De niet vergeten operette leeft weer op

Onder deze kop recenseerde Kasper Jansen maandag de première van “Der Vetter aus Dingsda” van Eduard Künneke. Operette is de laatste jaren behoorlijk “uit” geweest, maar er wordt gewerkt aan een come-back! Na het ter ziele gaan van het enige professionele operettegezelschap dat Nederland arm was, de Hoofdstad Operette, en de operetteliefhebbers alleen met de “Fledermaus” van J. Strauß II en “The Mikado” van Gilbert & Sullivan een beetje hun liefde levend hebben kunnen houden, zijn er nu zowaar twee nieuwe operettegezelschapen tegelijkertijd van start gegaan: de Nieuwe Nederlandse Operette en het Nederlands Operette Theater, dat met “La vie Parissienne” van Jacques Offenbach – min of meer de “uitvinder” van het operette genre – van start gaat. De kenner ziet gelijk: er is niet gekozen voor het vaste repertoire (Vogelhändler, Gräfin Mariza), dat operette uiteindelijk zo’n slechte reputatie bezorgd heeft, maar voor stukken die men minder vaak hoort en geschreven door componisten die hun vak verstonden. Daarbij is het besluit genomen de operettes vertaald uit te voeren. Dat laatste is een keuze, waar ik persoonlijk mijn twijfels bij heb. Recensent Jansen zal niet met plezier naar zijn werk zijn gegaan toen hij van zijn baas op woensdag 30 november de première moest bijwonen. Immers, als serieus muziekrecensent hoort hij nu eenmaal bij een elite en operette wordt volgens hem gekenmerkt door “ongeloofwaardige onbenulligheid”. Zo, da’s één – nul voor Jansen. Zonder het verder toe te lichten, want veel opera’s zijn ook niet bepaald geloofwaardig. Het verhaal van “La Traviata” (Verdi) schiet mij als voorbeeld te binnen. In de volgende zin wordt operette “vederlicht muziekvemaak” genoemd. Hoe mensen “licht” en “zwaar” als waardeoordeel in de muziek van elkaar onderscheiden is voor zover ik weet nergens omschreven – dat interesseert me nou – maar zwaar is kennelijk beter dan licht. Het leven is tenslotte geen pretje. En muziek is er al helemaal niet om te vermaken. Het zal Kasper Jansen onmiddelijk zijn opgevallen dat de kaartjes “niet kuchen tijdens de voorstelling” niet op de stoelen lagen en het moet hem een gruwel zijn geweest dat de 65-plussers bij de hit “Ich bin nur ein armer Wandergesell” mee zaten te neuriën. Met nog enige citaten uit het vertaalwerk – “sinterklaasrijmelarij (…) zoals fricandeau, Bordeaux, hallo en dildo” schoffelt Jansen de operette onder de grond. Erg kort voor de kar. Een recensie is een geïnformeerde opinie. De muziekvakopleidingen hebben zich de laatste jaren kunnen pemitteren geen aandacht te besteden aan het fenomeen operette. Dat zou binnenkort wel eens kunnen veranderen. Door de overmaat aan musicalproducties de laatste jaren treedt ook daar de onvermijdelijke bloedarmoede op. Het zou wel eens kunnen zijn dat er weer behoefte aan een kunstvorm ontstaat die niet pretendeert meer te zijn dan het is. De operette komt wellicht weer in beeld en Jansen zal er vaker naar toe moeten van zijn baas dan hem lief is. Als ik hem was, zou ik me maar alvast gaan inlezen.