Tag Archives: Movies

De gelukkige huisvrouw

Ook ik ging naar de gelukkige huisvrouw.  Ik had eerder geen behoefte aan “Komt een vrouw bij de dokter”, ook zo’n bestsellerfilm die met de nodige publicitaire hijgerigheid was aangekondigd en daar heb ik, denk ik na het zien van de gelukkige huisvrouw zeker te weten, niets aan gemist.

Ten eerste: ben ik nou de enige die Carice van Houten-moe begint te worden? ‘Tuurlijk, ze is best een goede actrice, ze ziet er leuk uit én ze heeft er geen moeite mee uit de kleren te gaan (en dit alles niet noodzakelijk in deze volgorde), maar na haar inmiddels bijna net zo vaak in de bioscoop te hebben gezien als Linda de Mol op televisie heb ik het wel gehad met haar maniertjes die gevaarlijk ergens tussen stoer en ordinair in balanceren.

Ten tweede: bij een bestseller weet je sowieso zeker dat het een beroerd boek betreft – anders kan nooit het volledige Nederlandse volk, dat gewoonlijk nooit een boek ter hand neemt, het willen kopen, laat staan lezen. Een goed boek is al moeilijk te verfilmen, een slecht boek kan dan eigenlijk al geen goed scenario meer opleveren. Maar daar gaat het dan ook niet om, het gaat om het publiek. Het doorsnee-publiek natuurlijk, want dat is de grootste groep. Dus wordt de enige filmster die Nederland momenteel arm is maar weer een keertje gevraagd, opent de film gelijk met een wilde seksscene in het toilet van een vliegtuig – wie droomt daar niet van – en worden wat platte grappen die iedereen kan bevatten van stal gehaald:

“U heeft uw kind in een doos gestopt?” – “Nee, mijn kind komt uit mijn doos”,

antwoordt Lea/Carice,  daarbij, om ook bij de allerdomsten onder ons de grap te laten binnenkomen, een bijpassend gebaar maken richting haar onderkant, want “doos” is tenslotte waar een bepaalde sociale laag van de bevolking sinds enige jaren het vrouwelijk geslachtsdeel mee aanduidt. Het lijkt verdorie “Ranking the Stars” wel – ook zo’n misbaksel van ons-kent-ons oh-la-la amusement. En dan durft de NRC nog te schrijven:

De film bestaat uit een ambitieuze mix van komedie, thriller en drama. De komedie komt voort uit Lea’s grote mond en stoere levenshouding. Omdat haar botte oneliners hier beter zijn gedoseerd dan in het boek, zijn ze ook geestiger; de komische timing van de film is vaak uitstekend.

Eh, juist ja, dat boek is natuurlijk van Heleen van Royen, onze overgewaardeerde nationale stoute meid. Stout zouden we natuurlijk allemaal wel willen zijn, maar er gaapt nu eenmaal een flink gat tussen dream en drive, dus zijn we braaf en lezen we er liever over vanuit onze luie stoel. Van Royen heeft dan ook met dit boek wel 300.000 exemplaren verkocht en da’s een flink aantal.

Haar motto: er is geen trauma zo pijnlijk of het mag niet recht in het gezicht worden uitgelachen

Dat schrijft Het Parool – de krant die naar mijn idee momenteel de beste filmrecensies schrijft en die verder uit de persmap weet te melden dat “De gelukkige huisvrouw” een ‘ironisch drama’ is qua genre.

Verder recenseert NRC:

De gelukkige huisvrouw is een onevenwichtige film, met een prima eerste helft en een minder geslaagde tweede.

Het tweede deel van de film, de opname in de psychiatrische inrichting, wat NRC zo mooi de “Vatersuche” noemt vind ik  juist veel ontroerender, met al die leuke groepstherapie-scènes. Alleen bestaat een dergelijke film al: “One Flew Over the Cuckoo’s Nest (1975)“, een film met meer diepgang en een verfijndere humor – helaas niet geschikt voor de would-be stouterik die het van Van Royens boeken moet hebben.
De gelukkige huisvrouw is een ironisch drama dat, volgens Parool recensent Mark Moorman, ergens tussen ‘ironie’ en ‘drama’ in een spagaat is blijven hangen. Het grootste drama is echter dat film en boek buitensporig veel aandacht krijgen; de ironie is dat de makers er wel weer goed aan zullen verdienen.

Nothing Personal

Nothing Personal is het debuut van de Pools-Nederlandse regisseuse Urszula Antoniak en won vier prijzen op het filmfestival van Locarno. Daarna won de film ook nog eens vier gouden kalveren in de categorieën beste lange speelfilm, regie, sound design (Jan Schermer) en camera (Daniël Bouquet) op het Nederlands Film Festival.

De jury omschreef Nothing Personal als „een speelfilm die van begin tot eind wist te boeien en te ontroeren, en die een verpletterende indruk achterliet”. Regisseur Antoniak had spanning en humor perfect in balans gebracht; ze verstond „de kunst niet alles uit te willen leggen” en toonde het „artistieke lef zaken weg te laten”. (NRC 2 oktober 2009)

Ik ernaar toe, dus. En laat ik zeggen dat ik het iets teveel lof voor deze film vind. Ronduit prachtig vind ik de scene, bijna aan het slot, waar uiteindelijk de poster van gemaakt is. Die poster, ontwerp van Joost Hiensch & Susanne Keilhack / Shosho, is trouwens ook genomineerd voor de negende cinema.nl afficheprijs. Het decor is ook schitterend, de film is voor het grootste deel geschoten in Galway, Ierland. En het openingslied uit Schubert’s “Winterreise” speelt als een leidmotief door de film heen – dan moet je wel van beton zijn om niet geraakt te worden. Maar verder vind ik het toch allemaal wat gezocht.
Anne (Lotte Verbeek) is door haar stukgelopen huwelijk ernstig beschadigd geraakt en besluit in Ierland rond te gaan zwerven om haar verleden achter zich te laten. Naar mijn idee duurt die inleiding veel te lang; na haar te zien tobben met liften, eten uit een afvalbak en een tentje op en af breken in de permanent aanhoudende regen, stuit ze bij toeval op het huisje van de weduwnaar Martin (Stephen Rea), die het leven van een kluizenaar lijkt te leiden. Hij biedt haar eten en onderdak aan in ruil voor werken in de tuin. Anne’s voorwaarde: geen persoonlijke vragen.
Zoals te verwachten zie je ze langzaamaan naar elkaar toegroeien, tot er een soort verstandshuwelijk ontstaat. Er komt een moment dat Anne niet meer buiten eet, maar bij Martin aan tafel, ze gaat zelfs voor hem koken en hij geeft haar een walkman – zo’n ding uit de prehistorische tijd waar je cassettebandjes in kunt afspelen – met operamuziek. Ze maken ook grapjes tegen elkaar, maar “het” komt er niet van; “talent weet wanneer het moet ophouden”, zoals Antoniak Martin laat zeggen. Nou ja, dat is natuurlijk een keuze die de grens trekt tussen Feelgood en Arthouse en des te mooier is dan ook de scene die ik eerder al noemde – de scene na Martin’s dood als Anne naakt tegen zijn in een laken gewikkelde dode lichaam aan kruipt. Maar het hele gegeven is verder nogal ongeloofwaardig – wat zal Martin bewogen hebben sympathie op te vatten voor de aanvankelijk tamelijk hysterische Anne? Wat het verhaal is dat Antoniak heeft willen vertellen is me niet duidelijk geworden, maar daar hebben we het dan maar verder niet over. Een mooi plaatje heeft het in ieder geval opgeleverd.

Partir

Samen met haar man , een succesvol chirurg, brengt Suzanne in harmonie en luxe haar dagen door. Toch mist ze haar vroegere werk als fysiotherapeute. Na de nodige overtuigingskracht helpt hij haar bij het opnieuw opstarten van een praktijk. Haar leven wordt volledig overhoop gegooid met de komst van een klusjesman, die wat bouwwerkzaamheden verricht. Een instinctieve liefde dringt zich op. De aantrekkingskracht tot hem is zó sterk dat Suzanne haar perfect uitgestippelde leven achter zich laat en hem volgt in een passioneel avontuur. Haar man weigert zich neer te leggen bij de nieuw ontstane situatie. In zijn frustratie en onwil om zijn verlies te nemen, besluit hij alle registers open te trekken om zijn vrouw, die hij beschouwt als zijn eigendom, weer terug te krijgen.

Aan het begin van de film zie je Suzanne uit bed stappen; ze loopt haar huis in, maar je ziet niet waar naar toe. Dan klinkt een schot. Zelfmoord?
De rest van de film wordt ernaar toe gewerkt om uit te leggen hoe het zo gekomen is – en of ze inderdaad zichzelf van het leven heeft beroofd – het antwoord is nee.
Maar daar is wel een tamelijk ongeloofwaardig scenario voor nodig en dat is toch wel jammer, want een film over het er vandoor gaan met een ander is toch voor velen uit het leven gegrepen. Helaas – er is teveel naar een dramatisch einde gewerkt en effectfilms zijn er al genoeg.

Julie & Julia

Een halve eeuw nadat Julia Child “Mastering the Art of French Cooking (1961)”, een culinair standaardwerk, heeft geschreven, besluit dertiger Julie Powell om alle recepten van Child in een jaar tijd te koken en te becommentariëren op haar blog.

Er zijn verschillende redenen te bedenken waarom je deze film moet zien. Mijn vrouw wilde hem graag zien omdat ze een fan is van Meryl Streep. Ik wilde de film graag zien omdat ik een fan ben van bloggen. Samen houden we van lekker eten en dat maakte dat we er alle twee wel naar toe wilden.

Regisseur Nora Ephron maakte eerder al “You’ve “Got Mail” (1998) en dat was een film over een relatie die ontstond per e-mail, in ieder geval in Nederland in die tijd iets waar nog niet iedereen aan was. Bloggen is anno 2009 wellicht niet echt nieuw meer, maar ik vind het opvallend dat Ephron eigenlijk weer een “nieuwe media”-film gemaakt heeft. Het is gewoon een gezellige, pretentieloze film met een lach, een traan en een happy end.
Meryl Streep is erg goed volgens de recensies en ik schrijf het hier graag over. De anderen komen er volgens diezelfde recensies minder goed vanaf, wat vooral aan het script zou moeten liggen. Dat schrijf ik hier niet over. Streep trok uiteraard nogal de aandacht met haar bijna karikaturale rol. Daar verbleken andere karakters wellicht bij, maar dat maakt ze nog niet minder belangrijk. Dat kan eigenlijk ook gezegd worden van de mannen, die op de achtergrond hun naar een doel zoekende vrouwen liefdevol blijven bijstaan – een korte crisis daargelaten.
Julie & Julia is een prettige voel-goedfilm, zonder diepere betekenis of boodschap, maar die je toch vol goede voornemens naar huis stuurt. Al is het maar het voornemen om weer te gaan bloggen.

Departures

Een schitterende film, ik kan niet anders zeggen. Ook al vaak gerecenseerd; op filmtotaal, De Gooi- en Eemlander, de NRC, What About Movies en de iets minder positieve recensie van MSN Filmfocus.

Daigo Kobayashi is een getalenteerde cellist wiens orkest plotseling wordt ontbonden. Wegens geldgebrek besluit hij met zijn verloofde Mika terug te keren naar zijn ouderlijk huis in zijn geboortedorp. Daar vindt hij door een typefout c.q. misverstand werk bij een uitvaartbedrijf: het is ‘een baan die veel reizen met zich brengt’. In Japan wordt gewoonlijk neergekeken op uitvaartverzorgers, en Daigo’s omgeving reageert dan ook weinig enthousiast op zijn nieuwe loopbaan. Desondanks raakt hij steeds meer bedreven in de officiële rituelen en steeds meer gesteld op zijn werk als portier tussen leven en dood.

Film-marathon

Te veel films gezien de laatste tijd om allemaal afzonderlijk te bespreken. En waarom zou ik? Anderen doen dat wellicht beter dan ik. Mijn “Movies I’ve seen” pagina geeft een algemeen overzicht.
Daarom komt hier de korte versie:

1. Milk: fraaie biopic over Harvey Milk. Sean Penn slaagt erin een geloofwaardige homo neer te zetten zonder te vervallen in maniertjes.

The story of California’s first openly gay elected official, Harvey Milk, a San Francisco supervisor who was assassinated along with Mayor George Moscone by San Francisco Supervisor Dan White.



2. Doubt: vreselijk tegenvallende film, waarin weer eens de katholieke kerk en op jongetjes geilende priesters het lokkertje zijn. Is het niet een beetje zielig om weer eens het aangeschoten wild af te fikken? Tot overmaat van ramp zit het werkstuk ook nog vol fouten. Okay, Meryl Streep speelt mee, maar beter vond ik Philip Seymour Hoffman als de priester met het menselijke gezicht. De echte glansrol is helaas te klein: Viola Davis als de moeder van Donald Miller.



3.The Curious Case of Benjamin Button: in de eerste plaats een leuke film, die als gedachtenexperiment ook wel aanleiding kan geven tot wat gefilosofeer over de zin van het leven;zoals bijvoorbeeld ook “Jack” uit 1996.



4.Kan door huid heen.Prachtige film.

Marieke (Rika Lodeizen), dertig plus, zojuist verlaten door haar vriend, wordt aangerand. Om te herstellen, vlucht ze weg uit de grote stad. Ze betrekt een vervallen boerderij in Zeeland – die symbool staat voor haar geestestoestand. In een donkere kruipruimte ontdekt ze een geweer. Met verbluffende snelheid en zelfverzekerdheid weet regisseuse Rots de kijker te installeren in het hoofd van Marieke. Tolt Marieke, dan tolt de camera mee. En als Marieke denkt, hóórt de kijker haar ook denken. Met hulp van Rifka Lodeizen, die fysiek zeer sterk acteert, slaagt Rots erin om de kijker Marieke te laten voelen.

Eén zwakke plek: de muziek van Dan Geesin. Eenvoudig en toch smakeloos, maar vooral vreselijk slecht uitgevoerd.



5. Revolutionary Road:

Eind jaren vijftig, Amerika floreert. Frank en April Wheeler zijn een jong, aantrekkelijk en veelbelovend stel. Ze hebben twee leuke kinderen en wonen in een welvarende buitenwijk ergens in Connecticut. Maar gelukkig, of zelfs maar tevreden zijn ze niet. Frank heeft een saaie kantoorbaan, April treurt om een gefnuikte carrière als actrice. Ze waren toch voorbestemd om anders te zijn, beter? In een uiterste poging aan hun gezapige burgerbestaan te ontsnappen besluiten ze naar Frankrijk te gaan. In Europa zullen hun bijzondere gaven zich wel kunnen ontwikkelen, ver van de oppervlakkige consumptie maatschappij die Amerika in hun ogen is. Hun relatie verzandt echter in eindeloos gekibbel en jaloezie, en een drama lijkt onafwendbaar.

Mooiste rol is weggelegd voor Michael Shannon als “kinderen en gekken spreken de waarheid” John Givings, met een aantal fraaie one-liners, waaronder deze

Hopeless emptiness. Now you’ve said it. Plenty of people are onto the emptiness, but it takes real guts to see the hopelessness.

Un conte de Noël

Welke dieperliggende gedachten filmmaker Arnaud Desplechin gehad heeft bij het maken van zijn kerstvertelling weet ik niet precies, maar om naar te kijken vond ik “Un conte de Noël” wel een aangename film.
Heel in het kort de beschrijving:

Aanvankelijk hadden Abel Vuillard en zijn veel jongere vrouw Junon twee kinderen, Joseph en Elizabeth. Als blijkt dat Joseph lijdt aan de ziekte van Hodgkin, is hun enige hoop een beenmergtransplantatie. Aangezien niemand geschikt beenmerg heeft, verwekken Abel en Junon een derde kind, Henri. Maar ook Henri blijkt Joseph niet te kunnen redden en Joseph sterft. Vele jaren later draagt de familie Vuillard deze dramatische gebeurtenissen nog met zich mee. De relatie tussen de kinderen zijn uitermate gespannen. Als net voor Kerstmis blijkt dat Junon ook lijdt aan dezelfde kanker als haar overleden zoontje, is voor Henri de tijd gekomen om zijn schuld aan de familie af te lossen. (Filmladder synopsis)

Un conte de Noël is een familiekroniek in de traditie van Thomas Vinterbergs Festen en Familie van Willem van de Sande Bakhuyzen. Met zichtbaar genoegen toont de Franse regisseur Arnaud Desplechin wat bloedbanden zoal vermogen. (Jan pieter Ekker op Cinema.nl)

Ja, maar dan toch vooral “Familie”, want bij “Festen” wordt nog wel duidelijk waarom er wraak moet worden genomen. In deze film begreep ik in ieder geval niet waarom Elizabeth het nodig vond Henry in de ban te doen. Of het zou moeten zijn, zoals het Parool beschrijft, dat het is omdat zij niet tegen hem opkon:

Elizabeth verwijt hem dat hij haar altijd in de schaduw duwde (”Je hebt mijn hele leven gestolen”). Schoonzussen en zwagers worden in de conflicten meegetrokken.

Nou, meegetrokken: de hele familie is in die eis is meegegaan, wat ik eerlijk gezegd ook niet begrijp.
Alleen Elizabeth’s zoon Paul houdt contact en nodigt Henry zelfs uit voor de kerstviering in Roubaix. Nu is die Elizabeth ook een zeer druilerig type, we zien haar in het begin bij haar psychiater zitten en even later in een therapeutisch gesprek met haar vader Abel, die een lang stuk uit Nietzsche’s “Zur Genealogie der Moral” voorleest:

As comfort and chastisement, Abel recites a long passage about the futility of our desire for self-knowledge and our alienation from our own experience.
“We rub our ears after the fact,” Nietzsche wrote, “and ask in complete surprise and embarrassment, ‘What just happened?,’ or even, ‘Who are we really? (movie review The NewYork Times).

Ongetwijfeld is dat alles belangrijk, net als de films waar door de familieleden naar gekeken wordt: The Ten Commandments uit 1956,waar de hele familie naar zit te kijken, Funny Face  uit 1957 (Faunia) en niet te vergeten “A Midsummer Night’s Dream” uit 1935, (Paul) (Bron: IMDB). Midsummer Night’s Dream speelt denk ik wel een grote rol: de muziek die Mendelssohn bij dit stuk schreef horen we voortdurend op de achtergrond (afgewisseld met Scarlatti, wat kerstmuzieken franstalige hiphop) en aan het eind van het stuk zegt Elizabeth min of meer het slot uit Shakespeares stuk op: (ik citeer in de taal van de meester zelf:

If we shadows have offended,
Think but this, and all is mended,
That you have but slumber’d here
While these visions did appear.
And this weak and idle theme,
No more yielding but a dream,

Het is de ietwat chaotische opzet van de film die maakt dat de bedoeling niet helemaal duidelijk wordt en die er misschien niet is. Je kunt er eindeloos over door blijven filosoferen en misschien is één keer kijken ook gewoon niet genoeg.

Met instemming citeer ik daarom nog maar een keer de New York Times-recensie:

Mr. Desplechin has a positive genius for making his carefully structured tales seem breathless and aleatory, as if any given film were plucked almost at random from dozens of other possibilities. The result, in the case of “A Christmas Tale,” is a movie that is almost indecently satisfying and at the same time elusive, at once intellectually lofty — marked by allusions to Emerson, Shakespeare and Seamus Heaney as well as Nietzsche — and as earthy as the passionate provincial family that is its heart and cosmos and reason for being.

Entre les murs

De film “Entre les murs” is de derde film over de belevenissen van een leraar met zijn klas op een school die ik gezien heb. Op cinema.nl wordt verwezen naar “Dangerous Minds”, die ik niet ken en “Dead poets Society”. De laatste film inspireert door de originele kijk op lesmethodiek die docent Robin Williams laat zien; vooral weet hij te inspireren en leerlingen enthousiast voor zijn vak – poezie – te krijgen. Alles zeer fictief, dat wel.

Opvallend genoeg wordt een andere film nergens genoemd :”Etre et Avoir”. Het mooie van deze film is dat het een leraar toont met ontzettend veel liefde voor zijn leerlingen. De film “Entre les murs” van Laurent Cantat lijkt daar eigenlijk heel erg op. De film is gemaakt naar het boek van François Bégaudeau, die over zijn eigen ervaringen als leraar Frans in het 20e arrondissement van Parijs vertelt. Bégaudeau speelt zelf de rol van leraar en een groep kinderen is getraind om half spelend – half-improviserend de rol van kritische klas te spelen:

Toch is het een speelfilm, maar wel met echte schoolkinderen en zo realistisch mogelijk gedraaid. Alles wat te veel op een mooi geconstrueerd verhaal ging lijken, werd door Cantet geschrapt, terwijl de workshops waar de jonge spelers ter voorbereiding aan meededen juist veel ideeën opleverden. De kinderen spelen niet zichzelf, maar kregen wel de kans hun eigen ervaringen in te brengen. (recensie Leo Bankersen in Het parool)

En dat levert een interessante documentaire op:

Entre les murs blijft consequent binnen de muren van de school geeft ons een fascinerende blik op deze snelkookpan, die je als een afspiegeling van de samenleving kan zien. We krijgen heel precies te zien hoe het allemaal werkt; niet alleen in de klas, maar ook in de lerarenkamer, en mogen zelf onze conclusies trekken.

Ja, helaas, kan ik als leraar zeggen. Want niet altijd kun je trots zijn op wat er in de docentenkamer of tijdens vergaderingen gebeurt. Het siert Bégaudeau en Cantat dat ze de zaken niet mooier voorspiegelen dan ze zijn:

Pijnlijk is bijvoorbeeld de episode waarin de opstandige Souleymane voor de tuchtraad moet komen en na een nogal dubieuze beraadslaging van school wordt gestuurd. Nee, Entre les murs is beslist niet triomfantelijk. Wel helder en ter zake.

We zien Bégaudeau ook wel als leraar de mist ingaan, bijvoorbeeld als hij zich door werkelijk iedere opmerking van zijn leerlingen van de agenda af laat halen. Zijn leerlingen spelen dit feilloos uit.

Het meest wonderlijke is wel dat Entre les murs deels geïmproviseerd tot stand kwam, maar geen moment aanvoelt als een improvisatie. Elke zin of blik is raak, en draagt bij aan het bouwwerk dat de kijker exact naar de plek stuurt die de makers voor ogen hebben. Zo eindigt Entre les murs in een Socratische opdracht voor de kijker – die zal voor zichzelf moeten uitvogelen wie hier juist handelt en wie niet. Het zijn vragen die er toe doen, want de situatie in de klas is inmiddels geëscaleerd.(Cinema.nl)

Die “socratische opdracht” is een briljante vondst: het geeft aan dat sommige leerlingen niet zo stom zijn als ze lijken en dat zal zelfs hun leraar moeten toegeven. Waarna Esmeralda er nog fijntjes aan toevoegt: “Geen snollenboek” – daarmee verwijzend naar de indirecte aanleiding tot het conflict waar de leraar ongeschonden uit te voorschijn lijkt te zijn gekomen. Dat is dan ook het enige dat aan de film ontbreekt: hoe gaat Bégaudeau verder met zijn lessen kort nadat de opstandige Souleymane voor de tuchtraad heeft moeten komen en na een nogal dubieuze beraadslaging van school is gestuurd? Een dergelijke oplossing geeft meestal geen winnaars zoals iedereen die in het onderwijs zit weet.

Nee, Entre les murs is beslist niet triomfantelijk. Wel helder en ter zake. En de kinderen zijn fantastisch.(Parool)

Mamma Mia!

Alweer drie jaar geleden zag ik de musical Mamma Mia in het Utrechtse Beatrixtheater. Ik voelde mij ernstig bekocht. Niet alleen vanwege de exorbitant hoge prijs voor een plaats die eerste rang heette, maar derde rangs bleek (er werd alleen maar eerste rang verkocht). Ook de cast, met uitzondering van Simone Kleinsma, viel zwaar tegen. Met name bij de mannen werd er matig gepresteerd.

Het geheel leek zo’n geforceerd in elkaar gedraaide musical waarvan we er veel te veel hebben omdat dat op dit moment zo goed verkoopt; bij gebrek aan eigen creativiteit was er weer eens gekozen voor een pastiche: bekende liedjes van groepen van weleer worden opgepoetst, al dan niet van een andere tekst voorzien en in een verhaal van niks aan elkaar geregen. Doe Maar, Queen en naar het schijnt zelfs de Dolly Dots hebben op deze twijfelachtige manier bijgedragen aan het musicalrepertoire.

Ik had het gevoel dat de ABBA-songs net als die van de Beatles tijdloos waren, maar in de “Mamma Mia-musical” bleef er niet veel van over. Het enige leuke was eigenlijk het publiek om mij heen, dat bij iedere bekende hit mee begon te stampen en te zingen. Het was het feest van de herkenning. Voor mij was dat feestje er pas toen na de musical de volledige cast nog even “Waterloo” zong – dát was goed.

Toen de filmversie uitkwam had ik dan ook niet verwacht er binnen twee weken tijd drie keer naar toe te zullen gaan. De trailer vond ik trouwens niet bepaald wervend. Maar ik was op vakantie in Noorwegen door het slechte weer in Oslo gestrand en wilde daar een bioscoopje pikken. “Mamma Mia” was Engelstalig met Noorse ondertiteling, en een mens moet wat.

Wat een film. In het begin, met vijf keer “Oh My God” in een minuut dacht ik nog dat ik in zo’n tienermeisjesfilm terecht was gekomen, maar het werd steeds leuker. Niet vanwege het verhaal natuurlijk, dat stelt niets voor, maar de zang en dans maken je ontzettend vrolijk.

Donna , een onafhankelijke, single moeder heeft een hotelletje op een idyllisch Grieks eiland. Ze staat op het punt om Sophie , de pittige dochter die ze alleen heeft grootgebracht, los te laten. Voor Sophie’s huwelijk heeft Donna haar twee oude hartsvrienden uitgenodigd: de praktische en no-nonsense Rosie en de rijke, meermalen gescheiden Tanya van haar vroegere backing-band ‘Donna and the Dynamos’. Maar Sophie heeft in het geheim zelf drie gasten uitgenodigd. Ze is op zoek gegaan naar de identiteit van haar vader die haar naar het altaar moet begeleiden en ze haalt drie mannen uit Donna’s verleden naar het mediterrane paradijs waar ze 20 jaar daarvoor waren geweest. In de 24 chaotische, magische uren bloeit er nieuwe liefde op en oude romances vatten opnieuw vlam op dit weelderige eiland vol mogelijkheden.

Het mag dan kitsch zijn – het is in ieder geval goed gemaakte kitsch. Al is niet iedereen dat met mij eens. Bijvoorbeeld Peter de Bruijn die in de NRC van 9 juli de film helemaal neersabelt:

Aan het einde van de film blijft de toeschouwer geradbraakt achter.

Dat mag voor De Bruijn gelden, het geldt niet voor mij en vele anderen. In Oslo was de (gigantisch grote) zaal stampvol: iedereen kwam blij buiten en de sfeer in de zaal was uitstekend. Ik heb de film later ook nog gezien in Hardenberg (of all places): er was niemand die psychische bijstand nodig had na afloop, hoewel de zaal wat duf was. In Den Haag tenslotte had ik weer allemaal blije mensen om mij heen en bij het naar buiten gaan was het publiek ongekend vrolijk.

Waarom Meryl Streep gekozen is voor de hoofdrol, blijft lang raadselachtig, of de makers moeten hebben gehoopt op het effect: kijk die Meryl Streep eens gek doen. Maar in de tweede helft van Mamma Mia! wordt alles duidelijk. De film zet dan onbeschaamd de aanval op de traanklieren in en daar is Streep als weinig andere actrices bedreven in. De scènes tussen moeder en dochter zijn het beste van de film en Streeps versie van The Winner Takes It All mag er zijn.

Helemaal mis. Meryl Streep zingt in de film verbazend goed – ik had dat niet van haar verwacht – maar met”The Winner Takes It All” heeft ze duidelijk moeite. En dat snap ik heel goed: het is een vrij lang en langzaam nummer, dat het misschien op de plaat goed doet, maar in de film, met nauwelijks een wisselend decor en Pierce Brosnan die er maar een beetje bij moet staan duurt het zo’n drie coupletten te lang. Streep beweegt wat met haar stola en haar handen, grijpt op het laatste moment naar een ordinaire uithaal waarna ze met wapperende haren de trap naar het kerkje (prachtig decor trouwens!) oprent. Daar zingt ze haar laatste noten, waarvan de allerlaatste gewoon een kwarttoon te laag geïntoneerd wordt. Ik neem het haar niet kwalijk, want het is razend moeilijk, maar als je dit de beste vertolking van de hele film vindt mankeert er iets aan je oren.

Nee, dan de dampende choreografie bij “Voulez Vous”, het vrolijke ensemble bij “Dancing Queen”, Christine Baranski’s (Tanya) “Does Your Mother Know” (vooral leuk), of “Chiquitita”, op zich een stom nummer dat in Utrecht indertijd ook lachwekkend was, maar in de film prachtig meerstemmig gezongen wordt.

Andere leuke vondsten: als Sophie de kerk inkomt, speelt de kapel in plaats van een traditionele bruidsmars een plechtige instrumentale versie van “Knowing Me, Knowing You”. Aardig gevonden, omdat het gaat over een onbekende vader, maar ook over een dochter die zichzelf nog niet kent.

Heeft de film nou opeens diepgang? Ik denk het niet; even later, als Donna “ja” zegt tegen Sam zingen alle genodigden met haar mee “I do, I Do, etc”, terwijl de priester op de buisklokken het loopje sol-fa-mi-re-do speelt, een soort parodie op Schikaneder als Papageno in “Amadeus”. Een parodie op de “Titanic” is er ook tijdens “Money, money”.

Benny Andersson en Björn Ulvaeus, het schrijversduo van ABBA, houden hun muzikale erfenis streng in de gaten. Daar staan ze tenminste om bekend.

Is dat zo? Hebben we niet ABBA-teens gehad en zijn sowieso niet al hun nummers wel op een of andere manier gecovered? Hun restrictie was dat het geen film over ABBA zelf mocht worden.

Ook bij de muziekopnamen voor de film waren ze nauw betrokken.

Ja, Benny Anderson is nog even als pianist te zien in “Dancing Queen”, in een scene die een parodie lijkt op “Herod’s Song” uit Jesus Christ Superstar.

Hoe ze dit resultaat vervolgens hebben kunnen laten passeren, is dan ook een raadsel van formaat.

Ze zullen blij zijn geweest met dit resultaat, en niet alleen vanwege het (financiële) succes. De meeste songs klinken nu veel eigentijdser georkestreerd en de zang is, gegeven het feit dat het eigenlijk acteurs zijn en geen zangers, zeker niet slecht.

Vooral Brosnan brengt een geluid voort dat soms door merg en been gaat.

Okay, dat is waar. Vooral in “SOS” moet Brosnan de hoge tonen uit zijn tenen halen. Je ziet de aderen in zijn hals opzwellen. Maar bedenk dat de ABBA songs voor vrouwenstemmen zijn geschreven en dat dat voor een mannenstem onvoorstelbaar hoog is. Brosnan is wellicht vocaal de zwakke schakel, maar het pleit voor hem dat hij gewoon zelf zingt – het was zo makkelijk geweest om een stand-in te huren voor het vocale werk. In Nederland is het niet ongewoon dat als de zanger op een avond wat minder gedisponeerd is er een tape meeloopt. En, zoals ik in een eerder stuk al schreef, zo geweldig vind ik de Nederlandse musicalzangers niet.

Ik vond “Mamma Mia” een erg leuke film. Al moet ik toegeven dat ik schrok van het aantal blunders dat ze kennelijk gemaakt hebben, zoals blijkt uit de door mij graag geraadpleegde IMDB-website. Het mag de pret niet drukken.

Le Fils d'Epicier

Twee citaten uit recensies via de International Movie Database:

Despite its very simple plot (the story of a son taking over the daily round of his sick grocer father), ‘Le fils de l’épicier’ qualifies as an enriching film experience.(…) Despite its very simple plot (the story of a son taking over the daily round of his sick grocer father), ‘Le fils de l’épicier’ qualifies as an enriching film experience.

en een ander:

This film would serve as a sleep aid. If you want to run a grocery store see this film. Otherwise, don’t waste your time (even for rental. This is one of the most boring films ever made.

Vastgesteld kan worden dat het een flinterdun verhaal is:

Het is hartje zomer wanneer de dertigjarige Antoine noodgedwongen de stad verruilt voor de rustieke omgeving van zijn geboortedorp. Zijn vader ligt in het ziekenhuis en hoewel Antoine een grondige hekel aan hem heeft, neemt hij toch (vooral voor zijn moeder) diens werk tijdelijk over. In zijn vaders ‘SRV-wagen’ rijdt Antoine van gehucht naar gehucht door de bergachtige en uitgestrekte Provence. Maar zijn botte gedrag en onhandigheid zorgen voor aanvaringen met de oude bewoners die al jaren hun boodschappen bij de wagen doen. Mede dankzij zijn beste vriendin Claire ziet Antoine steeds meer de charme van de koppige, norse, grappige en soms eenzame bewoners in. Die nieuwe blik helpt hem het plezier in het leven terug te vinden. Het plezier dat hij dacht kwijt te zijn, evenals de liefde van zijn leven. (movie2movie)

En ik geloof dat met al deze citaten alles gezegd is wat over deze film gezegd kan worden. Of toch niet: de prachtige shots van het mooie Franse landschap mogen niet onvermeld blijven. Ik realiseerde me met spijt dat ik dit jaar niet naar Frankrijk ga op vakantie. Af en toe wat humor in de dialogen met de dorpsbewoners (met name Antoine en Lucienne zien we langzaamaan ontdooien), een beetje romantiek – nee toch niet, ja toch weer wel – een beetje zwart schaap verandert van verloren zoon in familieheld.

Het is gewoon een feel-goodmovie, maar gelukkig wel een die niet pretendeert meer te zijn dan dat.  Ik heb me wel geamuseerd; er hoeft niet altijd een boodschap te zijn.