George Overmeire's blog

De voetnoot.

Goed, ik was dus in Utrecht voor museum het Catherijneconvent; ik schreef daar reeds over. Daarna brachten we nog wat tijd door met zwalken over straat tot we in het Louis Hartloopercomplex naar de film konden, "Tinker Tailor Soldier Spy". Een ongelofelijk goeie, maar gecompliceerde film - ik denk dat ik hem voor 70% begrepen heb,maar daar gaat het nou niet om. Onderweg daarnaartoe verschillende antiquariaten gezien, die ik allemaal links heb laten liggen - ik ken mijn zwakheden - maar toen de kaartjes gekocht waren, het kopje koffie gedronken was en we nóg tijd over bleken te hebben, ik de laatste zaak even ingelopen.
Bingo - gelijk bij binnenkomst lag op een tafel het boek "Hortense" van Thera Coppens.
Wie is Hortense?
De vrouw van Lodewijk Napoleon. Ik zou het niet geweten hebben als ik in 1989 mijn doctoraalscriptie muziekwetenschappen niet over Louis Drouet geschreven had. En Louis Drouet, de fluitist, componist, fluitbouwer, was in de tijd dat Lodewijk Napoleon in Nederland koning was zo'n beetje de hoffluitist van Lodewijk en de "muzikaal secretaris" van Hortense. Hortense moet zich kapot hebben verveeld en hield zich met van alles en nog wat bezig, tarotlezen onder andere, waarschijnlijk ging zij ook hier en daar een beetje vreemd en: ze componeerde. Aangezien ze geen noten kon lezen liet ze Drouet dan komen om de door haar verzonnen deunen op te schrijven. De avonturen van Drouet en Hortense staan in hoofdstuk 2 van mijn scriptie beschreven.
Nu - ik heb mij nog wat ontwikkeld door de jaren heen - begrijp ik eigenlijk niet dat die scriptie indertijd is goedgekeurd, maar toen het internet opkwam en ik ontdekte hoe ik zelf een website kon maken heb ik hem toch online geplaatst om te voorkomen dat mijn meesterproef ergens ging liggen vergelen zonder dat iemand er verder zijn voordeel mee zou doen. Er lag alleen een exemplaar in de Utrechtse universiteitsbibliotheek, de bibliotheek van het Haags gemeentemuseum en het Willem Noske-archief. Ook had ik de fluitisten Rien de Reede (samensteller van een catalogus waarop ik wat aanvullingen had gevonden) en Jorge Caryevski (die mij behoorlijk op weg had geholpen) een exemplaar toegestuurd, maar dat is niet voldoende natuurlijk om mijn werk, waarin toch wel wat biografische informatie zat die nog niet algemeen bekend was, onder de aandacht van de muziekwetenschappers te brengen.
Het heeft me in ieder geval twee keer iets opgeleverd.
Een aantal jaar geleden organiseerde Museum Paleis het Loo een expositie rond Lodewijk Napoleon in Nederland. Daarbij werd de kristallen dwarsfluit, die door Lodewijk aan Drouet was geschonken, tentoongesteld. Ten tijde van het schrijven van mijn scriptie lag die fluit in het depot van het Rijksmuseum en ik heb de conservator indertijd gevraagd of ik hem mocht zien. Dat mocht niet - het was maar een doctoraalscriptie - maar ik kon wel wat foto's krijgen.
Bij de expo in Paleis het Loo werd hij wel tentoongesteld, dus ik ernaartoe. Ook trouwens om even de catalogus in te zien, want bij het schrijven van dat boek had de samensteller mij nog om wat informatie gevraagd over Drouet's aandeel bij het lied "Partant pour la Syrie", waarvan het auteurschap zowel door Hortense als door Drouet is geclaimd.
Inderdaad, mijn scriptie werd in de bronvermelding genoemd. Ik ben denk ik toch wel ijdel, maar heb de catalogus niet gekocht.
Het boek ""Hortense" van Thera Coppens kende ik niet, maar ik keek natuurlijk gelijk in het register of Drouet genoemd werd. Jawel, pagina 300, een korte vermelding over de kristallen dwarsfluit en de inscriptie, en, ja hoor, achterin bij de voetnoot (H16 vtnt 8) mijn scriptie, als zijnde geschreven door "George Overmeier".
Verdorie, zo heet ik niet, het is "Over"meire". Slordig van uitgeverij Meulenhoff.
Ik heb het boek dan ook laten liggen.

De Denker

Wie kent het beeld niet: Rodin's "De denker" (Le Penseur)? Het spreekt mij aan, net als vele anderen kennelijk. Er is op Rodin's denker stevig gecopieerd en geplagieerd. Zoals de copie (eigenlijk een afgietsel) die van het beeld in het Singermuseum in Laren staat en het beeld "Thinker on a rock" van Barry Flanagan dat op de Utrechtse Neude staat.

Van Rodin's Penseur heb ik hier nog een mooie parodie, "Flanagan's "Thinker on a Rock" is door Jurjen Bertens erg mooi nageschilderd.
Wie parodieert nou eigenlijk wie? Ik denk zelf ook weleens. Of dat voor anderen ook geldt weet ik niet, maar denken is in ieder geval een heel Christelijke bezigheid. Dat bleek donderdag maar weer eens toen ik in museum Het Catherijneconvent mijn kennis Christelijke kunst wilde ophalen en daar tegen dit beeld aanliep:

"Christus op de koude steen" uit 1510.
"Eenzaam en ontkleed zit Christus op een steen in afwachting van zijn kruisiging" beschrijft de beschrijver van het museum. En verderop in de tekst:

"Christus ziet er treurig en melancholisch uit, met het hoofd steunend op zijn hand. Dat Christus geheel naakt wordt afgebeeld komt zelden voor"

Da's wel wat anders dan bij Rodin, waar naakt de normaalste zaak van de wereld is. Ik nam dan ook even de tijd het beeld frontaal te bestuderen, maar - om met Godfried Bomans te spreken - "details werden niet verstrekt"; het handje zat ervoor.


Er was ook een expositie van historische kerststallen en twee zangeressen die - vier dagen na kerst - ons met kerstliederen probeerden te verblijden. Dat alles maakte dat het in dat museum drukker was dan mij persoonlijk lief is. Maar het leverde toch nog wat humor op.
Zoals: bij het binnenkomen in het museum hadden ze een levende kerststal ingericht. Voor de os en de ezel was het daar volgens mij best uit te houden, maar je zal de actrice zijn die de heilige Maagd moet spelen. Dus in een onbewaakt ogenblik zat ze met haar mobiele telefoon te frummelen - even mijn facebook-status updaten, "ben nu in een relatie met de H. Josef". Ik snap vooral niet waarom je daar als vrouw mee te koop zou willen lopen, want Josef schijnt in de eerste plaats een hele nette man te zijn geweest. Maar het hoort natuurlijk sowieso niet, dus toen ze zag dat ik het zag verdween het anachronistische voorwerp snel in de mouw. Jaja, vrouwenlist es menichfout
Of bij de vitrine waar bisschopskruizen en - ringen van Utrechtse bisschoppen werden geëxposeerd, waaronder die van kardinaal Alfrink. (da's gewoon de enige waarvan de naam mij nog iets zegt). Vooral die ringen waren supergroot en waar Marit haar commentaar nog zuiver hield (ik was erbij, dus ze moest een beetje op haar woorden letten) met "je zal zo'n ring moeten dragen", merkte een andere vrouwelijke bezoeker met onwaarschijnlijke nuchterheid op "het lijkt hier wel een feestwinkel".

Ik wees haar terecht :-)

Centraal Station klok

Ik heb hem, bij alle verbouwingen in de stad, best gemist de laatste jaren. Vooral omdat ik hem, als ik met mijn auto achter het Station Holland Spoor langsreed op weg naar huis, ergens in de buurt van de Slachthuiskade opgeslagen zag liggen. Achter een muurtje maar wel gewoon in de open lucht. En zichtbaar, maar kennelijk wilde niemand hem stelen. Ik herinner mij dat toen hij er pas was, er ook wel vaak iets over te doen is geweest; niet iedereen vond hem even mooi.
Ik wel.:-)


Dinsdag 1 november fietste ik terug van de KB en daar stond hij weer, de goede, oude, vertrouwde Centraal Stationsklok, .
Nog niet goed afgesteld - de foto is gemaakt om 12.45 uur - maar daar wordt kennelijk - zie de ladder - aan gewerkt.

Een stukje vertrouwd Den Haag weer in glorie hersteld.

Machtige & Mooie Middeleeuwen.

Vakantie en dus eindelijk eens tijd gehad voor de tentoonstelling "Machtige en Mooie Middeleeuwen" in de Verdieping van Nederland.

Allemaal middeleeuwse handschriften. Sommige van die boeken zijn ook te zien op de website van de KB, bijvoorbeeld hier, en zelfs als online compleet doorbladerbaar "bladerboek".
Online is mooi - wat zou ik nog moeten zonder internet - maar als je het in het echt ziet ben je toch even helemaal in een andere wereld. Een wereld waar ik niet in zou willen leven, overigens. De verbinding naar de 21e eeuw werd dan ook gemaakt door mijn HTC Android, die hier en daar wat miniatuurtjes moest schieten. Zonder flits uiteraard :-)

Links: getijdenboek Catherina van Kleef (15e eeuw), rechts: miniatuur "V" met Maria (met kind) en Beatrijs (knielend) uit de Beatrijs, folio 47v.

Reaching toward Infinity

Deze fraaie spreuk vond ik in Antiquariaat "Klikspaan" in Leiden; ik zag hem aan de muur hangen tijdens het afrekenen van zo'n lekker ik-kruip-op-de-bank-met-mijn-boek-en-stoor-me-niet deeltje uit Dent's Everyman's Library: "On the Study of Celtic Literature and Other Essays" van Matthew Arnold. Uit 1867, opnieuw uitgegeven in 1910 en dat weer heruitgegeven in1976.
Wie wil zo'n boekje nou hebben? Ik dus, en geloof me - ik moet mijn verslaving altijd een beetje rechtvaardigen - ik heb er zeker vier even prachtige boekjes uit dezelfde serie voor laten staan.
Wat een mooie boekjes, nog uit de tijd dat men de tijd nam om te lezen. Ik jakker mij altijd zo snel mogelijk door al die bladzijden heen, al dan niet e-browsend, om de afstand tussen aankoop en lezen van mijn alsmaar uitdijende boekenverzameling overzichtelijk te houden.
Terwijl ik het boek afrekende zag ik naast de kassa, links aan de muur, temidden van alle spreuken over de genoegens van het lezen (alsof ik dát nodig heb!), deze dus.


Eindelijk eens iemand - en wel een zekere A.Edward Newton - die mij begrijpt.

Et In Acadia Ego

De kunst- en cultuurkenner herkent deze zin natuurlijk van het beroemde schilderij "Et in Arcadia ego" van Nicolas Poussin, of anders wel van Goethe, die zijn "Italiaanse Reis" het motto "Auch ich in Arkadien" meegaf. Zonder werkwoord, omdat de o.a. door de Duitse Romanticus Carl Wilhelm Kolbe "Auch ich war in Arcadien" in gebruik geraakte vertaling eigenlijk fout is, maar Goethe dit wel bedoelde - Arcadia als metafoor voor Italië gebruikend.
Nu was ik deze vakantie in Acadia. Waar is de "r"? Typo? Nee, Acadia is het deel van Canada waar ik mijn vakantie doorgebracht heb zonder te weten dat het zo heette - ik dacht gewoon een stukje Oost-Canada te doen, eindbestemming Digby, waar Merel haar stage loopt. Al rondrijdend kwamen we erachter dat daar Acadiërs wonen, en First Nation-people en de Mi’kmaq, jawel de hele Mikmak.
Ik raak vrij snel in dingen geïnteresseerd, maar die Acadiërs konden mij niet echt boeien; desondanks was mijn vakantie in Canada uiterst geslaagd. Gelukkig maar, want het was de langste vakantie die ik ooit gedaan heb - ik ben niet graag van huis. Een hoofdzakelijk door Marit geschreven verslag - in feuilleton - staat op de familiewebsite, hier, hier, hier, hier, hier en hier.


Aardig wat boeken gelezen op vakantie, de Ayn Rand bio van Anne Heller, een goed boek. "Zendegi", erg goed, van Greg Egan, "Ebocloud", zelfs nog beter, en tenslotte "To a Mountain in Tibet" van Colin Thubron. Prachtig. Jaren geleden heb ik van Thubron "Distance" gelezen, dat was een roman. Dit is een reisverslag, maar het is zo heerlijk mooi, rustig geschreven. Een echte "slow-burner". in tegenstelling tot de scifi, die ik gewoonlijk graag lees, maar die wat sneller consumeert. Alles, zo'n achttienhonderd pagina's, via mijn e-reader en dat scheelde een hoop bagage, want het moet allemaal mee het vliegtuig in. Dit jaar waren we dan ook zonder Ank & Arie op vakantie. Voor de niet-ingewijden: Ank was ons navigatie systeem. Na jaren trouwe dienst en hele gesprekken tegen ons te hebben gevoerd - "U heeft uw bestemming bereikt" - en mijn af en toe enthousiaste rijgedrag in toom te hebben gehouden - "U rijdt boven de maximum snelheid" - was ze inmiddels echt verouderd, bovendien kon er geen kaart van Canada op. Ik heb haar dus ingeruild voor een jongere Gamin-satnav. Hanny heet ze, minder spraakzaam, geen lieve woordjes. Is even wennen. Arie is onze auto, de altijd betrouwbare Toyota Yaris. Met enig schuldgevoel heb ik hem op de lang-parkeren parkeerplaats van Schiphol drie weken lang helemaal alleen tussen allemaal grote rijkeluis-bakken achtergelaten. In Canada moest ik vreemdgaan met een gehuurde Mitsubishi. Mooie auto, ruim, maar een automaat, waardoor ik als plezier-rijder mij een beetje onder mijn niveau aangesproken voelde: gasgeven en remmen, meer mag je niet, zodat ik het gevoel had in een botsautootje te zitten. Zonder botsen overigens, hoewel ik een van de laatste dagen toch een noodstop heb mogen maken om een stekelvarken te sparen die gewoon over de weg liep te scharrelen. Het schijnt overigens dat ik daarmee ook de auto en misschien onszelf gered heb, daar de stekels van zo'n dier behalve de banden ook de remkabels behoorlijke schade kunnen toebrengen.
Nu: vandaag mijn jetlag overwonnen, was helemaal niet zo moeilijk, en morgen weer aan het werk. Zin? Jawel, want ik heb een baan waarbij ik voor 95% betaald mijn hobby sta uit te oefenen. Dit jaar ga ik ook gebruik maken van de BAPO-regeling - ik ben al 53! Dat betekent: één dag vrij, die ik heerlijk ga gebruiken om weer eens wat te studeren, te componeren, meer piano te spelen en eens wat vaker naar een museum te gaan.
Ik kom nu alweer tijd te kort.

Marktorganist

Dagje slenteren in Amsterdam - altijd leuk. Op de markt van het Waterlooplein hééél vééél boekenkraampjes. Ik kijk daar nog altijd graag, maar kopen doe ik niet meer, want een e-reader.
En dan, bij alle afdankertjes: een Heus Harmonium - voor € 100,- ! Ik wil al jarenlang heel graag zo'n "psalmenpomp" hebben, ook al zou ik niet weten waar ik hem in mijn met boeken gevulde huis kwijt moet. En je koopt hem voor het meubel, want de sound is op mijn Roland JV-90 Expandable Synthesizer heel bevredigend na te bootsen.
Een babbeltje met de verkoopster, die zei dat haar vader er altijd op speelde - tot haar grote ergernis, want ze vond het geluid dat eruit kwam duidelijk niks.

"Gewoon zingen" zei de vader van Marc-Marie Huijbregts als de kleine Marc-Marie met kopstem zong, onthulde hij afgelopen zondag 23 juli bij zomergasten. Ja, ook mijn zingen - in het algemeen neurie ik graag baspartijen uit ooit door mij uitgevoerde koorwerken - wordt met wisselende welwillendheid ontvangen.

Goed ik kruip dus achter dat harmonium en speel wat losse noten en akkoorden, om te horen waarom hij maar € 100 kost.

"Wel wat moeilijks spelen, pap" zegt Hester. Het werd dus de tweede partita van Bach. Althans het eerste deel.:-)


De stoel is te laag, natuurlijk. En het ding was zo lek als een mandje.
We zoeken nog even verder.

Steun het behoud van het Nederlands Muziek Instituut!

Het is vandaag een bijzondere dag: ik heb voor het eerst in mijn leven een petitie ondertekend. Dat doe ik principieel nooit. Een petitie,een protestmars, lidmaatschap van een bond - het zijn voor mij allemaal uitingen van collectivisme en daar heb ik een gigantische hekel aan.

Maar vandaag vond ik, dat ik niet langer aan de kant kon blijven staan terwijl anderen de kastanjes uit het vuur halen voor iets wat toch echt in ons aller belang is.

In his vision of what should be ‘new culture policy', State Secretary Halbe Zijlstra has announced on Friday, June 10 that subsidy for the Netherlands Music Institute will be terminated as of January 1, 2013. This effectively means that the State denies further responsibility for musical heritage. - website Nederlands Muziek Instituut

Persoonlijk sta ik niet te kijken van de bezuinigingen in de kunstsector. Als er schaarste is moet altijd de kunst het als eerste ontgelden. In het "gewone" dagelijkse leven gaan we ook minder naar film, theater of concert als we ons huishoudboekje niet meer kloppend krijgen.

Mijn vertrouwen in de deskundigheid van onze politici als het om kunst gaat (trouwens ook als het om andere zaken gaat) is tot nul gedaald toen op 19 oktober vorig jaar Diederik Boomsma, duoraadslid voor het CDA in Amsterdam in een opiniestuk onder de titel "Werp de kunsten terug op markt en mecenas" de muziek van Arnold Schönberg "tenenkrommend lawaai" durfde te noemen.

Moderne kunst is niet alleen onpopulair, maar ook anti-populair, stelde Ortega y Gasset (die er overigens wel door was gefascineerd). Dat is de verklaring achter het tenenkrommende lawaai van een twaalftonale compositie van Arnold Schönberg, het autistische gedruppel van Jackson Pollock, of het als kunst gepresenteerde urinoir van Marcel Duchamp – een gebaar dat is ontaard in een wedloop van steeds smakelozer grappen die merkwaardig genoeg wel steeds serieuzer werden genomen.

Van beeldende kunst weet ik weinig af - al kan ik er soms erg van genieten - dus tegen Boomsma's opinie over Duchamps urinoir heb ik niets in te brengen, maar van de muziek van Schönberg weet ik wél iets af. Er gaan zo maar dagen, weken soms, voorbij dat ik niet zo nodig naar die muziek hoef te luisteren. Soms ook wel, afhankelijk van hoe het petje staat. Maar ik kan mij dus goed voorstellen dat niet iedereen iets met deze muziek heeft. Door deze muziek echter te classificeren als een "smakeloze grap, die merkwaardig genoeg wel steeds serieuzer wordt genomen" is voor mij duidelijk dat Boomsma zich gediskwalificeerd heeft nog ooit iets over kunst te mogen zeggen; na zijn blunder over Schönberg, zal zijn verhaal over Duchamps zal ook wel uit onbegrip, om niet te zeggen: onbenulligheid voortkomen. Gelukkig lieten ook de reacties van Volkskrantlezers indertijd niet veel van Boomsma's kijk op kunst heel. Er is nog hoop voor de Nederlandse cultuur. Een beetje. Maar ondertussen hebben de kiezers dit soort mensen in naam van de democratie wel de macht gegeven.

Herman Finkers maakte een tijdje geleden in een televisie-interview met Paul Witteman een bijzonder mooie vergelijking over de naar zijn mening onterechte angst voor de Islam in Nederland en onze cultuur. Kijk, zei hij, als er een vogeltje op een tak in een boom gaat zitten, dan houdt die tak dat best, als tenminste die boom gezond is. Maw: als de boom goed geworteld is in de grond.
En als er buitenlanders in Nederland komen wonen hoeft dat in principe ook niet te betekenen dat wij onze eigen cultuur kwijt raken, maar het probleem is: de wortels van onze cultuur zijn verrot! We hebben helemaal geen trots meer voor onze cultuur!

Mee eens! Is het bijvoorbeeld niet symptomatisch dat de website van het NMI Engelstalig is?

Zolang het gaat om uitvoerende kunsten denk ik bij de aangekondigde bezuinigingen: jammer voor al die uitvoerende kunstenaars, maar dat is dan maar zo. Het gaat hier echter niet om werkgelegenheid voor kunstenaars, maar om het behoud van ons muzikale erfgoed. Het verlies hiervan is straks niet meer goed te maken.

Daarom heb ik - voor één keer - die petitie ondertekend. En sterker nog: ik plaats hier op deze website, die ik doorgaans graag vrij van reclame houd, zelfs een link naar de petitie om zieltjes te winnen.

Uil-breiding

In den beginne kocht ik - volstrekt onschuldig - mijn eerste uil. Het was gewoon een knuffel-uil, die ik mooi vond. Ik schaamde mij er wel een beetje voor, maar besloot uiteindelijk dat mijn wens om zo'n uil te hebben groter was dan de angst voor wat anderen ervan zouden vinden. Het was helemaal niet mijn bedoeling ze te gaan sparen. Maar al snel merkte ik dat, als ik eens ergens kwam, het een uniek aandenken zou zijn om er een uiltje te kopen. Niet per sé een knuffel-uil, overigens. De opgebouwde collectie is op deze website te vinden en ook op mijn Flickr-photostream. De laatste tijd zijn er weer wat items aan mijn collectie toegevoegd.
Zo was ik de afgelopen mei-vakantie in Kröv, een plaatsje aan de Moezel. Jawel. Natuurlijk zocht ik naar souvenir-uilen, maar alleen de allerergste kitsch was er in de rommelige winkeltjes te vinden - en dat doen we natuurlijk niet. In het naburige Traben-Trarbach vond ik echter een prachtige wollen deken met uilenmotief. Er zitten ook andere patronen op, zoals paddestoeltjes, maar het gaat om Den Uil. Hij is heerlijk zacht en past prima op onze bank - die na jaren trouwe dienst slecht en lelijk wordt, maar nog niet vervangen kan worden, want nog kids thuis :-)

Zo heeft het nog nut.
In een ander Moezel-plaatsje trof ik in de locale wereldwinkel dit kleine portemonneetje aan.

Eenvoudig en toch smakeloos en dat alles voor €2,95.

Nu is het vreemde dat inmiddels ook anderen mijn hobby zijn gaan onderhouden. Zo kreeg ik van Astrid - die bij het Hillegersbergs Mannenkoor de catering verzorgt, maar inmiddels het nodige aan mijn uilencollectie heeft bijgedragen - het kleinste uiltje ooit.

Op de foto links solo, uitgesneden uit de foto rechts, waar hij tussen een paar andere uiltjes staat.
En deze week kreeg ik van een collega van school een boekenstandaard in de vorm van een uil.

Ik moet toegeven dat ik er in de schoolmediatheek, waar er meerdere exemplaren van hingen, al een paar keer hebberig naar had gekeken. En nu heb ik 'um dan voor mezelf - erg leuk, gewoon zonde om er een boek in te zetten.


Er is nog wel wat te wensen over. Fietsend door Den Haag, op weg naar mijn werk, zie ik heel wat fietsen geparkeerd staan met een uilen-zadeldekje.

Een zadeldekje beschouw ik iha als het toppunt van mutserigheid, maar met zo'n uiltje erop is het toch heel anders fietsen. Kennelijk komt hij van de Haagse Studentenpas. Ik ben te netjes opgevoed om hem gewoon van een willekeurig fietszadel af te rukken, maar als er een Haagse student is die ervan af wil: heel graag.

Mijn Memex

Big, big writer's block? vroeg iemand, die kennelijk dit blog geregeld checkt, mij enige tijd geleden. En ik moet toegeven dat ik al een tijdje niet aan de schrijverij ben geweest - althans niet hier; de laatste post dateert alweer van 26 januari.
De beoefening van de levenskunst neemt mij zo in beslag, dat ik mij niet graag laat onderbreken om erop te reflecteren. Mijn E-Reader en - ik zou het bijna vergeten - mijn werk eten de rest van mijn tijd op. Maar tussendoor ben ik natuurlijk nog wel bezig met allerlei projecten :-)
Mijn belangrijkste project op dit moment is mijn "Personal Memex". Ik probeer al een tijd al mijn notities, lifelogs en hobbies - tot nu toe versnipperd over vele websites - bij elkaar te brengen in één groot, compleet systeem, want dat is wat in feite een memex is: een portmanteau van "memory" and "index".

A memex is a device in which an individual stores all his books, records, and communications, and which is mechanized so that it may be consulted with exceeding speed and flexibility. It is an enlarged intimate supplement to his memory.

.
Het oorspronkelijke idee komt van Vannevar Bush als gebruikt voor een theoretisch computer systeem in een artikel "As We May Think" uit The Atlantic Monthly van 1945. Erg praktisch was dat apparaat niet, zoals blijkt uit onderstaande afbeelding:

De moderne computersystemen en met name opslag in de "cloud" met technieken als tagging en hyperlinking (zoals bijvoorbeeld Evernote) maken het onbeperkt documenteren, archiveren en ontsluiten van kennis tot een vrijwel kostenloze onderneming en dat geeft aan hoever Bush, die natuurlijk nog geen computer en internet tot zijn beschikking had, zijn tijd vooruit was.
Hoewel ik een pro-account bij Evernote heb, wilde ik natuurlijk weer graag mijn eigen memex bouwen, en dacht het in eerste instantie te doen met Wagn, "Wiki on Rails". Helaas vraagt de implementatie daarvan flink wat kennis van programmeertalen als Ruby, Rails en Rake en dat wil ik tzt best leren, maar er zijn nu eenmaal maar een beperkt aantal activiteiten die ik in de mij toegestane 24 uur per etmaal kan verrichten. Dus besloot ik, nadat ik er een paar vruchteloze uren aan had besteed om Wagn op mijn eigen server aan de praat te krijgen, een kortere weg te nemen en te kiezen voor alleskunner TikiWiki, waarmee ik al enige jaren ervaring heb.
Je kunt hier zien hoe het eruit komt te zien, maar dat is alleen de buitenkant - de eigenlijke memex draait op mijn portable harddisc, via een portable XAMPP-server. Sowieso ga ik de inhoud niet openbaar maken, het is uitsluitend voor eigen gebruik.

Syndicate content

Iedere dag:

Wat goede muziek horen, uit een goed boek lezen, een mooi schilderij zien en een paar redelijke woorden spreken. - J.W. Goethe(1749 - 1832)

Momenteel op mijn E-Reader:

My Geek Chart

Een overzicht van mijn social-webactiviteiten


Kuehleborn's Geek Chart

My Virtual Bookshelf

Plaxo

Facebook

George Overmeire's Facebook profile

My LinkedIn Profile

View George Overmeire's profile on LinkedIn

Syndicate

Syndicate content

Twitter

George Overmeire’s Culturele Overpeinzingen.

Biedermeier en Muziek