Tag Archives: Movies

In memoria di me

De Italiaan Saverio Constanzo is een stijlvaste filmmaker, maar heeft hij iets te vertellen? In memoria di me bevat fraaie kloosterbeelden, maar bieden ze meer dan esthetisch genot?

Deze vraag stelde van Jos van der Burg zich in zijn Parool-recensie, en ik stelde hem gisterenavond met hem na het zien van deze film. De beelden van het Venetiaanse San Giorgio Maggioreklooster zetten een prachtige film neer, de bijbehorende soundtrack van What’s-in-a-name “Alter Ego” (practice what you preach) is uitermate spannend, maar aan het eind verlaat je de bios met lege handen.

Wat was nou de reden van Andrea om er uiteindelijk niet vandoor te gaan? Waarom kregen we al die opvallende boten (waaronder één met de duidelijk zichtbare naam “Carnival Libertá”) voorgeschoteld? Wie was de stervende in de ziekenkamer en waarom werd er zo geheimzinnig over gedaan? Waarom zat er een vrouw in de refter mee te eten? Waarom werd er überhaupt in de refter Wulpse Weense Walsmuziek gespeeld? Waarom vonden alle gesprekken met de abt achter gesloten deuren plaats, maar kan Andrea het gesprek tussen Zanna en de abt volgen – en zien dat Zanna hem een kus op de lippen drukt? Is die kus trouwens een homo-erotische suggestie of moeten we het uitleggen als een Judas-kus?

Vragen die niet beantwoord worden. Recensent Jan Pieter Ekker van de Volkskrant weet het ook niet – sowieso is hij waarschijnlijk na de eerste tien minuten in slaap gevallen, want hij heeft de film vanuit het perspectief van Fausto bekeken.

Costanzo volgt de zoekende Fausto tijdens zijn dagelijkse rituelen in het grauwe klooster.

Niks hoor, was het maar waar, want die Fausto (Nomen est Omen) was misschien geen begenadigd spreker, maar hij had wellicht nog wel iets te vertellen.

De tweestrijd van Fausto, zijn zoektocht naar zichzelf, naar pure liefde of een teken van God, verdwijnt echter allengs naar de achtergrond, doordat Costanzo van alles aanstipt en suggereert. Achter een deur aan het einde van de schemerdonkere gang klinkt gepiep en gekreun. Misschien is er wel iets van homoseksuele aantrekkingskracht ondanks de botsende karakters – de blikken van de novicen zijn onmiskenbaar veelbetekenend.

Fausto vertrekt al vrij vroeg in de film – zijn tweestrijd wordt beslist in het voordeel van zijn menselijke vrijheid – zijn Faustische Streven. Zijn onzekere preek over het verband tussen het Griekse “Psyché” en het Hebreeuwse “Nephesh” geeft aan wat hij werkelijk dacht – en het zal de oversten van de Jezuïten niet welgevallig zijn geweest. Het was het moment waarop ik nog dacht dat de film iets te vertellen zou hebben. Maar met Fausto vertrok de ziel uit de film; Constanzo heeft de verkeerde hoofdpersoon gekozen.

Het gekreun waar Ekker het over heeft klinkt misschien veelbelovend, maar het is gewoon Fausto die zich geen raad weet en in de wasruimte radeloos zijn hoofd tegen de muur bonkt. En de veelbetekenende blikken van de novicen? Misschien is het zwakke punt van de film wel dat ze allemaal als zombies uit hun ogen keken. Ik zou de titel van de film “In memoria di me” willen vertalen als: “ter nagedachtenis aan mijzelf” – de has-been Yup Andrea begraaft zichzelf levend in een klooster om een bloedeloos bestaan te leiden.

Helaas niet echt een film waarvan je wat meeneemt.

Lars and the Real Girl

Een van de leukste en beste films die ik de laatste tijd gezien heb.

Tussen de films die een Oscarnominatie kregen voor Beste Script was Lars and the Real Girl een buitenbeentje. Want dit is op het eerste gezicht geen film over diepgaande zaken of grote gebeurtenissen, maar een komedie over een simpele ziel die een sekspop bestelt. Dat klinkt toch eerder als een platte Adam Sandler-komedie. (op: nu.nl)

Via het internet komt de eigenaardige Lars in contact met Bianca. Lars nodigt haar uit om zijn familie te ontmoeten. Hij blijkt echter een levensgrote pop mee naar huis te hebben genomen. Zijn familie is geschokt, en als blijkt dat Lars haar als een echt persoon ziet wordt een hulpverlener opgezocht. Op diens advies gaat de familie mee in zijn fantasie. Op miraculeuze wijze weet Bianca ook hun hart langzaamaan te veroveren. (synopsis van filmfocus)

Er valt heel wat te lachen in deze film – ik heb het publiek in het Haagse Filmhuis nog nooit zo uitbundig meegemaakt. Maar de film is volgens mij allesbehalve een oppervlakkige comedie, al kun je hem heel goed zo bekijken. Niet voor niets is het scenario voor de film geschreven door Nancy Oliver, een van de scenarioschrijfsters van de televisieserie “Six Feet Under”. Regisseur Craig Gillespie en acteur Ryan Gosling worden in de verschillende recensies (o.a. in de NRC) aangewezen als de verantwoordelijken voor het slagen van de film. Ik ga daar graag in mee, maar zou het niet kunnen dat de film gewoon veel meer in huis heeft dan het aan de oppervlakte lijkt?

Wat mij betreft lijkt de film daarin op de “Truman Show”. Je kunt de film bekijken op het niveau van een comedie, een ongebruikelijk gegeven is aanleiding voor een aantal hilarische situaties. Bij de Truman Show is dat het gegeven dat de hoofdpersoon zonder het zelf te weten in een reality soap zit en 24/7 op televisie te zien is, bij “Lars” is dat het simpele feit dat een wereldvreemd persoon een sexpop als vriendin heeft.

Er is echter een diepere laag: Bij “The Truman Show” is dat het gegeven dat sommige acteurs echte mensengevoelens voor Truman gaan ontwikkelen, terwijl ze eigenlijk acteur horen te blijven, bij “Lars” is dat omdat Lars zijn dorpsgenoten Lars en zijn “vriendin” accepteren zoals hij is en Bianca zelfs een “personage” wordt die op ziekenbezoek gaat, kinderen voorleest en kleding showt in een kledingmagazijn. En zo gek is dat laatste niet want de film valt onder andere op door een keur aan foute truien die door Lars en zijn dorpsgenoten worden gedragen; daar kan Bridget Jones niet tegenop.

Nog dieper gaat de vergelijking tussen de beide films als je ze bekijkt op het vlak van de ontwikkeling van het individu. Truman vecht zich vrij: hij wil geen veiligheid, maar vrijheid, zelfstandigheid. Lars werkt eigenlijk aan zijn volwassen worden. Bianca is wellicht meer dan zomaar een sexpop – in sommige recensies wordt aangehaald dat Lars geen sexuele gevoelens voor Bianca ontwikkelt en dat de filmmakers dat expres gedaan hebben uit angst een opervlakkige comedie te maken. Maar volgens mij is het een bewuste keuze: Bianca is wellicht geen vriendin, maar een afsplitsing van Lars zelf, bedoelt om hem in een dialoog met zichzelf te krijgen om zijn problemen – o.a. opgeroepen door een te vroeg overleden moeder – op te lossen en zijn verlate “rite de passage” te doorlopen. Niet voor niets blijkt dat Lars in de gesprekken met zijn psycholoog/huisarts steeds meer zijn eigen problemen te projecteren in de vreemde ziekte waaraan Bianca lijkt te lijden.

Sleutelmomenten in de film zijn dan ook het gesprek dat Lars met zijn broer voert (“How did you know that you were a man?” – “You grow up when you decide to do right”) de “ruzie” tussen Lars en Bianca en uiteindelijk natuurlijk de begrafenisscene. Daarna komt de weg vrij voor een echt vriendinnetje voor Lars.

Enige jaren geleden vertelde Youp van het Hek in “Zomergasten” dat hij als kind een gefantaseerd vriendje had gehad. Zijn moeder ging er gewoon in mee. Op een dag moest het van Youp over zijn. Beslist werd dat het vriendje naar een andere stad zou verhuizen en dat er die dag nog even afscheid zou worden genomen. Daarna was er ruimte voor de beide voeten op de grond en is er nooit meer over het vriendje gesproken. Ik ben bepaald geen fan van Youp van het Hek, maar dit verhaal maakte indertijd wel indruk op mij. Net als nu deze film, die duidelijk maakt dat mensen soms hun eigen manieren zoeken om met hun psychische nood om te gaan. En dat dat best goed uit kan pakken als we ze ruimte geven. Een klasse-film, met slechts een geringe achterstand op “The Truman Show”.

Le voyage du ballon rouge

Ik moet toegeven dat ik wat teleurgesteld naar buiten liep na het zien van deze film, die bij de aankondigingen nogal hooggespannen verwachtingen bij me opriep.

Het is ook zeker een mooie film om naar te kijken, maar ik wil altijd graag een boodschap. Die is er niet hè, althans, ik heb hem er niet uitgehaald.

Centraal in deze film zweeft een rode ballon die af en toe in het leven van de jonge Simon opduikt. En de rode ballon in Parijs is weer een eerbetoon aan de klassieke korte film van Albert Lamorisse uit 1956, die overigens net op dvd is verschenen.

Maar Hou maakt er geen ingewikkelde, intellectuele spiegeltent van schilderkunstige en cinematografische verwijzingen van. Bijna documentair legt hij het leven van Simon en zijn jachtige, chaotische moeder Suzanne (Juliette Binoche) vast. Zij doet er alles aan om haar leven op de rails te houden, terwijl ze tegelijk een Chinees poppentheater runt. Het is niet de enige verwijzing naar de Taiwanese achtergrond van Hou. Simon krijgt een Chinese nanny (Song Fang) die in haar rust en ordelijkheid een oriëntaals tegenwicht voor het Parijs van Juliette Binoche vormt. (recensie Mark Moorman, Het Parool, 30 april 2008).

Ik had nog even gehoopt dat de sleutel tot het mysterie zich zou openbaren in de slotscene van de film. Simon wordt in het Musée d’Orsay onderwezen over een schilderij van Felix Vallotton, waarin een kind speelt met een rode bal, als een weerspiegeling van de rode ballon die in het leven van de Simon steeds opduikt.

Maar ja, de museumscene was een eis van de financier (het Musée d’Orsay) en de rode ballon is een eerbetoon aan de klassieke korte film van Albert Lamorisse uit 1956, die tot vorige week in het Haagse Filmhuis draaide.

Kortom: het plaatje stond in deze film centraal. Prachtige uitzichten over Parijs en humoristische blikken in het rommelige en veel te kleine appartement van Simon en zijn moeder, waarin heel wat mensen binnen een vierkante meter om elkaar heen moeten draaien. Als halverwege de film er ook nog een piano bijmoet, houd je je hart vast.

Zelf vond ik de poppenspelscenes wel interessant, maar daar ging de film natuurlijk niet over.

The Banishment

Geen eenvoudige kost, deze 150 minuten durende film. Wie gewoon een filmpje wil pakken komt bedrogen uit, maar wie de tijd wil nemen met regisseur Andrei Zvyagintsev mee te denken, te construeren aan deze film wordt ruimschoots beloond.

Tijd die je wat Zvjagintsev betreft zou moeten gebruiken om na te denken over wat de nieuwe informatie voor jouw perceptie van de personages betekent. Want dat heeft hij het liefst: dat de kijker ‘meeschrijft’ aan zijn film en zo zijn eigen verhaal maakt. En dat hoeft niet per se het zelfde verhaal te zijn. De regisseur heeft in interviews laten weten dat hij regelmatig verbaasd is over de interpretaties, ‘maar nooit teleurgesteld.’ (“Symboliek en puzzelstukjes” op Cinema.nl)

Uiteindelijk gaat de film over relaties – vooral de moeizame communicatie tussen mannen en vrouwen – en lotsbestemming, de dood zo je wilt. Maar het is ook een film waarin prachtige natuuropnamen te zien zijn, gemaakt door Mikhail Krichman in België, Sardinië, Frankrijk en Moldavië.

Om maar met het begin te beginnen: een auto komt aanrijden, bestuurd door de gewonde Mark. Hij is op weg naar zijn broer Alex, omdat die de kogel moet verwijderen. Geen arts, geen ziekenhuis. Dat betekent dat de kogel er niet zomaar in is gekomen. De praktijken van Alex en Mark kunnen het daglicht blijkbaar niet verdragen, maar details worden niet verstrekt – ze doen niet ter zake.

De hele rit duurt naar Hollywood-maatstaven onwaarschijnlijk lang, maar kluistert de kijker vast aan zijn bioscoopstoel, temeer daar de scene later in de film in een heel ander verband, nog eens vrijwel letterlijk herhaald wordt. Dit levert een fraai ritme op.

Dialogen zijn schaars, met name Alex is geen spraakwaterval. Ook met opzet gedaan:

In een interview zei Zvjagintsev over de dialogen: ‘Wat er tussen de regels gebeurt vind ik veel interessanter dan wat er gezegd wordt. Film is volgens mij een visuele kunstvorm, en als een regisseur erin slaagt een bepaalde sfeer te scheppen, zonder dat hij daarbij de hulp van dialogen nodig heeft, dan vind ik dat de allergrootste prestatie.’ (“Symboliek en puzzelstukjes” op Cinema.nl)

En dan de symboliek. Religieus, vooral,

Alex wast het bloed van zijn broer van zijn handen, Vera krijgt van dochter Eva een appel (heeft u ‘m?), overal hangen houten kruisen aan muren, en de kinderen van Alex en Vera zijn bezig met een puzzel van Da Vinci’s schilderij De Annunciatie (waarin Maria van aartsengel Gabriël te horen krijgt dat ze zwanger is). (nogmaals met dank aan “Symboliek en puzzelstukjes” op Cinema.nl)

Dat is misschien wel, zoals dat in het Duits zo mooi heet, hineininterpretieren. Ik zie dan meer in de beek die droogstaat en aan het eind van de film weer volloopt door een enorme regenbui. Die annunciatie geloof ik wel, maar die handenwasserij heeft toch een duidelijke reden en die appel: verwijst er toch naar dat de vrouw zondig is? En dat is nu juist niet het geval – misschien wel het teleurstellende aspect van deze film.

Want: de film draait om het gegeven dat Vera aan Alex vertelt dat ze zwanger is, “maar niet van jou”. Het is de inzet tot het drama, waarbij men, of in ieder geval ik als gewone nuchtere Westerse sterveling, denk dat het geheel zich gaat afspelen om het overspel van Vera. Bij de ontknoping, die ik hier niet zal onthullen, denk je: had dat nou op die manier gemoeten?

Een 10 voor de film, een 7 voor de plot.

Op het eind maakt de muziek nog wel iets goed: het bekende “Für Alina” van Arvo Pärt komt erin voor, maar vooral de slotmuziek is van een ongekende vaart. Eerst het volksmuziekachtige duet (Kanon Pokajanen van Pärt) tussen de twee plattelandsvrouwen, met opvallende microtonaliteit en daarna het hypnotiserende “Exsilium” van Andrej Dergatsjev.

Nightwatching

Ik ken nogal wat werk van Peter Greenaway: Drowning by Numbers (1988), The Cook the Thief His Wife and Her Lover (1989), Prospero’s Books (1991), het prachtige The Pillow Book (1996) en niet te vergeten de opera “Rosa”, die hij samen met Louis Andriessen maakte.

Allemaal mooie films, wat mij betreft, dus vol goede moed ging ik naar “Nightwatching”. Nu verandert een mens wel eens van smaak, maar hier is ergens iets goed misgegaan tussen Greenaway en mij: ik vond het zo’n ongelooflijk saaie film, dat ik mij steeds afvroeg wanneer ik zou hebben weggezapt als ik de film op TV zou hebben zitten bekijken. Zeker is dat als ik de film niet in het respectabele Haagse Filmhuis zou hebben gezien maar tussen de popcorn-vretende menigte in een Pathé-bioscoop, ik na uiterlijk een half uur het voor gezien zou hebben gehouden en was vertrokken.

De beelden zijn – als vanouds – mooi, maar daarmee red je het niet. Het verhaal – als dat er al is – is compleet onzinnig en wordt hoofdzakelijk aan de hand van monologen die Martin Freeman in de persoon van Rembrandt de camera inspreekt tot ons gebracht.

En dan is er nog de Engelse uitspraak van oudhollandse namen, waar je keer op keer van moet gruwen en die de film nog gekunstelder maakt. Mijn laatste hoop was een fatsoenlijk stukje filmmuziek op de achtergrond, maar de door Wlodzimierz Pawlik bij elkaar gecomponeerde schrille vioolklanken gingen al snel irriteren, ook al omdat het steeds hetzelfde thema was dat je terughoorde. Hoewel dat ook wel weer zijn voordelen had volgens Johno-21 die op de IMDB-pagina schrijft:

This is also a very noisy film where there may be a scene with a large cast of actors on stage and instead of those talking in the background heard as soft murmur or not at all, they are amplified and almost drown out the main conversation critical to the story. To top off this cacophony of chatter there is often a violin playing at a feverish tempo in high notes that is nerve wracking but at least it helps keep you awake during this dreary Dutch drama.

Nadine

Eerst maar een citaatje uit de recensie van Peter de Bruijn in de NRC van 24 oktober 2007

Wat regisseur Erik de Bruyn met de camera voor elkaar krijgt, verdient bewondering Uit elk beeld van de film spreekt zoveel plezier en levenslust, dat je Nadine veel, zo niet alles vergeeft. Op de tweede film van regisseur Erik de Bruyn, de langverwachte opvolger van zijn veelgeprezen debuut Wilde mossels, valt het nodige aan te merken, maar toch is de film moeilijk te weerstaan.

Het zal wel. Ik vond de film erg tegenvallen. Er zitten nogal wat rare kronkels in. Zo lijkt de film te beginnen in een supermarkt in Frankrijk, alle artikelen zijn duidelijk in het Frans aangeprijst. Maar als Daniel merkt dat zijn kind gestolen is en hij in paniek raakt, komt de toch duidelijk Nederlands sprekende beveiliging hem tot rust brengen.

Er is gekozen voor drie verschillende actrices om de drie fases uit het leven van Nadine weer te geven. De keus voor Halina Reijn (“One not too attractive brunette” volgens een commentaar op de IMDB pagina) als de jongste versie kan ik nog wel begrijpen, maar Sanneke Bos is zo’n ander type dat het ronduit ongeloofwaardig wordt.

Met drie hoofdrolspeelsters voor één rol, is de kijker zich meer dan gewoonlijk bewust dat hij naar de schepping van een actrice kijkt – en niet naar een personage dat echt zou kunnen bestaan.

Ja, zo kun je het ook zien.

Ondanks de zware thematiek bruist de film van leven, èn van passie voor de filmkunst van een geboren regisseur.

Die er zeven jaar over heeft gedaan om dit gedrocht in elkaar te zetten. Het commentaar op de imdb van een zekere kip70 geeft een klein overzicht van gekunsteldheden, om niet te zeggen: fouten. Aan de voice-over – bekritiseerd in de NRC – heb ik mij niet zo geërgerd. En wat is het doel van dit alles? Volgens De Bruijn is de film een ode aan de actrice:

Niet voor niets is er een muur in de film te zien die is vol geplakt met plaatjes van beroemde filmdivas uit het verleden, van Greta Garbo tot Monica Vitti. Als eerbetoon aan de magie van actrices werkt Nadine het best.

Aan de actrices heeft het niet gelegen. Ik zou ze graag een beter script hebben gegund.

Reprise

Eén dag na “Les Temoins” ging ik dus toch naar “Reprise”, een film van Joachim Trier (een verre neef van Lars von Trier die in Denemarken werd geboren maar in Noorwegen woont en werkt, volgens de cinema recensie van Jan Pieter Ekker). Ik moet toegeven dat de naam Van Trier mij nieuwsgierig had gemaakt en ik werd niet teleurgesteld.

In het begin moest ik echt alle zeilen bijzetten om het verhaal te kunnen vatten, want met snelle shots en een afstandelijke voice-over werd het verhaal geïntroduceerd:

Erik en Phillip zijn twee bevriende, jonge schrijvers. Ze sturen gelijktijdig hun manuscript voor een roman naar een uitgever en stellen zich voor dat beide boeken uitgegeven zullen worden en cultstatus zullen krijgen.

Helaas: het pakt anders uit. Erik’s boek wordt afgewezen, Philip’s boek wordt uitgegeven en met enorm succes. Een half jaar later stort Philip in en kunnen zijn vrienden hem uit een psychiatrisch ziekenhuis ophalen. Volgens de artsen is zijn grote liefde voor zijn vriendin Kari de oorzaak van zijn psychose; als hij thuiskomt heeft zijn moeder alles wat aan haar doet denken uit zijn huis verwijdert. Waarschijnlijker is overigens dat Philip iets overgehouden heeft van een aanrijding door een auto tijdens het oversteken.

Schrijven is ineens niet zo belangrijk meer voor Philip; het kost hem trouwens ook teveel moeite. Wel ontmoet hij Kari weer.

Erik krijgt een tweede kans: zijn boek wordt nu uitgegeven en hij krijgt een uitnodiging voor een literair programma op TV. Helaas veegt de kritiek de vloer aan met zijn roman – “meer vorm dan inhoud”. Als hij helemaal aan de grond zit, krijgt hij een onverwachte opsteker van de door hem (en Philip) aanbeden schrijver Sten Egil Dahl (een fictieve schrijver, volgens de Internet Movie Database gebaseerd op de Noorse schrijver Tor Ulven, volgens Slant Magzine op Sigmund Sæverud). Hij gaat naar Parijs en besluit verder te gaan met schrijven.

De film zit vol met grapjes, zoals wanneer Philip zich op een bankje naast Sten Egil Dahl wil laten fotograferen door Erik – zonder dat Dahl het doorheeft overigens. Erik vergeet het kapje van de lens te halen, waardoor de foto helemaal zwart is. Deze foto prijkt later prominent aan de muur in Philips kamer. Maar deze foto blijkt later ook de cover te worden van Erik’s boek

Een andere grap is dat Erik het op een gegeven moment naar zijn vriendin Lilian gaat om het uit te maken, maar plotseling door een opkomende herinnering aan zijn moeder die hem berispt voor het kijken van porno op de computer wordt afgeleid en de relatie nog maar een tijdje voortzet.

Ronduit spannend is het als Philip terugtellend vanaf tien door de straten fietst, het verkeer razend op de achtergrond. Je verwacht dat hij overhoop gereden wordt, maar het is de aanleiding om toch weer een schrijfpoging te ondenemen.

REPRISE is a playful film about friendship, madness and creativity, about love and sorrow, great ambitions and the often unpleasant clash between youthful presumptions and reality. With its somewhat un-Norwegian structure, REPRISE has a distinct style and narrative technique which moves the story forward in a rich and enthusiastic manner. (Van de officiele filmsite)

Dromen worden vermengd met de wrange werkelijkheid, drama met poëzie, droge humor met tragiek. Reprise bevat kritiek op het (Noorse) literaire wereldje en jongemannenromantiek; verwijzingen naar het existentialisme en naar de punk- en de popcultuur. (Jan Pieter Ekker).

Wie is eigenlijk de hoofdpersoon? En waarom heet de film Reprise? Misschien moet je dat soort vragen helemaal niet stellen, maar ik geloof nu eenmaal dat er meerdere lagen in zo’n film (en in het algemeen in een kunstwerk) zitten. Voor wat het waard is: ik denk dat de film reprise heet omdat Philip, na zijn ontslag uit het psychiatrich ziekenhuis zijn vriendin Kari weer opzoekt en met haar opnieuw naar Parijs gaat, waar hij alles wat hij een aantal jaren daarvoor met haar heeft gedaan nog eens zo exact mogelijk overdoet en fotografeert – dit laatste omdat zijn moeder alle foto’s heeft weggegooid. Ik denk dan ook dat Philip de hoofdpersoon is; ik vind hem in ieder geval het meest ineressante karakter.

Les Temoins

Eigenlijk wilde ik helemaal niet naar “Les Temoins”. Ik wilde naar “Reprise”, maar toen ik bij de kassa van het Haagse Filmhuis stond, bleek die niet te draaien op het moment dat ik naar de film wilde. Dan “maar” “Les Temoins”. Achteraf geen slecht alternatief.

Sarah is schrijfster van kinderboeken. Ze heeft een open huwelijk met Mehdi, een agent die bij de zedenpolitie werkt. Hij vindt het geen probleem dat zij het af en toe met haar uitgever doet, zolang ze hem zijn pleziertjes buiten de deur gunt. De film bestaat uit drie delen: ‘Mooie dagen’, ‘Oorlog’ & ‘Terugkeer van de zomer’. In deel 1 wordt het losbandige leven in Parijs anno 1984 getoont; onbezorgd, hoewel Sarah lijdt aan postnatale depressie en zich geen raad weet met haar voortdurend huilende baby. Via hun gezamenlijke vriend, de arts/wetenschapper Adrien, ontmoeten Sarah en Mehdi de jonge Manu, die net in Parijs is komen wonen. Adrien is stapelgek op Manu, maar Manu wil zich niet laten binden. Tot hij, tijdens een uitje met Sarah en Mehdi, door Mehdi van de verdrinkingsdood wordt gered; dan ontwikkelt zich een onstuimige relatie tussen de twee, die eindigt als bij Manu Aids wordt geconstateerd.

Dat is deel 2 van de film, de strijd tegen de op dat moment nog onbekende ziekte. Ook is het uit met de onbezorgdheid: terwijl Manu steeds verder achteruit gaat strijden de overige personages tegen zichzelf en elkaar: Mehdi verwijt Sarah dat ze geen goede moeder is, Adrien verwijt Mehdi dat hij Manu van hem heeft afgepakt, Mehdi verwijt Adrien dat hij hem niet gewaarschuwd toen hij wist dat Manu Aids had.

In deel 3 is Manu dood, Adrien ontmoet een nieuwe liefde, Mehdi gaat terug naar Sarah en leg zijn ruzie met Adrien bij. De film eindigt min of meer zoals die begonnen is: Sarah schrijft weer en de vier vrienden gaan een dagje varen, net zoals ze deden toen Manu nog met Adrien was.

Waarom heet de film “Les Temoins”? Zijn Sarah, Mehdi en Adrien (en Manu’s zus Julie) getuigen van het drama dat zich voltrekt? Of getuigt het drietal tegen elkaar? Manu is de enige die volledig oprecht en onschuldig is – en uitgerekend hij is het slachtoffer – de hypocriete Mehdi gaat vrij-uit.

En waarom begint en eindigt de film met de – overigens schitterende – onstuimige muziek van Vivaldi?

Tot slot nog een fautje, gepikt van de Internet Movie Database:

Anachronisms: In a hospital scene towards the end of the film, the pillow behind the actor’s head reads “HOPITAUX DE PARIS 2006” on the design in numerous places, though the film was supposed to be shot in the 80s.

Het was mij ontgaan, maar leuk dat ik er even op gewezen wordt.

Zodiac

Zodiac is David Fincher’s verfilming van het verhaal van de seriemoordenaar die vanaf 4 juli 1969, als hij zijn eerste moord gepleegd heeft, de politie met allerlei brieven – in code geschreven – bezighoudt. De film belooft een film te worden over het ontrafelen van codes, maar behalve het tonen van wat boeken speelt dit verder nauwelijks een rol – helaas wat mij betreft. De film gaat meer overhet vinden van de identiteit van de “Zodiac”. Die identiteit is nooit vastgesteld, hoewel Fincher wel een suggestie doet: aangezien de gesuggereerde dader al jaren dood is, is dat kennelijk geen probleem.

Volgens de recensie van Jan Pieter Ekker op Cinema.nl is het verhaal al eerder verfilmd: dezelfde moordzaak diende eerder als inspiratiebron voor The Limbic Region van Michael Pattinson, The Zodiac van Alexander Bulkley en Dirty Harry van Don Siegel.

Drie mannen houden zich vanuit hun verschillende vaardigheden bezig met het vinden van de identiteit van de “Zodiac”: Dave Toschi (Mark Ruffalo), belast met het politieonderzoek; Paul Avery (Robert Downey jr.) misdaadverslaggever bij de San Francisco Chronicle, en Robert Graysmith (Jake Gyllenhaal – eerder gezien in “Brokeback Mountain“) is politiek cartoonist bij dezelfde krant, die met nog twee andere kranten aanwijzingen kreeg opgestuurd van Zodiac. Bij alledrie mannen leidt dat ertoe dat hun carrières en levens erdoor geruïneerd worden – nog het minst bij Robert Graysmith, naar wiens boeken “Zodiac” en “Zodiac Unmasked” de film gemaakt is.  

 

Verrassend is dat hij het geheim uiteindelijk lijkt te ontrafelen – althans binnen zijn eigen theorie. Daarvoor moet hij een hoop tegenwerking van politiemensen overwinnen. Ronduit spannend is het moment als hij in het huis staat van de ontwerper van de poster voor “The most dangerous game” (1932), een film die een verband legt met de daden van de Zodiac.

Ruim twee-en-een-half uur duurt de film – die mij gaandeweg steeds meer in de greep kreeg. En toen ik dacht dat Graysmith de dader gevonden had, kwam voor de aftiteling de droge mededeling dat de verdachte was overleden voor hij verhoord kon worden – uiterst frustrerend, waarvoor Bart van der Put van het Parool als verklaring heeft:

Maar waarschijnlijk wilde Fincher zijn publiek laten delen in de verlammende en gekmakende frustraties van de mannen die hun leven lang zochten en met lege handen achterbleven.

Het wat mij betreft mooiste citaat uit de vele recensies:

A brilliantly sustained aria of obsession and failure, Zodiac is an absurdly entertaining, two-and-a-half-hour, $75 million shriek of alpha-male OCD (= obsessive-compulsive disorder – kb) impotence.  (Sean Burns in Philadelphia Weekly).

Pan's Labyrinth – El laberinto del fauno

Het komt niet vaak voor dat ik zin heb om zomaar een film te gaan zien zonder iets speciaals op het oog te hebben. Ik liet mij leiden door de filmladder en maakte een negatieve keuze: Pan’s Labyrinth. Dat pakte achteraf nog niet zo slecht uit!

Na het zien van de trailer dacht ik een Harry Potter-achtige Fantasyfilm te gaan kijken, maar Pan’s Labyrinth speelt zich af in Spanje vlak na de burgeroorlog, tijdens het regime van Francisco Franco. Ofélia is een jong meisje. Haar bio-vader, die kleermaker was, is overleden en haar moeder is hertrouwd met ( en zwanger van) de fascistische kapitein Vidal. Ofélia (haar naam verwijst naar de geliefde van Hamlet, die uiteindelijk waanzinnig werd en verdronk) reist met haar moeder naar het bos waar Vidal probeert af te rekenen met het republikeinse verzet. Dat levert o.a. een gruwelijke martelscene op, niet iets wat je onmiddelijk in een sprookjesfilm zou verwachten. Tegelijk levert dit ook de mooiste tekstregel op. Als dokter Ferreiro te hulp wordt geroepen om de gemartelde nog even op te lappen voor verder verhoor, besluit hij aan het verzoek van het slachtoffer te voldoen en hem een snelle en pijnloze dood te geven. Daarop zegt Vidal:

Capitain Vidal: You could have obeyed me!
Doctor: [his last words] But captain, to obey – just like that – for obedience’s sake… without questioning… That’s something only people like you do. 

Vervolgens schiet Vidal hem dood. Dat had hij overigens beter niet kunnen doen: even later zal hij hem hard nodig hebben.

In haar nieuwe omgeving ontdekt Ofélia al snel een andere wereld in het labyrint dat achter het huis is gelegen. Daar ontmoet ze een faun die haar vertelt dat ze een prinses uit de onderwereld is. Ze moet drie gevaarlijke tests afleggen om te bewijzen dat ze niet door haar omgang met mensen, sterfelijk is geworden.

De eerste proef – het verslaan van een gigantische pad die onder een oude boom woont – doorstaat ze glansrijk, maar bij de tweede gaat het al mis. Toch krijgt ze nog een kans: ze moet, zonder vragen te stellen, haar pas geboren broertje naar de faun brengen zodat het bloed van een onschuldige kan worden gebruikt om de poort naar de onderwereld te openen. Dit weigert ze – ook Ofelia gehoorzaamt niet om te gehoorzamen. Vidal, die haar achterna is gekomen, neemt haar haar broertje af en schiet Ofelia dood. Gelukkig is ook haar bloed onschuldig genoeg om de onderwereld te openen en terwijl de achtergeblevenen om haar rouwen, zien we Ofelia opgenomen worden in het rijk van de onderwereld.

Pan: And it is said that the Princess returned to her father’s kingdom. That she reigned there with justice and a kind heart for many centuries. That she was loved by her people. And that she left behind small traces of her time on Earth, visible only to those who know where to look.

Is de faun werkelijkheid of bestaat hij slechts in de fantasie van Ofélia? Als Vidal haar in het labyrint betrapt ziet hij de faun, die met Ofélia staat te praten, niet. Daar staat tegenover dat hij wel het krijtje vindt waarmee Ofelia haar eigen mystieke deuren kan tekenen en openen. De aluinwortel, die door de faun aan Ofélia wordt gegeven om haar moeder te genezen, wordt ook gevonden en lijkt echt te werken.

Vergelijkingen met Tolkien, Narnia  en Alice in Wonderland zijn al gemaakt. Zelf moet ik bij Ofélia’s terugkeer in het rijk van haar vader denken aan “Undine” van De la Motte Fouqué, maar dat zal wel met mijn preoccupatie met Albert Lortzing (die een opera van het sprookje maakte) te maken hebben.

Pan’s Labyrinth werd bekroond met drie Oscars, voor het camerawerk, de artdirection en de make- up. Tevens drong de film door tot de Gouden Palm-competitie van het festival van Cannes. De titel “El Laberinto del Fauno ” is in het Engels vertaald als “Pan’s Labyrinth” Waarom?

El Laberinto del Fauno literally translated means The Labyrinth of the Faun. Since in English faun (a satyr) and fawn (a baby deer) are both pronounced the same, it was believed that there would be some confusion so the English title is Pan’s Labyrinth even though the faun is not the god Pan.