Kazuo Ishiguro – Never let me go

 

Ishiguro’s roman “Never Let Me Go” (genomineerd voor de Man Booker Prize 2005, vertaald in het Nederlands door Bartho Kriek als “Laat me nooit alleen”) lijkt een roman te zijn over klonen. Kathy H., Tommy D. en Ruth zijn drie leerlingen van de elite kostschool Hailsham. Tijdens hun opleiding worden ze gestimuleerd zoveel mogelijk aan kunst (poezie en tekenen) te doen. Hun producten worden onderling verhandeld, maar ook worden jaarlijks de “topstukken” weggehaald door “Madame” (Marie-Claude) die ze, naar de leerlingen denken, verzamelt voor haar Gallerie. Dat is maar een deel van de waarheid: de leerlingen zijn kloenen, voorbestemd om in doorgaans vier ronden hun organen af te staan tot ze uitgedoneerd (“completed”) zijn. De kunstwerken moeten de “echte” mensen eraan herinneren dat de klonen ook een ziel hebben.

In een hartverscheurend relaas probeert Ishiguro hiermee wellicht een bijdrage te leveren aan de discussie over klonen, maar alszodanig is de roman wat mij betreft mislukt: Ishiguro houdt zich nauwelijks bezig met de technologie achter (therapeutisch) klonen en details over welke organen er precies gedoneerd worden (en hoe de donors daarna verder kunnen leven) worden niet verstrekt.

Wel is de roman een prachtig verhaal over vriendschap, liefde, het langzamerhand ontdekken van je lotsbestemming en vragen over het doel van je/het leven. Zoals M John Harrison het in The Guardian uitdrukt:

By the final, grotesque revelation of what really lies ahead for Kathy and Tommy and Ruth, readers may find themselves full of an energy they don’t understand and aren’t quite sure how to deploy. Never Let Me Go makes you want to have sex, take drugs, run a marathon, dance – anything to convince yourself that you’re more alive, more determined, more conscious, more dangerous than any of these characters.

This extraordinary and, in the end, rather frighteningly clever novel isn’t about cloning, or being a clone, at all. It’s about why we don’t explode, why we don’t just wake up one day and go sobbing and crying down the street, kicking everything to pieces out of the raw, infuriating, completely personal sense of our lives never having been what they could have been.

Links:

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *