 |
|
Johann Wolfgang Goethe
1749 - 1832 |
|
|
|
|
| Goethes werk op muziek gezet.
|
A:Grote
dramatische werken met muzikale
Einlagen.
| |
|
| Clavigo (1774) |
-
A. Schweitzer (1780)
-
J. Zumsteeg
-
J.F. Reichardt (1791)
|
| Götz von
Berlichingen (1. versie 1771, 2e versie 1773) |
-
J. Haydn (1784)
-
J.A.P. Schulz (1787)
-
J.F. Reichardt (1790)
|
| Egmont (1788) |
-
Ph.Chr. Kayser (1768) - verloren
-
J.F. Reichardt (1791)
-
L.van Beethoven (1810
|
Iphigenie (1e
versie 1779, 2e versie 1787)
Lied der Parzen |
|
| Tasso ((1790) |
|
| Faust (1808,
1831) |
De muziek bij
en naar aanleiding van Faust staat opgesomd op een aparte pagina. |
|
B:
Kleine dramatische werken, opera's, Singspiele.
Circe.
1794, Fragment.
-
Komische opera, bewerking van
"La Maga Circe" van P. Anfossi, dat onder Goethe's leiding in 1794 in een
bewerking van Chr.A. Vulpius was uitgevoerd..
|
|
| Claudine von
Villa Bella (1. Fassung: Schauspiel mit Gesang.) Zomer 1774, na voltooien
van Werther in Frankfurt. |
-
Zie o.m. "Mit Mädeln sich
ertragen", "Liebliches Kind, kannst du mir sagen", "Es war ein Buhle frech
genug".
-
J. André (1e Auff. Sep.
1779 in Weimar, 1780 Berlijn.
-
J.v. Becke (1780, Wenen)
-
Chr.G. Weber (1783, Stuttgart)
|
| Claudine von
Villa Bella (2. Fassung: Singspiel, 1787/88, Rome). Goethe begaf zich
met deze versie op het pad van het operalibretto. Voor een uitvoering in
Weimar, 1795, moest Chr.A. Vulpius (Goethes' zwager) weer een prosadialoog
maken. |
-
J.F. Reichardt, Weimar 1789.,
uitv. Berlijn (1789) en 1795 (Weimar).
-
T.M. Eberwein (1815).
-
K.L. Blum (Berlijn, 1810)
-
Fr. Schubert (1815)
-
C. Coccia (Turijn, 1817)
-
J.Chr. Kienlein (Potsdam, 1818)
-
F. Gläser (Pest, 1826).
|
| Concerto dramatico,
composto dal Sgr. Dottore Flaminio detto Panurgo secondo, aufzuführen
in der Darmstädter Gemeinschaft der Heiligen; Frankfurt 1773; pas
in 1869 in Goethes nalatenschap ontdekt; Goethe zelf heeft het nooit gepubliceerd. |
-
Lijkt nauwelijks voor muzikale
uitvoering geschreven te zijn, bedient zich echter voor de afzonderlijke
delen van muzikale aanwijzingen als tempo giusto, allegretto, capriccio
con variazioni. Geen componist bekend.
|
| Das Jahrmarktsfest
zu Plundersweilern; ein Schönbartspiel. Frankfurt 1773 |
-
Muz. Hertogin Anna Amalia (gedeeltelijk
in Weimar bewaard gebleven)
-
T.M. Eberwein 1818.
|
Der Groß-Cophta.
-
1785 opgezet als komische opera,
voor Kayser.
-
1791 als Lustspiel met
muzikale Einlagen
|
|
Der Löwenstuhl.
-
Ontwerp voor een romantische
opera. 1803, later als toneelstuk omgewerkt.
|
-
Zie o.m. "Herein, o du Guter".
|
Der Zauberflöte
zweiter Teil. (Fragment). Ontstaan 1794.
-
Operalibretto, aansluitend bij
de tekst van Schikaneder.
-
Goethe begon eraan in 1794 en
pakte het in 1798 en 1800 opnieuw op.
-
Voor de muziek overlegde Goethe
met P. Wranitzky (1796), Schiller (1798) en Zelter (1800, 1801, 1803).
-
Iffland wilde het libretto kopen
voor het Berliner Theater en door B.A. Weber laten componeren; maar Goethe
was toen al niet meer in het stuk geïnteresseerd.
-
Een deel uit dit project kwam
later terug in de Euphorion-scene in Faust II.
|
-
Zie o.m. "Von allen schönen
Waren".
|
Die Danaïden.
-
Goethe bericht hierover in een
brief aan Zelter 1801; het stuk was toen al enige jaren oud; nooit uitgevoerd.
|
|
| Die Fischerin.
Singspiel. |
-
Zie o.m. "Erlkönig", "Wassermann
und Mädchen".
-
Corona Schröter, 1782 (Park
Tiefurt, 22 juli 1782; ten dele bewaard in Weimar)
-
T.M. Eberwein, Rudolstadt 1818.
|
| Die Laune
des Verliebten; herdersspel met ingevoegde liederen en dansen; Leipzig
1767/68. |
-
1e opvoering 20 mei 1779 Slot
Ettersburg, muz. van Seckendorff.
-
1e openbare uitvoering Weimar
6 maart 1805, Berlijn 3 december 18013, muz. van J.A. Gürrlich.
|
| Die ungleichen
Hausgenossen. Singspiel. (Fragment, ontstaan 1785). Libretto |
|
| Erwin und
Elmire. (1. Fassung: Schauspiel mit Gesang, Frankfurt 1773/74). |
-
Zie o.m. "Das Veilchen", "Ihr
verblühet, süße Rosen" (naar Goldsmith's "Vicar of Wakefield",
1773.
-
J. André 1775.
-
Hertogin Anna Amalia, 1776/77
(met Einlgen en slotkwartet)
|
| Erwin und
Elmire. (2. Fassung: Singspiel). |
-
Ph. Chr. Kayser (waarschijnlijk
al vanaf de 1. Fassung)
-
J.F. Reichardt (1790, Berlijn)
|
| Feradeddin
und Kolaila. 1816; eerste opzet voor een orientaalse opera. |
|
Jery und Bätely.
Singspiel
-
Ontstaan 1779 tijdens de tweede
zwitserse reis.
-
Goethe heeft uitgebreide beschrijvingen
over aard van de muziek, liederen etc. opgestuurd naar Kayser op 29 december
1779. Kayser heeft het waarschijnlijk nooit gecomponeerd.
|
-
Seckendorff (uitv. 12 juli 1780,
Weimar)
-
J.F. Reichardt, 1799 Weimar,
1801: Berlijn.
-
P. Winter: 1790, München.
-
J.v. Schaum (Öls 1795)
-
G.B. Bierey (Dresden 1803)
-
K. Kreutzer (Wenen, 1810)
-
M. Frey (Mannheim 1815)
-
A.B. Marx (Berlijn, 1825)
|
| Lila.
Ontstaan 1776 1. Fassung verloren, 2. Fassung 30 jan. 1777 in Weimar, 3.
Fassung 1788 in Rome. |
-
Seckendorff (1. Fassung, uitvoering
in Weimar, ten dele bewaard gebleven).
-
J.F. Reichardt (1791)
-
F.L. Seidel (Berlijn 1818)
|
| Mahomet.
Fragment ; ontstaan Frankfurt 1773, opgezet als drama in 5 aktes. |
|
| Scherz, List
und Rache. Singspiel/Intermezzo. Ontstaan juni 1784. |
-
Zie o.m. "Will niemand kaufen?"
-
Kayser 1786
-
P.v. Winter, 1784 Wenen; 1790
München.
-
E.Th.A. Hoffmann, 1801, Posen
-
J.Chr. Kienlen, 1805 Augsburg.
|
|
C: Festspiele, Theatergedichte,
Maskenzüge etc.
|
|
| Der Geist
der Jugend. Pantomimisches Ballett. 1782 |
-
Versch. liederen, dansen van
nymfen en geesten, slotbalet met koor.
-
Geschreven voor een uitvoering
op 30 jan.1782.
-
Geen composities bekend.
|
Der Triumph
der Empfindsamkeit.
-
1e versie als komische opera.
(1777, omgewerkt 1780)
-
2e versie als "eine dramatische
Grille", 1786, waarbij ook "Proserpina" (zie aldaar) ingevoegd werd.
|
-
Versch. liederen, dansen, marsen,
achtergrondmuziek en een groot slotballet. Geen composities bekend.
|
| Proserpina.
Monodrama. Ontstaan 1775/76 als Nänie (klaagzang) op de dood van Glucks
nicht Marianne. |
-
K. Eberwein. 1. uitv. 4 feb.
1816, Weimar. Zie ook "Der Triumph der Empfindsamkeit".
|
|
|
|
|