goethe

warning: Creating default object from empty value in /home1/kuehlebo/public_html/georgeovermeire/modules/taxonomy/taxonomy.pages.inc on line 33.

Tischbeins "Goethe in der Campagna"

Het beroemde schilderij "Goethe in der Campagna" uit 1787 van Johann Heinrich Wilhelm Tischbein, waarop Goethe staat afgebeeld

(...)als Reisender, in einen weißen Mantel gehüllt, in freier Luft auf einem umgestürzten Obelisken sitzend, vorgestellt werden, die tief im Hintergrunde liegenden Ruinen der Campagna di Roma überschauend.
- Goethe's dagboek van 29 december 1786

ben ik bij toeval afgelopen maand twee keer in een bijzondere parodie tegengekomen.
Allereerst: het oorspronkelijke schilderij, met dank natuurlijk aan het artikel van Wikipedia, waar het schilderij ook beschreven wordt:

De Goethe-vraagbaak bij uitstek, Das Goethezeitportal, heeft een groot artikel met afbeeldingen "Goethe-Motive auf Postkarten: Tischbeins 'Goethe in der Campagna'."
In mijn kerstvakantie was ik in Freiberg, voornamelijk om een dag later in Annaberg-Buchholz naar de wereldpremière van Albert Lortzing's "Andreas Hofer" te gaan luisteren. Toen het rond etenstijd was, bleek het restaurant van mijn keuze helaas ook de keuze van teveel andere Freibergers en dus vol. Daarom week ik uit naar "PUBagai", een kroeg met Ierse aankleding waar ik een eenvoudige en toch smakeloze maaltijd at. De teleurstelling over vooral het minder gezellige restaurant werd ruimschoots goedgemaakt omdat aan de muur een promotie-spiegel voor het biermerk Köstritzer Schwarzbier hing, met een knipoog naar Tischbein's Goethe-portret:

Links onderin een tekst waaruit zou moeten blijken dat Goethe een bierdrinker is geweest, met een voorkeur voor het soort bier dat Köstritzer brouwt. Ik heb altijd gedacht dat hij meer van een goed glas wijn dan van een biertje hield, zoals blijkt uit het leuke boek van Boudewijn Büch "De Goethe-industrie", waarin Büch op pag 32-35 de literatuur over "Goethe en de wijn" bespreekt, maar Goethe is natuurlijk gebruikt om van alles en nog wat te rechtvaardigen, dus waarom zou een bierbrouwer zijn graantje niet mee mogen pikken?

Volgens Jan Klompmaker met het internet-alias "Epicurist" op een Google-forum over drank, dronk Goethe 1 a 2 flessen wijn per dag. Waar hij deze informatie vandaan heeft is wat schimmig, maar als Köstritzer omwille van de handel de bron achterwege mag laten, mag de zelf benoemde Epicurist het ook. Opvallend na het vermelden van dit in ons geniet-maar-drink-met-mate-tijdperk shockerende feit is dan Klompmakers vaststelling:

Een eigenlijke drinker was Goethe zeker niet; (...)

die ongetwijfeld is gebaseerd op verouderde opvattingen over wanneer je alcoholist bent.

Het drinken van drie biertjes per dag wordt nog niet als alcoholisme gezien. Wel kan het een fase zijn op weg naar verslaving. Gemiddeld een op de twaalf mensen die dagelijks alcohol drinken raakt er aan verslaafd.
Als norm voor schadelijk geldt 21 standaardglazen per week voor mannen en 15 glazen per week voor vrouwen. Voorwaarde is wel dat in die week twee dagen geen alcohol gedronken wordt.
-bron: wikipedia.

Tja, de tijden zijn veranderd.
Ik moet mij overigens wel verontschuldigen voor de slechte foto. :-). Toen ik de spiegel zag ging ik helemaal los en wilde hem eigenlijk het liefst hebben, maar dat ging helaas niet. Het haalbare alternatief was: fotograferen. In die donkere tent was dat zonder flits niet mogelijk, wat niet zo prettig is bij het fotograferen van een spiegel (je ziet nu een deel van het interieur van de Agai-pub weerspiegeld) en ook wilde ik naar het Duitse publiek, dat in de buurt van de spiegel rustig zat te eten, geen al te opvallende indruk maken.
Maar ja, wat moet je? Voor de Duitsers is de afbeelding van Goethe wellicht volstrekt normaal, die krijgen hem met de paplepel ingegoten. Hetgeen mag blijken uit het playmobilpoppetje dat ik op de website van de Playmobil Collectors Club ontdekte.

De tijd van Playmobil is helaas voor mij voorbij, maar wat zou ik graag zo'n PlayMobilpoppetje van Goethe willen hebben. En dan ook van Beethoven, kan ik de beruchte "Sternstunde der Menschheit"-scene in Teplitz naspelen.
Of van Albert Lortzing.
:-)

O selig, o selig, ein Kind noch zu sein!

Wie zong dat ook alweer?

Opmerking: Ik heb lang geaarzeld of ik dit stukje op mijn Goethe-website of hier zou publiceren. Vanwege het ludieke karakter heb ik uiteindelijk voor dit Hedonistisch Weblog gekozen.

Tasso bij het Nationaal Toneel.

Woensdag 10 september zag ik de try-out van Tasso bij het Nationaal Toneel. Naar het toneelstuk Torquato Tasso van Goethe.

Over deze voorstelling schreef ik een recensie, die op mijn Goethewebsite te lezen is.

St. Goethe

Mijn lang weekend Duitsland, met Marit, Annemarie en Richard had een onverwachte verrassing in Münster, toen ik aan de Prinzipalmarkt bij het westportaal van de Lamberti-Kirche eens goed de daar geplaatste 11 heiligen probeerde te herkennen. Er stonden geen namen bij, dus ik moest een beetje afgaan op mijn kennis van de Christelijke iconologie.

Links kijk je eerst Christus zelf in het gezicht, iets naar links aan de zijkant zie je de evangelist Mattheus.
Rechts herkende ik natuurlijk gelijk Hieronymus (met baard) en Gregorius (met mijter). Allemaal niet zo moeilijk :-).
Maar middenvóór - even inzoomen:

Ja! Schiller en Goethe!

Als resp. de evangelisten Johannes (let op de adelaar) en Lucas (let op het kalfje).


Münster is best een mooie stad. Ik was er nog nooit geweest. Wilde natuurlijk onmiddelijk het kerkenpad lopen daar, maar ja, je bent niet alleen hè. Ook een beetje rekening houden met de anderen, dus bleef het wat betreft de Lamberti-kerk bij een foto-shoot met Goethe en Schiller; ik ben niet naar binnen gegaan.
Wel bij de Dom, natuurlijk, al was het maar vanwege de astronomische klok!

die ik helaas niet heb horen spelen, zoals bij de astronomische klok van Olomouc.
En even de kooropgang fotografeuren, wat zou ik graag bij het orgel hebben willen kijken.!

Verder ben ik ook niet naar de expositie met politieke spotprenten geweest, maar de poster vond ik toch wel erg mooi:


Om deze omissie goed te maken zijn we op de terugweg langs Paleis Het Loo gereden, eigenlijk voor de expositie "Beeld van Beatrix". Paleis Het Loo vindt het gelukkig helemaal niet nodig om iets aan fatsoenlijke bewegwijzering te doen, zodat we in een gigantisch lange rij terecht kwamen, met drommen mensen die het ervoor over hadden om vijf kwartier in de rij in de rij te staan om 5 minuten naar de jurk van Maxima in een vitrine te mogen kijken. Onderweg werden we bezig gehouden met spannende teksten over het koningshuis vanaf Willem I.
Achteraf bleek dat we ook wel gelijk via een andere deur naar de portretten van Beatrix hadden kunnen kijken; tamelijk stom van me, want het stond wel ergens - op een héél klein bordje in een héél klein hoekje. :-(
Ik ben kennelijk beter in het herkennen van heiligen.

Een vals lokkertje bij de Delftse antiekbeurs: de Boudewijn Büchtentoonstelling.

Boudewijn Büch hield wel van een beetje overdrijven, schijnt het. In navolging van zijn (en mijn) held Goethe werden "Dichtung" en "Wahrheit" nogal eens vrijmoedig door elkaar gehaald. En dat is helemaal niet erg, want als je af en toe je publiek wilt laten delen in je kennis is er behalve flink wat enthousiasme soms ook wel eens dat beetje extra nodig om het drupje levertraan naar binnen te laten gaan. Ik vergaf het hem dan ook graag.

Zijn ontzettend leuke en lezenswaardige boek over Goethe, "De Goethe-industrie", waarin hij allerlei uitwassen van Goethe's populariteit in Duitsland beschrijft en zijn prachtige voorwoord bij de "Gesprekken met Eckermann" in de privé-domeinserie beschouw ikzelf als zijn fraaiste prestaties. Maar behalve door Goethe heb ik ook wel een band met Büch door zijn verzamelwoede en liefde voor boeken in het algemeen. Ik heb alleen niet zoveel met "De kleine blonde dood". En eigenlijk ook niet met Mick Jagger, maar niemand is volmaakt zullen we maar zeggen.
Dus toen ik las dat er een tentoonstelling zou worden ingericht bij de Delftse Antiekbeurs, waarin we een kijkje in de wereld van Boudewijn Büch zouden krijgen, heb ik mijn wekelijkse lesvrije donderdag, bestemd voor eigen studie en cultuur, ingeruimd om een dagje Delft te doen.

Maar liefst € 15 (en dat maal twee!) mocht ik dokken voor de entree in het Delftse Prinsenhof. We kregen een plattegrondje mee, waarop de twee kamers waarin wij zouden worden ondergedompeld in Büchs wereld - helemaal achteraan in de Antiekbeurs - aangegeven waren. De bedoeling was waarschijnlijk dat wij ons eerst door al dat antiek heen zouden ploegen, om daarna bekaf bij Büch aan te komen. Zodat we niet in de gaten zouden hebben wat, nu we, gretig naar Büchs curiosa, gelijk naar achteren doorliepen, pijnlijk duidelijk werd. Het viel ontzettend tegen. Om niet te zeggen: het was een giller. De omvang van de tentoonstelling stond in geen enkele verhouding met de aankondigingen.

Wat had ik eigenlijk verwacht? Ik weet het niet precies, maar de wervende tekst, bijvoorbeeld uit de Telegraaf van 21 september jl, klonk zo veelbelovend.

Omdat het tien jaar geleden is dat schrijver/televisiemaker Boudewijn Büch overleed, richt het Letterkundig Museum op de Oude Kunst- en Antiekbeurs Delft een tentoonstelling in met persoonlijke objecten van Büch, die niet eerder te zien zijn geweest.
Boudewijn Büch was iemand die onderwerpen naar voren bracht waar weinig mensen iets mee hadden, maar wist deze op een originele manier over het voetlicht te brengen.
Hij stimuleerde mensen te gaan lezen en prikkelde anderen te gaan verzamelen.Büch was een eigentijdse ontdekkingsreiziger en verwoed verzamelaar van kunstvoorwerpen en memorabilia. Na zijn dood liet hij een bibliotheek achter met meer dan 100.000 boeken en een huis vol met voorwerpen die hij gekocht had op zijn talloze reizen over de hele wereld. Een tentoonstelling over Büch op de antiekbeurs Delft is dan ook niet vreemd. Het is bij uitstek de plek waar liefhebbers hun eigen ontdekkingsreis beleven, op zoek naar objecten uit langvervlogen tijden.

In die laatste zin lijkt het achteraf wellicht weer ineens over de Antiekbeurs te gaan en niet over de Büchtentoonstelling.

Dus: wat had ik verwacht? Kunstvoorwerpen en memorabilia uit de collectie Büch, natuurlijk! Nou ja, dat moet je een beetje ruim nemen kennelijk. Om te beginnen: die twee ruimten op de plattegrond bleken eigenlijk maar één ruimte te zijn, en zeker kleiner dan mijn woonkamer. Bij binnenkomst vier vitrines met kaarten van de steden en eilanden waar Büch geweest moet zijn. Vier! Al die kaarten zagen er nog keurig uit, dus Büch moet ongelofelijk zuinig met die kaarten zijn geweest. Je zou bijna denken dat hij ze niet mee heeft durven nemen en heeft gebruikt op reis - en nu ik erover nadenk weet ik zelfs niet meer zeker of ze wel echt van Büch geweest zijn - het zouden zomaar kaarten geweest kunnen zijn die even snel erbij gelegd zijn.
Een vitrine met het geboortekaartje van Büch en een schoolrapportje, waaruit blijkt dat Büch geen hoogvlieger was in de wiskunde en eigenlijk ook maar matig met zijn talen was. Nou dat weten we dan ook weer.
Drie vitrines met het logo van een kennelijke sponsor erop - de naam heb ik inmiddels verdrongen - verder niets. De relatie met Büch ontging mij volledig
Twee TV-toestellen, waarop mogelijk films vertoond zouden moeten worden, maar er was slechts een testbeeld.
De typemachine van Büch en, voor het geval je dacht dat er in tien jaar na Büchs dood toch wel heel wat veranderd is of dat Büch hopeloos achter liep op de technologie van zijn tijd, een bak met floppen en CD-roms, zodat we weten dat Büch in ieder geval op het eind van zijn leven het genoegen van een computer - hoe primitief ook naar onze maatstaven - moet hebben gesmaakt.

Nog meer? Eh, ja! Een portret van Büch door Marjolein Innemée, getiteld “Boudewijn Büch, 'n Rolling Stone” uit 2007, 1 x 1 m. Het schilderij is, vrijwel direct na opening van de beurs aangekocht door de Stichting Oude Kunst- en Antiekbeurs Delft, en vervolgens geschonken aan het Letterkundig Museum in Den Haag. Van dezelfde Marjolein Innemée hing er ook een portret van Goethe uit 2011, dat 80 X 100 cm meet en € 1950 moet gaan kosten. Het lijkt verdacht veel op het bekende Goethe portret uit 1828 door Jos. Karl Stieler, dat ook op mijn Goethe-website te vinden is.

De beide schilderijen (van Innemée) heeft Büch natuurlijk nooit gezien.

Nauwelijks een spoor van Büchs beruchte rariteitenkabinet, of het moet het goed afgeschermde en donkere vitrinekastje zijn, waarin ik, reikhalzend over de afzetting, in het pikkedonker een wit miniatuurtje van - naar ik aanneem - Goethe ontwaarde. Wat er verder inlag was in het donker niet te onderscheiden en er was ook geen beschrijving beschikbaar.

Het goede nieuws is dat Büch net als ik, behalve boekenliefhebber, ook uilenliefhebber was.

Ik vergeet nog de vitrine met een aantal oude paspoorten van Büch, waarbij op een van de oudste bleek dat Boudewijn Büch als jonge vent ook sterk op Boudewijn de Groot (in ieder geval in diens provo-tijd) geleken heeft.

Na een minuut of vijf was ik eigenlijk al klaar en heb ik nog aarzelend om mij heen gekeken waar de rest was, de tweede zaal bijvoorbeeld, maar helaas, dit was het. Büch overdreef misschien wel eens, maar deze tentoonstelling is puur bedrog.

Wij hebben ons verlies genomen en hebben er verder een leuk dagje Delft van gemaakt.

Et In Acadia Ego

De kunst- en cultuurkenner herkent deze zin natuurlijk van het beroemde schilderij "Et in Arcadia ego" van Nicolas Poussin, of anders wel van Goethe, die zijn "Italiaanse Reis" het motto "Auch ich in Arkadien" meegaf. Zonder werkwoord, omdat de o.a. door de Duitse Romanticus Carl Wilhelm Kolbe "Auch ich war in Arcadien" in gebruik geraakte vertaling eigenlijk fout is, maar Goethe dit wel bedoelde - Arcadia als metafoor voor Italië gebruikend.
Nu was ik deze vakantie in Acadia. Waar is de "r"? Typo? Nee, Acadia is het deel van Canada waar ik mijn vakantie doorgebracht heb zonder te weten dat het zo heette - ik dacht gewoon een stukje Oost-Canada te doen, eindbestemming Digby, waar Merel haar stage loopt. Al rondrijdend kwamen we erachter dat daar Acadiërs wonen, en First Nation-people en de Mi’kmaq, jawel de hele Mikmak.
Ik raak vrij snel in dingen geïnteresseerd, maar die Acadiërs konden mij niet echt boeien; desondanks was mijn vakantie in Canada uiterst geslaagd. Gelukkig maar, want het was de langste vakantie die ik ooit gedaan heb - ik ben niet graag van huis. Een hoofdzakelijk door Marit geschreven verslag - in feuilleton - staat op de familiewebsite, hier, hier, hier, hier, hier en hier.


Aardig wat boeken gelezen op vakantie, de Ayn Rand bio van Anne Heller, een goed boek. "Zendegi", erg goed, van Greg Egan, "Ebocloud", zelfs nog beter, en tenslotte "To a Mountain in Tibet" van Colin Thubron. Prachtig. Jaren geleden heb ik van Thubron "Distance" gelezen, dat was een roman. Dit is een reisverslag, maar het is zo heerlijk mooi, rustig geschreven. Een echte "slow-burner". in tegenstelling tot de scifi, die ik gewoonlijk graag lees, maar die wat sneller consumeert. Alles, zo'n achttienhonderd pagina's, via mijn e-reader en dat scheelde een hoop bagage, want het moet allemaal mee het vliegtuig in. Dit jaar waren we dan ook zonder Ank & Arie op vakantie. Voor de niet-ingewijden: Ank was ons navigatie systeem. Na jaren trouwe dienst en hele gesprekken tegen ons te hebben gevoerd - "U heeft uw bestemming bereikt" - en mijn af en toe enthousiaste rijgedrag in toom te hebben gehouden - "U rijdt boven de maximum snelheid" - was ze inmiddels echt verouderd, bovendien kon er geen kaart van Canada op. Ik heb haar dus ingeruild voor een jongere Gamin-satnav. Hanny heet ze, minder spraakzaam, geen lieve woordjes. Is even wennen. Arie is onze auto, de altijd betrouwbare Toyota Yaris. Met enig schuldgevoel heb ik hem op de lang-parkeren parkeerplaats van Schiphol drie weken lang helemaal alleen tussen allemaal grote rijkeluis-bakken achtergelaten. In Canada moest ik vreemdgaan met een gehuurde Mitsubishi. Mooie auto, ruim, maar een automaat, waardoor ik als plezier-rijder mij een beetje onder mijn niveau aangesproken voelde: gasgeven en remmen, meer mag je niet, zodat ik het gevoel had in een botsautootje te zitten. Zonder botsen overigens, hoewel ik een van de laatste dagen toch een noodstop heb mogen maken om een stekelvarken te sparen die gewoon over de weg liep te scharrelen. Het schijnt overigens dat ik daarmee ook de auto en misschien onszelf gered heb, daar de stekels van zo'n dier behalve de banden ook de remkabels behoorlijke schade kunnen toebrengen.
Nu: vandaag mijn jetlag overwonnen, was helemaal niet zo moeilijk, en morgen weer aan het werk. Zin? Jawel, want ik heb een baan waarbij ik voor 95% betaald mijn hobby sta uit te oefenen. Dit jaar ga ik ook gebruik maken van de BAPO-regeling - ik ben al 53! Dat betekent: één dag vrij, die ik heerlijk ga gebruiken om weer eens wat te studeren, te componeren, meer piano te spelen en eens wat vaker naar een museum te gaan.
Ik kom nu alweer tijd te kort.
Syndicate content