Nick Hornby: High Fidelity

Nick Hornby’s “High Fidelity” is het derde boek dat ik van deze Britse schrijver heb gelezen. Eerder las ik “A Long Way Down” en “About a Boy”.

Al Hornby’s boeken zijn in een vlotte stijl geschreven en wat dat betreft lezen ze heerlijk weg, maar je vraagt je op een gegeven moment wel af waar ze nou eigenlijk over gaan. Okay, ze beschrijven typisch mannelijke obsessies en zwakke plekken, maar qua verhaallijn gebeurt er niet zoveel en dat laat me, ondanks een aantal grappige scenes, toch wat onbevredigd achter.

Hornby zelf overigens geeft dit eerlijk toe:

“Nothing happens in the books… I’m creating a person who’s a lot like the person who’s reading the books.” (Guardian Unlimited Special Report)

“High Fidelity” gaat over Rob Fleming, eigenaar van een niet al te best lopende platenzaak “Championship Vinyl”, die zojuist verlaten is door zijn grote liefde Laura. Hij probeert er wanhopig achter te komen waarom al zijn vriendinnen hem uiteindelijk verlaten en begint een zoektocht langs zijn ex-en. Dat levert hem niet veel op. Beter is het te zoeken bij zijn grote obsessie: muziek. Rob, die eerst DJ is geweest, heeft de neiging iedereen te beoordelen op zijn muzikale smaak. Zijn twee werknemers, Barry en Dick, steunen hem hierin:

(…)Dick and Barry and I agreed that what really matters is what you like, not what you are like. (p.90)

De collega’s zijn het erover eens dat je eigenlijk een potentiele nieuwe relatie een vragenlijst zou moeten voorleggen met vragen over voorkeuren op het gebied van muziek, film, boeken en TV-programma’s!

It was intended a) to dispense with awkward conversation, and b) to prevent a chap from leaping into bed with someone who might, at a later date, turn out to have every Julio Iglesias record ever made.

Het plan werd nooit uitgevoerd, maar ondertussen deinst Barry er niet voor terug om een klant die het lef heeft te vagen naar “I Just Called To Say I Love You” van Stevie Wonder de winkel uit te jagen.

(…). “Because it’s sentimental, tacky crap, (…). Now, be of with you and don’t waste our time”.

Vervolgens, als Rob vindt dat Barry te ver is gegaan:

“What harm has he ever done you?” – “You know what harm he’s done me. He offended me with his terrible taste”. – “It wasn’t even his terrible taste. It was his daughter’s”. – You’re going soft in your old age, Rob. There was a time when you’d chased him out the shop and up the road”.(p.43)

Daar zit dan ook het keerpuntje. Als Dick een vriendin krijgt die een fan is van de Simple Minds, de

(…)number one in our Top Five Bands Or Musicians Who Will Have To Be Shot Come The Musical Revolution. (Michael Bolton, U2, Bryan Adams, and, surprise surprise, Genesis were tucked in behind them) (…) (p. 124)

houdt Rob zijn commentaar voor zich en gunt Dick zijn geluk.

Alles komt goed tussen Rob en Laura, en wel op een heel onverwachte manier. En als ze samen bij vrienden van Laura op bezoek zijn komt de test: Rob mag een kijkje nemen in de platencollectie van het stel.

(…) sure enough, it’s a disaster area, the sort of CD collection that is so poisonously awful that it should be put in a steel case and shipped off to some Third World waste dump. They’re all there: Tina Turner, Billy Joel, Kate Bush, Pink Floyd, Simply Red, the Beatles, of course, Mike Oldfield (Tubular Bells I and II)….(p. 214)

Er blijft niet veel over wat je met enig zelfrespect in je platencollectie mag hebben 🙂 Dat geeft Paul, de man van het stel, ook toe en stelt dat Rob hem maar eens moet bijpraten. Rob doorstaat de test echter glansrijk:

“Each to his own, I say”.

en, achteraf,

(…)it’s not what you like, but what you’re like that’s important. (p.214)

Met een zetje van Laura kan Rob nu ook zijn carrière als DJ weer oppakken en regelt ze een fraaie promotie voor zijn winkel, die daardoor voor het eerst sinds tijden weer een behoorlijke omzet draait. Eind goed, al goed, zoals ook hoort in een  “Feel-Good” boek. Absoluut prettig leesvoer, niet meer en niet minder.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *