art

warning: Creating default object from empty value in /home1/kuehlebo/public_html/georgeovermeire/modules/taxonomy/taxonomy.pages.inc on line 33.

The Trilogy

Another damned thick book! Always scribble, scribble, scribble! Eh, Mr. Gibbon? - Toegeschreven aan Prince William Henry, Duke of Gloucester and Edinburgh, 1781", bij het in ontvangst nemen van deel 2 of 3 van "The History of the Decline and Fall of the Roman Empire".

Op 16 maart 2009, vandaag bijna zeven jaar geleden, begon ik te lezen in "Quicksilver", deel 1 van Neal Stephenson's magnum opus "The Baroque Cycle". Een jaar daarvoor had ik, na een worsteling van ruim twee jaar, Stephenson's "Cryptonomicon" uitgelezen en inmiddels had ik de drie dikke delen van de Baroque Cycle - meer dan 1000 pagina's per deel - al bij de American Bookshop zien liggen. Hele stapels, zowel hardcover als paperback. Zouden ze die ooit allemaal verkocht hebben? (En: zouden ze allemaal ook daadwerkelijk uitgelezen zijn?)
Ik wist gelijk dat ik ze ook wilde, nee: móest lezen, maar ook zag ik er tegenop: 3 delen, ieder op zich nóg dikker dan Cryptonomicon en waarschijnlijk - Stephenson kennende - minstens even complex. Maar uiteindelijk was de verleiding te groot; ik kocht deel één bij de American Bookshop in Amsterdam, toen nog in de Kalverstraat, en begon buiten voor de winkel al te lezen.
Ik kan toch aardig snel lezen - al zeg ik het zelf - maar dit deel heeft mij in totaal drie jaar gekost. In het begin kwam ik maar moeilijk op gang. Tussendoor ging ik ook nog af en toe vreemd met andere boeken. Maar toen ik van de Treeware (de paperback-) versie overstapte naar het Ebook, wat het opzoeken van mij onbekende Engelse woorden - zéér noodzakelijk vanwege Stephenson's gedetailleerde manier van schrijven - een stuk gemakkelijker maakte, schoot ik er doorheen. Na een time-out van een jaar, waarin andere boeken vooral dienden om mij te overtuigen van de grootsheid van Stephenson - een soort "buiten honger krijgen, thuis komen eten" - begon ik opgewekt aan deel twee.
Een half jaartje had ik nodig om dit deel door te werken, hoewel het voor mij, vanwege vele economische verwikkelingen in de verhaallijn, waar ik niet zo veel mee heb, een stuk pittiger was om te begrijpen. Dat heeft mij overigens niet weerhouden van mijn slechte gewoonte tussendoor af en toe wat andere lectuur mee naar huis en eventueel mee naar bed te nemen.
Ik nam vervolgens de zeer ruime periode van twee jaar om de aanloop te nemen voor het slotdeel. Ondertussen vlinderde ik gewetenloos van het ene naar het andere boek. Aan onthouding doe ik niet, want er zijn natuurlijk nog meer goede schrijvers dan alleen Stephenson en bovendien zou ik met het uitsluitend lezen van zulke dikke pillen nooit de mijzelf opgelegde doelstelling van minstens 40 boeken per jaar in de Goodreads Reading Challenge halen.
Op 29 augustus 2015 begon ik aan deel drie. De op het internet (vooral WikiPedia en GoodReads) beschikbare samenvattingen van de drie delen (deel 1: redelijk uitgebreid en gedetailleerd, deel 2: ietwat summier en deel 3: niet) geven aan dat wereldwijd vele lezers er tijdens het traject de brui aan hebben gegeven. Zelfs tijdens dit magistrale derde deel ben ik niet geheel monogaam gebleven en heb nu en dan openlijk met andere boeken een bevredigend tussendoortje beleefd. Maar ondanks mijn losbandige leesgewoontes heb ik vandaag, 6 maart 2016, bijna zeven jaar na het openslaan van deel één (en ongeveer even lang als Stephenson deed over het schrijven van de Cycle) de finish op pagina 1081 gehaald.

Wat een boek.
Want, al is het opgesplitst in drie delen - overigens later, kleinere porties, zelfde menu, opnieuw uitgebracht in acht delen - het is natuurlijk eigenlijk één groot complex verhaal, met vele sub-plots en ideeën. Je moet dus echt voor de hele serie van >3.000 pagina's gaan.

Het was het waard, maar moet het allemaal zo lang? En vooral, waarom komen er steeds meer trilogieën?

Ooit las ik "Lord of the Rings", de trilogie van Tolkien. Als je Lord of the Rings leest, moet je eigenlijk ook "The Hobbit" doen, dus het is wellicht meer een tetralogie.
Daarna "Requiem for Homo Sapiens" van David Zindell, die ik eigenlijk ook als een tetralogie beschouw, omdat "Neverness" er als prequel bij hoort. Deze boeken (van Zindell, wel te verstaan) hebben overigens mijn denken zéér beïnvloed.

Daarna dus "The Baroque Cycle". Ik vond het (nogmaals) adembenemend, absoluut. Inmiddels ben ik gelijk na het afvinken van "The System of the World" (deel 3 van de trilogie) op mijn "currently reading"-list bij GoodReads maar verder gegaan met deel twee uit de "Golden Age" Trilogy van John C. Wright. Deel 1 heb ik een tijdje geleden al uitgelezen en dat was goed, dus ik maak het maar af - denk ik. Het is gelukkig een stuk dunner dan Stephenson's boeken.

Nog meer trilogieën? Jawel, ik heb ook Hannu Rajaniemi's "Jean le Flambeur" series en Ramez Naam's "Nexus" trilogie gelezen. Voor de laatste twee trilogieën geldt dat het eerste deel steeds het beste was en de auteurs leesbaar moeite hadden de originaliteit en de spanning van deel één door te zetten in de sequels.

Meer is helaas niet altijd beter. Dus de Red Rising trilogie van Pierce Brown, waarvan ik deel één met redelijk plezier gelezen heb (al herkende ik "The Hunger Games" - overigens óók een trilogie - erin, zonder dat ik ooit "The Hunger Games" heb gelezen), ga ik maar niet meer aan verder. Noem het bindingsangst; ik wil me niet meer te lang met hetzelfde boek, hoe mooi geschreven ook, bezig hoeven te houden.

Gek van jou - een LHTB-koren tripelconcert.

Op zaterdag 31 oktober jl zag ik in het Spuitheater vrouwenkoor "De Heksenketel", homomannenkoor Vox Rosa en herendubbelkwartet Mannenkoorts een tripelconcert verzorgen met als thema "Gek van jou".

Er zijn waarschijnlijk veel redenen te verzinnen om zo'n gezamenlijk concert te geven, zoals ruimere financiële middelen, waardoor je zo'n mooie zaal kunt huren en hem met je gezamenlijke publiek ook redelijk gevuld kunt krijgen, of de oorspronkelijke achtergrond van de koren, die voor alle drie - hoewel niet meer heel orthodox - in de LHBT (LHTB = Lesbische, homoseksuele, biseksuele en transgender mensen)-sfeer ligt. De reden die in het voorwoord van het programmaboekje werd opgegeven is:

(...)Daarnaast vinden we het moeilijk om mensen van andere culturen, religies of seksuele geaardheid te accepteren: hoe stel je je op tegenover mensen die anders denken, voelen en zijn?

Een mooie vraagstelling, die wat gewicht werd meegegeven door het vertonen van een kort filmfragment over de LHBTI-activist (de "I" staat voor interseksueel) Diadji uit Senegal, die in het kader van het project Shelter City afgelopen zomer in Den Haag verbleef.
Maar uiteindelijk was het thema "Gek van jou" natuurlijk gewoon een excuus om vele liederen over vriendschap en liefde te zingen en daar zijn er gelukkig nogal wat van.

Ik moet omwille van de objectiviteit bekennen dat ik enige jaren dirigent ben geweest van Vox Rosa. Dat was een ontzettend leuke tijd en ik heb in die tijd ook nog wat arrangementen voor ze gemaakt. Mijn arrangement van de Queen-klassieker "Too Much Love Will Kill You" (door Brain May geschreven) werd tijdens dit concert uitgevoerd. Leuk om dat weer eens terug te horen en het werd ook goed gezongen, hoewel de hoge noten op het eind niet zo goed uit de verf kwamen als de bedoeling was; de tenoren die ik bij Vox Rosa beschikbaar had toen ik het arrangement schreef zaten nu in de zaal (het was eigenlijk ook een soort reünie!) en helaas zijn er niet voldoende verse eerste tenoren voor in de plaats gekomen - een veel voorkomend probleem. Vox Rosa maakte dat echter ruimschoots goed met hun versie van "Rise Like a Phoenix", waarmee Conchita Wurst (alias van Thomas Neuwirth) in 2014 het Eurovisie Songfestival won. Het arrangement van dirigente Nicolette Heerema was op maat van de vocale mogelijkheden van Vox anno 2015 geschreven en de geweldige aankleding liet iedereen hopelijk weer inzien dat het Engelse woord "gay" - tegenwoordig vrijwel steeds in de betekenis van "homoseksueel" gebruikt - oorspronkelijk (en eigenlijk nog steeds) "vrolijk", "levenslustig" betekent.

En dat was nodig, want dat laatste aspect ontbrak een beetje tijdens dit concert, waarbij Mannenkoorts als vertrouwd de sterren van de hemel zong, maar wel íetsje te netjes, al wisten ze aan "Ich will keine Chocolade" van Trude Herr - ook een arrangement van mij - een leuke vormgeving mee te geven. Heksenketel zong in ieder geval veel zuiverder dan toen ik ze jaren geleden voor het laatst hoorde (in een kleine samenwerking met Vox Rosa), maar was nog wat weinig flexibel in ritme en dynamiek. En Vox Rosa, nou ja, die heb ik in dit stukje al iets meer aandacht gegeven dan de andere twee koren omdat het nu eenmaal een oude liefde betreft.

Bram Meijer, oud-lid van de beide mannenkoren en tegenwoordig gewaardeerd zanger in één van mijn huidige koren (Kwasi Kloos) deed de presentatie improviserend, waardoor het speels en ontspannen bleef.

Het slagen van het concert was niet in het minst te danken aan het geweldige combo met zonder uitzondering voortreffelijke musici: pianiste Luba Podgayskaya (vaste pianiste van Heksenketel) en contrabassist James Oesi (die af en toe de ontbrekende 2e bas van Mannenkoorts - het octet heeft een vacature en is op dit moment dus een septet - op zijn contrabas invulde) speelden hun partijen met absolute verve. Olaf Tarenskeen verdient een compliment omdat hij op het allerlaatste moment Simon Sawai verving. Maar mijn grootste respect is voor slagwerker Emil Emilsson, die met een vrij klein drumstel steeds een interessante slagwerkpartij wist te realiseren, met precies het juiste volume, zonder de koorzang weg te drukken.

Christina Pluhar - "Improvisations on Purcell"

Sinds enige weken ben ik in de ban van Christina Pluhar.

Ik hoorde via ClassicFM meerdere malen een stuk langskomen, dat na bestudering van de playlist "The Mock Marriage" bleek te heten.

"Wat een vreemd stuk", dacht ik en ging op zoek. Dat is tegenwoordig niet zo moeilijk meer, behalve Google hebben we Spotify (ik kan iedereen van harte een premium account aanraden!) en het intikken van de titel leverde het album "Music for a While - Improvisations on Purcell" op.

Zoals de titel al min of meer zegt: bewerkingen van stukken van Purcell. "The Mock Marriage" kende ik niet uit eerdere uitvoeringen, maar vele andere stukken wel, in wat men zo mooi noemt "authentieke" uitvoeringen, en zo kreeg ik een goed beeld van wat Pluhar er van gemaakt heeft.

Ehhh....heel anders. :-)

Vergelijk bijvoorbeeld "When I am laid in Earth" met hoe dat doorgaans gezongen wordt, of het bijna blasfemisch bruisende "Strike the Viol", met de uitvoering onder leiding van Gardiner, toch een heel goede dirigent, en je snapt wat ik bedoel.

Aanvankelijk dacht ik dat Pluhar een zangeres was uit de hoek van de lichte muziek die, net als bijvoorbeeld Sting met "Songs From the Labyrint" (liederen van Dowland) eens een zijsprongetje gemaakt had, een interessant experiment waar een moderne zanger(es) zijn/haar interpretatie loslaat op Renaissance-muziek ("Music or a While" is behoorlijk Jazzy), maar niets is minder waar: Pluhar is een specialiste oude muziek!(de Engelse Wikipedia-pagina over Pluhar is aanzienlijk schaarser met informatie!). Het is ook niet Pluhar die je hoort zingen op dit album, dat zijn Philippe Jaroussky (counter-tenor), Raquel Andueza (sopraan), Vincenzo Capezzuto (alt) en Dominique Visse (counter-tenor).

Klassieke, of in dit geval, oude muziek in een modern jasje is altijd goed voor tegenstrijdige opvattingen; Ekseption wist er al van mee te praten. Zo ook Nicholas Kenyon die op zondag 23 maart jl in The Observer schrijft:

From a group whose flair and inventiveness I have very much admired in a variety of baroque repertoire comes a real horror — an attempt to update Purcell to a classic of the jazz era. Turning Dido's Lament into lounge-bar smooch, and Music for a While into a lazy clarinet-dominated improv is just unbearable. The vigour of Wondrous Machine is completely dissipated; In vain the Am'rous Flute survives unscathed, all the odder in this context. They say great music can withstand anything, but now I'm not so sure.

Tja, kwestie van smaak. Hoewel ik mij af durf te vragen hoe saai Kenyon's smaak is. Ik denk dat het interessant is af en toe te spelen met de gedachte dat Purcell en andere grootheden uit de muziekgeschiedenis hun muziek anders geschreven zouden hebben als ze indertijd de beschikking hadden gehad over "onze" instrumenten als bijvoorbeeld de saxofoon.

"Music for a While" vind ik zo'n fascinerend album, dat ik er over gedacht heb het te kopen en dat wil wat zeggen; sinds het internet er is koop ik eigenlijk nooit meer CD's!

Ramses - De Recensie

Tijdens het bekijken van het vierde en laatste deel van de dramaserie "Ramses" deed ik, overmand door een grenzeloos gevoel van teleurstelling, een klein gedachte-experiment.
Stel dat de serie niet over Ramses Shaffy was gegaan, dat Ramses Shaffy misschien helemaal niet bestaan zou hebben, maar zou hebben gespeeld rond een fictieve zanger/cabaretier/levenskunstenaar die teveel dronk, homoseksueel was en in ook zijn verdere levenswandel en liedteksten tegen de bekrompen tijdgeest inging. En die we daarmee nú, veertig jaar later, zouden kunnen beschouwen als een morele bevrijder, een profeet. Zou iedereen nog steeds zo enthousiast zijn over deze serie?
Ik denk het niet.
Deel één viel me al vreselijk tegen, maar ja, soms moet je er even inkomen hè. Ik moet bekennen dat ik deel twee gemist heb. Dat wil zeggen: ik heb hem niet gezien, want ik kon bij deel drie weer moeizaam aanschuiven; wel was de voorraad lege flessen in Shaffy's achtertuin significant gegroeid - vul het verhaal verder in en kleur de plaatjes. Net als indertijd bij "As the World Turns"; al zou ik willen dat het spel- en regieniveau van "As the World Turns" af en toe werd gehaald, want dat werd het niet.
Deel vier was het treurige dieptepunt: terwijl de camera ietwat overmatig de ogen en mond van acteur Maarten Heijmans bleef uitbuiten - het was me inmiddels aan reacties van BN-ers in talkshows al duidelijk geworden dat vrouwen daar op vallen - werd de begeleidingsband die om Ramses heen werd geformeerd om zijn carrière weer enigszins op de rails te krijgen totaal niet uitgeregisseerd. Bij de eerste aflevering dacht ik nog gewoon dat bijvoorbeeld Thomas Cammaert, die Joop Admiraal moest spelen, een wat zwakkere acteur was, maar die jongens van de band stonden er maar een beetje bij alsof ze zo van de straat waren geplukt om te figureren. Hou jij deze gitaar eens vast en ga jij daar eens achter de toetsen zitten en doe of je speelt en oja, bij de Chinees moet jij even een grapje maken over Nasi Ramses.
Michiel van Erp, toch niet de eerste de beste, kon er kennelijk niet veel meer van maken.

In 2003, de nadagen van Ramses Shaffy, schreef Bas Steman: "Ramses Shaffy: Naakt in de orkaan", een "Ramses - de Belevingsbiografie". Al snel volgde "Ramses" - de Film van Pieter Fleury. Film gezien, daarna het boek gelezen. Niet helemaal de juiste volgorde, wel inspirerend. Er werden ook interessante kanten van Ramses belicht. Ramses - de CD met liedjes uit de film gekocht. Het viel me al op dat, als je die liedjes draait zonder de film er niet veel meer van over blijft. Maar de eerste tijd stonden film en boek nog in het geheugen, dus het ging nog wel.

Bij het overlijden van Ramses zei Marit, mijn vrouw, nog, 'zal "Ramses - de Musical" er ook wel snel komen'. En verdomd, ze had gelijk. Tijdens een koorfestival hoorde ik een koor "Ramses - de Medley" zingen. En nu dus de TV-serie. Of nee, de Drama-serie; TV-serie klinkt zo ordinair, net als uitmelken.
Daar gaat het natuurlijk niet om.
Het is tenslotte geen soap - al klinkt de aankondiging "over de jonge jaren van Ramses Shaffy" verontrustend. Liever geen "Wij zullen doorgaan". Het had sowieso wat mij betreft allemaal wel in één deel gekund.

Toegegeven: Ramses - de Mens was bijzonder.
In zijn tijd.
Zijn liedjes zijn, anno 2014, wel ietwat ehh..., nou ja, niet meer van deze tijd. En hoe groot is iemand eigenlijk als hij zijn talent niet weet te beheersen maar zijn leven verwoest met drank en drugs? Wat boeit mij een zangeres (Liesbeth List, gespeeld door Noortje Herlaar) die, ergens
tussen bewondering en verliefdheid in, alles overboord zet voor Ramses, haar "raison d'être" ontleent aan haar tijd met Ramses, af en toe nog  mag komen opdraven om te getuigen van de Grootheid van Ramses, het verkondigen van Ramses - het Evangelie. Nederlands Existentialisme: wat De Beauvoir had met Sartre, had Liesbeth met Ramses. Een sneu "Could We Start Again, Please", een "À la recherche du temps perdu".
Het was mooi, maar het is geweest.
En wat geweest is, is geweest.

Tijd voor iets nieuws, wat mij betreft moet het nu maar eens klaar zijn met de Ramses-verering.

Gefopt door Dario Fo

Wie kent de beruchte regisseur Dario Fo niet? De man die in de begintijd van de Stopera De Nederlandse Opera bijna om zeep hielp door een exorbitant honorarium te vragen voor zijn Commedia dell'Arte-achtige regie van Rossini's Il Barbiere di Siviglia?
Dus toen ik via de Uitkrant van Den Haag de volgende aankondiging zag:

Opera Paleisgeheimen.

Bijzonder buitentheater van Dario Fo bij archeologisch erfgoed De Stenen Kamer in bosrijk Madestein. 's Middags is het lachen bij de komische familievoorstelling Het huis met zeven kamers. Veertig Dario Fo-acteurs bezingen ‘s avonds het weelderige hofleven in het buitenverblijf van stadhouder Frederik Hendrik en gemalin Amalia van Solms. Met krachtige madrigalen, vurige aria's en zinderende duetten verbeelden zij in de opera Paleisgeheimen de feesten én intriges achter de duinen

tja wat denk je?

Dario Fo in Nederland! Gelijk reserveren! Kreeg nog een mail terug van Cultuur Vroondaal dat ik als eerste had gereserveerd. Daar ben ik nu iets minder trots op; ik ben erin getuind :-(

Ik zit daar gisterenavond, hoopvol gestemd door de inderdeed prachtige ambiance. De acteurs en actrices staan al opgesteld en zien er fantastisch uit en het mini-orkestje is weliswaar wat weggestopt in een wagen, vanwege de dreigende regen, maar ik ken de pianist en wist: dat zit wel snor. De muziekliefhebber kan niet wachten tot de "krachtige madrigalen, vurige aria's en zinderende duetten" van Sweelinck, Van Eyck, Legrenzi, Gesualdo, Monteverdi en - lokkertje - Constantijn Huygens (u zegt dat hoogstwaarschijnlijk niets, maar het zijn stuk voor stuk topcomponisten) tot klinken komen.

De dirigent geeft de opmaat, de pianist heft zijn handen en AUW, een smerig walsje begint te klinken. Zit ik verkeerd? Ben ik bij een concert van Guus Meeuwis beland? Was het maar waar, Guus kan tenminste nog zingen - al is het niet mijn soort muziek. Het tweede lied, waarschijnlijk een uit de reeks van bovengenoemde componisten, liep ongelooflijk uit de hand; op de dirigent letten dames en heren koorzangers. Ook de solisten waren van een matig niveau, zowel vocaal als muzikaal (om van de uitstraling nog maar te zwijgen), met uitzondering van de sopraan die de rol van de jonge Amalia van Solms mocht zingen - grote klasse. Een prachtige stem en een voordracht waarmee je vergat dat ze van die onbenullige teksten stond te zingen. En dat verbaasde mij nog het meest: was Dario Fo zo aan lager wal geraakt dat hij akkoord ging met deze zwakke teksten, die het niveau van een sinterklaasrijmpje hier en daar naar de kroon staken in voorspelbaarheid en slecht lopende ritmiek? En dan de statische regie! Er werd nauwelijks bewogen, van mimiek was geen sprake en het enige décorstuk dat er was - een reusachtige eettafel - werd helaas vooral gebruikt om op te staan.

Vlak voor de pauze werden we nog even in spanning gehouden met de belofte dat er na de pauze een ballet zou plaatsvinden. Dit was echt lachen: een soort reusachtig spelletje "witte zwanen, zwarte zwanen" werd gespeeld. In mijn fantasie stelde dit een Pavane voor, waarna hopelijk, zoals het hoort, de wat vlottere Gagliarde zou worden gedanst. Helaas, dit werd niet waargemaakt. Het bleef bij dit dansje dat waarschijnlijk zó uit één van de drie bundels "Kinderzang en Kinderspel" van Pollman en Tiggers was gepikt. Wel liep het koor, dat nu ook wat verder bij de dirigent vandaan stond dan tijdens het openingskoor, nog iets meer uit de pas met de muzikale begeleiding, zodat de dirigent het maar ergens afbrak.

Buiten optreden is natuurlijk niet eenvoudig en daarom waren de solisten en belangrijkste koorleden dan ook voorzien van een headsetje. Het bezwaar dat ik voor mijn eigen praktijk altijd tegen dat spul heb is dat je als dirigent je lot in handen legt van de geluidsman. De geluidstechnicus die in de stenen kamer aan de knoppen zat, had helaas absoluut geen kaas gegeten van hoe je een koor afmixt; alles klonk even heterogeen, terwijl er toch - toegegeven - best wel aardige koorstemmen bijzaten. Maar het hield geen enkel verband met elkaar.

Vlak voor het eind kwamen er nog wat komedianten op. Schitterende kostuums en ik dacht nog even: daar komt de commedia dell'arte stijl van Dario Fo boven. Helaas: het bleef bij een spelletje slapstick voor beginners, waarna Elizabeth van Bohemen plotseling begon af te geven op onze rederijkers. Het verband tussen deze twee tegengestelde kunstenaarsgroepen ontging mij in de plotselinge snelheid waarin het drama, dat tot dan toe maar niet op gang wilde komen, zich ineens begon te ontwikkelen. Binnen vijf minuten was het nu klaar: Elizabeth werd weggestuurd, Amalia mocht blijven. Balans, heet zoiets.

Verbijsterd liep ik direct na de voorstelling terug naar de auto, het aangekondigde drankje ná (dat voor 21.40 tot 22.00 uur stond gepland en geen minuut langer) heb ik maar aan mij voorbij laten gaan. Wat was er gebeurd met ooit Nobelprijswinnar (pun intended) Dario Fo?

Onrustig gezocht, maar uit niets bleek dat hij zodanig op zwart zaad zat dat hij dit soort klussen moest aannemen. Toch doorzoeken leverde mij echter op dat Dario Fo óók een in het Westland opererend Theaterkoor is! Hoofdzakelijk amateurs en dat zet het niveau van deze uitvoering natuurlijk in een heel ander daglicht!

De nu 87-jarige regisseur en toneelschrijver Dario Fo gaf in 1999 zijn naam aan een Nederlands theatergezelschap uit het Westland. De theatermakers uit Poeldijk werken sinds die tijd in zijn geest.

Nooit van gehoord! Dat ligt natuurlijk aan mij, maar het had misschien ietsje duidelijker op de aankondiging gemogen; "Theaterkoor Dario Fo" oid, in plaats van alleen de persoonsnaam. Dit was een koude douche, die ik graag had ingeruild voor de pittige regenbui, waar we voor gewaarschuwd waren en waar ik tenminste met plu en regenjas tegen gewapend was.

Syndicate content