Jeugdtheaterschool Rabarber speelt “Sjakie”

Tweede kerstdag was de première van “Sjakie en de Chocoladefabriek” door theaterschool Rabarber. Nu zijn we wat betreft dit leuke verhaal van Roald Dahl enigszins verwend door twee verfilmingen (1971 en 2005), dus het was erg spannend om te kijken wat daar in een theatervoorstelling van overblijft.
Het viel me zeker niet tegen, al zou je me ervan kunnen beschuldigen dat ik bevooroordeeld ben, omdat Roosmarijn erin meespeelt – als Oompa-Loompa. Maar de jeugdige spelers wisten uitstekend raad met hun verschillende rollen en, in het geval van de vertolker van Willie Wonka, flinke lappen tekst. De transformatie van Violet Beauderest in een bosbes was misschien het minst geslaagd, omdat dit gewoon te lang duurde, maar daar stonden talloze leuke vondsten van regisseur Wim Serlie tegenover, zoals de eekhoorntjes-scene.
Met elf voorstellingen tussen 26 en 31 december (twee per dag, behalve oudejaarsdag) en alles in een uitverkocht Spuitheater, heeft Rabarber een gouden greep gedaan met dit stuk.

Nothing Personal

Nothing Personal is het debuut van de Pools-Nederlandse regisseuse Urszula Antoniak en won vier prijzen op het filmfestival van Locarno. Daarna won de film ook nog eens vier gouden kalveren in de categorieën beste lange speelfilm, regie, sound design (Jan Schermer) en camera (Daniël Bouquet) op het Nederlands Film Festival.

De jury omschreef Nothing Personal als „een speelfilm die van begin tot eind wist te boeien en te ontroeren, en die een verpletterende indruk achterliet”. Regisseur Antoniak had spanning en humor perfect in balans gebracht; ze verstond „de kunst niet alles uit te willen leggen” en toonde het „artistieke lef zaken weg te laten”. (NRC 2 oktober 2009)

Ik ernaar toe, dus. En laat ik zeggen dat ik het iets teveel lof voor deze film vind. Ronduit prachtig vind ik de scene, bijna aan het slot, waar uiteindelijk de poster van gemaakt is. Die poster, ontwerp van Joost Hiensch & Susanne Keilhack / Shosho, is trouwens ook genomineerd voor de negende cinema.nl afficheprijs. Het decor is ook schitterend, de film is voor het grootste deel geschoten in Galway, Ierland. En het openingslied uit Schubert’s “Winterreise” speelt als een leidmotief door de film heen – dan moet je wel van beton zijn om niet geraakt te worden. Maar verder vind ik het toch allemaal wat gezocht.
Anne (Lotte Verbeek) is door haar stukgelopen huwelijk ernstig beschadigd geraakt en besluit in Ierland rond te gaan zwerven om haar verleden achter zich te laten. Naar mijn idee duurt die inleiding veel te lang; na haar te zien tobben met liften, eten uit een afvalbak en een tentje op en af breken in de permanent aanhoudende regen, stuit ze bij toeval op het huisje van de weduwnaar Martin (Stephen Rea), die het leven van een kluizenaar lijkt te leiden. Hij biedt haar eten en onderdak aan in ruil voor werken in de tuin. Anne’s voorwaarde: geen persoonlijke vragen.
Zoals te verwachten zie je ze langzaamaan naar elkaar toegroeien, tot er een soort verstandshuwelijk ontstaat. Er komt een moment dat Anne niet meer buiten eet, maar bij Martin aan tafel, ze gaat zelfs voor hem koken en hij geeft haar een walkman – zo’n ding uit de prehistorische tijd waar je cassettebandjes in kunt afspelen – met operamuziek. Ze maken ook grapjes tegen elkaar, maar “het” komt er niet van; “talent weet wanneer het moet ophouden”, zoals Antoniak Martin laat zeggen. Nou ja, dat is natuurlijk een keuze die de grens trekt tussen Feelgood en Arthouse en des te mooier is dan ook de scene die ik eerder al noemde – de scene na Martin’s dood als Anne naakt tegen zijn in een laken gewikkelde dode lichaam aan kruipt. Maar het hele gegeven is verder nogal ongeloofwaardig – wat zal Martin bewogen hebben sympathie op te vatten voor de aanvankelijk tamelijk hysterische Anne? Wat het verhaal is dat Antoniak heeft willen vertellen is me niet duidelijk geworden, maar daar hebben we het dan maar verder niet over. Een mooi plaatje heeft het in ieder geval opgeleverd.

Wereldband met “Kopmannen”

Vrijdagavond in Theater Warenar in Wassenaar naar de Try-Out van “Kopmannen” geweest, door de Wereldband. Ik hoorde pas voor het eerst van de band op de Parade, afgelopen zomer (30 juni 2009), toen ik ze op het veld het volgende kunstje zag vertonen:

Ieder speelt een instrument dat door een ander wordt vastgehouden, maar wat hij door een of ander handicap zelf niet kan spelen; de lamme helpt de blinde. Wat een stel malloten, dacht ik en kocht een kaartje voor de voorstelling. Zelden zo gelachen. Dus gelijk de speellijst opgezocht voor dit seizoen.
Non-stop humor door zes multi-instrumentalisten die al die instrumenten ook nog eens bekwaam bespelen en ludiek weten om te gaan met zaken waarvan je als musicus nooit gedacht had dat ze ook nog konden, zoals een Slagerij van Kampenachtige compositie voor slagwerk spelen op de onderkant van een ziekenhuisbed. Of een renaissance-chanson op uiterst komische wijze (maar desalniettemin loepzuiver) gezongen – wie zei dat oude muziek saai was? Een Topband, een Wereldband. Weten we gelijk waar de naam vandaan komt.

Partir

Samen met haar man , een succesvol chirurg, brengt Suzanne in harmonie en luxe haar dagen door. Toch mist ze haar vroegere werk als fysiotherapeute. Na de nodige overtuigingskracht helpt hij haar bij het opnieuw opstarten van een praktijk. Haar leven wordt volledig overhoop gegooid met de komst van een klusjesman, die wat bouwwerkzaamheden verricht. Een instinctieve liefde dringt zich op. De aantrekkingskracht tot hem is zó sterk dat Suzanne haar perfect uitgestippelde leven achter zich laat en hem volgt in een passioneel avontuur. Haar man weigert zich neer te leggen bij de nieuw ontstane situatie. In zijn frustratie en onwil om zijn verlies te nemen, besluit hij alle registers open te trekken om zijn vrouw, die hij beschouwt als zijn eigendom, weer terug te krijgen.

Aan het begin van de film zie je Suzanne uit bed stappen; ze loopt haar huis in, maar je ziet niet waar naar toe. Dan klinkt een schot. Zelfmoord?
De rest van de film wordt ernaar toe gewerkt om uit te leggen hoe het zo gekomen is – en of ze inderdaad zichzelf van het leven heeft beroofd – het antwoord is nee.
Maar daar is wel een tamelijk ongeloofwaardig scenario voor nodig en dat is toch wel jammer, want een film over het er vandoor gaan met een ander is toch voor velen uit het leven gegrepen. Helaas – er is teveel naar een dramatisch einde gewerkt en effectfilms zijn er al genoeg.

Julie & Julia

Een halve eeuw nadat Julia Child “Mastering the Art of French Cooking (1961)”, een culinair standaardwerk, heeft geschreven, besluit dertiger Julie Powell om alle recepten van Child in een jaar tijd te koken en te becommentariëren op haar blog.

Er zijn verschillende redenen te bedenken waarom je deze film moet zien. Mijn vrouw wilde hem graag zien omdat ze een fan is van Meryl Streep. Ik wilde de film graag zien omdat ik een fan ben van bloggen. Samen houden we van lekker eten en dat maakte dat we er alle twee wel naar toe wilden.

Regisseur Nora Ephron maakte eerder al “You’ve “Got Mail” (1998) en dat was een film over een relatie die ontstond per e-mail, in ieder geval in Nederland in die tijd iets waar nog niet iedereen aan was. Bloggen is anno 2009 wellicht niet echt nieuw meer, maar ik vind het opvallend dat Ephron eigenlijk weer een “nieuwe media”-film gemaakt heeft. Het is gewoon een gezellige, pretentieloze film met een lach, een traan en een happy end.
Meryl Streep is erg goed volgens de recensies en ik schrijf het hier graag over. De anderen komen er volgens diezelfde recensies minder goed vanaf, wat vooral aan het script zou moeten liggen. Dat schrijf ik hier niet over. Streep trok uiteraard nogal de aandacht met haar bijna karikaturale rol. Daar verbleken andere karakters wellicht bij, maar dat maakt ze nog niet minder belangrijk. Dat kan eigenlijk ook gezegd worden van de mannen, die op de achtergrond hun naar een doel zoekende vrouwen liefdevol blijven bijstaan – een korte crisis daargelaten.
Julie & Julia is een prettige voel-goedfilm, zonder diepere betekenis of boodschap, maar die je toch vol goede voornemens naar huis stuurt. Al is het maar het voornemen om weer te gaan bloggen.

Elton John in Ahoy

Elton John is zo’n zanger waar ik weliswaar geen “fan” van ben, maar waar ik de muziek graag en vaak van beluister. Ik maakte kennis met zijn muziek via de beruchte “Alle 13 Goed” serie, waar “Your Song” en de “Border Song” op stonden. Heerlijke songs, die ik vaak als losse track beluisterde (ipv de hele kant verzamelbagger af te luisteren). Mijn waardering groeide toen ik als dirigent/pianist met een koor “Candle in the Wind” uitvoerde, in de versie die we bij de uitvaartdienst voor lady Diana konden beluisteren. Een op het oog en oor technisch eenvoudige piano-partij, die echter net die “touch” vraagt die Elton John als vanzelfsprekend heeft – daar kom je pas achter als je het zelf probeert te spelen. Respect voor die man!

Elton John’s “Red Piano” concert kreeg ik dit jaar als verjaardagscadeau van mijn vrouw. Het verhaal achter de Red Piano is flinterdun: “de tour heet ‘red piano’ omdat het over liefde gaat ennuh…omdat de piano rood is” expliceert Elton John ergens in het concert. Ook de toelichtingen bij sommige songs sloegen nergens op, om van de soft-erotische video-clips op de achtergrond nog maar te zwijgen. Het decor, met opblaasbare bananen bij het nummer “I’m Still Standing”, gaf een hilariteit die niet op zijn plaats was.
Gelukkig heeft hij meer verstand van muziek.
Hij zong hoofdzakelijk zijn oude hits en dat deed hij goed. De stem is wat minder hoog geworden, maar dat liet hij slim hier en daar overnemen door de leden van zijn band – op de keyboardspeler na, allemaal oude Rockers met afgeleefde koppen. Maar dat deed niets af aan het bruisende karakter van de muziek. Elton’s pianospel is gewoon solide en bij nummers als “Nikita”, waar hij min of meer alleen speelde (terwijl het origineel een vollere bandbezetting heeft) weet hij in zijn eentje de hele begeleiding in te vullen. Ook schitterend pianospel bij zijn, wat mij betreft “ex aequo”, mooiste song, “Sorry Seems to be the Hardest Word” – damn, zat zó geconcentreerd te luisteren dat ik wéér de cam te laat heb aangezet.

En natuurlijk: “Your Song” als laatste. Ooit heb ik hem dat op TV live zien afraffelen – begrijpelijk, hoe vaak zal hij dat gezongen hebben, want van zo’n hit kom je nooit meer af. Nu deed hij dat met een concentratie alsof hij het net gisteren gecomponeerd had:

Je zou eigenlijk hopen dat hij dat in een kleiner zaaltje met een intiemere sfeer zou doen. Elton unplugged – dat zou wel eens hoge kunst kunnen zijn.

Alfred Jodocus Kwak

Zondag 4 oktober bij het Residentie-orkest: Herman van Veen’s Alfred Jodocus Kwak. De eerste uitvoering dateert uit 1978, met Herman van Veen. Van Veen zat dit keer in de zaal en zag zijn fabel over de eend die het opnam voor de Zonderwaterlanders en zelfs durfde opstaan tegen de koning dit keer verteld door Max Douw, mmv Gaëtane Bouchez, Boy Ooteman en het Groot Waterlands Symfonieorkest olv Josep Vicent.

De zaal zat vol kinderen, die maar al te zeer bereid waren het “Kwek, kwek, kwek, we zijn wel goed maar we zijn niet gek” voluit mee te zingen. Maar ook voor mij, als oudere jongere, was er genoeg te genieten. Er waren kleine wijzigingen aangebracht, ook hier en daar geactualiseerd, en het Residentieorkest speelde fraai. Echt moeilijk zullen ze het met de noten niet gehad hebben, maar ze moesten wel vanachter uit de zaal – uit het hoofd spelend nog wel – opkomen, en dat zijn toch zaken die je van een klassiek symfonieorkest niet verwacht. Ontzettend goed dus dat het orkest zich ook voor een dergelijk project wil inzetten – daarmee leg je ongetwijfeld een basis om kinderen later de concertzaal in te lokken, of minstens de afstand tussen kunst en popcultuur te verkleinen.
Foto’s en Kwaklog.
Filmpje op YouTube.

Departures

Een schitterende film, ik kan niet anders zeggen. Ook al vaak gerecenseerd; op filmtotaal, De Gooi- en Eemlander, de NRC, What About Movies en de iets minder positieve recensie van MSN Filmfocus.

Daigo Kobayashi is een getalenteerde cellist wiens orkest plotseling wordt ontbonden. Wegens geldgebrek besluit hij met zijn verloofde Mika terug te keren naar zijn ouderlijk huis in zijn geboortedorp. Daar vindt hij door een typefout c.q. misverstand werk bij een uitvaartbedrijf: het is ‘een baan die veel reizen met zich brengt’. In Japan wordt gewoonlijk neergekeken op uitvaartverzorgers, en Daigo’s omgeving reageert dan ook weinig enthousiast op zijn nieuwe loopbaan. Desondanks raakt hij steeds meer bedreven in de officiële rituelen en steeds meer gesteld op zijn werk als portier tussen leven en dood.

Geslacht

In een half lege Rijswijkse schouwburg zag ik afgelopen dinsdag “Geslacht” van Rob de Graaf, een veelbekroond toneelschrijver. Van de website van Het Toneel Speelt:

“Leuk is helemaal dat Het Toneel Speelt een stuk op het repertoire neemt van Rob de Graaf. Zijn werk Geslacht, een paar jaar geleden door het tegendraadse Dood Paard tot klassieker gemaakt, wordt nu gespeeld door Carine Crutzen en Mark Rietman op een groot toneel, geregisseerd door Ger Thijs, een van de aardigste oude knorrepotten van het Nederlandse theater. Moet een topper worden, want Rob de Graaf is goed.”

Moest inderdaad een topper worden zou je denken, maar dat werd het toch niet, althans niet voor mij. Waar het aan lag weet ik ook niet, maar het voelde allemaal niet zo natuurlijk aan, het poetische, soms gezwollen taalgebruik – zo praat je niet tegen elkaar. Hele lappen tekst in het Engels – voor mij geen probleem, maar wat zal het publiek, dat overwegend nog ouder was dan ik, daarvan begrepen hebben – en een flink stuk in het Spaans – voor mij een iets groter probleem. Blijft over het spel van de op zich goede acteurs en de sterke tekst vooral als er eens lekker sarcastisch gedaan werd, zoals wanneer Ralf zijn liefde voor Chra vergelijkt met die van een archeoloog voor een potscherf: “je kijkt naar niets maar weet dat het ooit heel mooi moet zijn geweest”.
Vincent Kouters schreef een recensie waaraan niet zoveel meer is toe te voegen, waarin hij de schuld aan de regisseur geeft. Het zou kunnen.

Dat De Graaf zijn schetsmatige personages in dit stuk op de slachtbank legt en ze zo dwingt hun grootste angsten uit te roepen, dat Geslacht bestaat uit vier door elkaar geweven monologen der wanhoop, waarin allen zich vastklampen aan het leven dat ze verafschuwen, omdat dit het enige is wat hen nog rest, dat is nog maar moeilijk te zien.

. Oh, gaat het daarover 🙂

Omroep C niet op TV

PERSBERICHT
Rotterdam, 31 maart 2009
Omroep C niet in het publieke bestel, slaat andere weg in
Ruim 46.700 leden voor nieuwe omroep voor kunst en cultuur

Het is Omroep C net niet gelukt om de grens van 50.000 leden te bereiken om toe te kunnen treden tot het publieke bestel. Tot 1 april zijn 46.739 cultuurliefhebbers lid geworden van de nieuwe omroep voor kunst en cultuur. C komt uiteindelijk zo’n 3.200 leden tekort om een licentieaanvraag te kunnen indienen bij de minister van OCW.

Ad ‘s-Gravesande, mede-initiatiefnemer van Omroep C vindt het spijtig, maar blijft vastberaden:”Het was de muis tegen de olifant, maar het was de moeite waard. Nederland verdient een publieke omroep die zijn maatschappelijke functie waarmaakt en inhoud boven marktaandelen stelt. We staan in die opvatting niet alleen. Tienduizenden willen meer en andere programma’s over kunst en cultuur, in het bijzonder op televisie. Daar blijven we de aandacht op vestigen.”

Jammer. Ik had me aangemeld, ik was één van de 46.739. Hoe belangrijk vind ik het nou eigenlijk dat Omroep C in het publieke bestel komt? Om eerlijk de waarheid te zeggen: ik kijk vrijwel nooit televisie – als ik alleen zou wonen zou ik er waarschijnlijk niet eens een hebben. Maar je ziet natuurlijk af en toe wel wat langskomen. En daar word je niet blij van. Ik gunde de oprichters van Omroep C hun kans op een tegengeluid. Het is helaas bij een zielig piepje gebleven. De schreeuwers hebben natuurlijk gewonnen.

Het beroerde is dat TV – zeker bij de commerciëlen – is afgesteld op het aller-aller-allerlaagste niveau van de Nederlandse samenleving. De onverzorgde uitspraak, het onzorgvuldige taalgebruik – daar hebben de kranten en zelfs de ondertiteling op TV trouwens ook steeds meer last van – is ten hemel schreiend. Maar de grote ergernis is natuurlijk het soort programma’s, vooral goedkoop gemaakte “reality” (de meeste mensen moeten een ongelooflijk deprimerend leven leiden) met hoofdzakelijk mensen van de straat (De Pfaffs, de Frogers, jouw vrouw mijn vrouw, de supernanny programma’s, de Char’s, de Gellers, babyfluisteraar Ogilvie) die allemaal graag met hun gezicht op TV willen. En mogen. Wie is er eigenlijk nog nooit op TV geweest?

Ik word behoorlijk treurig bij de gedachte dat ik avond aan avond zou moeten kijken naar steeds dezelfde professionals die je vaak, veel te vaak, op de buis ziet. Linda de Mol, Paul de Leeuw, Jeroen van Koningsbrugge, Beau van Erven Dorens; ze nemen als een hoer werkelijk alles aan wat maar geld oplevert en we hebben het hier nog over het handjevol mensen dat talent heeft en dat voor een paar centen staat te verkwanselen. Zelfs het gigantische multi-talent van Paul de Leeuw is allang niet meer opgewassen tegen de drang om zo vaak mogelijk in beeld te zijn – ik vind hem nog maar zelden leuk, zijn liedjes worden steeds slechter en vooral minder doorleefd gezongen, zijn presentatie steeds chaotischer met als afgrijselijk dieptepunt “Ranking the Stars”, dat ik twee keer heb gezien. Over de “stars” zelf, e.g. Maik de Boer, Filemon Wesselink, geen woord: ik zou ze sowieso eerder satellieten willen noemen, meeliftend op de reputatie van De Leeuw. Goed, Ruben Nicolai kan heel leuk zijn, maar is dan ook weer zo iemand die dat iets te goed van zichzelf weet. Het succes van de Lama’s – een zeldzaam voorbeeld van een goed programma, waarin het geheel van de makers meer is dan de som der delen – is hem, evenals bij Jeroen van Koningsbrugge, naar het hoofd gestegen. De diepere betekenis van “We zijn zo lekker gewoon gebleven” is in al zijn ironie voor hen helaas uit het leven gegrepen.

Hoewel Jack Spijkerman het zelf waarschijnlijk niet met me eens zal zijn, is hem dit lot gelukkig bespaard gebleven; natuurlijk heeft hij bij het mislukte Talpa-avontuur de verkeerde afslag genomen – en dat zonder netjes voor te sorteren, waardoor nu niemand hem in welk programma dan ook meer wil – maar het goede nieuws voor hem is dat dat tenminste voorkomt dat hij zich om den brode in een of ander dom spelletje moet laten prostitueren. Je zou toch niet in “Ik hou van Holland” moeten willen proberen de leukste thuis te zijn.

Helemaal onderaan de ladder staan wat mij betreft de losers van Hilversum, die via de bekende Gooise ons-soort-mensen-mentaliteit na eerdere bewijzen van onvermogen nog ergens een baantje gekregen hebben waar je als weldenkend mens niet graag door je vrienden in betrapt zou willen worden – helaas, het is nu eenmaal TV dus “their mediocrity is there for all to see”. Ik doel hier met name op ex-royaltyverslaggever Peter “Nomen-est-Omen” van der Vorst, die de sterren probeert te zien en moeite heeft met de positie van zijn kijker te bepalen (het vernederende moment dat hij Carice van Houten wilde/moest zoenen was echt het toppunt van ranzigheid), en Martijn Krabbé, die weet ik veel wat voor dom kunstje op TV doet – ik geloof iets in de trant van “Help, mijn man..” en vul maar in. Als ooit alle ideeën op zijn en we gaan “Help mijn man is tv-presentator” spelen, mag hij als eerste. Een goede vader schaamt zich natuurlijk niet voor zijn kinderen, maar ik vraag mij wel eens af wat Jeroen Krabbé diep van binnen nou van het gepruts van zijn zoon vindt.

OMG, wat een treurige boel allemaal, wat een afgang voor het Nederlandse televisiebestel, wat een belediging voor ieder weldenkend en beschaafd mens – en daar moeten er toch nog wel een paar van rondlopen in Nederland. En dan kijk ik nog niet eens echt dagelijks TV, ik zie dit allemaal uitsluitend in reclameblokjes voorbij komen. Te denken dat er mensen zijn die dagelijks zo’n portie hersenvergiftiging tot zich nemen.

Omroep C komt dus niet. Wat komt er nu wel bij? Als ik het goed begrepen heb:
POWNED, de “Publieke Omroep Weldenkend Nederland En Dergelijke” van weblog “Geenstijl”. Ik houd mijn hart vast. Het zou natuurlijk een slechte ad hominem zijn om iets te zeggen over de manier waarop Geenstijl-directeur Dominique Weesie, die de laatste tijd geregeld op TV zijn woordje mocht doen, uit zijn ogen kijkt, maar laat ik vaststellen dat na de originele begintijd van website Geenstijl, waarin vooral het hippe taalgebruik in positieve zin opviel, we inmiddels in het vaarwater van afzeiken terecht zijn gekomen:

POWNED is een bekend begrip op Geenstijl. Het betekent dat je op die site publiekelijk bent afgegaan.De doelgroep is de cynische generatie die mee wil doen aan discussies in plaats van te luisteren.

Geenstijl teert op dat ‘ene’ moment waarin Vogelaar met haar mond vol tanden stond. Ja dat was leuk. Maar niet heus; een ongemanierde hork, die slechts het lef had reeds aangeschoten wild te pesten – erg puberaal, erg laf, erg goedkoop vooral. Wat mij betreft had hij van Vogelaar een ram voor zijn kop mogen krijgen (en van mij zou hij hem ook gekregen hebben). Wie dat leuk vindt, heeft een ernstig tekort aan innerlijke beschaving.
Wakker Nederland. ‘Vertaalt de waarden en normen van de grote groep Nederlanders, die de ruggengraat van de Nederlandse samenleving vormt’. Dat zijn waarschijnlijk dezelfde Nederlanders die door een overdosis stomme spelletjes onhygiënisch hebben leren denken. Ze mogen hun waarden hebben, maar laten ze hun normen alsjeblieft voor zichzelf houden.

Ik hoef niet per sé meer cultuur op TV: ik ga zeer waarschijnlijk toch niet kijken. Ik vind het eigenlijk veel leuker om naar iets cultureels toe te gaan. En als ik thuis ben doe ik liever iets creatiefs met mijn computer, of lees een boek. Ik zou wel graag wat meer beschaving op TV willen, zodat ik de heel enkele keer dat ik TV kijk mij niet gelijk als een debiel aangesproken hoef te voelen.

Het past niet bij mijn manier van denken over politiek, maar misschien is censuur zo slecht nog niet.