De voetnoot.

Goed, ik was dus in Utrecht voor museum het Catherijneconvent; ik schreef daar reeds over. Daarna brachten we nog wat tijd door met zwalken over straat tot we in het Louis Hartloopercomplex naar de film konden, "Tinker Tailor Soldier Spy". Een ongelofelijk goeie, maar gecompliceerde film - ik denk dat ik hem voor 70% begrepen heb,maar daar gaat het nou niet om. Onderweg daarnaartoe verschillende antiquariaten gezien, die ik allemaal links heb laten liggen - ik ken mijn zwakheden - maar toen de kaartjes gekocht waren, het kopje koffie gedronken was en we nóg tijd over bleken te hebben, ik de laatste zaak even ingelopen.
Bingo - gelijk bij binnenkomst lag op een tafel het boek "Hortense" van Thera Coppens.
Wie is Hortense?
De vrouw van Lodewijk Napoleon. Ik zou het niet geweten hebben als ik in 1989 mijn doctoraalscriptie muziekwetenschappen niet over Louis Drouet geschreven had. En Louis Drouet, de fluitist, componist, fluitbouwer, was in de tijd dat Lodewijk Napoleon in Nederland koning was zo'n beetje de hoffluitist van Lodewijk en de "muzikaal secretaris" van Hortense. Hortense moet zich kapot hebben verveeld en hield zich met van alles en nog wat bezig, tarotlezen onder andere, waarschijnlijk ging zij ook hier en daar een beetje vreemd en: ze componeerde. Aangezien ze geen noten kon lezen liet ze Drouet dan komen om de door haar verzonnen deunen op te schrijven. De avonturen van Drouet en Hortense staan in hoofdstuk 2 van mijn scriptie beschreven.
Nu - ik heb mij nog wat ontwikkeld door de jaren heen - begrijp ik eigenlijk niet dat die scriptie indertijd is goedgekeurd, maar toen het internet opkwam en ik ontdekte hoe ik zelf een website kon maken heb ik hem toch online geplaatst om te voorkomen dat mijn meesterproef ergens ging liggen vergelen zonder dat iemand er verder zijn voordeel mee zou doen. Er lag alleen een exemplaar in de Utrechtse universiteitsbibliotheek, de bibliotheek van het Haags gemeentemuseum en het Willem Noske-archief. Ook had ik de fluitisten Rien de Reede (samensteller van een catalogus waarop ik wat aanvullingen had gevonden) en Jorge Caryevski (die mij behoorlijk op weg had geholpen) een exemplaar toegestuurd, maar dat is niet voldoende natuurlijk om mijn werk, waarin toch wel wat biografische informatie zat die nog niet algemeen bekend was, onder de aandacht van de muziekwetenschappers te brengen.
Het heeft me in ieder geval twee keer iets opgeleverd.
Een aantal jaar geleden organiseerde Museum Paleis het Loo een expositie rond Lodewijk Napoleon in Nederland. Daarbij werd de kristallen dwarsfluit, die door Lodewijk aan Drouet was geschonken, tentoongesteld. Ten tijde van het schrijven van mijn scriptie lag die fluit in het depot van het Rijksmuseum en ik heb de conservator indertijd gevraagd of ik hem mocht zien. Dat mocht niet - het was maar een doctoraalscriptie - maar ik kon wel wat foto's krijgen.
Bij de expo in Paleis het Loo werd hij wel tentoongesteld, dus ik ernaartoe. Ook trouwens om even de catalogus in te zien, want bij het schrijven van dat boek had de samensteller mij nog om wat informatie gevraagd over Drouet's aandeel bij het lied "Partant pour la Syrie", waarvan het auteurschap zowel door Hortense als door Drouet is geclaimd.
Inderdaad, mijn scriptie werd in de bronvermelding genoemd. Ik ben denk ik toch wel ijdel, maar heb de catalogus niet gekocht.
Het boek ""Hortense" van Thera Coppens kende ik niet, maar ik keek natuurlijk gelijk in het register of Drouet genoemd werd. Jawel, pagina 300, een korte vermelding over de kristallen dwarsfluit en de inscriptie, en, ja hoor, achterin bij de voetnoot (H16 vtnt 8) mijn scriptie, als zijnde geschreven door "George Overmeier".
Verdorie, zo heet ik niet, het is "Over"meire". Slordig van uitgeverij Meulenhoff.
Ik heb het boek dan ook laten liggen.