Lortzing in Leipzig

Alweer ruim twee jaar geleden was het dat ik in Detmold een meeting had bij de Albert Lortzing Gesellschaft. De Duitse operacomponist Albert Lortzing heeft mijn bijzondere belangstelling - iets waarmee ik in Nederland tamelijk alleen sta. Maar dankzij het internet weet ik dat er wereldwijd nog wel zo'n zestig - zeventig mensen, hoofdzakelijk Duitsers, rondlopen die deze componist weten te waarderen. Dankzij mijn Albert Lortzingwebsite heb ik zowat al die mensen persoonlijk leren kennen (wie zei er dat internet isoleert?) en dat is een goede zaak. Zo eens in de twee jaar komen we bij elkaar voor een ledenvergadering, maar er is altijd nog wel iets meer te doen rond Lortzing, bijvoorbeeld een operauitvoering. Voor alleen een beetje kascontrole rijd ik niet naar Duitsland.
Twee jaar geleden was al vastgesteld dat het dit jaar in Leipzig zou zijn, de stad waar Lortzing van 1833 tot 1846 woonde en werkte. Eigenlijk beleefde hij hier de meest succesvolle periode uit zijn leven. Leipzig was gekozen omdat de universiteit van Leipzig 600 jaar bestond en het daarom gecombineerd kon worden met conferenties en lezingen.

Leipzig! Behalve de stad van Lortzing ook de stad van Bach en Mendelssohn, de stad van Schumann's Davidsbündler, en ik was er nog nooit geweest! Ik had me dan ook al twee jaar op dit uitje verheugd. Wel moest ik er twee dagen vrij van school voor regelen - hetgeen tegenwoordig niet eenvoudig is met de druk op minimale lesuitval - maar omdat de rector mij zo'n toffe kerel vindt lukte me dat (al zal het feit dat er geen lessen meer gegeven hoefden worden, maar de proefwerkweek aan de gang was meegeholpen hebben). En nu, mijn hoofd vol herinneringen, mijn notitieboekjes vol aantekeningen, de geheugenkaart van mijn digitale camera vol foto's, mijn recorder vol opnamen met zelden of nooit uitgevoerd Lortzing-werk, referenties en allerlei andere zaken die nog even nagekeken moeten worden, uitgewisselde (e-mail) adressen, beloften van zaken die ik toegestuurd krijg en zaken die ik aan anderen toestuur (er is een levendige ruilhandel van Lortzing-parafernalia) kan ik niet anders zeggen dan: volmaakt bevredigd.

Okay, de eerste en de laatste dag gingen voor een deel op aan de ruim acht uur durende autorit, maar die zestien uur heb ik natuurlijk benut om de verzamelde werken van Albert Lortzing, van zijn toneelmuziek bij Grabbe's "Don Juan und Faust" tot en met zijn laatste werk "Die Opernprobe" weer eens integraal aan mij voorbij te laten gaan.
O, wie köstlich ist das Reisen.
Op donderdag 25 juni, om 15.00 uur kwam ik in Leipzig aan, snel de auto in de parkeergarage, inchecken in hotel "Kosmos" (de goedkoopste die ik kon vinden, maar ik hoefde er alleen maar te slapen) en gelijk door naar de plaats van handeling, de Hochschule für Musik und Theater "Felix Mendelssohn Bartholdy" in de Grassistraße 8. Iets te laat viel ik in de eerste lezing van Jürgen Lodemann, wellicht de enige ter wereld die een nog grotere fan van Lortzing is dan ik. Daarna nog wat lezingen en een buffet, and so to bed.
De dag daarop: meer van dit alles. En niet alleen meer - 8 lezingen! - maar ook van een zeer hoog niveau. Veel van mijn favoriete onderwerpen (Biedermeiercultuur, Schiller en Robert Blum) kwamen langs evenals een poging Lortzing muzikaal te analyseren - iets wat ik in het algemeen in de musicologie zo mis. De freak in mij - de "Rasende Reporter" - had zijn handen vol alles op te schrijven en te fotograferen, te documenteren en archiveren en ondertussen nog te socialiseren, te netwerken dus.
Tussendoor een uurtje om ergens te gaan eten. Helemaal alleen en ik koos ervoor om naar McSnack te gaan. Ten eerste: goedkoop, ten tweede makkelijk, ten derde weinig tijd en - wellicht het belangrijkste - ik kan goed op mijzelf, maar vind het idee van alleen in een restaurant te zitten eten onverdraaglijk. Toen ik na die vette hap weg liep zag ik aan de overkant van de markt restaurant "Auerbachs Keller". Het beroemde restaurant waar Goethe in zijn studententijd zo vaak schijnt te hebben vertoefd en dat hij in zijn "Faust" opgehaald heeft.

Mephisto verzaubert die Studenten Die Studenten von Mephisto verzaubert

Ik nam mij voor daar de volgende dag te gaan eten, dat moest kunnen.

Vrijdagavond: operavoorstelling van "Die Opernprobe", Lortzings laatste werk. Ik vond het altijd op de CD die ik ervan heb een nogal onbenullig werkje, maar daar is mijn mening nu wel iets over bijgesteld: onder regie van Jasmin Solfaghari werd met studenten van de Hochschule für Musik een zeer goede uitvoering gegeven, voorzien van de juiste dosis humor. In het nagesprek dat wij als Lortzing Gesellschaft met de regisseuse mochten hebben, bleek dat Solfaghari zeer goed weet waar ze het over heeft. Het sociale deel kwam pas laat op de avond in de "Thüringer Hof".
Volgende dag: Zaterdag. Slecht geslapen (ca 3 uurtjes en dat onderbroken), maar toch weinig moeite om mijn aandacht erbij te houden - alles weer zo ongelofeloos interessant. Aan het eind van de dag moesten we nog de ledenvergadering doen: daarbij werd o.a. besloten dat ik de website voor de Lortzing Gesellschaft ga maken. Na de vergadering, die gelukkig niet al te lang duurde en waarin een nieuw bestuur zonder fysiek geweld kon worden gekozen: grote groepssamenkomst met diner in Auerbach's Keller! Tja, dat had ik hoe dan ook al voor mezelf gepland, maar nu gingen we dus met zijn allen. Een heel restaurant ingericht naar Goethe's Faust - ik voelde mij als een vos in het kippenhok; alleen baalde ik dat ik een beetje onopvallend met mijn camera moest rondvogelen.

Gerhard Jahn wist me te vertellen dat er ergens tussen al deze Goethiana en Faustiana nog een Lortzingianum - een heuse handgeschreven brief van mijn held - moest hangen. Of ik die wilde zien. Vooruit dan maar :-)
Wij die zaak door en ja, in de zgn "Goethe Zimmer" hing-ie. Er zaten alleen mensen onder te eten en er schoten gelijk drie obers op ons af om te verhinderen dat wij die eters lastig zouden vallen. Gelukkig waren het Nederlanders en mocht ik snel één plaatje schieten:

Lortzingportret links, de brief rechts
De brief is natuurlijk compleet onleesbaar, maar daar kom ik nog wel eens achter.:-)
Overigens was het eten in Auerbachs Keller best goed maar daar gaat het nou niet om.
De volgende dag nog twee kleine dingetjes op het program: Een voettocht door Leipzig's centrum "Auf den Spuren Lortzings in Leipzig" olv Günter Martin Hempel. Lortzing heeft in Leipzig in drie huizen gewoond, maar daarvan staat er geen één meer. Alleen een gedenksteen in de muur van het huis Funkenburgstraße 8 doet nog denken aan het tuinhuis waar Lortzing waarschijnlijk zijn beste werken gecomponeerd heeft. Van de andere twee: geen spoor. Ook het theater waar Lortzing zijn werken gespeeld heeft bestaat niet meer. Hempel moest in zijn rondleiding dan ook wat speculatief te werk gaan en liep een denkbeeldige route die Lortzing dagelijks op weg naar zijn werk gegaan zou kunnen zijn, inclusief "Die Blaue Mütze"", een kroeg waar Lortzing een neutje gedronken zou kunnen hebben gedronken geworden en de 200 jaar oude plataan (omvang drie meter aan de onderkant) die Lortzing ongetwijfeld vanuit zijn tuinhuisje zou kunnen hebben gezien.
De afsluiting van dit alles was het "Gesprächskonzert" olv Martin Krumbiegel met conservatoriumstudenten. De naam "Gesprächskonzert" slaat op de aankondigingen die Krumbiegel deed en die zonder meer nog iets toevoegden aan dit concert, waarin een aantal zeer bijzondere werken werden uitgevoerd. Het "Konzertstück" voor Hoorn is helaas niet zo'n bijzonder stuk van Lortzing, maar je hoort het toch zelden dus het was goed dat het eens uitgevoerd werd. Echt heel bijzonder, want historisch interessant, waren de uitvoering van de groet aan Mendelssohn, gebaseerd op het Bacchuskoor uit Mendelssohns "Antigone"-muziek. En de afsluiting van het concert: een quodlibet op in Lortzing's tijd populaire opera's; een koddige potpourri van thema's "aus dem Füllhorn der edlen deutschen Musica". Sommige van de geciteerde werken staan nog steeds op ons repertoire, w.o. een aantal opera's van Lortzing zelf, Mozart, Beethoven, Weber gecombineerd met operahits die de tand des tijds niet zo goed doorstaan hebben, zoals "Fanchon" van Himmel en "Der Verschwender" van Kreutzer.
Ja, "es war eine sehr köstliche Zeit", om in stijl te citeren.
Gauw naar huis dus en zorgen dat ik in mijn enthousiasme niet te hard reed. Onderweg nam ik mij voor ervoor te zorgen dat ik niet zou vergeten Marit te vragen hoe zij het gehad had: ze had nu vier dagen lang zonder mij - en vooral zonder auto - alles voor de kinderen moeten regelen, een beetje belangstelling en empathie van mijn kant zou daar toch wel tegenover mogen staan. Helaas beging zij in haar allesverzengende liefde voor mij de fout mij als eerste te vragen of ik het leuk gehad had. Het antwoord was het verhaal, waarvan hierboven slechts de korte versie staat. Gelukkig weet ze weinig van Lortzing af, behalve dat het gezicht op die poster boven de piano van hem is. Anders was ze zeker gaan jammeren: "Wir armen, armen Mädchen sind gar so übel dran".