De gelukkige huisvrouw

Ook ik ging naar de gelukkige huisvrouw.  Ik had eerder geen behoefte aan “Komt een vrouw bij de dokter”, ook zo’n bestsellerfilm die met de nodige publicitaire hijgerigheid was aangekondigd en daar heb ik, denk ik na het zien van de gelukkige huisvrouw zeker te weten, niets aan gemist.

Ten eerste: ben ik nou de enige die Carice van Houten-moe begint te worden? ‘Tuurlijk, ze is best een goede actrice, ze ziet er leuk uit én ze heeft er geen moeite mee uit de kleren te gaan (en dit alles niet noodzakelijk in deze volgorde), maar na haar inmiddels bijna net zo vaak in de bioscoop te hebben gezien als Linda de Mol op televisie heb ik het wel gehad met haar maniertjes die gevaarlijk ergens tussen stoer en ordinair in balanceren.

Ten tweede: bij een bestseller weet je sowieso zeker dat het een beroerd boek betreft – anders kan nooit het volledige Nederlandse volk, dat gewoonlijk nooit een boek ter hand neemt, het willen kopen, laat staan lezen. Een goed boek is al moeilijk te verfilmen, een slecht boek kan dan eigenlijk al geen goed scenario meer opleveren. Maar daar gaat het dan ook niet om, het gaat om het publiek. Het doorsnee-publiek natuurlijk, want dat is de grootste groep. Dus wordt de enige filmster die Nederland momenteel arm is maar weer een keertje gevraagd, opent de film gelijk met een wilde seksscene in het toilet van een vliegtuig – wie droomt daar niet van – en worden wat platte grappen die iedereen kan bevatten van stal gehaald:

“U heeft uw kind in een doos gestopt?” – “Nee, mijn kind komt uit mijn doos”,

antwoordt Lea/Carice,  daarbij, om ook bij de allerdomsten onder ons de grap te laten binnenkomen, een bijpassend gebaar maken richting haar onderkant, want “doos” is tenslotte waar een bepaalde sociale laag van de bevolking sinds enige jaren het vrouwelijk geslachtsdeel mee aanduidt. Het lijkt verdorie “Ranking the Stars” wel – ook zo’n misbaksel van ons-kent-ons oh-la-la amusement. En dan durft de NRC nog te schrijven:

De film bestaat uit een ambitieuze mix van komedie, thriller en drama. De komedie komt voort uit Lea’s grote mond en stoere levenshouding. Omdat haar botte oneliners hier beter zijn gedoseerd dan in het boek, zijn ze ook geestiger; de komische timing van de film is vaak uitstekend.

Eh, juist ja, dat boek is natuurlijk van Heleen van Royen, onze overgewaardeerde nationale stoute meid. Stout zouden we natuurlijk allemaal wel willen zijn, maar er gaapt nu eenmaal een flink gat tussen dream en drive, dus zijn we braaf en lezen we er liever over vanuit onze luie stoel. Van Royen heeft dan ook met dit boek wel 300.000 exemplaren verkocht en da’s een flink aantal.

Haar motto: er is geen trauma zo pijnlijk of het mag niet recht in het gezicht worden uitgelachen

Dat schrijft Het Parool – de krant die naar mijn idee momenteel de beste filmrecensies schrijft en die verder uit de persmap weet te melden dat “De gelukkige huisvrouw” een ‘ironisch drama’ is qua genre.

Verder recenseert NRC:

De gelukkige huisvrouw is een onevenwichtige film, met een prima eerste helft en een minder geslaagde tweede.

Het tweede deel van de film, de opname in de psychiatrische inrichting, wat NRC zo mooi de “Vatersuche” noemt vind ik  juist veel ontroerender, met al die leuke groepstherapie-scènes. Alleen bestaat een dergelijke film al: “One Flew Over the Cuckoo’s Nest (1975)“, een film met meer diepgang en een verfijndere humor – helaas niet geschikt voor de would-be stouterik die het van Van Royens boeken moet hebben.
De gelukkige huisvrouw is een ironisch drama dat, volgens Parool recensent Mark Moorman, ergens tussen ‘ironie’ en ‘drama’ in een spagaat is blijven hangen. Het grootste drama is echter dat film en boek buitensporig veel aandacht krijgen; de ironie is dat de makers er wel weer goed aan zullen verdienen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *