Tag Archives: Cabaret

Micha Wertheim: Voor je het weet.

Inderdaad, al een héééle lange tijd niets hier geschreven. Niet omdat ik geen cultuur gezien heb – minstens wekelijks – maar juist omdat er zoveel cultuur is dat het niet allemaal te loggen is, laat staan te recenseren. Gesteld dat je daarvoor bij mij moet zijn, anderen doen dat beter, of krijgen er in ieder geval flink voor betaald, hetgeen hun geloofwaardigheid verhoogt.
Met veel moeite heb ik mijn bioscoopbezoek bij kunnen houden.
Maar ik was dus gisteren in De Naald, bij de nieuwe show van Micha Wertheim: “Voor je het weet”.

Eerst over De Naald: Het eerste wat je denkt als je daar binnen komt is, “sneu dat die Naaldwijkers het met zo’n ongezellig multifunctioneel gebouw moeten doen dat als bioscoop én als theater dienst doet”, maar als je je daarna realiseert dat er nog plaatsen over zijn voor een voorstelling van een van de meest oorspronkelijke cabaretiers die we in Nederland hebben, dan moet je concluderen dat het waarschijnlijk ook wel voldoende is. Die mensen daar willen helemaal niet naar het theater.
Ik had hierdoor in ieder geval het geluk dat ik op deze locatie en op deze avond nog plaatsen kon bemachtigen voor deze voorstelling. Ik had de vorige voorstelling gezien en die was briljant, dus ik wilde wéér.
Het is moeilijk te zeggen of deze beter was of een tandje minder dan de vorige, maar ik heb in ieder geval > anderhalf uur op het puntje van mijn stoel gezeten om geen woord te missen van wat Micha te vertellen heeft, behalve het moment, op ca tweederde van de show, waar ik zo ongelofelijk dubbel gelegen heb van het lachen dat ik op mijn vinger heb moeten bijten om het enigszins stil te houden, omdat het bijna genant werd tegenover mijn buren.
Het goede van Micha Wertheim is dat hij de dingen zo weet te zeggen dat je denkt: “Is dat wel zo?”. Je gaat erover nadenken – en daar houd ik van als het om kunst gaat. Zo las ik gisteren in een filmrecensie over de film “Pieta” “Een Koreaans Faust” in de Filmkrant:

(…)er is niets mis met warme baden en toevluchtsoorden, maar een volwassen filmcultuur doet meer. Hij jaagt kijkers ook naar hoeken van zichzelf en de samenleving waar die misschien helemaal niet willen komen. De beloning is inzicht in menselijk gedrag en de wildernis die we samenleving noemen.

Wat mij betreft kun je dit doortrekken naar alle kunst, niet alleen naar film. Kunst stelt vragen, maar geeft jou de kans je eigen antwoorden in te vullen. En die, als je tien jaar later weer kijkt, te heroverwegen.
Nou ja, dat vind ik. Vind je dat niet, dan heb je volgens mij bij Micha Wertheim toch een prettige avond omdat wat hij zegt ook nog leuk is. Okay, het moet jouw gevoel voor humor zijn, maar dat beslis je al als je een kaartje koopt.
Genoeg gedisclaimed.
Zo was, naar mijn bescheiden mening, het thema van deze voorstelling “creativiteit” en alles wat daarmee samenhangt. Bijvoorbeeld als de ideeën even niet willen komen. Je hebt bijvoorbeeld een Writer’sBlock. Of de verwachtingen zijn op grond van prestaties uit het verleden zo hoog gespannen dat de moed je in de schoenen zinkt. Of, je privé-omstandigheden – kinderen bijvoorbeeld – gaan met je aan de haal, waardoor je gewoon niet aan het scheppen van kunst in het algemeen (en het schrijven van een theatervoorstelling in het bijzonder) toekomt.
Met dit alles maakt Wertheim zijn show (je vraagt je af of hij bij het schrijven van deze voorstelling niet zelf zolang tegen een knipperende cursor aan heeft zitten kijken dat hij gedacht heeft: dan maar een show over het niet hebben van een show), beginnend met zijn beschouwing over het woord “DeadLine”, dat hij van een totaal nieuwe dimensie beziet. Dat geldt trouwens ook voor het woord “Writer’sBlock”, dat als door een caleidoscoop bekeken steeds van een andere kant belicht wordt. En dit alles met zijn spel met de op het podium opgestelde laptop, waarvan de teksten die Wertheim de hele voorstelling door intypt geprojecteerd worden. Door te spelen met zijn dyslexie (wie heeft dat tegenwoordig niet?) en de hem steeds trouw te hulp schietende spellingscontroler, die hem echter op een essentieel punt in de steek gaat laten (en daarmee eigenlijk geen rekwisiet meer is, maar bijna een kunstmatig intelligente tegenspeler), wikkelt hij zijn show af, springend van de ene briljante vondst na de andere en komt, als de tijd om is, schijnbaar uit op een dood punt. Je voelt je, evenals de rest van de zaal, enigszins teleurgesteld.
Op dat moment gaat de gedachte aan Wertheim’s uiteenzetting over het fenomeen “ToeGift”, inmiddels ongeveer een uur geleden, ook in een heel nieuw kader geplaatst, zich opdringen.
De doorstart is verbijsterend: volkomen onverwacht – Micha heeft even tevoren nog het begrip “Deus ex Machina” laten vallen – komen alle losse draden waarom de oppervlakkige toehoorder in ieder geval vreselijk heeft kunnen lachen, bij elkaar in een schitterende finale.
Ja, bij nadere beschouwing: deze show was nog briljanter dan de vorige.

Marc-Marie Huijbregts: "Opdat ik niet vergeet"

Op zijn website opent Marc-Marie Huijbregts het bericht over zijn show “Opdat ik niet vergeet” met de volgende woorden:

Een man die breekbaar durft te zijn
“Als je niet weet waar je vandaan komt, hoe kun je dan weten wie je bent?”

Wadend door de moerassen van zijn herinnering haalt hij af en toe iets naar boven. Met het publiek, want laten we eerlijk zijn: waar zou hij zijn zonder publiek?
Dus samen met u.

Laten we samen niet vergeten.

Waar die show nou eigenlijk over ging weet ik ook niet zo precies. Feit is dat het een gezellig avondje was, gewoon een soort gesprek van Huijbregts met zijn publiek. Ik heb veel en hard gelachen en realiseerde me achteraf dat Huijbregts erin geslaagd was een aantal behoorlijk zware onderwerpen aan te snijden, zonder als moraalridder over te komen. Een rasartiest.

Night of Tragedy

Het betreft hier natuurlijk de “Night of Comedy“, gisterenavond in Diligentia. De line-up betrof acht optredens, aan elkaar geregen door Master of Ceremony Arie Koomen, die we kennen van de Lama’s.

Nou vind ik de Lama’s wel leuk, en ik had nog nooit een stand-upcomedyoptreden meegemaakt, en – aldus de website –

Night of Comedy bewijst dat lachen er toe doet!

dus ik dacht, hop.

Dat viel tegen. Zo had ik verwacht dat Stand-up Comedy meer improviserend was, maar alle grappen waren ingestudeerd. Dat maakte het al een stuk minder leuk; de tijd dat we aan de stamtafel alleen maar moppen zaten te tappen is allang voorbij – dacht ik. Als iedereen zijn best gaat doen om “leuk” te zijn, dat is helemaal niet leuk.

Okay, dat is natuurlijk mijn persoonlijke mening, de zaal zat immers vol met mensen die het ontzettend naar hun zin hadden en permanent “in een deuk” lagen. Het soort humor was duidelijk niet helemaal mijn ding. Veel over voetbal natuurlijk; zo’n faut onderwerp dat ik ooit mijn kapper heb uitgezocht op zijn bereidheid niet over voetbal te willen praten. Maar ook veel seks. Het woord “neuken” werd zo vaak gebruikt dat ik het idee had dat de heren comedianten het woord zojuist op school geleerd hadden. Iwein Segers – winnaar van de publieksprijs van het Leids Cabaret Festival 2008 – heeft een sterke voorkeur voor anale seks en maakte er zelfs een pakkende meezinger op – hij kreeg het publiek nog mee ook. Martijn Oosterhuis had het overigens niet over neuken, zijn performance ging over kotsen na een avondje doorhalen, en vooral over het kotsen over iemand heen – je moeder ofzo, die uiteraard net op het toilet zit. Zum Kotzen. Misschien had ik ook even moeten indrinken om dit niveau humor te kunnen waarderen – een biertje of acht had denk ik wel volstaan.

Een dag niets geleerd is een dag niet geleefd, dus ik vraag mij voor het slapen gaan altijd af wat ik er vandaag weer van meegenomen heb. Deze keer was dat het woord “zwaffelen“, het betekent met je (halfstijve) pik in iemands (= een vrouw, of in het algemeen iemand die zich niet kan verdedigen) gezicht meppen; de kennelijke obsessie van Arie Koomen, die bekende ooit zelf te zijn gezwaffeld en dreigde iemand uit het publiek die niet mee wilde oefenen met de promo-yell (ik was kennelijk niet helemaal de enige die het geheel bedenkelijk vond) te zullen zwaffelen.

Ja, het was een verheffend avondje.

Sara Kroos in Diligentia met "Bries"

Eigenlijk zou ik niet naar Sara Kroos zijn gegaan als het filmaanbod voor deze week niet volledig uitgeput zou zijn geweest. Ik heb niets met de grofgebekte cabaretière en al helemaal niet met het bombardement van snelle grappen waarmee de huidige ADHD-generatie cabaretiers het publiek tracht te overrompelen.

Met “Bries” werd een frisse wind door oude opvattingen geblazen. Althans waar het mijn opvatting over Sara Kroos betreft. Het grove taalgebruik viel erg mee (of ben ik er immuun voor geworden?), het tempo lag aanvankelijk nog hoog, maar naarmate de voorstelling vorderde en de boodschap van Kroos meer diepte kreeg werd de timing ook beter, al moest je blijven opletten.

Ik heb erg genoten van de liedjes en daarbij vooral van de fantastische muzikanten die haar begeleidden: Martijn Breebaart en Bas Mulder. Sara Kroos kan fantastisch zingen, al had ze zich tijdens de voorstelling zo volgepompt met adrenaline, dat de laatste twee liedjes af en toe te hoog geïntoneerd werden.

Minimale kritiek op een voorstelling die geen minuut verveelde, hoewel ik ook niet permanent in een stuip gelegen heb.

Loes Luca – Vijfvoudig moordwijf

Loes Luca is een topartiest, dat is duidelijk. Ik genoot erg van haar Zuster Cliviavertolking, en van haar aandeel in “In de ban van Bannink”, nu zag ik haar in “Moordwijven”, Jules Deelder’s vertaling van “Bombshells” door Joanna Murray-Smith.

In een aantal prikkelende scènes speelt de veelzijdige Loes Luca uiteenlopende vrouwen die in meer of mindere mate te kampen hebben met de stress van hun hedendaagse levens. Van een door schuld verscheurde, neurotische moeder die aan alle hoge eisen van het moderne moederschap probeert te voldoen tot een cactussenfan die in haar liefdesbetuiging aan de cactussen verslag doet van haar persoonlijke relaas. Een jong meisje dat aan een talentenjacht meedoet – en tot haar schrik ontdekt dat haar grootste rivale hetzelfde nummer zingt. Over een weduwe die een blinde jonge god voorleest en een bruid die in paniek raakt.
De vrouwen hebben gemeen dat ze praten, zingen en dansen op een vulkaan.

(Bron: Kikproductions).

Een leuk onderdeel van de show was dat de scenewisselingen  gewoon zichtbaar waren; terwijl Loes Luca achterin het podium zich terugtrok om zich op te maken voor de volgende scene, zetten twee toneelmeesters de nieuwe decorstukken klaar. Dit zag er soms uit als een choreografie en gaf daardoor iets extra’s aan de voorstelling.

Ik vond de scene met de weduwe het sterkst en die slotscene met de bruid die in paniek raakt het zwakst. Maar niemand hoeft dat met mij eens te zijn natuurlijk. Bovendien: wat doet het ertoe?  Loes Luca heeft een geweldige show neergezet:

Uit de Volkskrantrecensie: …uiteenlopende vrouwen, gespeeld door die ene, unieke.”

In de Ban van Bannink

Harry Bannink (1929 – 1999) is de grote man achter de liedjes van “Ja Zuster, Nee Zuster”, Foxtrot, De Stratemaker op zeeshow en nog heel wat meer moois. Musicals of losse liedjes,vaak geschreven voor gebruik op radio en TV. Gebruiksmuziek dus, maar, zoals ik gisteren in Alkmaar in Theater de Veste mocht constateren, uiterst vakkundig geschreven gebruiksmuziek, neigend naar Kunst. En wat is daar mis mee?

Hollands Symfonia bracht een hommage aan Bannink en liet Bob Zimmermann de liedjes meesterlijk arrangeren voor groot orkest. Nu nog vier solisten: Loes Luca, Henny Vrienten, Nynke Laverman en Frans van Deursen. Zij zongen Banninks werk met veel liefde, hoewel Vrienten – helaas – de zwakste schakel was. Hij gaf aan door griep te zijn getroffen en dat zou best eens kunnen. Frans van Deursen en vooral Loes Luca waren groots. Van Nynke Laverman moet ik zeggen dat ze fraai zong, maar naar mijn smaak ietwat overspeelde , hoewel mij dit in het deel na de pauze aanzienlijk minder stoorde. Ze zong toen ook een paar zeer mooie songs, waaronder “Spuit”.

Tot mijn genoegen was er voor gekozen het feest der herkenning te combineren met de schok van de ontdekking: er waren heel wat minder bekende liedjes te horen en zelfs een premiere: het onvoltooide balletproject van Bannink “Paultje in Posteland”. Wellicht dat Bannink hier zijn talent wat overvraagd heeft, want de door Bob Zimmermann afgeronde en georkestreerde suite deed me in de eerste plaats aan Prokoffief en in de tweede plaats aan een medley op zichzelf staande leuke deuntjes denken.

Dat deed wat mij betreft echter niets af aan het succes van deze avond. Te bedenken dat Bannink, evenals iemand als Joop Stokkermans, uit een tijd komt dat op het conservatorium geen aandacht werd gegeven aan “lichte muziek” maakt de bewondering voor de man die een bron bleek van een stroom liedjes van vrijwel constante kwaliteit alleen maar groter. Grote vraag is dan ook: waarom is dit programma slechts vier keer uitgevoerd?

De Varkensfabriek – "Het Spreekuur"

De Varkensfabriek bestaat uit Karim El Guennouni en Mohammed Azaay.

Dit seizoen speelt De Varkensfabriek hun nieuwe voorstelling Spreekuur. Het uitgangspunt van Spreekuur is, volgens Theaterbureau Grunfeld, de wijze waarop verschillende culturen met problemen omgaan. Het geheel speelt in een Marokkaans koffiehuis De eigenaar van het koffiehuis is overleden en zijn drie zoons vechten om de erfenis. Tarik, de oudste, wil geld verdienen door in het koffiehuis alcohol te gaan schenken en paaldansen te organiseren. Chackir wil gewoon koffie blijven schenken in de traditie van zijn vader. De gehandicapte zoon Rachid wil het geld gebruiken voor zijn heupoperatie. De drie broers zijn het over alles oneens en nemen zelfs geen beslissing over de begrafenis van hun vader, waarvoor trouwens ineens geen geld blijkt te zijn.

Tussen de bedrijven door spelen ook de tweelingzusjes een rol. En de moeder. Is vader een natuurlijke dood gestorven? Drie honden vechten om een been, maar wie gaat er mee heen? Allerlei klanten van allochtone en autochtone komaf vallen geregeld binnen, evenals, niet zichtbaar, een heuse Surinamer, die “ook gediscrimineerd wil worden, want hij ws hier eerder dan de Marokkanen”.

Alle rollen (volgens het programma 16, maar ik heb ze niet geteld) worden gespeeld door El Guennouni en Azaay. Soms nemen ze ook razendsnel elkaars rol over, waarna de ander weer in een andere rol kan kruipen. Dit alles gespeeld in een schaars decor. Een beetje te schaars, misschien, want ik was blij dat op 2 maart de zaal van het Westlandtheater niet al te zruk bezet was, zodat ik “zwart” op een betere plaats kon gaan zitten. Vanaf de mij toegewezen plaats had ik een groot deel van de voorstelling niet kunnen zien.

Karim El Guennouni en Mohammed Azaay zijn zelf Marokkaan, maar, naar ik aanneem, volledig ingeburgerd. Het was verfrissend ze alle vooroordelen die autochtone Nederlanders over Marokkanen hebben, inclusief ongeneerd discriminerend taalgebruik, zelf te horen uitspreken. Hoogtepunt was de Rap, bijna op het eind van de voorstelling. Terwijl de ene acteur de rol van doofstomme rapper speelde, verzorgde de ander al rappend de ondertiteling, hetgeen een hilarisch effect gaf.

Winnaars Studenten Cabaretfestival in Pepijn

In het Haagse Theater Pepijn waren zaterdag 17 decemeber twee prijswinnaars van het 19e Groniger Studenten Cabaretfestival te zien. Voor de pauze trad Martijn Koning op, die de persoonlijkheidsprijs gewonnen had. Met als enige attribuut een glas bier dat hij tijdens de voorstelling leegdronk, gaf hij zijn voorstellinkje. Zijn beste grap vond ik waarin hij de draak stak met zijn eigen kin. De dokter moet bij de bevalling gezegd hebben: “het is een kin…een kin… een kind!” Leuk. Minder goed lukte hem de interactie met het publiek. Ik zou niet graag op de eerste rij hebben gezeten, maar ook nu zat ik er met gekromde tenen bij; de sfeer werd bepaald onaangenaam. Winnaar Anne Jan Toonstra had het voordeel dat hij piano kon spelen. Omdat er ook wat meer attributen te zien waren, zoals een bed, leek het leuker te gaan worden dan Martijn Koning, maar uiteindelijk viel het toch tegen. Het liefdesliedje was ronduit slecht en de parodie op “My Way” sloeg echt nergens op. Je wordt toch nieuwsgierig naar het niveau van de andere deelnemers van het festival.