In memoria di me

De Italiaan Saverio Constanzo is een stijlvaste filmmaker, maar heeft hij iets te vertellen? In memoria di me bevat fraaie kloosterbeelden, maar bieden ze meer dan esthetisch genot?

Deze vraag stelde van Jos van der Burg zich in zijn Parool-recensie, en ik stelde hem gisterenavond met hem na het zien van deze film. De beelden van het Venetiaanse San Giorgio Maggioreklooster zetten een prachtige film neer, de bijbehorende soundtrack van What’s-in-a-name “Alter Ego” (practice what you preach) is uitermate spannend, maar aan het eind verlaat je de bios met lege handen.

Wat was nou de reden van Andrea om er uiteindelijk niet vandoor te gaan? Waarom kregen we al die opvallende boten (waaronder één met de duidelijk zichtbare naam “Carnival Libertá”) voorgeschoteld? Wie was de stervende in de ziekenkamer en waarom werd er zo geheimzinnig over gedaan? Waarom zat er een vrouw in de refter mee te eten? Waarom werd er überhaupt in de refter Wulpse Weense Walsmuziek gespeeld? Waarom vonden alle gesprekken met de abt achter gesloten deuren plaats, maar kan Andrea het gesprek tussen Zanna en de abt volgen – en zien dat Zanna hem een kus op de lippen drukt? Is die kus trouwens een homo-erotische suggestie of moeten we het uitleggen als een Judas-kus?

Vragen die niet beantwoord worden. Recensent Jan Pieter Ekker van de Volkskrant weet het ook niet – sowieso is hij waarschijnlijk na de eerste tien minuten in slaap gevallen, want hij heeft de film vanuit het perspectief van Fausto bekeken.

Costanzo volgt de zoekende Fausto tijdens zijn dagelijkse rituelen in het grauwe klooster.

Niks hoor, was het maar waar, want die Fausto (Nomen est Omen) was misschien geen begenadigd spreker, maar hij had wellicht nog wel iets te vertellen.

De tweestrijd van Fausto, zijn zoektocht naar zichzelf, naar pure liefde of een teken van God, verdwijnt echter allengs naar de achtergrond, doordat Costanzo van alles aanstipt en suggereert. Achter een deur aan het einde van de schemerdonkere gang klinkt gepiep en gekreun. Misschien is er wel iets van homoseksuele aantrekkingskracht ondanks de botsende karakters – de blikken van de novicen zijn onmiskenbaar veelbetekenend.

Fausto vertrekt al vrij vroeg in de film – zijn tweestrijd wordt beslist in het voordeel van zijn menselijke vrijheid – zijn Faustische Streven. Zijn onzekere preek over het verband tussen het Griekse “Psyché” en het Hebreeuwse “Nephesh” geeft aan wat hij werkelijk dacht – en het zal de oversten van de Jezuïten niet welgevallig zijn geweest. Het was het moment waarop ik nog dacht dat de film iets te vertellen zou hebben. Maar met Fausto vertrok de ziel uit de film; Constanzo heeft de verkeerde hoofdpersoon gekozen.

Het gekreun waar Ekker het over heeft klinkt misschien veelbelovend, maar het is gewoon Fausto die zich geen raad weet en in de wasruimte radeloos zijn hoofd tegen de muur bonkt. En de veelbetekenende blikken van de novicen? Misschien is het zwakke punt van de film wel dat ze allemaal als zombies uit hun ogen keken. Ik zou de titel van de film “In memoria di me” willen vertalen als: “ter nagedachtenis aan mijzelf” – de has-been Yup Andrea begraaft zichzelf levend in een klooster om een bloedeloos bestaan te leiden.

Helaas niet echt een film waarvan je wat meeneemt.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *