Familie Avenier lijdt aan lengte

In de Amsterdamse Stadsschouwburg zag ik zaterdag 1 november 2008 de (voorlopig?) één na laatste voorstelling van Maria Goos’ “Familie Avenier” – vier delen in één marathon-voorstelling.

DE GESCHIEDENIS VAN DE FAMILIE AVENIER
Een vierdelig feuilleton over een middenstandsfamilie in het Brabant van de twintigste eeuw.

De Tweede Wereldoorlog is pas tien jaar geleden geëindigd. De opbouw van Nederland is begonnen. We zitten diep in de Jaren Vijftig. De ontdekking van de wereld (deel 1) speelt tijdens Oud en Nieuw. We zien de familie op de dag en de avond dat het jaar 1955 zal overgaan in het jaar 1956. In de voorkamer liggen opa en oma in een groot bed. Te sterven? Of hebben ze gewoon geen zin om op te staan? In de winkel moet Jan van zijn vrouw op deze laatste dag van het jaar alle openstaande rekeningen innen. Aan de overkant van de straat zijn in het café – dat uitgebaat wordt door de dochter van de familie en haar man – jazzmuzikanten komen binnenwaaien. Op weg naar Parijs maar gestrand door autopech. Als de klok twaalf uur slaat, zingt de familie het Wilhelmus. Voor het eerst worden ze begeleid door een grammofoonplaat. De plaat blijft hangen. Iemand valt uit bed op de grond.

Het tweede deel, De ontdekking van de ziel, speelt vijftien jaar later. Er is veel gebeurd in de familie en de Nederlandse samenleving is compleet veranderd. In Rotterdam is in navolging van Woodstock het legendarische popfestival Kralingen aan de gang. De meeste buurtkruideniers hebben het verloren van de grote supermarkten. Steeds meer mensen kopen een wasmachine. De gastarbeiders komen massaal. De NVSH (Nederlandse Vereniging voor Sexuele Hervorming) geeft druk bezochte cursussen in vrijen en partnerruil is iets wat je ten minste één keertje moet hebben geprobeerd. Er schijnt zelfs zoiets te bestaan als een zelf, dat wat je echt bent en daarnaar is iedereen naarstig op zoek. Naar zelfverwerkelijking. De samenleving emancipeert en polariseert. En de familie Avenier probeert het spoor niet kwijt te raken.

Het is 1985. In deel 3 IK woont de familie niet meer in dezelfde straat of om de hoek. Maar op de camping heeft een aantal familieleden een vaste standplaats met daarop een caravan. Mohammed is teruggegaan naar Marokko, Bert werkt in de politiek en Janus heeft de handel in aandelen ontdekt. Anneke is getrouwd met de oom van Mohammed. Ze hebben net een baby gekregen. Het gaat de familie financieel voor de wind. Maar er klopt iets niet.

Het slot van de familiegeschiedenis WIJ, speelt in het jaar 2000. Rita zit in het verpleegtehuis. De familie komt op nieuwjaarsdag langs. Zij verkeert voor het grootste deel van de tijd in haar eigen wereld. Soms verwart ze tijden en mensen. De geschiedenis van de familie Avenier wordt opnieuw geschreven.

De stukken van Maria Goos kunnen in het algemeen op een goede pers rekenen. Simon van den Berg rekent in het Parool van  17 maart jl de stukken van Goos tot “de kwalitatieve top van het ‘Nieuw Burgerlijk Toneel’: goed geschreven stukken over herkenbare personages in herkenbare situaties met wie je kunt meevoelen en om wie je kunt lachen.

Tja, ik ken aardig wat stukken van Goos en ik heb er altijd wel van genoten. Ik ging dan ook vol verwachting naar de marathon toe. Teleurgesteld? Ja, eigenlijk wel. Deel 1 en 2 waren redelijk tot goed, deel 3, volgens Van den Berg “verreweg het beste deel van de serie” vond ik persoonlijk iets te kluchtig.

Eigenlijk vond ik Goos op haar best in het prachtige vierde deel. Rita Avenier, de “mater familias” neemt afscheid van har leven en alle belangrijke personen komen nog eens langs om afscheid te nemen. Vooral in het begin zitten hier prachtige dialogen. Helaas overspeelde Goos daar haar hand door het veel te lang te maken: behalve de belangrijke personen kwamen ook de onbelangrijke personen langs – echt alle draden die in het stuk waren uitgezet moesten in deel vier afgestikt worden. Dat betekende dat je toch een beetje op je klokje ging zitten kijken. In de zaal uitte het zich doordat steeds meer mensen hinderlijk begonnen te kuchen.

De acteurs Carine Crutzen, Marisa van Eyle, Tjitske Reidinga, Peter Blok, Marcel Hensema, Gijs Scholten van Aschat, Sarah Jonker, Guy Clemens, Nasrdin Dchar, Fockeline Ouwerkerk, Thomas Cammaert, Khaldoun Elmecky (min of meer de vaste kern om Maria Goos) zetten onder de regie van Jaap Spijkers een voortreffelijke prestatie neer, hoewel ook zij niet in staat waren de bovengenoemde zwakke punten in het stuk weg te acteren. Geniaal vond ik Tjitske Reidinga, die in deel 3 te horen krijgt dat haar broek trekt in haar kruis. Terwijl de handeling van het stuk ergens anders op het toneel doorgaat, zie je Reidinga een kleine one-woman show opvoeren waarin ze zichzelf lichtelijk beteuterd in de ruit van een caravan spiegelt om te kijken of het echt zo ernstig is als zonet gezegd is. Werkelijk zeer komisch.

Met zo’n geweldige cast grote acteurs en de geweldige toneelschrijfster die Maria Goos is zou er van dit Burgerlijk Epos een geweldige toneelmiddag en -avond moeten zijn gemaakt. Wat mij betreft had Maria Goos bij het schrijven van dit stuk helaas meer ambitie dan goed voor haar is – of op zijn minst goed is voor het burgerlijke publiek, waartoe ik mijzelf ook reken. Een uurtje minder tekst, vooral in het laatste deel, zou de spanning beter hebben vastgehouden.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *