Johann Wolfgang Goethe

1749 - 1832

      

Goethe en muziek
Het volgende artikel is een vrije bewerking van het artikel "Goethe" uit band 5 van "Die Musik in Geschichte und Gegenwart" (1989) door Friedrich Blume.
Johann Wolfgang Goethe werd op 28 augustus 1749 in Frankfurt am Main geboren. Zijn leven was vol muziek en vaak genoeg heeft Goethe zelf muziek een onmisbaar bestanddeel van zijn leven genoemd. Goethe's grootvader Friedrich Georg Goethe was in Frankfurt bekend als fluitist en heeft wellicht connecties met de componist Telemann gehad. Goethes vader speelde luit, zijn moeder piano en Goethes zuster Cornelia zong. In Goethes geboortehuis aan de Hirschgraben was een muziekkamer. Uit het kasboek van Goethes vader blijkt dat de familie regelmatig naar abonnementsconcerten ging. 
Als 14-jarige kreeg Goethe pianoles bij J.A. Bisman waar hij ook de beginselen van de muziektheorie leerde. In 1770/1771heeft hij bij de cellist Basch in Straßburg verder gestudeerd. Er is wel gesuggereerd dat hij weinig van muziek wist en geen noten kon lezen, maar getuigenissen uit Goethes eigen tijd vertellen dat hij tamelijk goed piano kon spelen, vloeiend muziek kon lezen en zich een eenvoudige partituur kon voorstellen. 
Op 18 augustus 1763 hoort de bijna 14-jarige Goethe de dan 7-jarige Wolfgang Amadeus Mozart en zijn zuster Nannerl in Frankfurt spelen.
In 1965 schreef Goethe zijn eerste operalibretto: "La sposa rapita", dat hij later heeft vernietigd. In datzelfde jaar begon Goethe aan zijn rechtenstudie in Leipzig, hij kwam terecht in de literair-muzikale kring van J.A. Ernesti, Chr.F. Gellert, J.Chr. Gottsched, Chr.F. Weisse etc. Ook maakte hij kennis met de familie Breitkopf, waar hij fluit speelde en de componist J.A. Hiller leerde kennen, wiens Singspiele (o.a. "Die Jagd") een blijvende indruk op hem gemaakt hebben. Ook ontstonden in Leipzig de "Lieder mit Melodien", die hij in 1767 aan Friederike Oeser gaf en in het in 1768 voltooide herdersspel "Die Laune des Verliebten", een toneelstuk met Musikeinlagen..
In 1768 is Goethe ziek thuis in Frankfurt. Hij wordt verzorgd door zijn moeder en haar vriendin Susanna von Klettenberg, die Goethe in contact brengt met natuurmystieke en alchemistische geschriften, waardoor hij het idee krijgt voor "Faust". Johanna Fahlmer, een vriendin van Goethe, probeert in die tijd Gluck als componist voor Goethe te interesseren.  Dat lukt helaas niet, hoewel Gluck zijn bewondering voor Goethe uitspreekt.
Herfst 1769 verschijnen in Leipzig 20 gedichten van Goethe in "Neue Melodien, gesetzt von Bernhard Theodor Breitkopf". 
In 1770 voltooit Goethe zijn rechtenstudie in Straatsburg. Hij maakt kennis met Herder; zijn interesse in Volksliederen inspireerden Goethe tot een verzameling 12 volksliederen uit de Elzas: "Aus den Kehlen der ältesten Müttergens"; de melodieën werden op Goethes aanwijzingen door zijn zuster Cornelia opgeschreven. Zijn verblijf in Sesenheim leidde tot zijn relatie met de domineesdochter Friederike Brion, waarvoor hij de "Sesenheimer Liedern" schreef.
Tijdens zijn verblijf in Frankfurt als advocaat ontstond in 1771 de eerste versie van Götz von Berlichingen. Uit zijn met de "Gemeinschaft der Heilingen" uit Darmstad ontsond de parodie "Concerto dramatico". "Wanderers Sturmlied" uit 1772 is de eerste van een reeks grote en vaak getoonzette dithyramben; uit dezelfde tijd stammen de eveneens voor componisten populaire "Mahomet's Gesang", "Ganymed", "An Schwager Kronos", "Prometheus", balladen zoals "Der König in Thule", etc.