Mamma Mia!

Alweer drie jaar geleden zag ik de musical Mamma Mia in het Utrechtse Beatrixtheater. Ik voelde mij ernstig bekocht. Niet alleen vanwege de exorbitant hoge prijs voor een plaats die eerste rang heette, maar derde rangs bleek (er werd alleen maar eerste rang verkocht). Ook de cast, met uitzondering van Simone Kleinsma, viel zwaar tegen. Met name bij de mannen werd er matig gepresteerd.

Het geheel leek zo’n geforceerd in elkaar gedraaide musical waarvan we er veel te veel hebben omdat dat op dit moment zo goed verkoopt; bij gebrek aan eigen creativiteit was er weer eens gekozen voor een pastiche: bekende liedjes van groepen van weleer worden opgepoetst, al dan niet van een andere tekst voorzien en in een verhaal van niks aan elkaar geregen. Doe Maar, Queen en naar het schijnt zelfs de Dolly Dots hebben op deze twijfelachtige manier bijgedragen aan het musicalrepertoire.

Ik had het gevoel dat de ABBA-songs net als die van de Beatles tijdloos waren, maar in de “Mamma Mia-musical” bleef er niet veel van over. Het enige leuke was eigenlijk het publiek om mij heen, dat bij iedere bekende hit mee begon te stampen en te zingen. Het was het feest van de herkenning. Voor mij was dat feestje er pas toen na de musical de volledige cast nog even “Waterloo” zong – dát was goed.

Toen de filmversie uitkwam had ik dan ook niet verwacht er binnen twee weken tijd drie keer naar toe te zullen gaan. De trailer vond ik trouwens niet bepaald wervend. Maar ik was op vakantie in Noorwegen door het slechte weer in Oslo gestrand en wilde daar een bioscoopje pikken. “Mamma Mia” was Engelstalig met Noorse ondertiteling, en een mens moet wat.

Wat een film. In het begin, met vijf keer “Oh My God” in een minuut dacht ik nog dat ik in zo’n tienermeisjesfilm terecht was gekomen, maar het werd steeds leuker. Niet vanwege het verhaal natuurlijk, dat stelt niets voor, maar de zang en dans maken je ontzettend vrolijk.

Donna , een onafhankelijke, single moeder heeft een hotelletje op een idyllisch Grieks eiland. Ze staat op het punt om Sophie , de pittige dochter die ze alleen heeft grootgebracht, los te laten. Voor Sophie’s huwelijk heeft Donna haar twee oude hartsvrienden uitgenodigd: de praktische en no-nonsense Rosie en de rijke, meermalen gescheiden Tanya van haar vroegere backing-band ‘Donna and the Dynamos’. Maar Sophie heeft in het geheim zelf drie gasten uitgenodigd. Ze is op zoek gegaan naar de identiteit van haar vader die haar naar het altaar moet begeleiden en ze haalt drie mannen uit Donna’s verleden naar het mediterrane paradijs waar ze 20 jaar daarvoor waren geweest. In de 24 chaotische, magische uren bloeit er nieuwe liefde op en oude romances vatten opnieuw vlam op dit weelderige eiland vol mogelijkheden.

Het mag dan kitsch zijn – het is in ieder geval goed gemaakte kitsch. Al is niet iedereen dat met mij eens. Bijvoorbeeld Peter de Bruijn die in de NRC van 9 juli de film helemaal neersabelt:

Aan het einde van de film blijft de toeschouwer geradbraakt achter.

Dat mag voor De Bruijn gelden, het geldt niet voor mij en vele anderen. In Oslo was de (gigantisch grote) zaal stampvol: iedereen kwam blij buiten en de sfeer in de zaal was uitstekend. Ik heb de film later ook nog gezien in Hardenberg (of all places): er was niemand die psychische bijstand nodig had na afloop, hoewel de zaal wat duf was. In Den Haag tenslotte had ik weer allemaal blije mensen om mij heen en bij het naar buiten gaan was het publiek ongekend vrolijk.

Waarom Meryl Streep gekozen is voor de hoofdrol, blijft lang raadselachtig, of de makers moeten hebben gehoopt op het effect: kijk die Meryl Streep eens gek doen. Maar in de tweede helft van Mamma Mia! wordt alles duidelijk. De film zet dan onbeschaamd de aanval op de traanklieren in en daar is Streep als weinig andere actrices bedreven in. De scènes tussen moeder en dochter zijn het beste van de film en Streeps versie van The Winner Takes It All mag er zijn.

Helemaal mis. Meryl Streep zingt in de film verbazend goed – ik had dat niet van haar verwacht – maar met”The Winner Takes It All” heeft ze duidelijk moeite. En dat snap ik heel goed: het is een vrij lang en langzaam nummer, dat het misschien op de plaat goed doet, maar in de film, met nauwelijks een wisselend decor en Pierce Brosnan die er maar een beetje bij moet staan duurt het zo’n drie coupletten te lang. Streep beweegt wat met haar stola en haar handen, grijpt op het laatste moment naar een ordinaire uithaal waarna ze met wapperende haren de trap naar het kerkje (prachtig decor trouwens!) oprent. Daar zingt ze haar laatste noten, waarvan de allerlaatste gewoon een kwarttoon te laag geïntoneerd wordt. Ik neem het haar niet kwalijk, want het is razend moeilijk, maar als je dit de beste vertolking van de hele film vindt mankeert er iets aan je oren.

Nee, dan de dampende choreografie bij “Voulez Vous”, het vrolijke ensemble bij “Dancing Queen”, Christine Baranski’s (Tanya) “Does Your Mother Know” (vooral leuk), of “Chiquitita”, op zich een stom nummer dat in Utrecht indertijd ook lachwekkend was, maar in de film prachtig meerstemmig gezongen wordt.

Andere leuke vondsten: als Sophie de kerk inkomt, speelt de kapel in plaats van een traditionele bruidsmars een plechtige instrumentale versie van “Knowing Me, Knowing You”. Aardig gevonden, omdat het gaat over een onbekende vader, maar ook over een dochter die zichzelf nog niet kent.

Heeft de film nou opeens diepgang? Ik denk het niet; even later, als Donna “ja” zegt tegen Sam zingen alle genodigden met haar mee “I do, I Do, etc”, terwijl de priester op de buisklokken het loopje sol-fa-mi-re-do speelt, een soort parodie op Schikaneder als Papageno in “Amadeus”. Een parodie op de “Titanic” is er ook tijdens “Money, money”.

Benny Andersson en Björn Ulvaeus, het schrijversduo van ABBA, houden hun muzikale erfenis streng in de gaten. Daar staan ze tenminste om bekend.

Is dat zo? Hebben we niet ABBA-teens gehad en zijn sowieso niet al hun nummers wel op een of andere manier gecovered? Hun restrictie was dat het geen film over ABBA zelf mocht worden.

Ook bij de muziekopnamen voor de film waren ze nauw betrokken.

Ja, Benny Anderson is nog even als pianist te zien in “Dancing Queen”, in een scene die een parodie lijkt op “Herod’s Song” uit Jesus Christ Superstar.

Hoe ze dit resultaat vervolgens hebben kunnen laten passeren, is dan ook een raadsel van formaat.

Ze zullen blij zijn geweest met dit resultaat, en niet alleen vanwege het (financiële) succes. De meeste songs klinken nu veel eigentijdser georkestreerd en de zang is, gegeven het feit dat het eigenlijk acteurs zijn en geen zangers, zeker niet slecht.

Vooral Brosnan brengt een geluid voort dat soms door merg en been gaat.

Okay, dat is waar. Vooral in “SOS” moet Brosnan de hoge tonen uit zijn tenen halen. Je ziet de aderen in zijn hals opzwellen. Maar bedenk dat de ABBA songs voor vrouwenstemmen zijn geschreven en dat dat voor een mannenstem onvoorstelbaar hoog is. Brosnan is wellicht vocaal de zwakke schakel, maar het pleit voor hem dat hij gewoon zelf zingt – het was zo makkelijk geweest om een stand-in te huren voor het vocale werk. In Nederland is het niet ongewoon dat als de zanger op een avond wat minder gedisponeerd is er een tape meeloopt. En, zoals ik in een eerder stuk al schreef, zo geweldig vind ik de Nederlandse musicalzangers niet.

Ik vond “Mamma Mia” een erg leuke film. Al moet ik toegeven dat ik schrok van het aantal blunders dat ze kennelijk gemaakt hebben, zoals blijkt uit de door mij graag geraadpleegde IMDB-website. Het mag de pret niet drukken.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *