Vakantielezen

De zomervakantie ligt alweer enige weken achter mij, maar ik kan het niet laten met terugwerkende kracht te reflecteren op de boeken die ik in die periode gelezen heb. Kort, want al die boeken zijn al ruimschoots gerecenseerd; ik geloof niet dat ik daar nog veel aan toe te voegen heb.

Ik ben al een behoorlijke tijd bezig met Cryptonomicon van Neil Stephenson. Een geweldig boek, maar zo’n pittige 900 pagina’s dik. Zo af en toe wil ik weleens iets anders, en vooral iets dat ik ook uit kan lezen! Dus begon ik aan “Sonny Boy” van Annejet van Zijl. Prachtig boek. Meer een stukje kleine geschiedenis, maar werkelijk mooi geschreven. Een 8 zou ik er voor willen geven.

Na weer enige pagina’s in Cryptonomicon kwam “De Engelenmaker” van Stefan Brijs beschikbaar – mijn vrouw was er nog inbezig en al die tijd moest ik jaloers haar enthousiaste verhalen aanhoren. Inderdaad, een erg goed boek. In het begin misschien iets te soepeltjes geschreven, maar de climax op het einde is niet mis. Het verslag van Kees van der Pol op scholieren.com geeft een goede samenvatting van de inhoud. Een dikke 9. Voor het boek dan. 🙂

Inmiddels kreeg ik ook de smaak van Cryptonomicon behoorlijk te pakken en ik schoot in korte tijd zo’n 200 pagina’s op. Maar ja, “Joe Speedboot” van Tommy Wierenga lag ook al naar me te lonken. Voor een uitgebreide bespreking van dit boek kon ik weer terecht bij Kees van der Pol, die als docent op scholieren.com kennelijk zijn leerlingen aan boekverslagen zit te helpen (en daarmee het gras onder de voeten van zijn collega’s wegmaait). Over de thematiek van “Joe Speeboot””merkt hij op:

Joe Speedboot zou je heel goed de “roman van de desillusie” kunnen noemen.

Hm. Dat geldt eigenlijk ook voor mijn leeservaring. Het boek had een vliegende start en sleurde mij in hoog tempo door de pagina’s heen – ik voelde mij een beetje schuldig tegenover Neil Stephenson – maar het eind viel me een beetje tegen. Een 7,5 dus voor dit veelgeprezen boek.

Ik verdiepte mij weer voor enige honderden pagina’s in Cryptonomicon voor ik aan “Lucifer” van Connie Palmen begon. Aan dit boek kan ik, als musicus, natuurlijk niet voorbij daar het boek een sleutelroman is over de componist Peter Schat. Talloze discussies in de NRC had ik al gelezen. En natuurlijk verwijs ik nog eén keer naar Kees van der Pol, die dit boek wel bijzonder uitgebreid bespreekt.

Het leuke van Lucifer is het raden naar de personen die verder optreden. Lucas Loos is natuurlijk Peter Schat, Aaron Keller is Harry Mulisch (“Het Boek” is De ontdekking van de hemel) en Otto Griffioen is de schaker Jan Hein Donner. Maar wie is Puck? Annemarie Grewel (volgens van der Pol) of – volgens Max Pam – Connie Palmen zelf:

Voor zichzelf heeft Connie Palmen overigens het bijrolletje bedacht als de dwerg Puck Baal (“nog geen 1,30 meter hoog”), die allerlei nuchtere, maar tevens diepzinnige opmerkingen maakt. Zij is de koboldachtige nar, die al die de hysterische gekken ontleedt in hun streven naar macht en onsterfelijkheid.

Het is aardig te lezen over al het gekissebis van die kunstenaars (of het nou karaktermoord is of niet), maar als roman vond ik het toch niet zo sterk – een mager zesje. Als ik het onderwerp niet zo interessant had gevonden, zou ik het boek al na pagina 10 hebben weggelegd, en dat doe ik toch niet snel. Ik lees een boek altijd uit. Zelfs Cryptonomicon.

Al gaat dat nog even duren.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *