Tag Archives: Music

Diana Ross in Ahoy

Diana Ross trad afgelopen zaterdag 19 mei op in Ahoy. Gesuggereerd werd dat ze haar laatste CD “I Love You” zou promoten. Gelukkig voor de vele fans zong ze hoofdzakelijk haar oude nummers. Zelf zit ik niet zo goed in mijn Diana Ross en ken eigenlijk maar drie nummers: Chain Reaction, Theme from Mahogany en Brand New Day uit “The Wiz”. Maar ze heeft duidelijk meer gedaan – zeker gemist. Ik vond overigens dat ze het best tot haar recht kwam in de twee mooie jazzy-nummers die ze zong. Wat mij betreft had meer van dit repertoire en dan in een intiemere zaal een hele mooie avond kunnen opleveren.

Gesuggereerd was ook dat ze niet meer zo goed kan zingen. Als dat zo is, is het knap gemaskeerd. In de eerste nummers zong ze niet altijd even zuiver, maar het concert als geheel stond als een huis. Snoei-hard, dat wel. Die geluidstechnicus mogen ze van mij gelijk ontslaan. Ik zag bijvoorbeeld de bassist hard werken voor zijn geld, maar op het gehoor leek het of hij maar één toon speelde – één doffe dreun. En het gelijkmatig mixen van de strijkers en blazers op de half-playbacktape met de live-spelende musici ging hem ook niet al te best af.

Desondanks: het was een leuke avond; een klein – niet al te best – videootje (zonder geluid, helaas) voor een impressie:

[display_podcast]

Jacob van Eyck bij het Kruidvat

Sinds twee jaar mijd ik “Het Kruidvat”. De reden is dat er iedere keer weer de mooiste klassieke CD’s zijn uitgebracht, voor een prijs waarvoor je ze zelf niet kunt kopiëren. Een oefening in zelfbeheersing.

Via het Kruidvat heb ik mijn Bach-collectie compleet en een jaar later Mozart. Daarna de Puccini-opera’s, Schubert’s pianomuziek, Chopin’s pianomuziek, Mahler’s symphonieën en nog wat los spul van Mendelssohn, Dvorak, Brahms en Beethoven. Gemist, ik geef het ongaarne toe, heb ik de pianosonates van Beethoven, de symphonieën van Haydn en de complete werken van Händel en Vivaldi. -dat laatste is misschien niet zo erg.

Kortom: ik ga helemaal los voor dat CD-rek; ik moet eigenlijk onder curatele. Deze week ging het toch weer een klein beetje fout. Ik liep in Egmond, en tja, wat moet je daar eigenlijk? Gelukkig was er een Kruidvat-filiaal, dus ik naar binnen. Zie ik daar een 3 CD-set met Jhr Jacob van Eyck’s “Der Fluyten Lust-hof”.

 

Daar zijn natuurlijk nauwelijks liefhebbers voor; wie kan er nu 3 CD’s muziek voor blokfluit aanhoren? Ik niet!

Maar aan de andere kant: ik heb die muziek ooit gespeeld toen ik nog jong en mooi was en de ambitie had Neerlands tweede Frans Brüggen te worden. De drie bij muziekuitgeverij XYZ in 1965 door Gerrit Vellekoop uitgegeven delen bladmuziek prijken nog goed geconserveerd in mijn bladmuziekkast. En die geweldige toelichting (bijna een boekwerk) bij de CD’s zijn alleen al die € 5,99 waard. Heb nog even geaarzeld – heel even maar – en ze toen gewoon gekocht. Dat was eigenlijk helemaal niet moeilijk – wel contant betaald, moet er niet aan denken dat de Belastingdienst erachter komt. :-)Thuisgekomen gelijk afgespeeld: geweldig. Erik Bosgraaf – tot voor kort nooit van gehoord – speelt de stukken ongelooflijk helder en zo zuiver als maar mogelijk is op een blokfluit.

Ik heb inmiddels begrepen dat ik niet de enige liefhebber ben (zie de bespreking van Kees Smit), maar echt commercieel kan zoiets toch niet werken. Het Kruidvat zou een prijs moeten krijgen voor de durf om zo’n project uit te brengen.

Billy Joel in Ahoy

Voor het eerst sinds 1994 weer in Nederland, dus daar moesten we naartoe! Ahoy zat vol met MijnSoortMensen (vooral qua leeftijd) en dat was terecht: Billy bood ouderwetse kwaliteit. De 57-jarige zanger-pianist-songwriter begon min of meer op tijd, zonder voorprogramma en speelde en zong ruim twee uur non-stop. Pianospelend alsof het hem geen enkele moeite kost en met een stem waarin geen moment een spoor van vermoeidheid te horen was. Na afloop nog drie toegiften. Klasse, daar kan de nieuwe generatie popsterren een voorbeeld aan nemen!

Luv

Luv is terug. Eerst zag ik ze eergisteren bij Albert, vanavond bij Life and Cooking. Door mijn studie aan het conservatorium begin tachtiger jaren van de vorige eeuw is hun opkomst in de popmuziek mij volstrekt ontgaan – en dat is helemaal niet erg. Nu zingen ze nog steeds dezelfde stomme liedjes en dragen dezelfde stomme pakjes, alleen – aangezien de dames al op leeftijd zijn – is het nu helemaal niet meer om aan te zien (dat moet toch de enige reden zijn dat er indertijd naar ze geluisterd werd). Merkt Irene op dat de pakjes bij Albert toch niet bepaald getuigen van goede smaak, waarop Marga heet ze geloof ik antwoordt: het geeft niet wat ze over je zeggen, zolang er maar over je gepraat wordt. Oops, gauw stoppen dus.

Rick van der Linden 1946-2006.

Zondag 22 januari overleed Rick van der Linden.

In mijn jeugd was Rick van der Linden mijn grote voorbeeld, mijn held. Terwijl mijn klasgenoten op het VWO luisterden naar popacts als “Slade”, “Sweet”, “Mud”, Alice Cooper, Gary Glitter en David Bowie, was ik fan van Ekseption en natuurlijk vooral van Rick. Hoe meer noten per minuut Rick op zijn toetsen maakte, hoe beter ik het vond. Via Rick leerde ik Bach’s 2e Partita en het Italiaans Concert kennen, Mozart’s Turkse mars en Rachmaninoff’s Prelude in cis klein; stukken die ik als jongen – ik geef het ongaarne toe – vaak playbackte op het elektronische orgeltje dat wij thuis hadden, mij voorstellend dat ik ook ooit zo’n beroemde ster zou worden. Nu ik al die stukken inmiddels zelf kan spelen, heb ik eigenlijk meer waardering gekregen voor de “eigen” stukken van Ekseption, die ik, nu een aantal Ekseption-albums op CD is uitgebracht, recent weer ben gaan luisteren. De klassieken, het handelsmerk van Ekseption, hoor of speel ik liever in de originele versies. Nog wat herinneringen aan Rick “Live”. Het Concertgebouworkest schreef in die tijd een soort prijsvraag uit voor scholieren. Ik weet niet meer waar het om ging, maar je moest in ieder geval invullen wie je favoriete componist was. Ik vulde “Rick van de Linden” in; Bach c.s. waren immers toch allang dood? Daar zullen ze bij het Concertgebouworkest wel aardig om geglimlacht hebben. Toen Rick uit Ekseption werd gezet, richtte hij de groep “Trace” op, met Pierrre van der Linden en Jaap van Eijck. Bij de kledingzaak “Foxy Fashion” in Den Haag gaf Ad Visser vrijkaarten weg voor een promotieconcert in het Circustheater. Ik zie Rick nog zijn stapel orgels over het podium sjouwen, terwijl hij “Progression” speelde, een nummer dat de gangbare popstandaard van die tijd verre overtrof. Die eerste LP (“Trace” genaamd) was sensationeel, maar daarna werd het snel minder.

Zeer tegen de zin van mijn ouders ging ik een keer niet mee op scoutingweekend omdat die bewuste zaterdagavond Rick met Trace op TV zou komen; de videorecorder had zijn intrede in de maatschappij nog niet gedaan, dus wat kon ik anders? Die zaterdagavond was de TV voor mij. Terwijl Rick tijdens het nummer “Gagliarde” – gebaseerd op het derde deel uit Bach’s Italiaans Concert – zijn toetsen energiek te lijf ging en daarbij zijn weelderige haren woest heen en weer liet wapperen zei mijn moeder: “die wordt niet oud”. Ze heeft helaas gelijk gekregen.

Veldhuis en Kemper in Hitsig!

De tournee van het programma Hitsig! van Veldhuis en Kemper is bijna ten einde. Zaterdag 9 december in Carré een voorstelling gezien: grandioos. De band een beetje te hard in het begin, waardoor de geweldige teksten niet altijd even verstaanbaar waren, maar dat trok later bij. Goede liedjes, briljante teksten en dat alles leuk aan elkaar gepraat. De band speelde de sterren van de hemel en werd incidenteel ook in het programma betrokken. Heb een half jaar geleden ook “De geur van” gezien, vond ik eigenlijk nog beter. Ben erg benieuwd hoe ze zich in de toekomst nog zullen ontwikkelen.

De niet vergeten operette leeft weer op

Onder deze kop recenseerde Kasper Jansen maandag de première van “Der Vetter aus Dingsda” van Eduard Künneke. Operette is de laatste jaren behoorlijk “uit” geweest, maar er wordt gewerkt aan een come-back! Na het ter ziele gaan van het enige professionele operettegezelschap dat Nederland arm was, de Hoofdstad Operette, en de operetteliefhebbers alleen met de “Fledermaus” van J. Strauß II en “The Mikado” van Gilbert & Sullivan een beetje hun liefde levend hebben kunnen houden, zijn er nu zowaar twee nieuwe operettegezelschapen tegelijkertijd van start gegaan: de Nieuwe Nederlandse Operette en het Nederlands Operette Theater, dat met “La vie Parissienne” van Jacques Offenbach – min of meer de “uitvinder” van het operette genre – van start gaat. De kenner ziet gelijk: er is niet gekozen voor het vaste repertoire (Vogelhändler, Gräfin Mariza), dat operette uiteindelijk zo’n slechte reputatie bezorgd heeft, maar voor stukken die men minder vaak hoort en geschreven door componisten die hun vak verstonden. Daarbij is het besluit genomen de operettes vertaald uit te voeren. Dat laatste is een keuze, waar ik persoonlijk mijn twijfels bij heb. Recensent Jansen zal niet met plezier naar zijn werk zijn gegaan toen hij van zijn baas op woensdag 30 november de première moest bijwonen. Immers, als serieus muziekrecensent hoort hij nu eenmaal bij een elite en operette wordt volgens hem gekenmerkt door “ongeloofwaardige onbenulligheid”. Zo, da’s één – nul voor Jansen. Zonder het verder toe te lichten, want veel opera’s zijn ook niet bepaald geloofwaardig. Het verhaal van “La Traviata” (Verdi) schiet mij als voorbeeld te binnen. In de volgende zin wordt operette “vederlicht muziekvemaak” genoemd. Hoe mensen “licht” en “zwaar” als waardeoordeel in de muziek van elkaar onderscheiden is voor zover ik weet nergens omschreven – dat interesseert me nou – maar zwaar is kennelijk beter dan licht. Het leven is tenslotte geen pretje. En muziek is er al helemaal niet om te vermaken. Het zal Kasper Jansen onmiddelijk zijn opgevallen dat de kaartjes “niet kuchen tijdens de voorstelling” niet op de stoelen lagen en het moet hem een gruwel zijn geweest dat de 65-plussers bij de hit “Ich bin nur ein armer Wandergesell” mee zaten te neuriën. Met nog enige citaten uit het vertaalwerk – “sinterklaasrijmelarij (…) zoals fricandeau, Bordeaux, hallo en dildo” schoffelt Jansen de operette onder de grond. Erg kort voor de kar. Een recensie is een geïnformeerde opinie. De muziekvakopleidingen hebben zich de laatste jaren kunnen pemitteren geen aandacht te besteden aan het fenomeen operette. Dat zou binnenkort wel eens kunnen veranderen. Door de overmaat aan musicalproducties de laatste jaren treedt ook daar de onvermijdelijke bloedarmoede op. Het zou wel eens kunnen zijn dat er weer behoefte aan een kunstvorm ontstaat die niet pretendeert meer te zijn dan het is. De operette komt wellicht weer in beeld en Jansen zal er vaker naar toe moeten van zijn baas dan hem lief is. Als ik hem was, zou ik me maar alvast gaan inlezen.