Tag Archives: Musical

West Side Story in Fortis Circustheater

Waren er maar meer goede componisten als Leonard Bernstein die zich niet te goed voelden om een musical te schrijven! Dan werden we niet zo overspoeld met al die ellende die we tegenwoordig dankzij Joop van der Ende te zien krijgen. De makers van de moderne musicals denken alleen op de lege huls van een decorontwerp een publiekstrekker te kunnen maken. Wat in feite ook zo is, want de zalen zitten bij al die voorstellingen tot de nok vol (al zijn daar vaak behoorlijk gulle weggeef-acties voor nodig) en die overproductie is er natuurlijk niet voor niets. Nu Shaffy dood is zal “Shaffy, de Musical” wel de volgende melkkoe zijn. Om het maar niet te hebben over de publieks – “op zoek naar Josef/Evita/Mary Poppins” – audities te hebben; wat een aanfluiting overigens voor Willem Nijholt!

West Side Story is anders. Het is dat er zoveel en zo spetterend in gedanst wordt, anders zou je het bijna een opera gaan noemen. Zondag 10 januari zag ik in het Fortis Circustheater een voorstelling in het kader van het 50 jarig jubileum van de Broadway-productie. Wegens enorm succes, heette het op de posters, was de voorstellingenreeks verlengd. Puur volksbedrog natuurlijk, want ik kocht mijn kaartje met korting en als ik even had gewacht had ik nog meer korting gekregen. De zaal was uiteindelijk iets meer dan halfvol – het grote publiek heeft liever een waterhoofd van Lloyd Webber dan een stuk waarin de inhoud belangrijker is dan de verpakking. Aangezien het verhaal gaat over twee jeugdbendes die elkaar het monopolie op een stukje straat bevechten – met dramatische afloop – was het stuk misschien nog wel ongekend actueel, gezien de gebeurtenissen in Culemborg. Iedereen kent natuurlijk wel “I Feel Pretty” en “America”, maar voor sommige songs moet je aanzienlijk meer moeite doen. Zelf vind ik het ongemakkelijk klinkende slotakkoord altijd weer een aangrijpende afsluiting.
trailer: via musical.blog.nl

Het sobere, maar effectieve decor bewijst dat een goed verhaal, goede muziek en – vooral – een goede uitvoering voldoende kunnen zijn. De dans was adembenemend; de zang zuiver en sterk, soms iets te “strak”, te weinig gevoel in de stem. Het duet tussen Maria en Anita (op het eind) helaas juist iets te veel. Het is ook nooit goed 🙂
Ik heb wellicht de film uit 1961 iets te vaak gezien, dan word je een beetje te kritisch. Dan vallen ook gelijk de verschillen op in tekst en volgorde van de songs. Het wikipedia-artikel over de film somt ze keurig op. Maar als film, als musical of gewoon alleen de muziek op een geluidsdrager: West Side Story verveelt nooit.

Film-marathon

Te veel films gezien de laatste tijd om allemaal afzonderlijk te bespreken. En waarom zou ik? Anderen doen dat wellicht beter dan ik. Mijn “Movies I’ve seen” pagina geeft een algemeen overzicht.
Daarom komt hier de korte versie:

1. Milk: fraaie biopic over Harvey Milk. Sean Penn slaagt erin een geloofwaardige homo neer te zetten zonder te vervallen in maniertjes.

The story of California’s first openly gay elected official, Harvey Milk, a San Francisco supervisor who was assassinated along with Mayor George Moscone by San Francisco Supervisor Dan White.



2. Doubt: vreselijk tegenvallende film, waarin weer eens de katholieke kerk en op jongetjes geilende priesters het lokkertje zijn. Is het niet een beetje zielig om weer eens het aangeschoten wild af te fikken? Tot overmaat van ramp zit het werkstuk ook nog vol fouten. Okay, Meryl Streep speelt mee, maar beter vond ik Philip Seymour Hoffman als de priester met het menselijke gezicht. De echte glansrol is helaas te klein: Viola Davis als de moeder van Donald Miller.



3.The Curious Case of Benjamin Button: in de eerste plaats een leuke film, die als gedachtenexperiment ook wel aanleiding kan geven tot wat gefilosofeer over de zin van het leven;zoals bijvoorbeeld ook “Jack” uit 1996.



4.Kan door huid heen.Prachtige film.

Marieke (Rika Lodeizen), dertig plus, zojuist verlaten door haar vriend, wordt aangerand. Om te herstellen, vlucht ze weg uit de grote stad. Ze betrekt een vervallen boerderij in Zeeland – die symbool staat voor haar geestestoestand. In een donkere kruipruimte ontdekt ze een geweer. Met verbluffende snelheid en zelfverzekerdheid weet regisseuse Rots de kijker te installeren in het hoofd van Marieke. Tolt Marieke, dan tolt de camera mee. En als Marieke denkt, hóórt de kijker haar ook denken. Met hulp van Rifka Lodeizen, die fysiek zeer sterk acteert, slaagt Rots erin om de kijker Marieke te laten voelen.

Eén zwakke plek: de muziek van Dan Geesin. Eenvoudig en toch smakeloos, maar vooral vreselijk slecht uitgevoerd.



5. Revolutionary Road:

Eind jaren vijftig, Amerika floreert. Frank en April Wheeler zijn een jong, aantrekkelijk en veelbelovend stel. Ze hebben twee leuke kinderen en wonen in een welvarende buitenwijk ergens in Connecticut. Maar gelukkig, of zelfs maar tevreden zijn ze niet. Frank heeft een saaie kantoorbaan, April treurt om een gefnuikte carrière als actrice. Ze waren toch voorbestemd om anders te zijn, beter? In een uiterste poging aan hun gezapige burgerbestaan te ontsnappen besluiten ze naar Frankrijk te gaan. In Europa zullen hun bijzondere gaven zich wel kunnen ontwikkelen, ver van de oppervlakkige consumptie maatschappij die Amerika in hun ogen is. Hun relatie verzandt echter in eindeloos gekibbel en jaloezie, en een drama lijkt onafwendbaar.

Mooiste rol is weggelegd voor Michael Shannon als “kinderen en gekken spreken de waarheid” John Givings, met een aantal fraaie one-liners, waaronder deze

Hopeless emptiness. Now you’ve said it. Plenty of people are onto the emptiness, but it takes real guts to see the hopelessness.

Les Miserables

Afgelopen zaterdag ging ik in het Nieuwe Luxor naar “Les Miserables“. Les Miserables (“Les Mis“) is de musical die in Nederland de musicalgekte op gang bracht. Ik moet altijd denken aan toen ik deze musical indertijd voor het eerst zag – was het 15 jaar geleden? – in het Amsterdamse Carré. Het was echt iets totaal anders: waren de musicals tot dan toe toneelstukken met hier en daar een liedje, nu was het één doorgecomponeerd geheel en het tempo waarin het verhaal werd ontwikkeld lag zo hoog, dat ik het gevoel had dat ik mijn veiligheidsgordels moest omdoen om rustig in mijn stoel te kunnen blijven zitten.

Over de overproductie aan musicals die daarna op gang is gekomen en met name de kwalijke gevolgen voor de kwaliteit van de musicals heb ik al een paar keer eerder op dit blog geschreven, maar dat doet natuurlijk niets af aan de kwaliteit van Les Mis zelf. Dus ik wilde het nog wel eens zien.

Ook nu weer had ik het gevoel mijn veiligheidsgordels om te moeten doen, maar vooral omdat ik alleen nog maar een plaatsje hoog bovenin het Luxor theater kon bemachtigen en een beetje met mijn hoogtevrees  moest zien om te gaan. Aan het veel hogere tempo ben ik inmiddels wel gewend.

“Les Miserables” is eigenlijk een Franse musical, maar in Frankrijk is het werk geheel geflopt. Merkwaardig. Uit de tijd van de cassetteband – het lijkt een eeuwigheid geleden – heb ik nog een opname van de (veel kortere) Franstalige versie. Daarop hoor je dat de muziek geschreven is voor de typische Franse zanger met een veel slankere stem. René van Kooten moest in “Bring Him Home” (“Breng hem thuis”) behoorlijk met zijn kopstem werken om de hoge tonen te halen. Erg geloofwaardig kwam dat toch niet over voor het sterke karakter dat hij in het stuk moet neerzetten. René van Kooten valt hier niets te verwijten: idiomatisch schrijven voor de stem is bij veel musicalcomponisten, die in de eerste plaats vanachter de piano hun “catchy tunes” bedenken, het zwakke punt.

Een zwak punt van deze voorstelling vond ik de verstaanbaarheid van de tekst. Waarom vertalen als je het toch niet kunt verstaan? Doe het dan in de originele taal en geeft boventiteling, zoals in de opera.

Verfrissend vond ik dat dit keer de mannenrollen opvallend sterk bezet waren. De vrouwen waren, met uitzondering van Nurlaila Karim die Fantine zong, helaas minder – vooral minder fraai, want met de zuiverheid van de noten was (op één merkwaardige uitzondering na) niks mis. Het geforceerde “belten” dat in de musicalzang standaard is geworden is een kwelling voor mijn gehoor en het irritante gekir van Eponine (Céline Purcell, die me enige jaren geleden bij “Mama Mia” ook al in negatieve zin was opgevallen) is vooral geschikt om “brand, brand!” mee te roepen. Het decor was eigenlijk opvallend simpel maar effectief: alleen een draaischijf die snelle scene-wisselingen mogelijk maakte.

Een laatste woord van lof voor het orkest, dat prima speelde. Vijftien jaar geleden was het orkest vooral een goed geprogrammeerde machine die, ondanks een waardeloos dirigerende dirigente alle overgangen moeiteloss, maar levenloos nam. De dirigent die het nu leidde (Thomas M?) had meer grip op het geheel en wist het orkest echt te laten begeleiden, om niet te zeggen: musiceren. En zhoort het ook.

Hera – een goddelijke musical

Twee weken na “Odysseus” van De Appel zat ik weer in klassieke sferen, dit keer voor het stuk “Hera”, een “goddelijke musical” gemaakt naar een idee van tekstschrijver Flip Broekman, met liedteksten van Jan Boerstoel. Voor de muziek tekende componist Martin van Dijk. Gisterenavond zag ik de première in het Delftse Theater de Veste.

Stel u voor: u betreedt de zaal en u krijgt te horen dat u op weg naar het theater bent omgekomen… Gelukkig krijgt u de kans om in een nieuwe lichaam terug te keren, want u bent gearriveerd in de gezellige reïncarnatiekliniek van Hera. Hera, ooit de machtigste godin van het Griekse rijk, raakte in vergetelheid . Deze kliniek betekent haar come back en het lijkt een hit te gaan worden. Maar net als U zich klaar maakt voor uw volgende leven ontstaat er groot tumult. Zeus is er met een aardse vrouw vandoor gegaan en laat Hera na drieduizend jaar huwelijk alleen, eenzaam en verbitterd achter. Plotseling bent u getuige van een ruzie tussen de goden. Want laat Hera het hierbij zitten? En wie is die mysterieuze jongeman, die vervolgens opduikt om haar de liefde te verklaren. Aan haar…de Oppergodin! En hoe moet het nu met uw volgende leven?

Hera, muziektheater vol hartstocht, vriendschap en drieduizend jaar liefde en bedrog. van de website van Hummelinck Stuurman Theaterbureau

De hoofdrol van Fabio wordt gespeeld door Arjan Ederveen en dat schept al de verwachting dat het niet saai zal worden. De rol van Hera wordt gespeeld door Vera Mann, die Loes Luca na het plostselinge overlijden van haar man moest vervangen en Rob van de Meeberg speelde Zeus. Een uitstekende casting wat mij betreft, al blijft het natuurlijk altijd de vraag wat Loes Luca ervan gemaakt zou hebben. Ook Waldemar Torenstra was uitstekend als Casper (zoon van Zeus en Alkmene), terwijl de nimfen Esther Kuiper, Francesca Pichel, Marjet Spook en Jennifer van Brenk, de laatste vooral als Alkmene en na de pauze als Wannie, vriendin van Casper, vooral prachtig zongen en dansten.

Wat Jacques Offenbach met “La Belle Hélène” deed voor de operette, beleefden we hier in de musical. Parodie, satire, humor ging wel degelijk samen met diepgang. Interactie met de zaal, die ten dele medespeler in het geheel was (en wel in de reïncarnatiekliniek van Hera en Zeus, onder leiding van Hera mochten we enige “ontaardings”-oefeningen doen en we kregen in de pauze koffie met een plakje cake, als bij een echte begrafenis), prachtige, soms humorvolle songs, alles perfect uitgevoerd gingen vrijwel onmerkbaar over in kleine steekjes onder water. “Weet je waarvan Hera de godin is?” vraagt Fabio aan Casper. “Van de liefde?” “Van het huwelijk, dat is precies het tegenovergestelde”. Mag deze grap nog oer-burgerlijk genoemd worden, er werd ook nog even geschimpt op “Idols” (bewuste vondst?)en op de ietwat overdreven dierenliefde van sommige goedbedoelende Groenen, terwijl de niet mis te verstane song van Zeus over de goden als gemaakt naar des mensen “beeld en gelijkenis” de godsdienstwaanzin op de korrel nam: (de goden zijn) “uit nood geboren, uit angst bedacht”.

Om al die verwijzingen naar de Oudheid te kunnen begrijpen moet je natuurlijk iets van mythologie afweten. Het zou jammer zijn als dat alleen aan gymnasiasten is voorbehouden, en dat is dan ook waarom ik nog terug wil komen op mijn kritiek op de Appelvoorstelling: theater moet ons waarheid en schoonheid tonen, maar “Just a spoonful of sugar helps the medicine go down”. Na het zien van “Hera” wist ik weer dat er nog leven in die oude goden en legenden zit.

Evita in openluchttheater Nyborg (Denemarken)

Net terug van vakantie in Scandinavië heb ik over zeker drie culturele evenementen te posten – weet niet of ik dat ga redden zonder gelijk weer aan vakantie toe te zijn 🙂

Eerst maar het hoogtepunt: Evita.

Ben ik zo’n fan van deze musical? Not at all! De uitspraak (ik dacht van Louis Andriessen) dat Lloyd Webber de saaiste componist van de 20ste eeuw is onderschrijf ik van harte – met uitzondering dan misschien van de musical “Cats”. Maar ja, je loopt in Nyborg, ziet posters, je denkt: “wat kost dat hier?”, informeert en het blijkt – omgerekend – zo’n € 20 te kosten. Dat is wel anders dan we in Nederland gewend zijn. Nog kaarten vrij? – Jazeker! Het begint wel ‘s avonds om 22.00 uur in het openluchttheater van Nyborg.
Dat zijn we wel gewend; gaan ook (bijna) jaarlijks naar het openluchttheater in het Amsterdamse Bos.

Wat een avond! De voorstelling was in het Deens, maar dat maakt niet uit, aangezien onze Nederlandse zangers in het algemeen toch ook nauwelijks te verstaan zijn 🙁 De taal van de muziek verstaan we allemaal. Waar zit nou toch dat prijsverschil in? Dat moet het decor zijn: bij Joop zijn we gewend aan prachtige decors en een altijd weer verbijsterende theatermachinerie die je snel van de ene scene naar de andere voert. Het decor hier was wel wat eenvoudiger: twee dimensionaal – een achterwandje opgebouwd uit driekantige zuilen die draaiden als er een nieuwe achtergrond voor moest komen – een suggestie van een balkon en een eenvoudige lift die omhoog gaat als Evita haar beroemde “Kald ikke mere, Argentina” (=Don’t Cry For me, Argentina) zingt is het meest geavanceerde theatertuig dat we konden zien. Maar de zang – waar het toch om gaat – was voortreffelijk! Worden we in Nederland voor onze minimaal € 80 geregeld opgezadeld met zwakke mannenstemmen en vrouwen die hun strot zwaar onder druk zetten (het zgn “belten”), zodat kijken naar het decor het enige is wat erop zit om je niet geheel bekocht te voelen, stond hier een team te zingen dat – met uitzondering van het hoe dan ook al dissonante begin (“hoezo saai” zal Lloyd Webber gedacht hebben) en het kinderkoortje in de 2e akte – schijnbaar ongehinderd door de extra problemen van het in de openlucht zingen, moeiteloos en glaszuiver op toon bleef.

Het orkest olv Susanne Vibaek stond in een aparte ruimte aan de zijkant voor het publiek zichtbaar opgesteld en verzorgde de begeleiding accuraat en steeds dienstbaar aan de zang.

Ook dat was verfrissend ten opzichte van de Nederlandse situatie, waar de geluidstechnici vaak hun liefde voor mengpaneel botvieren ten koste van de vocalisten.

BjØrg Gamst als Evita zong een prachtige partij, maar de ster van de avond was Martin Holm, die de rol van Che voor zijn rekening nam. Een ongelooflijk flexibele stem, die moeiteloos de hele avond over de hele ambitus gaaf bleef en een heel scala aan emoties erin kon leggen zonder te chargeren. Daarnaast acteerde hij geweldig. Waarom heb ik nog nooit van deze man gehoord? Hij zou wereldberoemd moeten zijn!

Een merkwaardig aspect van de voorstelling was het in ontvangst nemen van het applaus: dat gebeurde op muziek, waardoor het publiek tijdens het hele applaus gelijkmatig bleef klappen. Van de kleinste bijrol tot de hoofdrollen kreeg iedereen hetzelfde applaus. Ik probeerde bij de opkomst van Martin Holm nog “Bravo” te roepen, hetgeen me overigens ook niet kwalijk genomen werd, maar het applaus nam niet toe; en dat kon ook niet omdat de muziek iedereen in de maat hield. Toen het applaus eenmaal klaar was en het hele ensemble voor het laatst gebogen had, werd het Deense volkslied ingezet, dat door iedereen in het publiek gedistingeerd werd meegezongen.

Rare jongens, die Denen, maar ik heb een prachtavond gehad.

Dirty Dancing – the Musical

Meer is niet altijd beter. Dat geldt zeker voor de musical in Nederland. Musicals zijn zo populair en er valt voor de producenten zoveel geld te verdienen dat het onmogelijk is voldoende nieuwe originele musicals te schrijven. Dus worden er boeken en films tot musical omgebouwd, met wisselend succes.

Terwijl “Les Miserables” – wat mij betreft de oorzaak van de musicalgekte in Nederland – opnieuw op het repertoire is genomen is nu “Dirty Dancing” – de bekende film uit 1987 – omgebouwd tot musical door Eleanor Bergstein, die ook het originele filmverhaal schreef, gebaseerd op haar eigen vakanties met haar ouders in een natuurpark in de zomer van 1963. Als musical vond de premiere plaats in Sydney op 18 november 2004, en nu heeft Joop van den Ende Theaterproducties het stuk in het Utrechtse Beatrix Theater.

De musicalbewerking is geschreven door Eleanor Bergstein en is een vorm van muziektheater die het Nederlandse publiek nog niet eerder heeft gezien. Het is een overweldigende muziek- en dansshow door de hele reeks opwindende dansscènes en ruim 50 hits uit de jaren ’60 en ’80. De toeschouwer waant zich hierbij de Kellerman’s Vakantieclub. Van: Dansinfo.net.

Er wordt absoluut goed in gedanst, maar als het om een dansmusical gaat geef ik toch de voorkeur aan “Chorus Line”, waarin de dansen veel spannender zijn, want dat miste ik toch wel bij “Dirty Dancing”, ook in de film overigens – echt “dirty” wordt het nergens. Bovendien heeft “Chorus Line” in ieder geval nog een groot aantal originele en vooral “pakkende” songs. De grote hits uit de film Dirty Dancing, “I’ve had the time of my life”, “Hungry eyes” en “Love is strange” zijn in de musical te horen, maar “She’s Like The Wind” is slechts in een instrumentale reminiscentie even aanwezig. Verder moeten we het vooral doen met hits uit de jaren ’60 en ’80. Goed uitgevoerd, evenals het dansen en, vooral, de techniek die verbijsterend is. Het podium verandert voortdurend van functie, decors en requisieten komen uit de grond omhoog en verdwijnen om zo trouw mogelijk het effect van verschillende shots en locaties in de film na te volgen. Dat daarbij het verhaal, voor zover je daarvan mag spreken, in een akelig hoog tempo erdoorheen gejakkerd wordt moeten we maar voor lief nemen. Ondanks al dit theatrale vuurwerk verlang iknog wel eens terug naar de goeie ouwe tijd, toen een musical nog een toneelstuk was met hier en daar wat catchy songs, uitgevoerd door goede acteurs die konden zingen, in plaats van door dansers, die soms kunnen zingen, maar zelden kunnen acteren.
Zo vraag ik mij af voor wie in het publiek de scene waarin de ober Robbie (die Penny zwanger heeft gemaakt) het boek “The Fountainhead” aan Baby/Frances geeft betekenis heeft. In de film was deze scene voor niet-Amerikanen al nauwelijks te begrijpen, in de musical had dit er beter uit gelaten kunnen worden om ruimte te scheppen andere zaken beter uit te diepen. Vooral in het tweede bedrijf werd er weer veel te lang doorgezaagd over de truttigheid van de gasten van Kellerman – hier had het stuk ongetwijfeld aan spanning kunnen winnen door effectief met het rode potlood om te gaan.

Uiteindelijk is het hele stuk eigenlijk gewoon één grote opmaat is tot de laatste scene: het lied “I’ve Had The Time of my Life”. Goed gezongen en gedanst door Martin van Bentem (Johnny Castle), Jette Carolijn van den Berg (Baby Houseman), hoewel het natuurlijk een inkoppertje was: het publiek begon al te klappen toen de eerste tonen klonken. De rest van de cast van 39 mensen, bestond onder andere uit Chris Tates (Jake Houseman) en Anouk van Nes (Marjorie Houseman).

In de Ban van Bannink

Harry Bannink (1929 – 1999) is de grote man achter de liedjes van “Ja Zuster, Nee Zuster”, Foxtrot, De Stratemaker op zeeshow en nog heel wat meer moois. Musicals of losse liedjes,vaak geschreven voor gebruik op radio en TV. Gebruiksmuziek dus, maar, zoals ik gisteren in Alkmaar in Theater de Veste mocht constateren, uiterst vakkundig geschreven gebruiksmuziek, neigend naar Kunst. En wat is daar mis mee?

Hollands Symfonia bracht een hommage aan Bannink en liet Bob Zimmermann de liedjes meesterlijk arrangeren voor groot orkest. Nu nog vier solisten: Loes Luca, Henny Vrienten, Nynke Laverman en Frans van Deursen. Zij zongen Banninks werk met veel liefde, hoewel Vrienten – helaas – de zwakste schakel was. Hij gaf aan door griep te zijn getroffen en dat zou best eens kunnen. Frans van Deursen en vooral Loes Luca waren groots. Van Nynke Laverman moet ik zeggen dat ze fraai zong, maar naar mijn smaak ietwat overspeelde , hoewel mij dit in het deel na de pauze aanzienlijk minder stoorde. Ze zong toen ook een paar zeer mooie songs, waaronder “Spuit”.

Tot mijn genoegen was er voor gekozen het feest der herkenning te combineren met de schok van de ontdekking: er waren heel wat minder bekende liedjes te horen en zelfs een premiere: het onvoltooide balletproject van Bannink “Paultje in Posteland”. Wellicht dat Bannink hier zijn talent wat overvraagd heeft, want de door Bob Zimmermann afgeronde en georkestreerde suite deed me in de eerste plaats aan Prokoffief en in de tweede plaats aan een medley op zichzelf staande leuke deuntjes denken.

Dat deed wat mij betreft echter niets af aan het succes van deze avond. Te bedenken dat Bannink, evenals iemand als Joop Stokkermans, uit een tijd komt dat op het conservatorium geen aandacht werd gegeven aan “lichte muziek” maakt de bewondering voor de man die een bron bleek van een stroom liedjes van vrijwel constante kwaliteit alleen maar groter. Grote vraag is dan ook: waarom is dit programma slechts vier keer uitgevoerd?

Cats.

Cats speelt weer! Dus ik ernaar toe. Ik had vorig jaar in Hannover al een Duitstalige voorstelling gezien; nu dus een Nederlandse. Ik hoor het liever in het Engels, maar het is absoluut weer prachtig gedaan. Zo prachtig dat het eerste deel zelfs een beetje saai was, bij alle perfectie. Na de pauze werd dat een stuk beter.

Cats is eigenlijk een merkwaardig soort musical: het is gewoon een toonzetting van de gedichtenbundel “Old Possum’s Book of Practical Cats” van T.S. Eliot uit 1939. Gerrit Komrij vertaalde in 1985 de Engelstalige gedichtenbundel in ‘Kobus Kruls Parmantige Kattenboek’. Deze vertaling is ook gebruikt bij de Nederlandstalige musicaluitvoering.

Vera Mann zong een dramatisch sterke Grisabella, beetje veel vibrato in de hoogte, maar dat is een kwestie van smaak, zullen we maar zeggen. Marco Bakker, de man die van zichzelf beweert dat hij net zo makkelijk een Mattheus Passie als een operette zingt zette, vooral in de slotscene, een absoluut mooie Oom Deuteromium neer; al was zijn bewegen wat potsierlijk naast de andere zangers/dansers. Dat zal wel zo bedoeld zijn – zo jong is Deuteromium tenslotte niet meer. Gino Emnes was als Rum Tum Tugger (Tuk-stuk-rukker in de vertaling) opvallend aanwezig tijdens de hele voorstelling en Mark John Richardson was werkelijk fenomenaal als Dr. Diavolo.

Ik heb het van Cats altijd merkwaardig gevonden dat de hoofdrollen weggelegd zijn voor de losers: Grisabella en, in iets mindere mate, Oom Deuteromium zijn nou niet bepaald de rollen waar ik me mee zou willen identificeren. En de song “Memory” (in de Volkskrantrecensie vertaald als “Herinnering”) kan ik zeker niet de showstopper van het geheel noemen. De andere songs waren heel wat spectaculairder, niet in het minst door de schitterende dans en zang, die in het algemeen woordelijk te verstaan was.