Les Miserables

Afgelopen zaterdag ging ik in het Nieuwe Luxor naar “Les Miserables“. Les Miserables (“Les Mis“) is de musical die in Nederland de musicalgekte op gang bracht. Ik moet altijd denken aan toen ik deze musical indertijd voor het eerst zag – was het 15 jaar geleden? – in het Amsterdamse Carré. Het was echt iets totaal anders: waren de musicals tot dan toe toneelstukken met hier en daar een liedje, nu was het één doorgecomponeerd geheel en het tempo waarin het verhaal werd ontwikkeld lag zo hoog, dat ik het gevoel had dat ik mijn veiligheidsgordels moest omdoen om rustig in mijn stoel te kunnen blijven zitten.

Over de overproductie aan musicals die daarna op gang is gekomen en met name de kwalijke gevolgen voor de kwaliteit van de musicals heb ik al een paar keer eerder op dit blog geschreven, maar dat doet natuurlijk niets af aan de kwaliteit van Les Mis zelf. Dus ik wilde het nog wel eens zien.

Ook nu weer had ik het gevoel mijn veiligheidsgordels om te moeten doen, maar vooral omdat ik alleen nog maar een plaatsje hoog bovenin het Luxor theater kon bemachtigen en een beetje met mijn hoogtevrees  moest zien om te gaan. Aan het veel hogere tempo ben ik inmiddels wel gewend.

“Les Miserables” is eigenlijk een Franse musical, maar in Frankrijk is het werk geheel geflopt. Merkwaardig. Uit de tijd van de cassetteband – het lijkt een eeuwigheid geleden – heb ik nog een opname van de (veel kortere) Franstalige versie. Daarop hoor je dat de muziek geschreven is voor de typische Franse zanger met een veel slankere stem. René van Kooten moest in “Bring Him Home” (“Breng hem thuis”) behoorlijk met zijn kopstem werken om de hoge tonen te halen. Erg geloofwaardig kwam dat toch niet over voor het sterke karakter dat hij in het stuk moet neerzetten. René van Kooten valt hier niets te verwijten: idiomatisch schrijven voor de stem is bij veel musicalcomponisten, die in de eerste plaats vanachter de piano hun “catchy tunes” bedenken, het zwakke punt.

Een zwak punt van deze voorstelling vond ik de verstaanbaarheid van de tekst. Waarom vertalen als je het toch niet kunt verstaan? Doe het dan in de originele taal en geeft boventiteling, zoals in de opera.

Verfrissend vond ik dat dit keer de mannenrollen opvallend sterk bezet waren. De vrouwen waren, met uitzondering van Nurlaila Karim die Fantine zong, helaas minder – vooral minder fraai, want met de zuiverheid van de noten was (op één merkwaardige uitzondering na) niks mis. Het geforceerde “belten” dat in de musicalzang standaard is geworden is een kwelling voor mijn gehoor en het irritante gekir van Eponine (Céline Purcell, die me enige jaren geleden bij “Mama Mia” ook al in negatieve zin was opgevallen) is vooral geschikt om “brand, brand!” mee te roepen. Het decor was eigenlijk opvallend simpel maar effectief: alleen een draaischijf die snelle scene-wisselingen mogelijk maakte.

Een laatste woord van lof voor het orkest, dat prima speelde. Vijftien jaar geleden was het orkest vooral een goed geprogrammeerde machine die, ondanks een waardeloos dirigerende dirigente alle overgangen moeiteloss, maar levenloos nam. De dirigent die het nu leidde (Thomas M?) had meer grip op het geheel en wist het orkest echt te laten begeleiden, om niet te zeggen: musiceren. En zhoort het ook.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *