andere meisjes bewonen. De dochter vraagt aan de moeder of ze boos is. De moeder weet dat het een stadium in het leven van elk mens is.
– In variatie 17 gaat de dochter met een vriend terug naar een adres in Zweden, waar ze vroeger met haar ouders kwam: ze logeren in een open hooiberg
– Variatie 18: de dochter heeft schulden gemaakt en de moeder maakt alles weer in orde met de bank
– In variatie 19 mag de dochter een optreden met haar band verzorgen in een concertzaal tijdens een boekenprogramma; de dochter maakt indruk zeker met een solonummer.
– In variatie 20 hoort de moeder van de zoon hoe zijn zus in een gemeenschap in Zweden woont; hij heeft met haar op de kamer geslapen en een leuke tijd meegemaakt
– In variatie 21 denkt de moeder aan haar 26-jarige dochter die soms doelbewust afstand van haar neemt. Ze meent in een andere jonge vrouw haar dochter te zien
– In variatie 22 gaan ze met zijn vieren op jonge leeftijd met de rugzak om trekken tijdens de vakantie
– In variatie 23 viert de moeder met haar tienjarige dochter het feest van het licht, Lucia. Ze bakken luciabroodjes, wat een Zweeds ritueel is.
– In de 24e variatie is het gezin op wintersportvakantie. De dochter valt en breekt haar been. De moeder moet opnieuw afscheid nemen van haar dochter , vlak voor de operatie. De dochter krijgt een pen door de knie en zal drie maanden moeten revalideren
– In variatie 25 verdiept de vrouw zich eerst in de dood van Bach: hij heeft suikerziekte (ouderdoms-) opgelopen, maar het werd in die tijd niet onderkend. Daaraan sterft hij als een Middeleeuwer. In dit hoofdstuk wordt de moeder zelf ook ziek en naar het ziekenhuis gebracht, terwijl de vader in het buitenland werkt. De dochter is zeven en moet op haar broertje passen. Ze worden wel geholpen door de omgeving (buurvrouw, schooljuf)
– In de 26e variatie is de dochter als 22-jarige voor het eerst op vakantie met een vriendin. Bij thuiskomst blijkt dat de twee vriendinnen ruzie om een jongen hebben gekregen. De dochter heeft hem gezoend, wat niet mocht van de vriendin. Het is tot een breuk tussen die twee gekomen.
– In de 27e variatie wordt de laatste canon opgenomen. De vrouw gaat met haar dochter naar de bioscoop. De moeder heeft weer zo’n gevoel van niet willen loslaten.
– Variatie 28: waarin de vrouw nadenkt over de invloed van Bach op zijn navolgers. In het leven van haar dochter en zoon is ook een belangrijk punt: ze studeren beiden af. Daarna is het feest met veel gedans en gezang. De vader en de moeder zijn trots op de kinderen. In de moeder zit reeds een gevoel van paniek.
– In variatie 29 moet de dochter na haar afstuderen nadenken over wat ze wil gaan doen: ze neemt een tijdelijk baantje, een tijdelijke minnaar en gaat daarna met vriendinnen op vakantie. In de muziekvariatie is Bach flink tekeer gegaan alsof hij een woede van een soort trauma moet afreageren. De dochter heeft ontslag genomen en gaat werken als lerares en programmamaakster op de televisie. Ze zal morgen voor de laatste keer op haar racefiets naar haar kantoorbaan fietsen. Uit het rechtbankrapport reconstrueert de moeder de dood van haar dochter: een dodehoek-ongeluk van een vrachtwagen die rechtsaf slaat, waardoor ze hersenletsel oploopt. De moeder is op vakantie op dat moment.
– In variatie 30 denkt de vrouw aan Bach die terwijl hij op reis was (zie variatie 29 voor de parallel) hoort dat zijn eerste vrouw overleden is. Daarna hoort hij dat zijn zoon Bernard ook aan een koortsaanval overleden is. Bach sluit zich op en begint aan de Goldbergvariaties. Die poging moet hem voor krankzinnigheid door zijn verdriet behoeden. De vrouw beseft dat de 30e variant er één van afscheid nemen is.
Het laatste hoofdstuk heet Aria da capo.
De vrouw is klaar met het instuderen. Ze heeft alle aantekeningen op haar muziekpapieren aangebracht: haar potloodje is versleten. Het is haar gelukt ondanks haar trauma om alles voor elkaar te krijgen. Ze moet daarbij ook denken aan de lijst met de laatste dingen die ze moest doen, nadat ze had gehoord dat de dochter dood was. ze moet al afscheid nemen van voorwerpen van haar dochter, de geur van haar is er al niet meer. Alleen in de muziek kan ze het onbeschrijflijk verlies onder woorden” brengen. In taal lukt het niet. In de allerlaatste regels gaat de moeder de laatste klanken spelen: ze gaat het voor de dochter spelen. Ze ziet het kind voor zich. “Het is ons lied”zegt de dochter en de moeder speelt.. Nu speelt ze en altijd speelt de vrouw de aria voor haar dochter.

Nu ik al zoveel bij elkaar gepikt heb voor deze bespreking wil ik graag afsluiten met nog één diefstalletje (het pleit hopelijk voor mij dat ik het steeds eerlijk toegeef): de prachtige prent die Peter van Dongen van Anna Enquist maakte als illustratie voor de NRC-recensie. Ik beschouw het als kunst.

One thought on “Contrapunt

  1. Annick

    hallo

    heb de voorbije week het boek “beluisterd” tijdens mijn autoritten, 8 keurige cd’s, een hoofdstuk tekst afgewisseld met een variatie.
    ik wist op voorhand niets van het boek of het verhaal af, maar vond het beklemmend mooi.
    ben zelf pianiste, en zet mij nu zeker aan het studeren van dit prachtig staal(tje??????) muziek.
    echt een aanrader….

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *