Geslacht

In een half lege Rijswijkse schouwburg zag ik afgelopen dinsdag “Geslacht” van Rob de Graaf, een veelbekroond toneelschrijver. Van de website van Het Toneel Speelt:

“Leuk is helemaal dat Het Toneel Speelt een stuk op het repertoire neemt van Rob de Graaf. Zijn werk Geslacht, een paar jaar geleden door het tegendraadse Dood Paard tot klassieker gemaakt, wordt nu gespeeld door Carine Crutzen en Mark Rietman op een groot toneel, geregisseerd door Ger Thijs, een van de aardigste oude knorrepotten van het Nederlandse theater. Moet een topper worden, want Rob de Graaf is goed.”

Moest inderdaad een topper worden zou je denken, maar dat werd het toch niet, althans niet voor mij. Waar het aan lag weet ik ook niet, maar het voelde allemaal niet zo natuurlijk aan, het poetische, soms gezwollen taalgebruik – zo praat je niet tegen elkaar. Hele lappen tekst in het Engels – voor mij geen probleem, maar wat zal het publiek, dat overwegend nog ouder was dan ik, daarvan begrepen hebben – en een flink stuk in het Spaans – voor mij een iets groter probleem. Blijft over het spel van de op zich goede acteurs en de sterke tekst vooral als er eens lekker sarcastisch gedaan werd, zoals wanneer Ralf zijn liefde voor Chra vergelijkt met die van een archeoloog voor een potscherf: “je kijkt naar niets maar weet dat het ooit heel mooi moet zijn geweest”.
Vincent Kouters schreef een recensie waaraan niet zoveel meer is toe te voegen, waarin hij de schuld aan de regisseur geeft. Het zou kunnen.

Dat De Graaf zijn schetsmatige personages in dit stuk op de slachtbank legt en ze zo dwingt hun grootste angsten uit te roepen, dat Geslacht bestaat uit vier door elkaar geweven monologen der wanhoop, waarin allen zich vastklampen aan het leven dat ze verafschuwen, omdat dit het enige is wat hen nog rest, dat is nog maar moeilijk te zien.

. Oh, gaat het daarover 🙂

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *