Dan Brown, de nieuwe Hubert Lampo

Een weekje had ik nodig om de 509 pagina’s van Dan Brown’s nieuwste boek, “The Lost Symbol” uit te lezen. Dat is wel iets langer dan de vijf dagen waarin ik mij in de meivakantie van 2004 door “The Da Vinci Code” heenvrat. Dat boek behandelde echter de graal en dat is een onderwerp waar ik door Hubert Lampo in geïnteresseerd ben geraakt. Over Lampo heb ik al eens geschreven, namelijk bij zijn overlijden in 2006. Lampo had, na een aantal echt sterke boeken een sjabloon gevonden waarop hij al zijn latere en steeds dikker wordende boeken modelleerde. Helaas kwam dat dikker worden de kwaliteit van die boeken niet ten goede en op het laatst (De Elfenkoningin, De verdwaalde carnavalsvierder) werden de verhalen ronduit onzinnig, maar zijn laatste boek, “De Geheime Academie” was eindelijk weer eens “een èchte Lampo”, zoals ik op 22 mei 1994 in mijn boekenschriftje noteerde. Aangezien dit boek geïnspireerd was op “The Holy Blood and the Holy Grail” van Michael Baigent e.a. ben ik een half jaartje later ook dit boek gaan lezen en ik herkende de thema’s dan ook onmiddelijk toen ik vijf jaar geleden Brown’s “Da Vinci-code” las. Er is nog even sprake geweest van plagiaat, daar heb ik op een ander weblog van mij over geschreven.

Brown’s boek had echter één nadeel, het thriller-genre spreekt mij niet zo aan. Het leest allemaal soepel weg, tussendoor pik je nog wat feitjes over de graal op (en daar was het me uiteindelijk om begonnen), maar vooral op het laatst werd ik er moe van dat steeds een ander personage de dader bleek te zijn.
Ik had dan ook geen behoefte om de andere boeken van Dan Brown te gaan lezen en was aanvankelijk ook niet van plan “The Lost Symbol” te gaan lezen.
Ik kwam ertoe door lezing van een boek over de vrijmetselarij in Leipzig: “Leipzig und die Freimaurer: Eine Kulturgeschichte van Otto W Förster”. Dit boek las ik in samenhang met mijn belangstelling voor de componist Albert Lortzing en, zo gaat dat bij mij, van het een kwam het ander.
Helaas, zoals met dat ook al eens was opgevallen bij de boeken van Nicci French en, ik moet het ook van mijn held zeggen, ook al bij de latere Hubert Lampo, heeft Dan Brown gewoon hetzelfde boek nog eens geschreven, maar dan met andere namen. Zoals “De Volkskrant” stelt in de recensie van Rolf Bos van 19 september 2009, Dan Brown heeft zichzelf geplagieerd.

Enfin, het is The Da Vinci Code goes to Washington. Brown, die in het verleden van plagiaat werd beschuldigd (hij won een aantal geruchtmakende processen), herhaalt nu zelf het kunstje dat hij zo succesvol tentoonspreidde in de besteller uit 2003. Want Mal’akh is Silas, Peter Solomon is de arme Jacques Saunière, die in het vorige boek naakt in een zaal van het Louvre lag, Katherine Solomon is natuurlijk Sophie Neveu en de vrijmetselarij is de Priorij van Sion.

Er valt wel wat over de “vrijmetselarij te leren in dit boek; de Orde van Vrijmetselaren was dan ook positief over het boek. Jeffrey Tyssens, een in de geschiedenis van de vrijmetselarij gespecialiseerd historicus, vindt echter juist dat Brown de plank volledig misslaat waar het de essentie van de vrijmetselarij betreft. Het zou kunnen.
Op pag.31 van de Engelse uitgave geeft Brown een definitie van de vrijmetselarij:

Masonry is a system of morality, veiled in allegory an illustrated by symbols.

Zoveel was mij uit het boek van Förster ook duidelijk geworden. Blijft over het verhaal.
***SPOILER ALERT***
Dat is in ieder geval zo geschreven dat ik er twee nachten wat uurtjes slaap voor heb ingeleverd. Tijdens het lezen voelde ik mij weer als in de goeie ouwe tijd als ik weer een nieuwe “Lampo” onder handen had. Symboliek, een queeste, een mentor en een sluimerende liefde – het zit er allemaal in.
Alleen voelde ik mij verraden op het eind, toen bleek dat Mal’akh eigenlijk dezelfde persoon was als Zachary Solomon, de zoon van Peter Solomon, terwijl eerder toch gesuggereerd was dat hij diens mede-gevangene was, die hij, nadat hij hem het geheim van de pyramide ontfutseld had, had vermoord. De desbetreffende pagina nog eens nagelezen – pag 222 – 223. Tja, uit niets blijkt “Inmate 37” (de latere Mal’akh) en Zachary Solomon niet één en dezelfde persoon zou kunnen zijn, maar de bedoeling van de schrijver is toch wel heel duidelijk dat je een boek lang op het verkeerde been gezet blijft, tot de onthulling op pag 448 komt. Flauw, vind ik, want Brown speelt verder in het boek de rol van alwetende verteller. Maar dat soort spelletjes is kennelijk eigen aan het genre waarin Brown verder zo succesvol is – en waar ik nu net géén liefhebber van ben. Maar, zoals bij “The Da Vinci Code”, heb ik het Dan Brown vergeven: “The Lost Symbol” is een heerlijk boek, dat je een paar uren laat leven in een andere wereld.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *