boeken

warning: Creating default object from empty value in /home1/kuehlebo/public_html/georgeovermeire/modules/taxonomy/taxonomy.pages.inc on line 33.

The Trilogy

Another damned thick book! Always scribble, scribble, scribble! Eh, Mr. Gibbon? - Toegeschreven aan Prince William Henry, Duke of Gloucester and Edinburgh, 1781", bij het in ontvangst nemen van deel 2 of 3 van "The History of the Decline and Fall of the Roman Empire".

Op 16 maart 2009, vandaag bijna zeven jaar geleden, begon ik te lezen in "Quicksilver", deel 1 van Neal Stephenson's magnum opus "The Baroque Cycle". Een jaar daarvoor had ik, na een worsteling van ruim twee jaar, Stephenson's "Cryptonomicon" uitgelezen en inmiddels had ik de drie dikke delen van de Baroque Cycle - meer dan 1000 pagina's per deel - al bij de American Bookshop zien liggen. Hele stapels, zowel hardcover als paperback. Zouden ze die ooit allemaal verkocht hebben? (En: zouden ze allemaal ook daadwerkelijk uitgelezen zijn?)
Ik wist gelijk dat ik ze ook wilde, nee: móest lezen, maar ook zag ik er tegenop: 3 delen, ieder op zich nóg dikker dan Cryptonomicon en waarschijnlijk - Stephenson kennende - minstens even complex. Maar uiteindelijk was de verleiding te groot; ik kocht deel één bij de American Bookshop in Amsterdam, toen nog in de Kalverstraat, en begon buiten voor de winkel al te lezen.
Ik kan toch aardig snel lezen - al zeg ik het zelf - maar dit deel heeft mij in totaal drie jaar gekost. In het begin kwam ik maar moeilijk op gang. Tussendoor ging ik ook nog af en toe vreemd met andere boeken. Maar toen ik van de Treeware (de paperback-) versie overstapte naar het Ebook, wat het opzoeken van mij onbekende Engelse woorden - zéér noodzakelijk vanwege Stephenson's gedetailleerde manier van schrijven - een stuk gemakkelijker maakte, schoot ik er doorheen. Na een time-out van een jaar, waarin andere boeken vooral dienden om mij te overtuigen van de grootsheid van Stephenson - een soort "buiten honger krijgen, thuis komen eten" - begon ik opgewekt aan deel twee.
Een half jaartje had ik nodig om dit deel door te werken, hoewel het voor mij, vanwege vele economische verwikkelingen in de verhaallijn, waar ik niet zo veel mee heb, een stuk pittiger was om te begrijpen. Dat heeft mij overigens niet weerhouden van mijn slechte gewoonte tussendoor af en toe wat andere lectuur mee naar huis en eventueel mee naar bed te nemen.
Ik nam vervolgens de zeer ruime periode van twee jaar om de aanloop te nemen voor het slotdeel. Ondertussen vlinderde ik gewetenloos van het ene naar het andere boek. Aan onthouding doe ik niet, want er zijn natuurlijk nog meer goede schrijvers dan alleen Stephenson en bovendien zou ik met het uitsluitend lezen van zulke dikke pillen nooit de mijzelf opgelegde doelstelling van minstens 40 boeken per jaar in de Goodreads Reading Challenge halen.
Op 29 augustus 2015 begon ik aan deel drie. De op het internet (vooral WikiPedia en GoodReads) beschikbare samenvattingen van de drie delen (deel 1: redelijk uitgebreid en gedetailleerd, deel 2: ietwat summier en deel 3: niet) geven aan dat wereldwijd vele lezers er tijdens het traject de brui aan hebben gegeven. Zelfs tijdens dit magistrale derde deel ben ik niet geheel monogaam gebleven en heb nu en dan openlijk met andere boeken een bevredigend tussendoortje beleefd. Maar ondanks mijn losbandige leesgewoontes heb ik vandaag, 6 maart 2016, bijna zeven jaar na het openslaan van deel één (en ongeveer even lang als Stephenson deed over het schrijven van de Cycle) de finish op pagina 1081 gehaald.

Wat een boek.
Want, al is het opgesplitst in drie delen - overigens later, kleinere porties, zelfde menu, opnieuw uitgebracht in acht delen - het is natuurlijk eigenlijk één groot complex verhaal, met vele sub-plots en ideeën. Je moet dus echt voor de hele serie van >3.000 pagina's gaan.

Het was het waard, maar moet het allemaal zo lang? En vooral, waarom komen er steeds meer trilogieën?

Ooit las ik "Lord of the Rings", de trilogie van Tolkien. Als je Lord of the Rings leest, moet je eigenlijk ook "The Hobbit" doen, dus het is wellicht meer een tetralogie.
Daarna "Requiem for Homo Sapiens" van David Zindell, die ik eigenlijk ook als een tetralogie beschouw, omdat "Neverness" er als prequel bij hoort. Deze boeken (van Zindell, wel te verstaan) hebben overigens mijn denken zéér beïnvloed.

Daarna dus "The Baroque Cycle". Ik vond het (nogmaals) adembenemend, absoluut. Inmiddels ben ik gelijk na het afvinken van "The System of the World" (deel 3 van de trilogie) op mijn "currently reading"-list bij GoodReads maar verder gegaan met deel twee uit de "Golden Age" Trilogy van John C. Wright. Deel 1 heb ik een tijdje geleden al uitgelezen en dat was goed, dus ik maak het maar af - denk ik. Het is gelukkig een stuk dunner dan Stephenson's boeken.

Nog meer trilogieën? Jawel, ik heb ook Hannu Rajaniemi's "Jean le Flambeur" series en Ramez Naam's "Nexus" trilogie gelezen. Voor de laatste twee trilogieën geldt dat het eerste deel steeds het beste was en de auteurs leesbaar moeite hadden de originaliteit en de spanning van deel één door te zetten in de sequels.

Meer is helaas niet altijd beter. Dus de Red Rising trilogie van Pierce Brown, waarvan ik deel één met redelijk plezier gelezen heb (al herkende ik "The Hunger Games" - overigens óók een trilogie - erin, zonder dat ik ooit "The Hunger Games" heb gelezen), ga ik maar niet meer aan verder. Noem het bindingsangst; ik wil me niet meer te lang met hetzelfde boek, hoe mooi geschreven ook, bezig hoeven te houden.

Boek - statistieken.

Het jaar 2014 is nog niet voorbij, maar, in blije afwachting van het mogen opmaken van mijn winst- en verliesrekening op het zakelijke vlak, straks in januari, maak ik alvast de balans op van mijn boekenlijstje.
Net als vorig jaar deed ik mee aan de Reading-Challenge bij Goodreads. Alleen: vorig jaar was ik te optimistisch (ik zette in op 50 boeken) en bleef er ver onder - ik las er slechts 30.

Dit jaar was ik realistischer en stelde ik mijn norm bij: ik zette in op 40 boeken. Op dit moment staat de teller op 45 en ik verwacht er nog minstens één uit te lezen!
De hele lijst is natuurlijk na te kijken op Goodreads en hier in een gewoon document dat ik vanaf 1994 bijhoud. (eigenlijk vanaf 1992, maar de eerste twee jaar deed ik op een Olivetti tekstverwerken, die informatie moet ik nog eens handmatig overzetten in het Word-document).

Voor de lol hier wat statistieken:

> Ik las dit jaar 45 boeken uit. Er zijn er nog wat onder handen.
> In totaal, tot nu toe: 11,069 pagina's.
> Van die boeken waren er 8 in het Nederlands, 21 in het Duits en 16 in het Engels.
> Daarvan: 6 "gewone" romans, 9 sciencefiction romans, 14 boeken die op een of andere manier gerelateerd zijn aan mijn Lortzing-onderzoek en 16 overig filosofisch/populair-wetenschappelijk.
> Tot slot de strijd tussen het Ebook en de Treeware-boeken: Ik las 27 ebooks, en dus 18 "gewone", "echte" boeken. Boek #46 - nog uit te lezen - is ook een ebook. Ik lees ebooks het liefst op mijn Sony e-Reader, als ePub dus. Kindle boeken, die ik gekocht heb bij Amazon converteer ik altijd naar ePub. Ik weet natuurlijk dat dat eigenlijk niet de bedoeling is, omdat je dan de DRM eraf moet halen, maar ik heb er toch voor betaald? Dan is het boek dus van mij en doe ik ermee wat ik wil. Ik vind een e-reader gewoon prettiger lezen dan mijn iPad (waar een kindle-app opzit), vooral in bed, waar ik overigens tijdens mijn slapeloze uurtjes sowieso de meeste pagina's verwerk.

De Google Books lees ik wel via mijn iPad; ik moet wel, want de vooral oude Duitse boeken, die nog in Fraktur-schrift zijn gedrukt en door Google zijn ingescand (fantastisch!), en sommige boeken die ik via de eLibrary (KB of via de Goethe-Online Bibliotheek) lees, zijn meestal pdf's en dat leest dan weer beter op een iPad.

Beste roman: moeilijk te zeggen. Ik opende het jaar met Peter Steinz' "De duivelskunstenaar", een boek over Faust. Erg interessant, maar van belang is dat hieruit voortkwamen Yourcenar's "hermetisch zwart" - prachtig - en Hesses "Narziss en Goldmund", goed, die ik beide nog in januari uitlas, maar de beste roman vond ik toch "The Luminaries" van Eleanor Catton. Waanzinnig mooi geschreven, een bijna Dickensiaanse sfeer (zoals indertijd ook Charles Palliser's "The Quincunx"). Ik lees niet heel veel romans, heb nog "The Goldfinch" klaarstaan op mijn e-reader, maar nog niet aan toegekomen. Wordt 2015. Hopelijk.
Sciencefiction lees ik meer. Echter: het niveau viel dit jaar wat tegen. In de zomervakantie las ik Heinlein's "Farmer in the Sky", dat was goed. Heinlein hè. Ik had al heel veel van hem gelezen en na een paar jaar "even niet" nu dit boek opgepakt - voelde weer helemaal als vanouds. "The Word Exchange" van Alena Graedon sprak me qua onderwerp erg aan, begon ook zeer veelbelovend, maar zakte na de eerste drie hoofdstukken enorm in. Jack Williamson's "Star Bridge" was okay, maar niet meer dan dat en "River of Gods", ja dat was toch even doorzetten. Verder ben ik dit jaar begonnen met de Perry Rhodanserie (gevaarlijk!), de boeken uit de 70er jaren beleven momenteel een revival. Twee delen gedaan, maar ik moet zeggen dat ik alleen deel 1 goed vond. Deel 2 moet ik overigens als kind al hebben gelezen, ik herinnerde mij ineens een bepaalde passage bijna woordelijk, maar dan in het Nederlands (terwijl ik het nu in het Engels heb gelezen). Merkwaardige ervaring, een soort "Déja lu".

Ik hoop het jaar te mogen afsluiten met "The Golden Age" van John C Wrigth. Dit boek begon tamelijk onbegrijpelijk (deze ervaring hadden ook sommige andere lezers op Goodreads!) en ik had het eigenlijk al terzijde gelegd. Maar na een tijdje toch weer opgepakt en ineens zag ik het licht. Wow, wat een geweldig boek!

Binnen de afdeling filosofie/populair-wetenschappelijk las ik drie boeken van Rüdiger Safranski: één over ETA Hoffmann, één over Nietzsche (net uit als ik dit schrijf) en zijn nieuwste boek over Goethe. Geweldig, net als andere boeken (over de Romantiek, over Schopenhauer, over Schiller en over de vriendschap tussen Schiller en Goethe) die ik al eens van hem gelezen heb. Hoewel: over Goethe wist ik eigenlijk al aardig wat en dan verbleekt dat boek een beetje bij zijn andere werk. Maar er is dan ook al heel wat over Goethe geschreven, daar ga je niet zo snel iets aan toevoegen.
Ik heb dit jaar sowieso vrij veel over Goethe gelezen, en dat allemaal verwerkt op mijn Goethe-website. Over Goethe en Angelika Kauffmann, over Goethe en Bettina von Arnim, over Goethe en Gotha en tenslotte over Goethe en Beethoven en dat leidde tot Beethoven en zijn "Unsterbliche Geliebte". Twee boeken daarover gelezen, nummer drie, Harry Goldschmidt's "Um die unsterbliche Geliebte: Eine bestandsaufnahme" is werk in uitvoering; krijg ik waarschijnlijk dit jaar niet meer uit. En dat wil ik ook eigenlijk niet, want sommige boeken lezen als een spannende ontdekkingstocht, waar op iedere bladzijde wel iets interessants te vinden is. Kan me niet lang genoeg duren.

Een trieste blik....

[Update: op 27 november 2016 kreeg ik een e-mail van Boekhandel De Bengel, waarin mij werd verteld dat

boekhandel De Bengel in Dordrecht nog steeds springlevend is. In een tijd dat veel boekhandels hun deuren sloten is De Bengel in 2012 juist verhuisd naar een groter pand in de Vriesestraat in Dordrecht en is de collectie alleen maar uitgebreid.

Dat lijkt me goed nieuws! Helaas is niet iedere boekhandel in staat het hoofd boven water te houden, dus ik laat het stukje hieronder verder ongewijzigd.]

bood het lege pand van boekhandel "De Bengel" in Dordrecht

toen ik daar op 20 september van dit jaar was.

Ik bezoek in mijn vrije tijd graag steden, en meet de waarde van een stad af aan
1. de aanwezigheid van een mooie historische kerk
en
2. de aanwezigheid van een fatsoenlijke boekhandel, enigszins gespecialiseerd in Het Betere Boek. Of liever nog: een antiquariaat.
Dordrecht was zo'n mooie stad. Maar de voorlaatste keer dat ik daar was, op 4 september 2010, was De Bengel nog springlevend. En beloofde zelfs een dubbel leven:

Maar "dubbel" betekent niet: "dubbellang"; mijn belangstelling voor Dordrecht is inmiddels met 50% achteruit gegaan. :-)

Ook Haarlem moest eraan geloven: van de vier boekhandels (één speciaalzaak - waarvan ik me drie jaar geleden al afvroeg hoe de eigenaar het hoofd boven water kon houden, twee antiquariaten - waaronder De Slegte, die in Haarlem ook nog eens niet zoveel voorstelde, en een min of meer "gewone" boekhandel - ik tel AKO/Bruna niet mee) die ik daar graag bezoek, pardon: bezocht, is er nog maar één over - het andere antiquariaat. Met de BAVO, waar je alleen in mag tegen betaling, degradeert dat de stad bijna tot het niveau van een dorp, wat zeg ik? Een Krähwinkel, een getto, een achterbuurt! Nouja, niet overdrijven: het Teylers redt de eer.

En Deventer, de Stad der Steden met elf antiquariaten? Boekhandel "Notting Hill" is inmiddels ter ziele, en dient nog slechts als etalage voor boekhandel "Das Gute ist immer da", even verderop. Dat maakt dat er nog tien zijn; nog altijd een Toplocatie.

Het is mijn eigen schuld: ik koop mijn boeken nog vrijwel uitsluitend via internet-antiquariaten. Nieuwe boeken koop ik vrijwel niet meer: ik read e-, anders groei ik dicht.
Ik ben natuurlijk een grootgebruiker, maar ik kan in mijn eentje niet alle boekenzaken van Nederland onderhouden. Wel snuffel ik er graag rond, zoals sommige vrouwen schoenenwinkels bezoeken. Maar daar zijn er nogal wat van, in tegenstelling tot boekwinkels, dus ik zal toch een reddingspoging moeten ondernemen.
Als ik tenminste wil voorkomen dat mijn stedentripjes ontaarden in het permanent uitvoeren van de "Man Stand" - het bij een mode- of schoenenzaak geduldig buiten wachten van een man terwijl zijn vrouw lekker aan het shoppen is.

Mijn sinterklaaswensenlijstje bevat dan ook vier boeken, echte Treeware boeken!

En een DVD, dat wel.
Een documentaire, uiteraard, want een dag niet geleerd is een dag niet geleefd.

En te bestellen bij Bol, tja.

Gemak dient de mens.

Groeten van Mars

Een heel ander soort vakantie-kaartje hè?
Grapje, op vakantie ben ik naar Oostenrijk en Italië geweest, niet naar Mars. Maar ik vind dat we de ruimte in moeten en eigenlijk - om te beginnen - vooral naar Mars.
Al blijf ikzelf liever thuis; het Leven begint weliswaar ergens buiten je comfort-zone, maar als kind al vond ik astronaut worden toch een te hoog risico. Daarom besloot ik dat ik liever sterrenkunde wilde gaan studeren en het heeft er tot een half jaar voor mijn eindexamen ook serieus naar uitgezien dat ik dat zou gaan doen.
Het werd uiteindelijk muziek, sterrenkunde is nu nog steeds een hobby. Die trouwens steeds interessanter wordt met al die exo-planeten, planeten buiten ons eigen zonnestelsel, waarvan er geregeld weer nieuwe ontdekt worden.
Dus toen ik de poster zag van de expositie "Buitenaards - de jacht op planeten" in het Teylers Museum wilde ik daar wel naar toe.
Eerst even over de mooie poster. Hier is-ie (links), en let op het origineel (rechts).

Zoek de verschillen :-)

Het Teylers Museum is werkelijk een prachtig museum, maar de expositie was helaas een beetje kinderlijk. Vrij veel over de ontdekking van de planeten, weinig tot niets over exoplaneten. Toegegeven, het kind in mij kon het foto-moment bij de Mars-achtergrond niet negeren :-). Ook was er een hoekje sciencefiction. Hou ik ook wel van, maar het was toch vooral Star Wars. Had dat nou maar gewoon weggelaten.
Er waren ook wel wat pareltjes. Zoals het piepkleine Mars-meteorietje. Wat fraaie historische telescopen. Een aantal fraaie originele historische boeken over astronomie, mocht je helaas niet aankomen. Daarbij ook Flammarion's "De Wonderen des Hemels" uit 1884.
Dit boek heb ik. Ik weet eigenlijk niet eens hoe ik eraan kom, ik zal het als vijftienjarige wel van iemand gekregen hebben die ervan af wilde en wist dat ik van boeken in het algemeen en boeken over sterrenkunde in het bijzonder hield. Op een gegeven moment had ik het ineens. Echter: het is zo oud, de eerste eigenaar van mijn exemplaar, ene H.r. Schippers, schreef er de datum "Februari 1923" in, dat er veel zaken instaan die allang achterhaald zijn. Dat viel me veertig jaar geleden al op toen ik door dat mij net in de schoot geworpen boek bladerde, dus ik heb er meerdere malen over gedacht het boek weg te doen - het is nogal een dikkerd en er stonden toch fouten in?.
Nu ben ik blij dat ik het bewaard heb.
Na thuiskomst uit Haarlem gelijk met de ladder naar de allerbovenste plank van mijn boekenkast, waar Flammarion lag. Onder een dikke laag stof, al jaren niet bekeken.
De tekst is eigenlijk zo slecht niet, valt me nu op. Natuurlijk is bijvoorbeeld Pluto nog niet ontdekt (dat was pas in 1930) en hebben Jupiter en Saturnus aanzienlijk minder manen dan inmiddels is gebleken. Maar Flammarion onderschat zijn lezers bepaald niet als hij uitlegt hoe de natuurkrachten werken. En er staan hele mooie platen in, die het boek nog steeds waardevol maken.
De tekeningen van de maankraters kunnen misschien niet tippen aan die van Tjomme de Vries, waarover Henk Nieuwenhuis in Februari van dit jaar nog een artikel in Zenit publiceerde, maar het viel mij toch vooral op hoe sommige van die oude platen de fantasie weten te prikkelen, veel meer dan de moderne fotografie.
Bijvoorbeeld de plaat van William Herschel met zijn zus Caroline, die door het Teylers voorzien werd van het commentaar "William en Caroline Herschel aan de telescoop", staat in Flammarion als "William Herschel, de planeet Uranus ontdekkend".

Door een telescoop kijken en dan gewoon een nieuwe planeet ontdekken, is dat niet een jongensdroom? Ook al ging het in werkelijkheid waarschijnlijk iets anders en gaat het in ieder geval tegenwoordig met die exoplaneten, die alleen indirect waar te nemen zijn, heel anders.
Er staan ook nog platen in van "Newton, de algemeene aantrekkingskracht der stof ontdekkend" (de beruchte appel) en "Le Verrier, de planeet Neptunus ontdekkend".

De romantiek van de wetenschap.
Schitterend, ik geloof dat ik daar als kind voor gevallen ben.

Book Junkie

Zou het ooit over gaan?
Ik denk het niet en volgens mij wil ik het ook niet. Ik heb een ontzettende leesverslaving.

The reading of all good books is like a conversation with the finest minds of past centuries. - Descartes.

En zo lees ik mij een driedubbele slag in de rondte. Wat ligt er op mijn leestafel? Als het tenmiste zo mag heten, want veel gaat inmiddels digitaal, maw via eReader of iPad:
In de kolom links staat mijn "GoodReads" widget, met op dit moment negen titels

  • Vergeetboek - Douwe Draaisma. Goed, maar weinig tijd om erin te lezen. Lees ik vooral in bed.
  • Arthur Schopenhauer, de woelige jaren van de filosofie - Rüdiger Safranski. Zeer goed, zoals alles wat Safranski schrijft. Ben er al behoorlijk in gevorderd.
  • Die Alt-Wiener Volkskomödie - Otto Rommel. Topboek, maar ouderwets vol informatie in iedere alinea, moet je dus langzaam lezen. Heeft >1000 pagina's, dus dat gaat nog wel even duren
  • The Anthropic Cosmological Principle - Barrow en Tipler. Zeer interessant, staat al jaren op mijn verlanglijstje om te lezen. Ligt op dit moment even stil, want er zit nu eenmaal een alfa- en een beta-kant in mij, die helaas niet alletwee tegelijk onderhouden kunnen worden. Op dit moment heeft alfa mijn voorkeur, kan morgen weer anders zijn :-)
  • Probabilistic Graphical Models - Daphne Koller. Ligt om dezelfde reden even stil, maar wat een geweldig boek! Hoort bij de Coursera-cursus, die ik - voor een deel - gevolgd heb. Lees ik trouwens elektronisch
  • Inside the Offertory - Rebecca Maloy. Als ik alleen dit boek zou lezen zou ik al tijd te kort komen. Buitengewoon rijk aan informatie, maar de referenties slepen mij naar de nodige andere boeken toe die niet in mijn goodreads-lijstje staan, kom er zometeen op terug.
  • Herfsttij der Middeleeuwen - Johan Huizinga. Het is eigenlijk vreemd dat ik dit boek nog niet eerder gelezen heb, maar inderdaad, ik ben er nu pas in bezig. Wel in deze prachtige geïllustreerde uitgave.
  • More than Human - Ramez Naam. Van Ramez Naam heb ik onlangs zijn eerste sciencefiction boek "Nexus" gelezen. Dit boek "More than Human" is non-fictie en beschrijft de Human Enhancement. Het meeste weet ik al, want transhumanist, dus voor mij niet bijzonder interessant. Wel een goede schrijver, die Naam, ook in dit boek weet hij de informatie goed op te dienen.
  • Der Nachsommer - Adalbert Stifter. Over dit boek klaagden Stifters tijdgenoten (ca 1847) al dat het te lang was en het is inderdaad verbazingwekkend hoe lang Stifter kan doen over allerlei beschrijvingen. Ik ben inmiddels over de helft van de bijna 600 elektronische pagina's en ik vind het heerlijk, want Biedermeier, maar ik hoop wel dat ik lang genoeg in mijn alfa-periode blijf om het uit te krijgen.
  • Zoals gezegd, dit zijn dan de boeken die ik op mijn GoodReads lijstje heb, maar ik ben ook nog bezig in

  • Der weimarische Musenhof - Bode, over het Weimar van Goethe
  • Verdichting en Waarheid - de autobio van Goethe
  • The book of memory : a study of memory in medieval culture
  • Mourning into joy : music, Raphael, and Saint Cecilia
  • The Love of Learning
  • Dark Secret, een sciencefiction roman in feuilleton door Edward Lerner. Hiervan lees ik ieder maand een aflevering in "Analog Science Fiction and Fact"
  • Ik heb het hier maar even niet over de tijdschriften en Comics die ik lees, meestal via mij iPad.


    Ik hou ook erg van mooie boekenplaatjes, zoals deze van Lori Nix:

    Of dit schilderij uit 1566 van Giuseppe Arcimboldo:


    Op zoek naar meer info over dit schilderij kwam ik terecht op de website van min of meer een geestverwant - ik voelde mij eigenlijk heel normaal. Boekenliefhebber Ciara Griffin met een alter ego
    (...) interested in such themes as pertain to corporeal and textual bodies, the space of literature/philosophy and digital culture.

    Dat lijkt Kuehleborn wel, mijn (meer beta-georienteerde) alter ego, al zijn er zeker ook verschillen. Geen snor, bijvoorbeeld. Maar verschillen zijn goed, die houden de wereld interessant.
    Behalve het schilderij van Arcimboldo zijn er op die website nog meer schrijfsels over boeken en bibliotheken te vinden, waarvan ik "In Support of Libraries" de meest interessante vind, dat eigenlijk verwijst naar een blogpost op een andere website: "Mysterious paper sculptures". Kunst, gemaakt van boeken. Misschien een beetje zonde, want mijn alfa-ego heeft een bijna sensuele verhouding met boeken. Maar waar Gunter von Hagens Körperwelten kunst maakt van het menselijk lichaam, mooi en gruwelijk tegelijkertijd, moeten we over kunst van boeken maar niet zeuren; in tegenstelling tot mensen zijn boeken immers allang "ge-upload" naar Sankt Digitalien (een term van Jürgen Lodemann). Dus wat repro's:

    De mooiste wat mij betreft, combineert boeken met mijn andere grote liefde: muziek (en vooral: de platenspeler). Okay, ik heb iets minder met de doodskist op de voorgrond. Overigens gemaakt van een stukgelezen exemplaar van Ian Rankin's boek "Exit Music"

    De andere, die ik ook erg mooi vind, is deze:

    In het kopje staat cirkelvorming de tekst "Nothing beats a nice cup of tea (or coffee) and a really good BOOK" te lezen, zeer waar, en op het schoteltje van de cupcake staat “except maybe a cake as well”. Tja, maar dat geeft vette vingers op je boek en dat moet je niet willen. Het theezakje heeft de tekst “by leaves we live”. De maker moet een filosoof zijn. Tja,

    A mind needs books as a sword needs a whetstone, if it is to keep its edge. - Tyrion Lannister.

    Verboden Boeken

    Onder deze titel brengt De Volkskrant een "unieke collectie boeken die u niet mocht lezen" uit. 20 delen voor € 119, per boek € 6,90.

    Ik kreeg deel 1 vandaag gratis bij de krant, Kafka's "De gedaanteverwisseling". Dat is mooi, want die kende ik nog niet, ga ik binnenkort lezen. Het is ook een dunnetje, dat is lekker lezen en natuurlijk ook lekker weggeven, maar gezegd moet het worden: ook de dikke boeken kosten slechts € 6,90.

    De meeste boeken die verboden zijn, zijn eigenlijk ook hele goede boeken; het is bekend dat als je de boeken van de Index Librorum Prohibitorum leest, je een aardig deel van de grote wereldliteratuur gelezen hebt. En laten we eerlijk zijn: als boeken verboden zijn, wil je ze graag lezen. Het is leuk stout te zijn, is het niet? Dus las ik, nadat mijn leraar Nederlands indertijd over Louis Paul Boon had verteld níet zijn aanbevolen "Kapellekensbaan", maar "Mieke Maaike's obscene jeugd". Er was moeilijk aan te komen en het was ook erg vies, dat vond ik al toen ik nog jong was, dus ik durfde het niet eens op mijn boekenlijst te zetten. Het is het enige boek uit de serie dat tegen het porno-genre aanleunt (maar dat is het niet, want het is van L.P. Boon - een échte schrijver!). Ik hoef het boek niet nog eens te lezen, maar voor de stiekeme viespeuk die het gevoel heeft iets gemist te hebben: zaterdag 26 januari 2013 komt-ie uit en kun je hem afhalen bij een van de geselecteerde zaken in de buurt - AKO, Bruna, AH, C-1000, Primera.

    Van de lijst verboden boeken van De Volkskrant heb ik de volgende boeken ooit al gelezen en snap ik niet wat er verboden aan is: "Lady Chatterley's Lover" - saai, "Brave New World" - zo'n beetje het meest aangehaalde argument tegen de vooruitgang in het algemeen en het transhumanisme in het bijzonder, dus heb ik het gelezen (ik moest wel), maar ik vond het niet te verteren.
    "De klokkenluider van de Notre Dame" - lang geleden (ca 25 jaar) dat ik die gelezen heb, en ik heb even moeten doorzetten, want het is een dikkerd, maar ik zou niet meer weten wat er verboden aan zou moeten zijn.
    "Het stenen bruidsbed" - als scholier gelezen, dus 35 jaar geleden. Ik kan mij de "natuurgetrouw beschreven erotische gebeurtenissen" niet herinneren, dus spectaculair zal de erotiek wel niet geweest zijn. Het is van Mulisch, dus zal het verder wel een eerbaar boek zijn
    "Madame Bovary" - ik krijg al gaapneigingen bij het intypen van de titel. "Les liaisons dangereuses" - ik geloof onmiddelijk dat het in de 18e eeuw spannend was, maar nu?
    "Schaaknovelle" - dát is een goed boek. Waarom verboden zou ik niet weten, maar ik heb het in één teug uitgelezen! Gaat over schaken - niet echt natuurlijk, maar dat was wat ik goed vond aan het boek.
    "Henry & June" - ik zou niet weten wie er nog onder de indruk zou kunnen raken van de slaapverwekkende lectuur van Anaïs Nin haar boeken. Ik heb me bij het lezen van dit boek voortdurend afgevraagd hoe iemand zo'n leeg leven kan leiden en dan ook nog denken dat het leven van haar lezers kennelijk nog leger is - want anders ga je die boeken niet lezen.
    "De Metsiers", gaat over incest en daarom zal het ooit wel verboden zijn geweest. De sfeer die geschilderd wordt is bijna net zo deprimerend als de sfeer in "De Avonden" van Van het Reve.
    Tot slot, uit de lijst die ik ken: "Het lijden van de jonge Werther". Aha Goethe, mijn held! Dit boek was indertijd verboden vanwege de zelfmoord omdat Werther de vrouw van zijn dromen niet kon krijgen - ze was al uitgehuwelijkt. Ongetwijfeld in die tijd een hele schok, maar nu, anno 2012, beetje overdreven. Goethe heeft ook boeken geschreven, die nog steeds hun houdbaarheid niet verloren hebben: Faust, natuurlijk, en "Wilhelm Meisters Lehrjahre". Ik zou geen enkele beginnende Goethe-lezer de "Werther" aanraden.

    Er zijn ook boeken die ik niet gelezen heb, bijvoorbeeld "De duivelsverzen". Staat op mijn e-reader, maar ik heb er nog geen tijd voor gevonden. Voor Laurence Sterne's "Sentimentele reis" geldt hetzelfde. En "Lolita". Ook nog nooit gelezen, al is het zo vaak beschreven dat ik denk min of meer te weten waar het over gaat. Ik geloof niet dat het me trekt. Staat dan ook niet in mijn boekenkast en ook niet op mijn e-reader.
    Blijft eigenlijk over: Boccaccio's "Decamerone" "- moet ik echt nog eens lezen - en Vonnegut's "Slachthuis Vijf" - misschien.

    Ik zal ze wel een keertje downloaden.

    Een vals lokkertje bij de Delftse antiekbeurs: de Boudewijn Büchtentoonstelling.

    Boudewijn Büch hield wel van een beetje overdrijven, schijnt het. In navolging van zijn (en mijn) held Goethe werden "Dichtung" en "Wahrheit" nogal eens vrijmoedig door elkaar gehaald. En dat is helemaal niet erg, want als je af en toe je publiek wilt laten delen in je kennis is er behalve flink wat enthousiasme soms ook wel eens dat beetje extra nodig om het drupje levertraan naar binnen te laten gaan. Ik vergaf het hem dan ook graag.

    Zijn ontzettend leuke en lezenswaardige boek over Goethe, "De Goethe-industrie", waarin hij allerlei uitwassen van Goethe's populariteit in Duitsland beschrijft en zijn prachtige voorwoord bij de "Gesprekken met Eckermann" in de privé-domeinserie beschouw ikzelf als zijn fraaiste prestaties. Maar behalve door Goethe heb ik ook wel een band met Büch door zijn verzamelwoede en liefde voor boeken in het algemeen. Ik heb alleen niet zoveel met "De kleine blonde dood". En eigenlijk ook niet met Mick Jagger, maar niemand is volmaakt zullen we maar zeggen.
    Dus toen ik las dat er een tentoonstelling zou worden ingericht bij de Delftse Antiekbeurs, waarin we een kijkje in de wereld van Boudewijn Büch zouden krijgen, heb ik mijn wekelijkse lesvrije donderdag, bestemd voor eigen studie en cultuur, ingeruimd om een dagje Delft te doen.

    Maar liefst € 15 (en dat maal twee!) mocht ik dokken voor de entree in het Delftse Prinsenhof. We kregen een plattegrondje mee, waarop de twee kamers waarin wij zouden worden ondergedompeld in Büchs wereld - helemaal achteraan in de Antiekbeurs - aangegeven waren. De bedoeling was waarschijnlijk dat wij ons eerst door al dat antiek heen zouden ploegen, om daarna bekaf bij Büch aan te komen. Zodat we niet in de gaten zouden hebben wat, nu we, gretig naar Büchs curiosa, gelijk naar achteren doorliepen, pijnlijk duidelijk werd. Het viel ontzettend tegen. Om niet te zeggen: het was een giller. De omvang van de tentoonstelling stond in geen enkele verhouding met de aankondigingen.

    Wat had ik eigenlijk verwacht? Ik weet het niet precies, maar de wervende tekst, bijvoorbeeld uit de Telegraaf van 21 september jl, klonk zo veelbelovend.

    Omdat het tien jaar geleden is dat schrijver/televisiemaker Boudewijn Büch overleed, richt het Letterkundig Museum op de Oude Kunst- en Antiekbeurs Delft een tentoonstelling in met persoonlijke objecten van Büch, die niet eerder te zien zijn geweest.
    Boudewijn Büch was iemand die onderwerpen naar voren bracht waar weinig mensen iets mee hadden, maar wist deze op een originele manier over het voetlicht te brengen.
    Hij stimuleerde mensen te gaan lezen en prikkelde anderen te gaan verzamelen.Büch was een eigentijdse ontdekkingsreiziger en verwoed verzamelaar van kunstvoorwerpen en memorabilia. Na zijn dood liet hij een bibliotheek achter met meer dan 100.000 boeken en een huis vol met voorwerpen die hij gekocht had op zijn talloze reizen over de hele wereld. Een tentoonstelling over Büch op de antiekbeurs Delft is dan ook niet vreemd. Het is bij uitstek de plek waar liefhebbers hun eigen ontdekkingsreis beleven, op zoek naar objecten uit langvervlogen tijden.

    In die laatste zin lijkt het achteraf wellicht weer ineens over de Antiekbeurs te gaan en niet over de Büchtentoonstelling.

    Dus: wat had ik verwacht? Kunstvoorwerpen en memorabilia uit de collectie Büch, natuurlijk! Nou ja, dat moet je een beetje ruim nemen kennelijk. Om te beginnen: die twee ruimten op de plattegrond bleken eigenlijk maar één ruimte te zijn, en zeker kleiner dan mijn woonkamer. Bij binnenkomst vier vitrines met kaarten van de steden en eilanden waar Büch geweest moet zijn. Vier! Al die kaarten zagen er nog keurig uit, dus Büch moet ongelofelijk zuinig met die kaarten zijn geweest. Je zou bijna denken dat hij ze niet mee heeft durven nemen en heeft gebruikt op reis - en nu ik erover nadenk weet ik zelfs niet meer zeker of ze wel echt van Büch geweest zijn - het zouden zomaar kaarten geweest kunnen zijn die even snel erbij gelegd zijn.
    Een vitrine met het geboortekaartje van Büch en een schoolrapportje, waaruit blijkt dat Büch geen hoogvlieger was in de wiskunde en eigenlijk ook maar matig met zijn talen was. Nou dat weten we dan ook weer.
    Drie vitrines met het logo van een kennelijke sponsor erop - de naam heb ik inmiddels verdrongen - verder niets. De relatie met Büch ontging mij volledig
    Twee TV-toestellen, waarop mogelijk films vertoond zouden moeten worden, maar er was slechts een testbeeld.
    De typemachine van Büch en, voor het geval je dacht dat er in tien jaar na Büchs dood toch wel heel wat veranderd is of dat Büch hopeloos achter liep op de technologie van zijn tijd, een bak met floppen en CD-roms, zodat we weten dat Büch in ieder geval op het eind van zijn leven het genoegen van een computer - hoe primitief ook naar onze maatstaven - moet hebben gesmaakt.

    Nog meer? Eh, ja! Een portret van Büch door Marjolein Innemée, getiteld “Boudewijn Büch, 'n Rolling Stone” uit 2007, 1 x 1 m. Het schilderij is, vrijwel direct na opening van de beurs aangekocht door de Stichting Oude Kunst- en Antiekbeurs Delft, en vervolgens geschonken aan het Letterkundig Museum in Den Haag. Van dezelfde Marjolein Innemée hing er ook een portret van Goethe uit 2011, dat 80 X 100 cm meet en € 1950 moet gaan kosten. Het lijkt verdacht veel op het bekende Goethe portret uit 1828 door Jos. Karl Stieler, dat ook op mijn Goethe-website te vinden is.

    De beide schilderijen (van Innemée) heeft Büch natuurlijk nooit gezien.

    Nauwelijks een spoor van Büchs beruchte rariteitenkabinet, of het moet het goed afgeschermde en donkere vitrinekastje zijn, waarin ik, reikhalzend over de afzetting, in het pikkedonker een wit miniatuurtje van - naar ik aanneem - Goethe ontwaarde. Wat er verder inlag was in het donker niet te onderscheiden en er was ook geen beschrijving beschikbaar.

    Het goede nieuws is dat Büch net als ik, behalve boekenliefhebber, ook uilenliefhebber was.

    Ik vergeet nog de vitrine met een aantal oude paspoorten van Büch, waarbij op een van de oudste bleek dat Boudewijn Büch als jonge vent ook sterk op Boudewijn de Groot (in ieder geval in diens provo-tijd) geleken heeft.

    Na een minuut of vijf was ik eigenlijk al klaar en heb ik nog aarzelend om mij heen gekeken waar de rest was, de tweede zaal bijvoorbeeld, maar helaas, dit was het. Büch overdreef misschien wel eens, maar deze tentoonstelling is puur bedrog.

    Wij hebben ons verlies genomen en hebben er verder een leuk dagje Delft van gemaakt.

    Reaching toward Infinity

    Deze fraaie spreuk vond ik in Antiquariaat "Klikspaan" in Leiden; ik zag hem aan de muur hangen tijdens het afrekenen van zo'n lekker ik-kruip-op-de-bank-met-mijn-boek-en-stoor-me-niet deeltje uit Dent's Everyman's Library: "On the Study of Celtic Literature and Other Essays" van Matthew Arnold. Uit 1867, opnieuw uitgegeven in 1910 en dat weer heruitgegeven in1976.
    Wie wil zo'n boekje nou hebben? Ik dus, en geloof me - ik moet mijn verslaving altijd een beetje rechtvaardigen - ik heb er zeker vier even prachtige boekjes uit dezelfde serie voor laten staan.
    Wat een mooie boekjes, nog uit de tijd dat men de tijd nam om te lezen. Ik jakker mij altijd zo snel mogelijk door al die bladzijden heen, al dan niet e-browsend, om de afstand tussen aankoop en lezen van mijn alsmaar uitdijende boekenverzameling overzichtelijk te houden.
    Terwijl ik het boek afrekende zag ik naast de kassa, links aan de muur, temidden van alle spreuken over de genoegens van het lezen (alsof ik dát nodig heb!), deze dus.


    Eindelijk eens iemand - en wel een zekere A.Edward Newton - die mij begrijpt.

    Et In Acadia Ego

    De kunst- en cultuurkenner herkent deze zin natuurlijk van het beroemde schilderij "Et in Arcadia ego" van Nicolas Poussin, of anders wel van Goethe, die zijn "Italiaanse Reis" het motto "Auch ich in Arkadien" meegaf. Zonder werkwoord, omdat de o.a. door de Duitse Romanticus Carl Wilhelm Kolbe "Auch ich war in Arcadien" in gebruik geraakte vertaling eigenlijk fout is, maar Goethe dit wel bedoelde - Arcadia als metafoor voor Italië gebruikend.
    Nu was ik deze vakantie in Acadia. Waar is de "r"? Typo? Nee, Acadia is het deel van Canada waar ik mijn vakantie doorgebracht heb zonder te weten dat het zo heette - ik dacht gewoon een stukje Oost-Canada te doen, eindbestemming Digby, waar Merel haar stage loopt. Al rondrijdend kwamen we erachter dat daar Acadiërs wonen, en First Nation-people en de Mi’kmaq, jawel de hele Mikmak.
    Ik raak vrij snel in dingen geïnteresseerd, maar die Acadiërs konden mij niet echt boeien; desondanks was mijn vakantie in Canada uiterst geslaagd. Gelukkig maar, want het was de langste vakantie die ik ooit gedaan heb - ik ben niet graag van huis. Een hoofdzakelijk door Marit geschreven verslag - in feuilleton - staat op de familiewebsite, hier, hier, hier, hier, hier en hier.


    Aardig wat boeken gelezen op vakantie, de Ayn Rand bio van Anne Heller, een goed boek. "Zendegi", erg goed, van Greg Egan, "Ebocloud", zelfs nog beter, en tenslotte "To a Mountain in Tibet" van Colin Thubron. Prachtig. Jaren geleden heb ik van Thubron "Distance" gelezen, dat was een roman. Dit is een reisverslag, maar het is zo heerlijk mooi, rustig geschreven. Een echte "slow-burner". in tegenstelling tot de scifi, die ik gewoonlijk graag lees, maar die wat sneller consumeert. Alles, zo'n achttienhonderd pagina's, via mijn e-reader en dat scheelde een hoop bagage, want het moet allemaal mee het vliegtuig in. Dit jaar waren we dan ook zonder Ank & Arie op vakantie. Voor de niet-ingewijden: Ank was ons navigatie systeem. Na jaren trouwe dienst en hele gesprekken tegen ons te hebben gevoerd - "U heeft uw bestemming bereikt" - en mijn af en toe enthousiaste rijgedrag in toom te hebben gehouden - "U rijdt boven de maximum snelheid" - was ze inmiddels echt verouderd, bovendien kon er geen kaart van Canada op. Ik heb haar dus ingeruild voor een jongere Gamin-satnav. Hanny heet ze, minder spraakzaam, geen lieve woordjes. Is even wennen. Arie is onze auto, de altijd betrouwbare Toyota Yaris. Met enig schuldgevoel heb ik hem op de lang-parkeren parkeerplaats van Schiphol drie weken lang helemaal alleen tussen allemaal grote rijkeluis-bakken achtergelaten. In Canada moest ik vreemdgaan met een gehuurde Mitsubishi. Mooie auto, ruim, maar een automaat, waardoor ik als plezier-rijder mij een beetje onder mijn niveau aangesproken voelde: gasgeven en remmen, meer mag je niet, zodat ik het gevoel had in een botsautootje te zitten. Zonder botsen overigens, hoewel ik een van de laatste dagen toch een noodstop heb mogen maken om een stekelvarken te sparen die gewoon over de weg liep te scharrelen. Het schijnt overigens dat ik daarmee ook de auto en misschien onszelf gered heb, daar de stekels van zo'n dier behalve de banden ook de remkabels behoorlijke schade kunnen toebrengen.
    Nu: vandaag mijn jetlag overwonnen, was helemaal niet zo moeilijk, en morgen weer aan het werk. Zin? Jawel, want ik heb een baan waarbij ik voor 95% betaald mijn hobby sta uit te oefenen. Dit jaar ga ik ook gebruik maken van de BAPO-regeling - ik ben al 53! Dat betekent: één dag vrij, die ik heerlijk ga gebruiken om weer eens wat te studeren, te componeren, meer piano te spelen en eens wat vaker naar een museum te gaan.
    Ik kom nu alweer tijd te kort.
    Syndicate content